
© CPU – Chris Stessens (archief)
Toen we op de laatste festivaldag het plein betraden, hadden we goede vooruitzichten om naar uit te kijken. Zo zou het zonnetje steeds meer komen piepen, althans zo zei de KMI-app. Daarnaast stelde de organisatie opnieuw een line-up samen om duimen en vingers bij af te likken. Zo waren er de passage van postrockgrondleggers The Evpatoria Report, revelaties van vorig jaar Overhead, The Albatross en optreden twee van We Lost The Sea. Voor dit tweede concert brachten de Australiërs een orkest mee om hun meest bejubelde album Departure Songs integraal te spelen.
Hazards of Swimming Naked @ Main Stage
De derde dag openen deden de Australiërs Hazards of Swimming Naked. Terwijl een sample in een vreemde taal speelde kwam het vijftal het podium op en al snel werden we overspoeld door zweverige gitaren en stevige riffs. De band maakte niet onmiddellijk gebruik van een ellenlange opbouw, wat anders natuurlijk erg typerend is voor het genre. Ze haalden eerder hun gram bij abrupte tempowisselingen en legden zo het contrast in hun muziek bloot. Dromende, hoopvolle gitaren en een warme bas maakten plots plaats voor onheilspellende, duistere riffs en kletterende cimbalen. Die bas verdiend tevens een vermelding, want met zijn zwoele baslijntjes zorgde hij ervoor dat ook de wat langzamere stukken een lekkere groove hadden. Naarmate het concert vorderde werden de intro’s toch beetje bij beetje uitgerokken, waardoor de wall-of-sound erna telkens bevredigender aanvoelde. Je zag aan het boeiend kijkende publiek dat ze zich meer en meer overgaven aan het geluid. Steeds meer zagen we de festivalgangers zweven, van links naar rechts wiegen en hun hoofden heen en weer bewegen. Vooraleer de band hun set eindigde volgde nog een erg oprecht dankwoordje, in het bijzonder voor het festival en chauffeur Timon. Het was dit weekend al best opvallend hoeveel bands er lof strooiden over het festival, de organisatie, de setting enzovoort. Wij kunnen dit eigenlijk enkel maar beamen. Wat een topfestival!
Bloed @ Forest Stage
Net zoals gisteren opende het podium in het bos met agressie en brutaliteit en opnieuw waren het Belgen. Deze keer was het een familieproject aangezien het de broers en zus van de familie Soete waren die op vernielingstocht gingen. Met slechts bas, drum en synthesizer wist het drietal een enorm destructief geluid te creëren. Na een tiental minuten met de sloophamer tekeer te gaan gunde de band ons even pauze. Bassist en zanger Tuur ging aan het foefelen met zijn effectenpaneel en zo kon het publiek herbronnen. Maar best ook, want erna liet hij zijn diepste schreeuw op ons los. Door de effecten klonk de bas verdraaid, industrieel en vooral verpletterend. Als een razende pletwals stoomde de Belgische brutaliteit voort zonder te gaan vervelen. Abrupte pauzes, psychedelische effecten van de synth en de overgave van Tuur werkten perfect om het geluid interessant te houden. Hij genoot daarnaast van een goede connectie met het publiek, die op het einde zelfs om extra nummers vroegen.
Glacier @ Main Stage
Met dreunende monotone gitaren openden de Amerikanen Glacier hun concert. De bombastische riffs weergalmden door de geluidsinstallatie en legden zo iedereen het zwijgen op. Zo voelde het concert al snel sereen aan, want meer dan staren en headbangen kon je niet doen terwijl je langzaamaan oorsuizen opliep. Af en toe haalde het band de vaart helemaal uit de nummers, door op slome wijze brutale aanslagen op de gitaren te maken. Dit trage tempo deed zelfs wat aan doommetal denken. De scherpe, metaalachtig klank in de gitaren, zeker tijdens de opbouwende stukken, was dan weer typisch postmetal. Voor sommigen in het publiek waren deze slenterende passages een beetje te veel van het goed, want we hoorden her en der schaamteloos gebabbel en luid gelach. Ga dan toch achteraan in de tent staan. Middenin de set verdween het tempo helemaal en volgde er een minutenlange opbouw. Ijzige gitaren waarvan je zelfs een beetje ongemakkelijk werd luidden de komst in van een apocalyptische riff. Het was alsof de gitaristen het einde der tijden aankondigden. Als de gitariste dan nog eens gewelddadig aan het schreeuwen ging wisten we het zeker, de apocalyps was hier. Wat een plaat. Als afsluiter kregen we nog zo’n tienminutenlange klepper van band, die tevens voor de eerste keer in België optrad.
