
© CPU – Joost Van Hoey
Op de slotdag van Best Kept Secret is het altijd nog een laatste keer alle moed bijeen rapen om je door de dag te sleuren. Toch had de organisatie nog wel wat moois voor ons in petto, met heel wat energieke sets die je geen reden gaven tot rust. Met Joey Valence & Brae, Getdown Services en Yard Act voorop trilden de tenten, maar ook in The Casbah was er bijna geen reden tot rust en zo was de finale dag er nog eentje waarop je alle energie nog eens kon bovenhalen. Gorillaz bewees zijn status als headliner en sloot het festival met veel gasten en een toch eerder wisselvallige show af, waardoor Best Kept Secret 2026 een min of meer geslaagde finale kende.
Σtella @ Two
Het gebeurt niet al te vaak dat een Griekse artiest op een festival in de Lage Landen staat en al zeker niet op het middaguur. Op de laatste dag van Best Kept Secret was die eer weggelegd voor Σtella. Het project van Stella Chronopoulou had op dat uur ook de ideale vibe om iedereen even rustig te laten wakker worden. Dat het ook voor de zangeres lastig was, merkte je al bij het tweede nummer waar ze even niet helemaal mee was met de tekst. Waar het begin best groovy klonk, werd dat naarmate de set vorderde toch wat rustiger en meer gemoedelijk. Dat zorgde ervoor dat velen eerder zouden wegzakken om even tot rust te komen. Toch had Chronopoulou een aanstekelijk voorkomen en konden we van een geslaagde indruk spreken tijdens haar show.
Apichat Pakwan @ The Casbah
Toen Nederlander Oliver Schreuder naar Thailand trok om daar te studeren, begon hij er muziek te maken met Angkanang Pimwankum. Er ontstond een mix tussen moderne muziek met beats en traditionele Thaise muziek, wat tot op vandaag is waar Apichat Pakwan voor staat. Na optredens in Thailand begon de groep ook op te treden in Europa, met nu een eerste show op Best Kept Secret. De groovy elektronica en meeslepende Thaise elementen zorgden ervoor dat je al gauw in de muziek opging en kon bewegen zoals je zelf wou. De unieke sfeer werkte wat bezwerend en voelde heel fris aan. De frontvrouw sprak het publiek charmant aan in het Engels en Schreuder vertelde in het Nederlands over een aankomend album, alsook dat ze muziek hebben herwerkt waarbij traditioneel rijst wordt geteeld. Apichat Pakwan wist enorm te charmeren met zijn sound en zorgde voor veel glimlachen en al wat dansende mensen, ondanks dat het nog vroeg op de dag was.
Dressed Like Boys @ The Secret

© CPU – Joost Van Hoey
In België heeft hij stilaan alle harten veroverd, tijd om ook Nederland volwaardig te doorkruisen en de volledige Nederlandstalige Lage Landen in te palmen. Het vroege aanvangsuur vormde alleszins geen onoverkomelijke hindernis, want The Secret liep al snel behoorlijk goed vol voor Dressed Like Boys en gezelschap. De set hebben we inmiddels wel al vaker gezien, al was het zeker boeiend genoeg om te zien hoe de songs bij de buren ontvangen zouden worden. Goed, is het antwoord. “Nando” bracht al meteen de schwung in de tent, terwijl Jelle Denturck solo de volledige tent stil kreeg. Niet simpel bij een publiek dat anders verhalen bij de vleet vertelt. Een uitstekende manier om deze laatste, zware dag aan te vatten.
WIES @ Two
Nadat de Zweedse Anna Von Hausswolff wegens medische redenen haar show moest afzeggen, werd WIES enkele dagen op voorhand aan de line-up toegevoegd. De Nederlandse groep rond Jeanne Rouwendaal bracht onlangs een nieuwe plaat uit, die gaat over het gebrek aan het hebben van grip op tijd. Alles gebeurt maar één keer op exact die manier volgens de frontvrouw, een mooie wijsheid. Veel van de liedjesteksten klonken echter iets minder wijs en gingen vaak gepaard met niet al te speciale muziek. WIES speelde goed en bracht haar nummers vol overtuiging en met veel enthousiasme, maar vaak misten we iets dat het geheel naar een hoger niveau zou tillen. Zeker als je heel wat nummers van een album met de naam AH! speelde, dan hadden we extra veel een ‘AAAAAAAAAH’-gevoel verwacht, maar dat bleek regelmatig afwezig. WIES deed het zeker niet slecht, maar als je iemand met een unieke en sterke sound als Anna von Hausswolff vervangt, dan hadden we misschien ook graag een iets uniekere band gehad.
