
© CPU – Nathan Dobbelaere (archief)
Toen Bryan Adams afhaakte voor TW Classic 2026, besloten de organisatoren de editie van dit jaar af te blazen. Daardoor kwamen heel wat mooie namen op hun affiche opnieuw vrij op 11 juli of in de periode rond die datum. Zo belandden Elvis Costello en Monza op de poster van het reguliere Rock Werchter, en kon Belgische trots dEUS gaan headlinen op Rock Zottegem. Wie deed er nog mee aan deze stoelendans? Counting Crows, de in de nineties en begin jaren 2000 erg populaire groep rond Adam Duritz. Ze verkochten miljoenen albums met hun vrij brave pop-/rocksound die al eens leentjebuur speelt bij de blues en de americana. Hun absolute hoogdagen mogen dan al even in het verleden liggen, het magische Openluchttheater Rivierenhof – kortweg OLT – in Antwerpen leek op papier wel de ideale plek om de trouwe fans tijdens een warme zomeravond in vervoering te brengen. Aan Counting Crows om te bewijzen dat het in het vakje van goede dadrock thuishoort en de term ‘has been’ op de band toch niet van toepassing is.
Voor de support trommelde men Emmy d’Arc op. Op haar concertenteller staan intussen bijna vijfhonderd shows, waaronder Pukkelpop, Rock Werchter en Gent Jazz. Niet slecht voor een pas 29-jarige. De Limburgse uit Alken staat standaard alleen op het podium, gewapend met een gitaar, piano, loopstation en een aangenaam, bijwijlen erg krachtig stemgeluid. Op haar debuutalbum Braving Fears uit 2025 landde ze precies op het kantelpunt tussen intieme singer-songwriterpop en vurige powerrock. Denk aan grote voorbeelden als PJ Harvey en Trixie Whitley, en ook wel aan K’s Choice, KT Tunstall, Amy MacDonald, en je zit in de juiste richting. Vooraf denk je dan: ‘Dit zou weleens kunnen matchen met Counting Crows’. En dat bleek ook wel. Emmy d’Arc slaagde er een paar keer in de handen op elkaar te krijgen: met haar eigen nummer “Ghosts” natuurlijk, maar ook met de cover “Troy”. Pas bij de uitvoering van die slotsong daagde het ons dat de stem van Emmy best dicht tegen die van Sinéad O’Connor aanschurkt. De timmerwerkzaamheden aan de weg naar boven vlotten trouwens, want je kan de zangeres deze zomer onder andere nog spotten op Festival Dranouter en de Lokerse Feesten.
Stipt om negen uur werd de intromuziek van Counting Crows gestart. De op onze pagina’s afgekraakte single “Spaceman In Tulsa” mocht de set energiek op gang trappen. Het publiek reageerde eerst eerder aarzelend op deze niet in het collectief geheugen genestelde song, maar moest toch overstag gaan voor het herkenbare refrein én de overgave die de band en frontman Adam Duritz vanaf de eerste seconde aan de dag legden. Counting Crows kent met al zijn ervaring natuurlijk zijn pappenheimers. Appreciatie voor nieuwer werk beloon je het best met een duik in de catalogus. “If I Could Give All My Love or Richard Manuel Is Dead” uit 2002 werd nog eerder bescheiden meegezongen, maar door wereldhit “Mr. Jones” als derde song op de setlist te posteren, slaagde de groep erin het OLT uit haar hand te laten eten.
Als er al iets bewezen werd, dan was het wel dat Counting Crows na 35 jaar in de business ‘just niks moet’. Zoals eigenlijk altijd al presenteerde het zich in het OLT als die wel erg bekwame band die gezellig een tuinfeest komt opluisteren. Eens de community gevormd is, dankzij een sterke start, kan er vanalles. Nog meer nieuwer werk in de set smokkelen bijvoorbeeld. Een song als “Virginia Through The Rain” hadden we al eens eerder en beter gehoord van Counting Crows, maar passeerde vlotjes dankzij de crowd pleasers die erop volgden. “Omaha” zorgde voor een volgende zangstonde, en natuurlijk kreeg “Accidentally In Love” de mensen aan het dansen. Het spelplezier spatte er dan ook van af bij Duritz en co: de performance was altijd bevlogen, en intens waar het moest.
Ook minder gemakkelijke songs vielen in het OLT goed. “With Love, From A-Z” bleek een écht goede nieuwe, bluesy sleper die op de eerste albums van Counting Crows ook zijn mannetje of vrouwtje kon staan. Een opstapje naar een iets rustiger deel van het concert bleek het. Daarin zat ook onze favoriet van de avond. “Colorblind” uit 1999 staat opnieuw op de setlist, en de verstilde, intense uitvoering deed menigeen wegmijmeren. “Washington Square” was daarna een fletse slag in een van de vijvers van het omliggende Rivierenhof. Niet zo erg, want het werd stilaan tijd om het laatste blik met klassiekers open te trekken. Het obligate, van Joni Mitchell geleende “Big Yellow Taxi” mocht wat strakker, maar vanaf “Round Here” was het hek van de dam en had Counting Crows gewonnen spel.
Het feest van herkenning ging nog even door, en met “Holiday In Spain” stuurde de groep ons uiteindelijk de zwoele zomernacht in. Eerder in het concert had Adam Duritz al een beleefde/grappige poll gehouden om te polsen of de song momenteel niet te gevoelig lag, gezien de uitschakeling op het WK voetbal door Spanje. Gelukkig en naar verwachting toonden we ons sportieve verliezers zodat de avond het gepaste slotakkoord kreeg.
Tot slot nog een laatste hulde aan Counting Crows omdat het ook moeilijkere kaarten durft spelen. De band is meer dan een nostalgie-act en maakt dat door de keuzes op de setlist ook duidelijk. We kunnen ons trouwens niet van de indruk ontdoen – het werd ook door Duritz uitgesproken – dat zo’n intiemere plek als openluchttheater Counting Crows veel beter ligt dan een gigantische festivalweide waar niet iedereen per se voor hen is opgedaagd. Misschien was het altijd net iets te groot, en valt alles nu op zijn plaats?
Setlist:
Spaceman in Tulsa
If I Could Give All My Love or Richard Manuel Is Dead
Mr. Jones
Virginia Through The Rain
Omaha
Accidentally In Love
With Love, From A-Z
Hard Candy
Colorblind
Washington Square
Start Again (Teenage Fanclub-cover)
Big Yellow Taxi (Joni Mitchell-cover)
Round Here
A Long December
Rain King
Under The Aurora
Hangingaround
Holiday In Spain





