
© CPU – Joost Van Hoey (archief)
Dunk!festival zag voor het eerst het daglicht op een basketveldje op de Letterkouter nabij Zottegem, vandaar de naam van het festival. Ondertussen groeide de organisatie uit tot een belangrijke speler in de postrock- en -metalscene. Ze werd zelfs zo groot, dat het basketbalveldje niet genoeg meer was, waardoor het festival enkele jaren in Kunstencentrum VIERNULVIER te Gent plaatsvond. Dat had ook z’n charme, maar wij zijn net als de organisatie toch blij dat er teruggekeerd werd richting het basketbaveldje en het omliggende bos. Naast een veld vol vibes, voorzag de organisatie ook een line-up om duimen en vingers bij af te likken. Zo voorzagen Amerikaanse geweldenaars Russian Circles en Pelican de riffs, maar ook naar Belgen Aufhebung keken we uit.
Aufhebung @ Main Stage
Op aangeven van het tikken van de regen op het zeil van de tent, opende Brusselse band Aufhebung het festival. Wat aanvankelijk rustig kabbelend leek te beginnen, sloeg al snel om in een machttige storm. Donderende riffs verkochten het publiek de ene vuistslag na de andere, waardoor er al snel niks anders opzat dan op aangeven van de band aan het headbangen te gaan. De duistere muziek van het kleurrijke gezelschap, dat wat weghad van een hipsterversie van Amenra, legde het publiek tot het einde van het concert zijn wil op. Als routiniers van het vak staken de jonge snaken een show in elkaar waarmee ze naar onze mening al op gelijk welk zwaremetalenfestival het volk zullen platspelen. Ze slaagden er als geen ander in hun nummers op te bouwen naar een explosief bevrijdende wall-of-sound die als een stoomwals door de tent raasde. Het werk van de twee gitaristen en de bas die zeker de voorgrond niet schuwde werd gesmaakt, net als de screams van de zanger die hier in schril contrast op stonden. Die laatste voorzag dan ook nog eens heel wat letterlijk schril gefoefel via zijn analoge synths, wat alleen maar toevoegde aan het apocalyptische geluid van de groep. Als dit optreden de toon zette voor de rest van het festival, dan hebben we tegen zaterdag een dunk!bijbel geschreven.
Las 3 Marias @ Forest Stage
We twijfelden toch wel even of we over de openers van de Forest Stage wilden schrijven, want naar ons gevoel wisselde het duo Las 3 Marias betere met mindere momenten af. Zo leek de band soms wat moeite te hebben met de loops die ze in elkaar probeerde te kunstelen, waardoor het geheel niet helemaal samenkwam. Als het dan eenmaal klikte dan moeten we toegeven dat de groep wel een interessante, bizarre sound wist te brengen. En hoe cool is het dat dunk!festival een band uit Chili wist te strikken? Het tweetal bracht Chileense folk die het zelf als ‘folk from hell’ oftewel ‘el folk del infierno’ noemde. We moeten toegeven dat de duistere folk wel wist te bezweren, zeker als de zanger zijn diepe zangstem gebruikte. Ook kon de band wel op wat enthousiasme van het wiegende publiek rekenen, terwijl anderen dan weer in hun boekjes zaten te staren, uitkijkend naar de volgende bands op het programma.
we.own.the.sky @ Main Stage
Na Aufhebung, was het de beurt aan het Griekse vijftal we.own.the.sky om de Main Stage in te palmen. De zon was er ondertussen doorgekomen, dus we hoopten dat ze zich zo toch een beetje meer thuisvoelden in het kille België. Dit leek alvast het geval, want de band duwde al van bij aanvang het gaspedaal stevig in. Van een opwarmingsrondje was er eigenlijk geen sprake, en dat is maar best ook, want helaas kreeg het gezelschap slechts veertig minuten om te vullen. Het hadden er gerust zestig mogen zijn. De band weefde namelijk moeiteloos melodieuze, rustigere stukken aan het stevigere beukwerk op de gitaren. Telkens opnieuw eindigde een uitgerokken, zweverige intro in een bevredigende openbaring aan geluid die de volledig tent overspoelde. Het duurde niet lang vooraleer we dobberden op een oceaan aan ijl getokkel en brutale riffs. De band wist in veertig minuten zowel haar oldies als nieuwste nummers te brengen, en zo surften we tot het einde door op een geweldige golf aan postrock van de bovenste plank. Het concert vloog voorbij en zo verlieten we al snel met spijt in ons hart de volgelopen tent. Deze cocktail smaakte naar meer, doe ons nog maar wat ouzo.
