
© CPU – Sam De Boeck (archief)
Inhaler en België: het blijft een match made in heaven. De Ierse band zakt maar al te graag af naar ons kleine Belgenlandje, en dat werd opnieuw duidelijk toen ze plots een minitour van amper drie shows aankondigde. België behoorde daarbij tot de uitverkorenen met nog twee passages bij onze nederburen op de planning. Vorig jaar speelde het viertal nog in de Lotto Arena, maar deze keer werd een veel intiemere setting gekozen. Voor een stevige portie indierock konden fans vanavond terecht in het gezellige kunstencentrum VIERNULVIER in Gent.
De eer om de avond op gang te trappen was weggelegd voor Tom Rowley. De muzikant uit Sheffield maakte jarenlang deel uit van het livegezelschap van Arctic Monkeys, wat hem de bijnaam ‘the fifth Monkey’ opleverde. Vorig jaar besloot hij echter zijn eigen pad te bewandelen, en zo mocht hij gisteren met zijn pas uitgebrachte debuutalbum de temperatuur, die buiten al tropische hoogtes bereikte, ook binnen nog een extra duwtje in de rug geven. Zijn bijnaam deed hij alle eer aan, want invloeden van albums als The Car en Tranquility Base Hotel & Casino waren duidelijk aanwezig in zijn solowerk. Wie zijn ogen dichtkneep, zou zelfs beweren dat Alex Turner het supportslot vulde. Gelukkig kunnen heel wat Inhaler-fans ook de muziek van Arctic Monkeys smaken. Samen met zijn kompaan bracht hij een sobere maar sfeervolle set, gedragen door voornamelijk gitaarwerk, af en toe ondersteund door een drumtrack en hier en daar aangevuld met pianoklanken. Het duo mocht aantreden voor een reeds goedgevulde zaal en werd na elk nummer ook beloond met een warm applaus. Hoewel de vonk nog niet helemaal oversloeg, vormde het optreden een geslaagde opwarmer. De laidback, groovy sfeer die het duo wist neer te zetten, maakte het alvast aangenaam vertoeven in afwachting van de hoofdact.
Rond kwart na negen wandelden de mannen van Inhaler onder de tonen van Pink Floyd het podium op. Nog voor de Ieren hun instrumenten hadden vastgenomen, schoot de decibelmeter al de hoogte in, een tafereel dat zich gedurende de hele set meermaals zou herhalen. Hoewel “Your House” een eerder ingetogen opener is, lieten de fans op de eerste rijen daar niets van merken. Vanaf de eerste noten gingen de handen de lucht in en was de toon meteen gezet. Met “Eddie In The Darkness” werd het tempo opgetrokken, al bleef die versnelling niet lang aanhouden. Opvolger “Totally” wist de jongste fans vooraan nog wel te begeesteren, maar elders in de zaal leek men toch vooral te wachten op iets meer pit. Dat werd het viertal echter snel vergeven. Zodra de groovy baslijn van “Love Will Get You There” door de zaal rolde, begon vrijwel iedereen mee te springen. Het echte startschot kwam misschien wat laat, maar vanaf dat moment was de trein vertrokken. Wat volgde was ruim een uur aan aanstekelijke indierock, en daar waren wij meer dan klaar voor.
Met inmiddels drie albums op hun naam wordt het samenstellen van een setlist er niet eenvoudiger op. Daardoor moesten we het vanavond stellen zonder klassiekers als “When It Breaks” en “Cheer Up Baby”, maar daar kregen we wel wat andere verrassingen voor in de plaats. Zo vormde “There’s No Other Place” een enorm opvallende keuze in de set. Het nummer verscheen enkel als B-kantje en wordt zelden live gespeeld, waardoor het een cadeautje was voor de trouwe fans in het publiek. De zwoele sfeer van het nummer sloot bovendien naadloos aan bij de ondertussen ook zwoele temperaturen binnenin de zaal. Waar de studioversie vooral zweverig en ingetogen aanvoelt, kreeg het nummer live een extra bombastische laag mee, zonder daarbij iets van zijn dromerige karakter prijs te geven.
Op de tonen van onder meer “Who’s Your Money On? (Plastic House)” bewees Gent over een schijnbaar onuitputtelijke voorraad energie te beschikken. Ook nummers als “X-Ray” en “Dublin in Ecstasy” zorgden voor heel wat beweging en enthousiasme in het publiek. Hoewel het recentere werk meer catchy popelementen bevat, zijn het telkens weer die ruigere gitaren die ons eraan herinneren waarom we zo van Inhaler houden. Ook op het podium liep alles de hele avond op rolletjes. Na jarenlang touren speelt de band als een geoliede machine, terwijl frontman Elijah Hewson met zijn natuurlijke charme moeiteloos het publiek voor zich wint. De overige bandleden lijken vooral vastberaden om er zo cool mogelijk uit te zien en daar slagen ze met verve in.
Niet alleen onze dansbenen, maar ook onze stembanden kregen het stevig te verduren. Tijdens “My King Will Be Kind” leek het alsof heel Gent kon meegenieten van het volume in de zaal. De iconische zin ‘I fucking hate that bitch’ werd vanuit het diepste van de longen meegebruld, met een enthousiasme dat onze oren nog steeds licht doet suizen. Dat massale meezingmoment bleef uiteraard niet beperkt tot één nummer. Al vroeg in de set werd duidelijk dat Inhaler kon rekenen op een bijzonder trouw publiek. Nummer na nummer werden de teksten haast woord voor woord meegezongen, alsof de zaal zelf deel uitmaakte van de show.
Het zal niemand verbazen dat de avond in stijl werd afgesloten met “My Honest Face”. Voor een laatste keer gaven zowel Gent als Inhaler alles wat ze in zich hadden. Stembanden werden tot het uiterste gedreven en knieën leken het elk moment te kunnen begeven. “My Honest Face” bewees opnieuw waarom het uitgegroeid is tot een absolute publieksfavoriet en waarom wij ooit zo verliefd werden op Inhaler: een onweerstaanbare afsluiter van een concert dat bol stond van energie. Hoewel de start misschien niet helemaal overtuigde, liet Inhaler gaandeweg alle twijfels verdwijnen. Tegen het einde van de avond overheerste vooral het gevoel dat zowel band als publiek tevreden terug konden blikken op een geslaagde show en met een voldaan gevoel huiswaarts keerden.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Setlist:
Your House
Eddie In The Darkness
Totally
Love Will Get You There
Hole In The Ground
Concrete
Who’s Your Money On? (Plastic House)
My King Will Be Kind
X-Ray
Dublin in Ecstasy
Billy (Yeah Yeah Yeah)
It Won’t Always Be Like This
There’s No Other Place
Just To Keep You Satisfied
My Honest Face