DYGL @ The Casbah

© CPU – Joost Van Hoey
De Japanners van DYGL konden al vroeg op de dag proberen om een eerste overwinning in de wacht te slepen. Dat de band iets later begon door een uitgelopen soundcheck, werd nadien ruimschoots goedgemaakt door een meer dan strakke set. Vol energie schoot de band namelijk uit de startblokken en met behulp van snedige riffs en fuzzy explosies, liet ze de zaal al snel tot een kookpunt komen. Zeker wanneer er ook gitaarsolo’s in het geheel gemengd werden, kon niemand nog echt blijven stilstaan. De wederom stampvolle The Casbah werd al snel in de vernieling gemosht, en dan moesten de snellere songs nog komen. “NRG” had namelijk alles in zich om de vlam volledig in de pan te steken en ook “All Tomorrows” hield de psychedelische rockvibes heel hoog. Uiteindelijk veranderde de volledige tent in een hongerige massa die door DYGL bleef gevoed worden met furieuze riffs. Fantastische set!
Jungle By Night @ One

© CPU – Joost Van Hoey
Op de slotdag werd het hoofdpodium geopend door het Nederlandse zestal dat luistert naar de naam Jungle By Night. Met passende outfits liet de groep meteen merken dat ze er in had, aangezien ze in haar carrière van zeventien jaar nog nooit op Best Kept Secret had gestaan. Voor de gelegenheid bracht Jungle By Night een hoop nieuwe nummers mee, die voor het eerst op een podium tot stand kwamen. Die nummers werden zonder aarzelen tot een goed einde gebracht en hadden allemaal hetzelfde resultaat: dansende mensen. De mix tussen funk, jazz, afrobeat, krautrock en meer zorgde voor menig glimlach en een positief gevoel. Jungle By Night bracht naar gewoonte veel instrumentale songs, aangevuld met hier en daar toch wat zang. Wanneer ze met drie, vier of zelfs meer hun stemmen lieten horen, mochten we ons niet aan prachtige harmonieën verwachten, maar dat is dan ook gewoon niet het opzet van de groep. Jungle By Night deed ons op Best Kept Secret vooral afvragen waarom het zo lang duurde vooraleer de groep hier speelde.
Mên An Tol @ The Secret
Het voelt als gisteren dat we Mên An Tol nog varend op een boot zagen spelen tijdens Left of the Dial vorig jaar. De grote publiekstrekker daar is gewoonlijk de open bar en gratis Heineken. Die laatste is traditioneel moelijk te verteren, maar de pijn werd toen al verzacht door het heerlijke geluid van de Londenaren. Het verschil in aantal afgezakten was alleszins groot, want opnieuw zagen we een The Secret die tot achteraan gevuld stond. Het bleek ook aangenaam verpozen in die drie kwartier. De nostalgische mix van jaren ’80 janglepop en jaren ’90 britpop klinkt live nog een stukje gelaagder en interessanter. Niet alle songs zijn al op het niveau om tot hits uit te groeien, maar het potentieel zit er nadrukkelijk in.
Servo @ The Casbah
Als je Servo op zijn Frans uitspreekt, dan krijg je cerveaux, wat dan weer zoveel betekent als hersenen. Tot zover de taalkundige les, want verder heeft de band uit Rouen niet veel nut voor de talenknobbels. De groep brengt namelijk heel duistere postpunk die zich recht uit de krochten van de hel liet ontspruiten en dat in een meer dan volle The Casbah. De aanwezigen hielden de adem initieel nog in, maar eens het tempo de hoogte in ging en de duistere gitaren nog wat ruwer en agressiever weerklonken, was er aan crowdsurfers en moshers geen gebrek meer. De sterkte van Servo zat hem in de opbouw van zijn songs die telkens een soort van mantra hadden om uiteindelijk volledig uit zijn voegen te breken op het eind. Het was met andere woorden niet onlogisch dat ook buiten de tent het publiek volledig mee was met Servo.
Sophie Straat @ Two

© CPU – Senne Houben
De Nederlandse Sophie Straat kwam met haar protestmuziek naar de Two en kon daar op een grote opkomst rekenen. De punkrocksound en scherpe teksten kwamen zelfs op dag drie goed binnen, waarbij “Vlinder” een eerste hoogtepunt vormde. Tijdens “Let me tell you something ‘bout my country” had ze het over hoe Nederland bijdraagt aan verschillende wereldproblematieken en ook tijdens veel andere nummers nam ze geen blad voor de mond. De nummers werden stevig en strak gebracht, waarbij de veelal boze (of verontwaardigde) emoties goed overkwamen. Toch was er zeker ook ruimte voor andere emoties, zoals met “Dansen met de dood”, wat een trieste synthpopsong bleek waarop je toch graag zou dansen. Wie liever in de moshpit dook, die kreeg ook de kans om er daar alles uit te smijten tijdens bijvoorbeeld “Slapen!”. Sophie Straat deed exact wat we verwacht hadden: een sterke en scherpe set spelen waarin kritische teksten rijkelijk passeerden.
Sylvie Kreusch @ One

© CPU – Joost Van Hoey
Oorspronkelijk zou Sharon Van Etten zondagnamiddag de One innemen, maar Belgische trots Sylvie Kreusch nam die taak over. De artieste begon met het trage “Daddy’s Selling Wine In A Burning House” alsof het een warme bries was die over onze huid streelde om langzaam op te bouwen naar een wervelwind. “Seedy Tricks” was daarvoor al een mooie opzet, maar het was bij het losbreken van “Ride Away” dat er een bevrijdend gevoel over de weide heerste. Sylvie Kreusch en haar zes muzikanten brachten strak het donkere “Haunted Melody” en bouwden mooi op naar een hoogtepunt met “Just a Touch Away” en “Please to Devon”, waarbij de zangeres zelfs niet te stoppen was nadat haar microfoon van het podium afvloog. De echte sfeermaker kwam echter pas op einde met “Kiss The Grass (Allez Allez)” voor een voetbaldingetje in Nood-Amerika. Samen met Roméo Elvis blies ze extra energie de weide in om er vervolgens met “Comic Trip” nog een lap op te geven. Sylvie Kreusch en haar band brachten met andere woorden zoals steeds een sterke set, waarvan het hoogtepunt duidelijk de samenwerking met Roméo Elvis was.
Skullcrusher @ The Secret
Met Skullcrusher werd er een rustige singer-songwriter geboekt, waarbij minimalisme centraal stond. Helen Ballentine bracht enkel haar gitaar en nog een fluitiste mee om haar show in de grote The Secret te brengen. Die aanpak bleek niet meteen haar vruchten af te werpen, want de tent stond meer leeg dan vol. Dat het allemaal zeer braaf werd gebracht zonder echte overtuiging, deed ons ook wat meer denken aan een open podium in een lokale school dan een echt optreden. Zeker doordat het publiek liever wat babbeltjes sloeg met elkaar dan echt te luisteren naar wat er speelde, kreeg je het nooit echt warm van wat ze bracht. Het mocht dus meer dan duidelijk zijn dat Skullcrusher echt geen festivalband is en beter tot zijn recht zou komen in een kleine zaal dan een reusachtige festivaltent. Muzikaal werden de liedjes namelijk allemaal wel gezellig gebracht, maar enkel daarmee red je het niet natuurlijk.
Good Flying Birds @ The Casbah
We hadden bij het viertal van Good Flying Birds verwacht om even gezapig op adem te kunnen komen onder de tonen van doe-het-zelf-indiepop, maar kregen in de plek een ruige bende lawaaimakers voorgeschoteld. Fles whiskey ter hand bestegen Kellen Baker en Susie Slaughter inclusief gevolg het podium, even rommelig en chaotisch als de rest van hun set zou klinken. Het vijftal heeft op zich wel leuke nummers. Rammelende garagepop die constant dwars klinkt maar tegelijkertijd ook aanstekelijk. Het was in The Casbah wel net iets te veel van het goede, niet onlogisch als je de progressie van de fles Jameson zag. Het rommelige zorgde ervoor dat elke song grotendeels hetzelfde klonk, zonder dat er ergens een uitschieter kon opgemerkt worden. Het was dan ook voor een van de eerste keren dat The Casbah naar het einde toe niet meer afgeladen vol stond. Misschien een momentopname, misschien ook niet, maar Good Flying Birds was vandaag geen hoogvlieger.
Don West @ Two

© CPU – Senne Houben
Australiër Don West bracht eind vorig jaar zijn debuutalbum uit nadat hij eerder al passage maakte op onder meer SXSW Sydney. Met zijn diepe stem, die soms ook hoge noten verkende, en soulvolle sound vulde hij de volle Two-tent. De zwoele muziek kwam voort uit onder meer twee blazers, die de muziek van veel kleur voorzagen. Meer dan eens zocht de Australiër sensuele sferen op, waardoor de temperatuur toenam. Het zweet brak ons echter nooit volledig uit, doordat het toch iets te eentonig bleef. Don West zelf bleef de hele tijd zijn cool behouden met een grote zonnebril en droge gezichtsuitdrukkingen, maar klonk wel de hele tijd zeer goed bij stem. Groots uitpakken deed de zanger dus niet, maar het zorgde wel voor een gezellig en fijn uurtje waarop er niet te veel van ons verwacht werd, en da’s mooi meegenomen op zondagavond.
Another Country $$$$ @ The Casbah
De Britten van Another Country $$$$ lieten The Casbah even zonder gitaren en dus werd het een show waarbij enkel een drum en heel wat synths de plak zwaaiden. Voor het eerst was het daardoor ook aangenaam vertoeven in de tent, die voor de rest bijna altijd te vol staat. Wat we te horen kregen, viel weliswaar best te smaken. De live percussie gaf wat junglevibes, waardoor dansen eigenlijk de enige optie was. Door de experimentele invloeden in de muziek, bleef de band wel uitdagend genoeg klinken zonder echt te overdonderen. Net in die subtiliteit kroop de sterkte van het duo, want door telkens verfrissend uit de hoek te blijven komen, werd de elektronische muziek interessant genoeg om te blijven luisteren.
Getdown Services @ The Secret

© CPU – Joost Van Hoey
Wat een triomftocht is het afgelopen jaar toch al geweest voor Getdown Services. Het duo was in 2025 soms nog te zien in zaaltjes voor drie man en een paardenkop, maar verschijnt onder meer sinds een geweldige passage op Glastonbury steeds vaker onder de grote namen op mainstream festivals. Best Kept Secret had dat goed ingeschat en gaf ze laat op de namiddag een plekje op The Secret. We vermeldden al eerder dat die tent wel eens durfde vol te staan, maar dan was dit ongezien. Duizenden mensen stonden te popelen om de twee ontblote pensen van het ambianceduo te zien wiebelen, en werden dan ook op hun wenken bediend. “Head Down for the Conversation” en “Evil On Tap” zetten het tempo meteen zeer strak, waarna de sfeer alleen maar crescendo bleef gaan. De combinatie van beukende nieuwe nummers met klassiekertjes als “Crisps” maakten de menige létterlijk gek, met moshpits en crowdsurfers tot zelfs voorbij de PA. “Dog Dribble” zorgde uiteraard nog voor hét orgelpunt, waardoor de tent krakend en piepend met de grond werd gelijk gemaakt. Het was zo indrukwekkend dat de heren hun traditionele verwensingen en plaagstoten achterwege hielden. Het summum van die triomftocht, dat kunnen we toch wel stellen.
