
© CPU – Sam De Boeck (archief)
Op de Wellington Hippodroom te Oostende vindt dit weekend al voor de zesde keer Manifiesta plaats. Op deze locatie althans, aangezien het festival voordien in Bredene huisvestte. Het festival met socialistische, feministische, anti-racistische en nog heel wat andere insteken genoot dit jaar van een boost in reclame dankzij een kleine mediastorm tussen N-VA-politicus Theo Francken en spreker Hasan Piker. Theo noemde Hasan een extremist door zijn controversiële uitspraken, Hasan vuurde dan weer terug door naar Franckens zatte fratsen te verwijzen. Daar trekken wij ons niet veel van aan, behalve dan dat het bij momenten aangenaam druk was op de weide, want de organisatie voorzag op deze koele herfst-inluidende zaterdag een diverse programmatie met onder meer Manu Chao, Omar Souleyman en Noordkaap; net dat waar wij interesse in hebben.
Balkan Paradise Orchestra @ Main Stage
Rechtstreeks uit Barcelona en naar eigen zeggen ’to make music not war’, trad het Balkan Paradise Orchestra aan. Het tienkoppige gezelschap, dat tevens uit enkel dames bestond, verloor geen seconde en liet de blazers onmiddellijk voor zich spreken. Op een opzwepend tempo stalen allerlei koperblazers onmiddellijk de show. Eerst was het de trompet die de spotlight kreeg, vervolgens de tuba’s, daarna de trombone. Om dan nog niet van de sax te spreken. Elk sloegen ze erin een stukje van de show op te eisen, zonder dat het te chaotisch of modderig werd. Ook de twee klarinetspeelsters, de enige houtblazers uit het ensemble, kregen hun solo en krijsten het uit. Ze bliezen de longen uit hun lijf en werden met enthousiast applaus beloond.
De groep maakte ook meermaals tijd om het publiek te bedanken en soms kwam daar een kleine speech bij kijken. Zo bedankten de leden het festival en benadrukten ze dat ze graag een kleine stem wilden zijn voor het onrecht in de wereld. Wat later werd hun stem ook gebruikt om voor de eerste keer aan het zingen te gaan. Op de iets zwoelere beat en vrolijke instrumentatie ging de frontvrouw in het, we veronderstellen Spaans, aan het zingen, al had het ook wel iets weg van rappen. Dit allemaal terwijl de andere dames tegelijk ingestudeerde danspasjes deden, zonder daarbij een noot vals te spelen. Je voelde dat het aanstekelijke enthousiasme van het tiental steeds groeide, waardoor het laatste kwartier van de show zich ontpopte tot een echte energiebom. De vlam sloeg over op de menigte die uitzinnig aan het klappen, meezingen en dansen ging. Het energetische optreden werd wild afgesloten met enkele ‘ariba’s’ en ‘aii aii’s’, een streepje “Misirlou” en zo kon het concert allicht niet Spaanser eindigen.
Sophie Straat @ Rebel Stage

© CPU – Senne Houben (archief)
We hadden het in de intro nog over de mediaheisa tussen Theo en Hasan; iets waar ook Sophie Straat over kan meespreken. Ze bevond zich namelijk in het oog van de storm nadat ze op de Gentse Feesten aan alle witte mannen vroeg om achteraan te gaan staan. Ze haalde er gelijk de woede van een tweehonderdtal witte mannen mee op haar nek en ook op de sociale media stormde het. Wederom wordt dit niet onze focus, we horen vooral graag wat ze muzikaal te bieden heeft. De dartele frontvrouw kwam met band het podium op en opende met hitje “Vrijheid, Gelijkheid, Zusterschap”. Het publiek kon luidkeels meezingen, maar aan Sophie’s stemgeluid leek er iets niet te kloppen. De micro leek wat te schetteren, maar tegen het einde van het nummer leek dat probleem al opgelost. Met de trein volledig op de rails kon ze verdergaan en kwam de vaart er lekker in. Straat bewoog als een stuiterbal over het podium en schreeuwde het uit. Dit terwijl de pompende drums, strakke gitaren en zweverige melodieën op de synthesizer haar enkel maar meer energie leken te geven.
Als de energie een hoogtepunt bereikte, haalde de band de vaart er even uit. De felle in-your-facenummers maakten plaats voor zwoele en breekbare plaatjes zoals “Dansen met de dood”. Het was an sich geen slecht idee van de Nederlanders om even te temporiseren, want het publiek leek des te meer op te veren als het gaspedaal opnieuw diep ingeduwd werd. De cimbalen kletterden als geeneen, de gitarist ging lekker aan het soleren en het handjesgeklap volgde telkens opnieuw. Het publiek had er het hele concert ontzettend veel zin in en zo werd het concert voor Straat en band een binnenkoppertje. Dat hield de Nederlanders echter niet tegen om als laatste show van hun zomertournee de netten keihard aan gort te koppen.
Noordkaap @ Main Stage

