AlbumsRecensies

Jamie T – Ghosts (100 Days of Morning) (★★★½): Spoken uit een oude Nokia

Een nummer één in de Britse hitlijsten en een telefoon vol losse eindjes: meer hield Jamie T niet over aan The Theory of Whatever. Waar die plaat met “The Old Style Raiders” en “St. George Wharf Tower” als smaakmakers vlot zijn weg vond, bleef de Londenaar achter met honderden voicememo’s, melodietjes, tekstflarden en halve gedichten die hij jarenlang van toestel naar toestel meesleepte, zonder ze ooit aan elkaar te krijgen. Pas toen hij een nieuwe telefoon kreeg, doken ze weer op. Uit die digitale zolder groeide Ghosts (100 Days of Morning), zijn zesde studioalbum en de opvolger na vier jaar stilte.

Makkelijk ging dat allemaal echter niet. In de aanloop naar zijn grootste headlineshow tot dan toe, die in 2023 plaatsvond in Finsbury Park, zag Jamie Treays, die al jaren met hevige paniekaanvallen voor optredens kampt, zijn eigen werk niet meer zitten. Hij leerde in plaats daarvan nummers van Paul Weller en verloor zich in diens livealbum Days Of Speed, waar hij “Ghosts” van The Jam ontdekte,  dat meteen het vertrekpunt en de naamgever van deze plaat werd. Een solotrip naar Siena deed de rest. Achter de knoppen zat hij deels zelf, bijgestaan door James Dring en The Maccabees-gitarist Hugo White, terwijl Damon Albarn even binnenwipte voor “Cocktail”.

Opener en eerste vooruitgeschoven single “3310”, genoemd naar de onverwoestbare Nokia van weleer, slaat de brug tussen toen en nu. Het nummer begint fluisterend met een akoestische gitaar en barst dan open in trillende gitaren en een refrein waarvan je de snakebite-vergelijking straks door lallende menigtes zult horen terugschreeuwen. De oude Jamie T leeft dus nog.

Ook elders blijft die oude branie overeind. “Waist 36 Leg 32” is een vette kluif: een punk laagje met gedistordeerde gitaren en een refrein dat bevrijdend binnenkomt, terwijl hij het intussen over schuld, mannelijkheid en koopdrang heeft. Dat de geesten je achtervolgen, zingt hij er droogjes bij; het had de ondertitel van het album kunnen zijn. “Cocktail” huppelt sneller, met bijna gerapte coupletten die soms doen denken aan The Streets, maar dan met een instrumentatie als uit een vergeten PlayStation 2-game en Albarn, die nadrukkelijk zijn stempel drukt. Onder dat vrolijke laagje schuilt spijt. “Chelsea Girls” haalt dan weer een stampende dancebeat uit de late jaren negentig boven, met warme synths en gesproken verzen waarin Underworld om het hoekje komt loeren. Daarbovenop krijgen we een blik op de Britse cultuur via de sensatiepers.

Het grote verschil met het vorige album zit echter in de stiltes. Treays wisselde meezingers altijd al af met ingetogen werk, maar nooit leken die rustige momenten zo belangrijk als hier. “The Won” kabbelt traag en wat wazig over een atmosferische achtergrond en blijft, ondanks de vaststelling dat het leven een verliezend spel is, opvallend hoopvol. “Caught Cheating” is het breekbaarste liedje van de plaat: een eenzame gitaar krijgt het gezelschap van een piano, met daarover spijtige regels over liefde en verlies die bijna spookachtig nazinderen. “Crucible” zweeft hypnotiserend richting dreampop, tot een merkwaardige breakdown je even wakker schudt. Zijn vertraagde, gelaagde lezing van het veelgecoverde “Crimson & Clover” voelt dan weer als een frisse start. Geen stampers, maar volgens ons dragen ze het gewicht van de plaat.

Toch hangt niet alles even stevig aan de kapstok. “All I Wanna See Is Now” pakt uit met indrukwekkend gelaagde zang en een outro in een lus, maar de bekentenis vindt geen melodie die blijft plakken. Hier en daar verraadt het schrijfwerk dat sommige memo’s beter op de oude telefoon waren gebleven en met twee covers op elf nummers leunt Treays opvallend vaak op andermans pen. Bij “Ghosts” vergeef je hem dat meteen. Hij versnelt Wellers origineel uit 1982, legt er spookachtige synths en een groovy baslijn onder en bewaart toch de tederheid; de oproep om je eenzame hart op te rapen en gewoon door te stappen klinkt uit zijn mond als zelfgeschreven therapie. Afsluiter “Tallahassee”, met een sample van Leif Vollebekks gelijknamige compositie, ontstond op de ochtend van dat beladen Finsbury Park-concert. Hij noemt zich er de soundtrack van iemands studententijd en meteen daarna een plagiaat. Branie en impostersyndroom in één zucht: eerlijker wordt het niet.

Vergeleken met The Theory of Whatever klinkt deze plaat meer als een grondige opruimbeurt. Treays werd dit jaar veertig en dat hoor je in een vredigere toon. Op de hoes prijkt de promenade van Bognor Regis, dat de twijfelachtige reputatie van slechtste badplaats van Groot-Brittannië heeft, maar voor hem staat voor familie en goede tijden. Het past bij een album dat de geesten van het verleden niet verjaagt, maar uitnodigt voor een laatste rondje. ‘Ik ben echt blij met waar ik nu ben’, zegt Treays. Niet elk idee raakte volledig uitgewerkt, maar we gunnen hem die rust van harte. Wie het live wil meemaken, zal voorlopig zelf het Kanaal moeten oversteken: sinds de Brexit kan hij naar eigen zeggen niet meer veroorloven om door Europa te toeren, omdat zijn royalty’s de extra kosten niet dekken. Gelukkig reist een plaat zonder douanepapieren.

Facebook / Instagram / Website

Ontdek “Ghosts”, ons favoriete nummer van Ghosts (100 Days of Morning), in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.

Related posts
2022FeaturesInstagramUitgelicht

De 101 beste singles van 2022

Het jaareinde komt nu echt wel in zicht, maar wij zijn nog lang niet klaar met onze eindejaarslijstjes. Nu we alle albums…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Frank Carter & The Rattlesnakes - "The Drugs" (feat. Jamie T)

Frank Carter & The Rattlesnakes trekt er binnen twee weken nog eens op uit en dat doen ze met gloednieuwe muziek onder…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Jamie T - "St. George Wharf Tower"

Toen Jamie T vorige maand het nummer “The Old Style Raiders” uitbracht, kondigde hij ook aan dat er een album zou volgen….

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *