Een paar albums lang had Vince Staples de blik vooral naar binnen gericht. Op Vince Staples keek hij voor het eerst in de spiegel, RAMONA PARK BROKE MY HEART diende als dissectie van zijn jeugd in Long Beach en Dark Times vatte met zijn titel alles wat in het hoofd van de West Coast-rapper omging samen. Maar het zijn geen tijden om alleen maar aan introspectie te doen. Cry Baby kijkt naar buiten, en Staples kan alleen maar vaststellen dat het er niet goed uitziet. Vrij van de kettingen van zijn label – na Dark Times liep zijn contract bij Def Jam af – kan Staples zijn woede de vrije loop laten. Je moet maar één blik op de hoes van Cry Baby werpen om te weten tegen wie. Al is het niet persoonlijk: zijn naam valt geen enkele keer, dat is niet eens nodig.
Staples laat er geen gras over groeien. Het in punk gedrenkte “Blackberry Marmalade” trapt meteen woest de deur uit zijn hengsels, en al klinkt hij even onderkoeld als anders, de messen zijn dit keer getrokken. Hij raast tegen het establishment, daagt de crackers uit om het n-woord mee te zingen en knipoogt dan met de laatste verse naar JAŸ-Z’s “The Story of O.J.” en daarmee ook naar “The Nice Colored Man”, een gedicht van Ted Joans. Daar is de boodschap hetzelfde: wat je ook doet of wie je ook bent, als je huid donker is, komt dat op de eerste plaats. Dat idee is er in de V.S. – en niet alleen daar – decennialang ingestampt, en Staples kan het niet meer aanhoren.
Daarna wordt die lijn doorgetrokken. Staples vervloekt track na track racistische politieagenten, briest tegen hardnekkige discriminatie en bekijkt alles met een diepgeworteld wantrouwen in alles dat naar het systeem ruikt. De gemeenschappelijke factor is duidelijk: Uncle Sam kleeft als een demonische aanwezigheid aan elke lijn op het album. ‘God bless the USA’ luidt het refrein van “Only In America”, druipend van het cynisme. Staples heeft geen enkel vertrouwen meer in zijn land. Waarom zou hij ook, want zoals hij op “Go! Go! Gorilla” rapt, ‘Genocide don’t mean nothing to Uncle Sam / Guess it’s dignified in America’. “The Big Bad Wolf” leent dan weer een sample van Slick Rick’s iconische “Children’s Story”, en moet de ondertussen bijna veertig jaar oude boodschap daarvan niet eens aanpassen. ‘Cops shot the kid’ blijft in Amerika even relevant.
Ook de dystopie loert voortdurend om de hoek, zoals op het jachtige “The Running Man”, dat met zijn titel verwijst naar de gelijknamige film over een totalitaire staat. Staples probeert er op te roepen tot revolutie, maar worstelt uiteindelijk te veel met zichzelf om die te starten. Hij is moe en getraumatiseerd, en lijkt vast te zitten in overlevingsmodus. ‘I can’t catch my breath / Heart-shaped hole inside my chest / Lost my hope and happiness. Can’t retrace my steps / Far away from where I left / Nothing there for me but death’, rapt hij verslagen. “TV Guide” waarschuwt daarna Black Mirror-gewijs over de verslavende aantrekkingskracht van de televisie en zijn ongelimiteerde manipulatiecapaciteiten. De meeslepende baslijn wast pas weg als Staples meermaals ‘What the fuck are you looking at?’ vraagt, in gelijke mate kritisch en provocerend, maar die vraag wordt meteen weer opgeslokt door het kolkende refrein. Cry Baby is genadeloos ongemakkelijk.
Minstens even ongemakkelijk zijn de videoclips die de drie singles meekregen, telkens met de Amerikaanse vlag centraal. “Blackberry Marmalade” krijgt een bloederige, maar selectieve slachtpartij in een diner als achtergrond mee, waar Staples zelf het eerste slachtoffer wordt. Op de melancholische tonen van “White Flag” verft de rapper in een pikzwarte outfit een Amerikaanse vlag volledig in het wit, om ze daarna te beschieten. Tot slot worden op diezelfde gehavende vlag beelden geprojecteerd uit de Afro-Amerikaanse geschiedenis, uit de goede en de talloze kwade dagen, terwijl het silhouet van Vince Staples die “Cotton” zingt er af en toe doorschemert. Sla ze zeker niet over, want ze vullen de muziek en de teksten perfect aan en zijn cruciaal voor de boodschap die Cry Baby brengt.
Ook muzikaal kiest Staples voor een stijlbreuk. De gedempte 808’s en laid-back beats die zijn vorige albums spekten, zijn verdwenen en ingewisseld voor live instrumentatie, een primeur in zijn carrière. En een perfecte keuze. Staples’ beats hebben altijd al een duister kantje gehad, maar Cry Baby is grimmiger dan ooit. De morsige baslijnen, misvormde gitaren en vlijmscherpe drums die het album van zijn tanden voorzien haken in je trommelvliezen als ruw asfalt in je handpalmen. Volbloed punk rap à la Paris Texas kan je het niet noemen, maar dichter bij rock of punk is hij nog nooit gekomen. Al wil Staples dat vooral zelf niet horen, want dat soort genres is volgens hem samen te vatten als ‘the cracka tryna be James Brown’. Soit, genuanceerd is hij nooit geweest.
Op “Cotton” zoekt en vindt Staples uiteindelijk toch troost tussen de brokstukken. ‘Music make me feel just like cotton / pick me up when I feel like falling down’, zingt hij op het hypnotiserende refrein, een ode aan zowel muziek als zijn gemeenschap. Het kille “7 In The Morning” sluit de plaat somber af, met Staples die het perspectief inneemt van iemand in een oorlogszone, die nog naïef steeds fantaseert dat Amerika hen gaat komen redden. Vince Staples heeft die hoop al lang niet meer, hij kan zich alleen nog maar afvragen wat het nut is van al die oorlogslust van Uncle Sam. Gedesillusioneerd marcheert hij ‘left, left, left, right, left’ naar de uitgang.
De Verenigde Staten, en bij uitbreiding de wereld, staan in brand. Eindeloze discriminatie, nauwelijks verholen racisme, een land dat meer en meer afglijdt in chaotisch fascisme. Staples heeft het er helemaal mee gehad. Dit zijn geen tijden voor subtiliteiten. Cry Baby gaat frontaal en magistraal in de aanval en trekt zich niks aan van tegen wiens schenen het daarmee schopt. Maar wie tussen de lijnen leest, krijgt meer dan je zou verwachten. Vince Staples balanceert in interviews al jarenlang op de grens tussen provocatie en educatie, en maakt nu een plaat die die twee perfect weet samen te brengen.
Website / Instagram / TikTok / Facebook / Twitter
Ontdek “The Big Bad Wolf”, ons favoriete nummer van Cry Baby, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