Ethel Cain @ One

© CPU – Senne Houben
Ethel Cain opende met het aanstekelijke “American Teenager” om daarna vooral te focussen op lange gotische indierocksongs met veel slowcore-elementen. De Amerikaanse singer-songwriter nam de tijd om haar nummers in hun volledigheid te brengen, wat betekende dat de set niet altijd festivalvriendelijk was. Het traag opbouwende “Dust Bowl” voelde heerlijk aan toen het lied losbrak, maar het waren toch “Ptolema” en “Gibson Girl” die het hoogtepunt vormden. De donkere, diepe, tragische nummers deden even vergeten dat de zon volop in ons gezicht scheen. Ethel Cain (die op een grasheuvel stond met daarin een hoop oud ijzer) kwam voor “Thoroughfare” op de rand van het podium zitten, wat gek genoeg een meezinger werd. Dat betekende echter niet dat het daarna allemaal vrolijk werd, want met “A House in Nebraska” trok de zangeres nog een laatste keer ons hart uit ons lichaam. Ethel Cain slaagde er in om tijdens een van de zonnigste momenten van het weekend haar donkere en ‘moeilijke’ muziek helemaal tot haar recht te doen komen.
Yard Act @ Two

© CPU – Senne Houben
2026 moet voor Yard Act een belangrijk jaar worden. Plaat nummer drie, You’re Gonna Need A Little Music, is het moment dat het sluimerende gevoel van de afgelopen jaren moet bevestigen: het viertal is er om te blijven. Na een rondritje als opener voor The Hives trapten de Engelsmannen onlangs hun eigen festivaltour weer op gang en moesten ze vanochtend vroeg nog uit de Balkan overvliegen naar het Nederlandse safaripark. Niet dat dat een greintje vermoeidheid had nagelaten bij zanger en publieksmenner James Murphy. Met maar liefst vier nieuwe nummers tijdens de eerste vijf nam hij nochtans wel een risico, maar de eerste indruk was alleszins bijzonder veelbelovend en nam de Two ook meteen dominant mee op sleeptouw. Naast de nieuwe nummers, waren het echter de golden oldies die voor de brandhaard zorgden. “Dead Horse”, “The Overload” en “The Trench Coat Museum” als waanzinnig sluitsuk: Yard Act is in de vorm van zijn leven en mag zich opmaken voor een hete zomer.
C’est Qui? @ The Casbah
Het was vroeg, maar C’est Qui? had er de opdracht van gemaakt om The Casbah met de grond gelijk te maken. De Nederlanders hadden namelijk vol overtuiging meteen een oerknal van jewelste klaar voor het publiek. Vol overgave bleven ze de strakke punkriffs knallen, terwijl de vocals van Jazzebelle als een ware zeis door de gehoorkanalen sneed. Het werkte wel, want al snel ging de zaal volledig in overdrive en waren er moshpits en crowdsurfers bij de vleet. De band smulde daar wel van en was ook niet van plan om gas terug te nemen. Door de overgave waarmee de Nederlanders stonden te spelen, lieten ze de set ook constant aan het hoogte energiepeil pieken. Daardoor was er geen moment rust, met een soort van zweterige plakboel op het eind. C’est Qui? knalde The Casbah aan gort en toonde dat Nederlandse punk meer dan levend is.
Genesis Owusu @ The Secret

© CPU – Joost Van Hoey
Hoogtepunten in weelderige overvloed zo rond de avondspits van de slotdag. Tussen al die gekte vonden we ook even de tijd om de coolste man in de muziekbusiness te aanschouwen. Genesis Owusu bracht enkele weken geleden met REDSTAR WU & THE WORLDWIDE SCOURGE zijn derde album uit en klonk daarop simplistischer én politieker dan ooit. De meningen over de kwaliteit zijn licht verdeeld, maar van enige twijfel was er gisterenavond geen spoor meer. De man blies zonder backingtrack en met een live drummer al van bij de start alles omver. “STAMPEDE” en “DEATH CULT ZOMBIE” waren uit die nieuwe plaat alvast de verse hoogtepunten in zijn set. Het publiek at uit zijn hand en ging niet voor de eerste keer volledig los, hij bleef koel maar beukte wanneer nodig ook eens goed door.
Mac DeMarco @ One

© CPU – Senne Houben
Mac DeMarco had het geluk aan zijn zijde toen hij als voorlaatste naam op de One mocht aantreden. Het was namelijk zo dat er een heuse opklaring plaatsvond, waardoor hij plots het gouden uur mocht omarmen. Met de zon op de snuit genoot het publiek van de vreemde stoten van de Canadees. Zijn chille laidback muziek trekt altijd aan en in deze omstandigheden kwam het allemaal nog beter tot zijn recht. Songs als “Passing Out The Pieces” en “On The Level” zorgden al snel voor de blauwdruk van de set. DeMarco was zelf in goeie doen en spoorde het publiek meermaals aan om mee te zwaaien of te bewegen, maar ook op het podium deed hij vreemde dansjes en toonde hij zich van zijn meest uitbundige kant. Net daardoor was het meer dan duidelijk dat Mac DeMarco een rasentertainer is die weet hoe hij een groot publiek rond zijn vinger kan winden. Dat publiek genoot een uur lang van de chille vibes en liet zich zeker meeslepen in het geheel.