The Evpatoria Report @ Main Stage
Dat de Zwitsers The Evpatoria Report een geheimzinnig gezelschap zijn, dat maakte het dunk!festivalboekje wel duidelijk. De band verdween namelijk een twintigtal jaar van de radar net nadat ze twee baanbrekende postrockalbums ter wereld brachten. Ze schiepen zo de Europese sound van het genre en hielpen het op de kaart te zetten. Daarna bleef het bijzonder stil, maar gelukkig kregen ze gisteren de kans hun cultstatus te bewijzen. Het kwintet opende erg rustig, met de klagende stem van de viool die het eerst nummer mocht inleiden. De gitaren vielen organisch in waardoor je al snel naar een harmonische mix van snaarinstrumenten aan het luisteren was. Na een vijftal minuten ruilde de violist van instrument en ging hij achter de keyboard zitten. Net voor het nummer openbarstte viel hij in op de toetsen en gaf het zo nog wat extra dynamiek. Dat kunstje zou hij nog eens herhalen want toen het op z’n einde liep sloot hij af terug op z’n viool. Daverend applaus volgde voor de groep die in één nummer al kon bewijzen hoe bijzonder ze was.
Hun totaal unieke sound, hun prachtige soundscapes en hun breekbare instrumentatie raakten bij het publiek talloze gevoelige snaren. Ze begrepen maar al te goed dat ze zonder ook maar een beetje brutaliteit het publiek toch klein konden krijgen. Ook wisten ze meesterlijk steeds meer lagen toe te voegen aan hun nummers, waardoor de intensiteit in crescendo toenam. Spanning opbouwen moest je hen ook niet leren. Zo werd je constant op de tippen van je tenen gehouden door bijvoorbeeld de drummer die nerveuze fills speelde om dan te stoppen of viool die wild tekeer ging om dan plotsklaps rustig stilviel. Constant werd je in spanning gehouden totdat de bevrijdende explosie aan geluiden eindelijk kwam. Dan overspoelden de gitaren de volledige tent en hielden ze de menigte in een wurggreep. Je snakte naar adem en toch wilde je meer. Wat een emotionele tour de force van The Evpatoria Report.
Summer Fades Away @ Forest Stage
Ook op de Forest Stage trad een band aan die lang een pauze inlaste. Het Chinese Summer Fades Away kwam in 2025 na een hiatus van dertien jaar terug en dat deden ze direct met een album. Die plaat was zo goed dat ze niet konden ontbreken op de line-up! De band speelde een typische, maar ook tedere postrockset en beantwoordde op alle goeie manieren op de clichés van het genre. Emotionele build-ups, ontladende geluidsexplosies, melancholische soundscapes, een zweem van tristesse, passages op piano met veel grandeur, we kunnen blijven doorgaan. Wat ze vanzelfsprekend uniek maakte was dat je er af en toe Oosterse invloeden in hoorde, die ze er op prachtige manier wisten tussen te weven. Maar waar we nog meer van genoten is hoe ze van climax naar climax slalomden en ons steeds op verrassende manier omverbliezen. Hoe ze hun nummer structureel aan elkaar breiden was werkelijk ongehoord. Het is bijna een schande dat ze op het kleine podium moesten optreden, maar dat maakte de set net des te intiemer. Wie er niet bij was om dit stukje postrockgeschiedenis mee te maken (want dit was hun eerste concert in Europa) zal het zich nog lang mogen beklagen.
Huracán @ Forest Stage
Een beetje stoner voor de afwisseling, daar zeggen we geen nee tegen! Daarom zakten we iets voor acht af naar de Forest Stage in de hoop even lekker te gaan riffen. Onze wens ging in vervulling want na “m.A.A.d city” als intro blaasden vettige riffs door de speakers. Een dikke baslijn ondersteunde de twee gitaristen terwijl de drummer erop los ramde. Rechttoe rechtaan en lekker scheuren, zo moet dat en zo ging het ook vijftig minuten aan een stuk. Naast de band hadden ook de aanwezigen er best wel zin in. We zagen voor een eerste keer dit weekend een moshpit en niet veel later crowdsurfte de zanger al rammend op z’n bas over de mensenzee. Na nog een twintigtal minuten moshen, gemene drops en smerige riffs ging de zanger nog eens het publiek opzoeken. Wat ook opviel was hoe het viertal af en toe afwisselde van zang. Zo zong zowel de bassist/frontman, de gitarist en de drummer een deel van de nummers. Na een goeie veertig minuten kwamen ze bij hun laatste nummers van de set, waarvan er tevens op hun nieuwste album staan die bij dunk!records uit is. En zo werd er nog een laatste maal wild gesprongen, gebeukt en geroepen.
Overhead, The Albatross @ Forest Stage
Vorig jaar bliezen Ieren Overhead, The Albatross de organisatie van het festival omver met een verschroeiend concert heel vroeg op de festivaldag. Ze lieten zo’n goede indruk achter dat de organisatie ze opnieuw op de line-up zette, maar dan om de Forest Stage deze editie af te sluiten. Ze vingen hun set aan met een ruime, atypische opbouw vol hoekige gitaren die wat aan mathrock deden denken. We hoorden wat instrumenten invallen zoals de pianist en een viool op tape, die tevens ook af en toe op het DIY projectiescherm, een scheef hangend doek, geprojecteerd werd. Niet veel later barstte het concert een eerste maal open, de gitaren hadden het even voor het zeggen totdat gitarist Luke Daly een gedicht begon voor te lezen. Poëzie is een belangrijk deel van de band’s performance, zoals je ook op hun albums kan horen. Naarmate hij het gedicht met steeds meer passie begon voor te lezen vielen de gitaren hem terug bij, totdat hij niet anders kon dan luidkeels te schreeuwen. Zo bereikte de set al snel een eerste moment van emotionele extase.