SKLOSS @ Forest Stage
Dankzij de timing van het programma, gingen de concerten naadloos in elkaar over en zo wandelden we op ons gemak van de Main naar de Forest Stage, en hadden we nog ruim de tijd om een dunk!biertje te bestellen vooraleer SKLOSS aan zijn set begon. Dat beloofde er eentje te worden vol heavy psych, fuzz en natuurlijk ook riffs. Alleen al aan de geur van ’the devil’s grass’ kon je determineren dat dit een stonerconcertje zou worden. De riff en de groove stonden vanaf nu centraal en zo ging gitarist Carson dan maar aan het werk op zijn bariton sg-gitaar. De diepe klanken van die laatste wiegden de weide in headbanghypnose. Drumster, zangeres en eveneens zijn echtgenote Karen Skloss voorzag dan weer de ritmes en de ijle kreten, terwijl de hemelsluizen openden. Desalniettemin was het graspleintje al aardig volgelopen om het duo aan het werk te zien. En wie kan het publiek ongelijk geven? Het tweetal speelde een doodeerlijke set, zonder al te veel te variëren. Zoals we al aanhaalden: riffs, psychedelica en groove, dat stond de volle veertig minuten centraal zonder daar al te veel van af te wijken. Voor sommigen moet dit ongetwijfeld te veel dezelfde noot geweest zijn, maar wij konden het wel smaken.
Baulta @ Main Stage
Baulta deed bij enkele festivalgangers allicht een belletje rinkelen, daar de Finnen vaste klant zijn bij het platenlabel van het festival: dunk!records. De Scandinaviërs staan gekend om epische soundscapes en zo lieten ze onmiddellijk al een nummer optekenen. Zweverige geluiden werden ondersteund door kletterende cimbalen en agressieve riffs; dat was de formule. De intro van het volgende nummer deed dan weer aan headliner Russian Circles denken, maar dan een tikkeltje melancholischer. Na de twee openers sprak de frontman in een heerlijk Fins accent de menigte toe: ‘Good to be back in the forest, yeah’. Hij maakte daarna nog snel even reclame voor zijn nieuwste album, voor hij weer van start ging. Dromerige snaren wiegden ons nog wat verder in hypnose, terwijl we onze pizza man maakten – die was best lekker, eigenlijk. Ondertussen bleven de Finnen van jetje geven en de ene dromerige song na de andere afvuren richting de toeschouwers. Zachtjesaan werd er heen en weer gewiebeld onder het commando van de Finse troepen, en niet veel later kondigden ze al hun finale nummer aan. Emotioneel klinkende gitaren galmden door de speakers en namen de massa nog een laatste maal op sleeptouw. Tijdens die vloedgolf aan geluiden sloegen de klanken alle richtingen uit. De gitaren steigerden nog een laatste keer, vooraleer de band onder luid applaus het podium verliet.
Circus Trees @ Forest Stage
Opnieuw begaven we ons richting de Forest Stage, waar het ondertussen opnieuw was beginnen motregenen. Onder deze kille omstandigheden betrad de jonge Amerikaanse band Circus Trees het podium. Ze vertelden dat ze bij hun vorige show ook ondergeregend werden en excuseerden zich alvast aan het publiek voor het kille weer. Gelukkig kregen we de kans ons snel op te warmen aan het ritme van de muziek, die genregewijs alle kanten uit leek te stuiteren. Van alternative naar grunge, naar post- naar indrierock; de hele reutemeteut passeerde de revue en dit allemaal op de goedkeurende tonen van de hoekige gitaren. Deze ondersteunden de hese stem van zangeres Finola McCarthy wonderwel terwijl de bas van haar zus Edmee McCarthy misschien net iets te luid stond. Drummer Giuliana McCarthy maakte het familiefeestje dan weer compleet. Helemaal opwarmen kon de band ons niet, maar dat valt ze alleszins niet te verwijten. Ze eindigde namelijk met enkele best sterke nummers en een welgemeend dankwoordje om met haar het weemoedige weer te trotseren.
