Met veel liefde en zorg hebben we een tiental maanden geleden geschreven over Baby Man van Fruit Bats, het muzikale project van Eric D. Johnson. De Amerikaan uit Chicago is het enige vaste lid van zijn eigen band die wordt aangevuld met gegadigden die de man zelf uitzoekt. Enkele dagen geleden werd hij vijftig jaar en de artiest kan al terugkijken op een rijk gevulde carrière met zijn Fruit Bats, maar evenzeer met zijn andere initiatief, Bonny Light Horseman. Ook met The Shins heeft Johnson enkele jaren de studio’s en de podia betreden, maar er zijn nu eenmaal maar vierentwintig uren in een etmaal dus maakte hij de keuze in 2011 om die band te verlaten. Onder eigen naam heeft hij ook een aantal filmscores op zijn naam staan, zoals Ceremony van Max Winkler en Our Idiot Brother van Jesse Peretz. Heden The Landfill.
In onze streken is Fruit Bats nog steeds niet zo bekend, en dat is eigenlijk best zonde, want Johnson vinden we toch een van de beste liedjesschrijvers uit dat grote land dat geprangd ligt tussen twee gigantische oceanen. Het maffe bij zijn liedjes is het feit dat hij zingt over typisch Amerikaanse zaken die we zelf nooit hebben kunnen beleven, maar dat we die voor ons onbekende gebeurtenissen en plaatsen toch missen. We voelen ons op en top Amerikaan wanneer we zijn songs beluisteren terwijl we het land enkel kennen van films, documentaires en boeken. Het album capteert de midwest van de Verenigde Staten, het land waar de prairie begint, waar de ondoordringbare bossen van de badlands liggen en waar de Great Lakes in het oosten de natuurlijke grens bepalen. Fruit Bats zorgt er met zijn muziek en teksten voor dat we terugreizen naar een streek waar we nog nooit zijn geweest en terugkeren naar een cultuur die we nooit hebben mogen ervaren. En toch klopt het helemaal. Ook dit is een Amerikaanse droom, een droom tussen onze twee oren, letterlijk door zijn muziek en figuurlijk door onze zelfgemaakte fantasie.
Johnson had beloofd om de volumeknop iets hoger te zetten op deze plaat in vergelijking met zijn vorige album, maar dat is relatief te noemen. Hij is nu eenmaal een bedachtzame liedjesschrijver die zijn eigen songs niet laat gedragen worden door een stevige(re) sound. Op “The Saddest Part of the Song” moeten we denken aan de sfeer die het Belgische Amatorski in zijn hit “Come Home” had weten te leggen. Op de openingstrack en ook op een song als “Think Aboutcha” moeten we onwillekeurig denken aan een Amerikaanse arcade waar jong volk zich uitleeft op rolschaatsen met vier wieltjes en waar reusachtige porties frieten, gigantische cheeseburgers en literbekers Dr. Pepper verwisselen voor relatief weinig dollars van maker naar eter.
“That Goddamn Sun” is ongetwijfeld het mooiste liedje op deze plaat, voor ons alleszins. Het klinkt raar, we zijn er ons degelijk van bewust, maar we missen hier echt onze jeugd in Amerika. Onze lange bles blazen we de hele tijd naar achteren, we dragen een wit T-shirt en onze korte mouwen zijn opgerold om er een pak rode Marlboro in te klemmen. We wandelen mijmerend door de buitenwijken van Pella, Iowa terwijl de zon stilaan ondergaat en we ons klaarmaken om een feestje te houden in de kelder van een vriendin. Drank hebben we al weten te scoren, de wiet is Europees. Dat is wat de muziek van Fruit Bats doet met een mens; tranen in de ogen krijgen uit knagende nostalgie naar tijden en plaatsen die je helemaal bij elkaar hebt gefantaseerd. Muziek beluisteren is beelden bij elkaar dagdromen. Fysiek is het onmogelijk echt te noemen, psychisch voor het volle pond. “That Goddamn Sun” dus!
Het is pas bij “Perhaps We’re a Storm” dat de registers helemaal opengetrokken worden. De bedeesde Johnson ontbindt de gevallen engel in zijn lijf en leden, en hier kunnen we spreken van een stevige folkrocksong zoals op zijn grootste hits “A Lingering Love” en “Humbug Mountain Song“. Fruit Bats neemt rustig de tijd om de mensen die luisteren mee te nemen naar plaatsen waar melancholie en intense levenslust hand in hand gaan. Het vijftal, Johnson vond vier medemuzikanten om het album in te spelen, doet niets overhaast en spreidt rustig de verhalen uit die dienen verteld te worden. Als we dan een puntje van kritiek hebben, is het de song “Fishin’ for a Vision”. Het is ten eerste een beetje een dommige titel, maar daar kunnen we gerust naast kijken. Maar het is toch wel ietwat een onbenullig liedje geworden dat eerder op een mislukt grapje lijkt. Maar om daar nu over te vallen?
Die prachtige vuilnisbelt die misschien wel heerlijk geurt, is nog de hoofdrolspeler in “The Landfill”. Heel knappe melodie, mooie tweede gitaar op de achtergrond van bijgitarist Josh Mease en heel fijn hoe drummer Kosta Galanopoulos af en toe wat extra subtiele slagjes doet op de hi-hat, open en gesloten. Hulde aan de stortplaats die The Landfill is geworden. Eer aan de afvalvaalt waarin het zoeken naar alles wat nog bruikbaar en eetbaar is, gemakkelijker is dan gedacht. Het is oké om die afvalhoop nu achter te laten, we komen uiteraard nog eens terug en zullen waarschijnlijk wel veranderingen kunnen dagdromen of overpeinzingen kunnen uitdenken. Daar is deze plaat helemaal voor gemaakt.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “That Goddamn Sun”, ons favoriete nummer van The Landfill in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