De gedichten en songteksten kon je vaak ook meelezen of meebrullen dankzij de geïmproviseerde projectie, wat het publiek vanzelfsprekend met plezier deed. Ook de energie die van de groep afstraalde werkte aanstekelijk. De duracellkonijnen stuiterden heen en weer en zwaaiden met de gitaren zodanig dat het publiek ook aan het dansen moest. Zo werd ‘I got a few years left’ al huppelend meegebruld. Niet veel later verdween de bassist al brullend het publiek in, om daar de sfeer te gaan verzorgen. De groep wond de menigte met een makkie om haar vingers. Met een sappig accent kondigde toetsenist David Prendergast aan dat ze al bij het laatste nummer aangekomen waren. Hij bedankte het publiek, het festival en vooral ook zijn moeder uitvoerig voor het dekbed waarop ze de beelden projecteerden. Hij legde ook uit dat de band dit laatste nummer schreef voor Paul Lynch, een goede vriend van de groep die helaas te vroeg van ons heenging. Zonder hem zou de band niet meer bestaan, dus ze zijn hem eeuwig dankbaar. Na een lange intro met een heerlijk dansbare drum en funky elektronische effecten barstte het pakkende nummer helemaal open. De emotionele tekst werd volledig geprojecteerd zodat iedereen kon meezingen tot we er kippenvel van kregen.
We Lost The Sea @ Main Stage
Toen de organisatie enkele maanden geleden aankondigde dat We Lost The Sea Departure Songs integraal met orkest zou spelen, waren we erg enthousiast. Alleen al de kans om de Australiërs hun meesterwerk te horen spelen was genoeg om ons naar de weide te lokken, laat staan met orkest erbij. We moeten wel toegeven dat het even wennen was om de dirigent met zijn stok te zien zwaaien terwijl de band ernaast aan het beuken was op de gitaren. Dit maak je toch maar één keer mee. Een tiental minuutjes te laat luidden samples het begin van het concert in. Het orkest kreeg de eer aan te vangen alvorens de band onder royaal applaus het podium opkwam. De herkenbare tonen van het prachtige “A Gallant Gentleman” klonken al snel door de speakers. Dat was voor enkele ezels het teken om onnozel te beginnen roepen, die mogen trots zijn op zichzelf. Terwijl de intro verderkabbelde viel op hoe wonderwel de strijkers en blazers bij het nummer pasten, maar ook als het nummer openbarstte eisten ze onmiddellijk hun plek. Tijdens “Bogatyri” was het dan weer de zwoele trompet die de gitaren magistraal vergezelde, helaas was dit af en toe met een beetje feedback, waardoor er een lichte schelle toon klonk. Gelukkig verdween die al snel weer, zodat we volop konden genieten van de geweldig liveversie van het nummer.
Ademhalingsgeluiden uit een zuurstoftank luidden het begin van “The Last Dive of David Shaw” in. Het zestien minutenlange epos was het eerste echt lange nummer van de show en werd gevolgd door “Challenger Part 1 – Flight”, dat drieëntwintig minuten duurt. De strijkers stalen naar mate het nummer vorderde steeds meer de show en leken het uit te schreeuwen terwijl de dreunende gitaren de menigte omver trachtten te blazen. Toen er abrupt stilte viel pikte de tedere piano prachtig in, op de hiel gezeten door de violen. Het was tevens frontman Mark Owen zelf die zijn gitaar inruilde voor de toetsen. Dit samenspel als outro klonk bij momenten triest, vol pijn maar ook hoopvol.
Als de speech van schrijver William S. Burroughs door de speakers klonk vatte het tweeluik “Challenger Part 1 – Flight” en “Challenger Part 2 – A Swan Song” aan. Ijzige strijkers vergezelden de woorden op tape waardoor het geheel een enge sfeer kreeg. Langzaamaan vielen de gitaren in en verdween het orkest voor even van het toneel. De minimalistische aanslagen en het getokkel zouden eerst de toon zetten vooraleer de andere instrumenten terugkwamen en het volume enkele keren kort de hoogte inschoot. Beetje bij beetje voelde je de spanning stijgen en kwam het orkest weer aan het venster piepen. Toen de iconische noten op de synthesizer gespeeld werden, begon de mensenzee spontaan luid te applaudisseren en te joelen. Iedereen voelde hét moment van Departure Songs aankomen. Wanneer al dat geduld beloond wordt en die magistrale geluidsgolven je oren bereiken. Wat een gevoel, onbeschrijfelijk wat ze met hun gitaren teweeg brachten. En dan nog eens dat orkest er bovenop, hier zijn simpelweg geen woorden voor. Als kerst op de taart kregen we dan nog deel twee, dat het concert in al zijn pracht afsloot.