Lime Garden @ The Casbah
Het Britse Lime Garden was de laatste band in The Casbah, want daarna werd in de tent de voetbalmatch tussen Nederland en Japan uitgezonden. Het viertal mocht het kot dus nog niet afbreken en hield het met haar zelfbenoemde ‘wonk pop’ best braaf. Dat nam niet weg dat de groep er niet stond, want de catchy poprocksong “Cross My Heart” en het frisse “Lifestyle” werden beiden op een overtuigende manier gebracht. De overvolle tent keurde het helemaal goed en genoot zichtbaar van de set. Tijdens “Clockwork” veroorzaakte frontvrouw Chloe Howard per ongeluk problemen, waardoor de muziek stilviel en de schuld daarvan stak ze op de open bar. Ondertussen liepen de spanningen vooraan in The Casbah toch al op en ontstond er een kleine moshpit. De fans vooraan wouden dus alles geven, en terecht, want een fijn optreden als dat van Lime Garden is altijd een plezier om mee te pikken.
Joey Valence & Brae @ Two

© CPU – Joost Van Hoey
‘I’m the baddest bitch in this club!’, ’t zal wel zijn Joey! Het duo Joey Valence & Brae is al een tijdje aan zijn eigen verovering van de wereld bezig en kreeg voor het eerst sinds 2023 de kans om dat ook op Best Kept Secret te doen. De show rond plat HYPERYOUTH gaat nu al een tijdje de aardbol rond en passeerde ook recent nog in Trix, maar een festivalshow waar de temperatuur sowieso al wat hoger ligt is altijd speciaal. Speciaal voor de talrijke Noorderburen hadden ze zelfs truitjes van Oranje aangetrokken. Het kleine uurtje was er daarnaast ook eentje vol muzikale hoogtepunten. “LIKE A PUNK”, “OK” of de fantastische cover van Amyl & the Sniffers’ “Security” deden de Two botsen en schudden van feestvreugde. Van voor tot achter, links-rechts en boven tot onder; íedereen werd mee op sleeptouw getrokken en haalde de beste dansbenen boven.
Gelli Haha @ The Secret
De prijs voor het meest unieke concert zou op het eind van het festival toch naar Gelli Haha kunnen gaan. Het project van Angel Abaya toonde zich als een ware performance, doordat het bij iedere song wel een extra verrassing naar boven bracht. Zo had de artieste twee danseressen meegenomen die bij ieder nummer een extra dynamiek toevoegden aan de show. De ene keer smeten ze opgeblazen dolfijnen in het publiek, de andere keer startten ze een gevecht tegen elkaar… maar telkens was er wel iets unieks te beleven waardoor je geboeid bleef kijken. Zo werden we op een bepaald moment getrakteerd op wijnglazen vol confetti en was er op het eind ook een ware hoepeldans. Net daardoor bleek Gelli Haha een van de revelaties van het festival en was het zeker ook jammer dat er zo weinig volk in de tent stond. Toch liet haar dansbare muziek niemand onbewogen en doordat er visueel zoveel te zien was, vloog het uurtje ook voorbij zonder je het goed en wel besefte. Het is altijd een risico om een artiest te kijken die heel veel spektakel in haar show steekt, maar bij Gelli Haha was alles tot in de puntjes uitgewerkt, waardoor ze nu al op een hoog niveau presteerde. Nu nog een grotere fanbase en ze is helemaal vertrokken.