© CPU – Cédric Depraetere (archief)
Als eerste headliner van de avond mochten Stijn Meuris en kompanen, Noordkaap dus, omstreeks negenen de show verzorgen. Op gezapig tempo vatte de band zijn optreden aan en dat leek in te werken op het publiek. Na een klein half uur leek de overvolle tent al wat in slaap gewiegd. Dit zorgde ervoor dat Meuris aan het mopperen ging toen er tijdens “Satelliet Suzy” erg weinig meegezwaaid werd met de handjes en toen de menigte te laat op gang kwam, hoefde het allemaal niet meer voor de zanger. Hij maalde er echter niet te lang om, want kort erna deed hij een poging om weer te connecteren met het publiek door middel van een snel mopje. Zo werd “Gigant” aangekondigd als een moeilijk uit te spreken titel voor de West-Vlamingen en was “Soms Schrik” volgens Meuris een nummer waarvoor je een open blik moest hebben, zoals het Manifiesta-publiek dus. Gelukkig was de gitaar hierna vooral aan het woord, door middel van een lekker lange en zwoele solo. “Arme Joe” zorgde voor een stroomstoot door het publiek, dat zijn kelen openzette en steeds meer aan het springen, dansen en zingen ging. Op dit elan ging de band verder, vooraleer hij er kort tussenuit ging voor een encore. “Ik Hou Van U” moest nog volgen, dus ze moesten wel terugkomen. Nog een laatste keer mijmerde de band samen met het publiek over hoe schoon de zomer wel kan zijn en nog een laatste keer werd er luidkeels meegezongen.
Manu Chao @ Main Stage

© CPU – Sam De Boeck (archief)
Gewapend met zijn gitaar, zijn gouden glimlach en een gezonde portie aanstekelijk enthousiasme kreeg Manu Chao twee uur lang de tijd op het programma. Zijn opdracht was tijdens die twee uur tegelijk doodsimpel en aartsmoeilijk: het publiek overtuigen van zijn toch wel legendarische status. De Fransman met Spaanse origine gaat al talloze decennia mee en speelde al op ontelbaar veel festivals. Met monsterhit “Me Gusta Tu”, die ondertussen meer dan een miljard streams telt, en nog een resem enorm populaire singles, wist hij alleszins wat te spelen. Desondanks kwam het optreden vrij traag op gang en liet hij het eerste half uur vooral zijn kunnen op de gitaar zien – net als de gitarist die hij meehad. Daarnaast had hij nog een bongospeler mee en zo waren ze met z’n drieën de Ultra Acoustico-bezetting.
Beetje bij beetje sijpelde het enthousiasme de overvolle tent binnen. Er werd meer en meer gedanst en meegejoeld op aangeven van Chao zelf. We verloren na verloop van tijd hoeveel keer de troubadour zijn nummers afsloot met ‘lo lo’ kreten die luidkeels herhaald werden door de mensenzee. Zo kwam er wat schot in de zaak en dat deed het concert deugd. Toen er nog eens twee blazers, een trompet en trombone, op het podium verschenen, leek de goede koers helemaal gevonden. De zwoele sound van de blaasinstrumenten complementeerde op een heerlijke manier Chao’s warme stem en getokkel op z’n gitaar. Telkens opnieuw sloeg hij erin het publiek op stang te jagen en te controleren. Zo veranderde de langzaam binnensijpelende stroom aan goesting in een golf aan vertier. Manu Chao entertainde van begin tot einde, maar misschien was twee uur wel erg lang. Naar onze mening teerde hij wat te veel op dezelfde trucs, al vermoeden we dat de overvolle tent hier niet akkoord mee zou gaan.