Gorillaz @ One
Zondagavond, dat betekent vermoeide benen, uitgedroogde biergebruikers en oogjes die al iets gemakkelijker toevallen dan op de andere dagen. Geen sinecure om de Main Stage van een festival af te sluiten dus. Damon Albarn heeft met zijn Gorillaz normaal gezien wel de goeie kaarten in handen om dat met succes te doen. Al zit er op deze tour wel een addertje onder het gras. Nieuwe plaat The Mountain heeft zijn momenten van schoonheid en geslaagde experimenten, maar is nu niet bepaald de meest opwindende plaat aller tijden. Moeilijk dus om dat live boeiend te kunnen brengen, al is dat wel best handig als de plaat bijna de helft van je setlist in beslag neemt.
Eerlijk is eerlijk: die nieuwe plaat zorgt live pas zelden voor een meerwaarde. Zelfs een leger aan opgetrommelde gastartiesten kon dat niet verhelpen. Levende legende Joe Talbot kon geen kleur geven aan het snoozefest dat “The God of Lying” is en Kara Jackson kon van “Orange County” geen interessant nummer maken. “Damascus”, origineel met Omar Souleyman en Yasiin Bey (en enkel die laatste in levende lijve), was de enige echte opflakkering uit het nieuwe werk. Maar zelfs dan kon dat slechts op een apathische reactie rekenen bij het publiek, dat duidelijk vooral zat te wachten op de grote hits. Dat is geen verwijt, voor alle duidelijkheid. Had heer Albarn iets minder gebruikt gemaakt van de happy hour, had hij er misschien ook wat aan kunnen doen.
De klassiekertjes moesten de meubelen dan maar redden, maar ook hier bleef iedereen duidelijk wat op zijn honger zitten. Publiekslievelingen als “Kids With Guns” of “Last Living Souls” kregen geen plekje op de setlist, “Andromeda” en “Tranz” konden die leegte niet echt opvullen. De enige échte momenten van euforie noteerden we tijdens “Désolé”, waarvoor Fatoumata Diawara zowaar zelf het podium op kwam, of tijdens “Dirty Harry” en de passage van Bootie Brown. Dat “Feel Good Inc.” en “Clint Eastwood” enthousiaster worden meegezongen, is niet meer dan een evidentie. Zonder al te negatief te willen zijn, was Gorillaz dus toch een kleine tot matige teleurstelling. Nooit kreeg Albarn of zijn band schwung in de set, die het toch vooral moest hebben van het finale tweeluik. Benieuwd of ze dat kunnen rechttrekken tegen Rock Werchter.
Sammy Virji @ Two
De dj met de grootste glimlach ter wereld mocht de Two van Best Kept Secret op een orgelpunt proberen afsluiten. Dat was initieel nog voor een zo goed als lege tent, maar hoe langer de set duurde, hoe meer mensen en sfeer er bleek te komen. Dat hij zijn set ook goed had opgebouwd, bleek daarin een meer dan uitstekende factor te zijn. Zo was de euforie naar het einde toe meer dan gigantisch en leek de zaal nog een laatste greintje energie uit zich te halen. Er werd gesprongen, er werd gedanst en er werd nog wat gebruld. Daardoor vervulde Sammy Virji zijn taak om als afsluiter nog eens iedereen goed te laten dansen met verve.
Parker Fans @ The Secret
Na de headliner op een festival spelen, zeker op de laatste dag van het festival, is niet gemakkelijk. In het geval van Parker Fans hadden ze het geluk dat ze The Secret konden afsluiten. De tent bevindt zich namelijk aan de uitgang en daardoor bleven veel toevallige passanten uiteindelijk wel nog hangen. Dat hun dansbare muziek dat in de hand werkte, was natuurlijk wel mooi meegenomen. Waar ze initieel toch voor een nagenoeg lege tent begonnen, was die naar het einde toe toch volledig gevuld. Ondanks dat er met twee synths, een gitaar en live vocals toch een echte band op het podium stond, leefde meer het gevoel van een naar een dj te kijken. Een groot deel van de zaal keerde namelijk zijn rug en liet vooral de dansbenen spreken. Jammer natuurlijk, maar dat liet Parker Fans niet aan het hart komen. De band bleef een mix van jungle, postpunk en new wave brengen waardoor de energie altijd heel hoog was. Een uitstekende manier om de uitgang van het festival op te zoeken, zo bleek.
Deze reviews werden geschreven door Niels Bruwier, Simon Vyverman en Robbe Rooms.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!