Pelican @ Main Stage
Na een alreeds lange dag, was het eindelijk tijd voor de eerste headliner van de dag. De Amerikaanse anciens van Pelican traden op en schoten snel uit de startblokken met single “Gulch” vanop hun nieuwste album flickering resonance. Toen ze aan het tweede nummer begonnen, hadden ze even technische problemen: dan toch een valse start! Als door een bij gestoken begon de band opnieuw brutale riffs aaneen te rijgen, en toen was de show echt begonnen. Die riffs sloegen in als een sloopkogel en werden extra kracht bijgezet door de dreunende bas en immer kletterende cimbalen. Deze machtsvertoningen werden afgelost door melodieuze partijen op de gitaren, of zelfs een snelle solo. De band uit Chicago wist als geen ander het geweld af te wisselen met stillere stukken, die dan weer rustigaan opbouwden naar een volgende climax. Na een twintigtal minuten nam de band even de tijd de fans te bedanken. De frontman gaf toe niet al te vaak te touren, dus besloot hij dan maar het oude “Drought” te spelen voor de ‘oldheads’. En wat voor een nummer is dat zeg! Als een razende bulldozer weerklonken de riffs door de zaal om alles aan gruzelementen te walsen. De wall-of-sound creëerde een muur aan headbangende hoofden die niet anders konden dan gedwee de riffs te gehoorzamen.
Alsof het nog niet genoeg was, volgde na dit geweld “Ephemeral” dat betonnen riffs en een vettige bas afwisselde met prachtige, melodieuze aanslagen op de gitaren. Zo weet de band aan de ene kant weemoedig en apocalyptisch te klinken, maar aan de andere kant ook teder en hoopvol. En dat allemaal bijzonder strak gespeeld en zonder ook maar één woord te zingen. Voor een band die naar eigen zeggen niet veel op tour gaat, speelde ze als een vers geoliede machine. Zo ging het nog even door, tot de leden na een vijftigtal minuten beslisten om enkele minuten met de gitaren in het rond te zwaaien vooraleer ze aan “The Creeper” begonnen. Even ademrust voor het publiek zeker? Al een geluk, want al snel gingen die gitaren alweer als een motor aan het ronken. Vooraleer afgesloten werd met “Wandering Mind”, volgde er nog een welgemeend dankwoord. De band bedankte het publiek voor diens energie en koesterde niks dan liefde voor het festival. Wij koesteren dan weer enkel maar liefde voor het geweldige concert dat de groep neerzette, dus wat ons betreft is de score gelijk. Klasse heren, bedankt!
Pothamus @ Forest Stage
Onder zweverige zang opende het Mechelse trio Pothamus de set, die tevens de afsluiter van de avond op de Forest Stage was. Zo begon de duisternis al te vallen, wat de sfeer nog een extra duwtje in de rug gaf. Het publiek stond erbij, keek er in spanning naar en bleef respectvol stil, wat eerder op de dag al moeilijk was geweest voor een stel dronken Fransen – maar dat terzijde. Na een kleine tien minuten gehypnotiseerd te worden door sjamanistische gezangen, kwam er wat schwung in de zaak. Een vettig baslijntje fungeerde als extra trekkracht voor de lange opbouw, vooraleer wat later een scherpe gitaar inviel en hierop verder wist te bouwen. Voor het nummer eindelijk openbrak, haalde de band nog even helemaal het tempo eruit en pas toen werd er opengebroken. Het publiek dat ondertussen al helemaal in trance was, bewoog ritmisch mee op het sloom, dreunende tempo. Dit bleek de formule die de band voor het leeuwendeel van haar set gebruikte, waardoor het toch best even van mindset veranderen was na Pelican. Na een goed half uur werd ons geduld beloond, toen de band ons voor de eerste keer op een echte geluidsmuur van jewelste trakteerde. Het samenspel van de snedige bas, de vettige gitaar, brutale screams en dwingende drums kwam op dat punt het best tot zijn recht. Tot onze blijdschap besloot de band vervolgens ons op nog meer van zulk lekkers te trakteren, waardoor we geboeid tot het einde van de show bleven kijken.
Russian Circles @ Main Stage
Iets voor elf was het moment aangebroken om van de hoofdschotel te gaan proeven: Russian Circles zou eraan beginnen. We kozen ervoor om nog snel een dunk!biertje te gaan scoren bij het vrolijke barpersoneel, vooraleer we een plek in het midden uitzochten om het concert ten volle mee te maken. Het trio betrad niet veel later het podium en liet de gitaren eerst voorzichtig wat opwarmen, vooraleer het de sloophamer bovenhaalde om aan te tonen van welk kaliber het gemaakt was. De donderende riffs die iets weg hadden van een razende stoomtrein of een op hol geslagen drilboor walsten door de zaal. Al snel volgde klassiekere “Harper Lewis” die de slopende gitaren aan melodieuze geluidsgolven wist te koppelen zoals Belle aan het Beest. Op dit elan ging de band dan maar verder, en niet veel later volgde het vernietigende “Conduit”. Onder brutale aanval van de gitaren leken de versterkers zelfs moeite te hebben, niks zou heel blijven.
Het trio ging zo maar door en zo volgde plaat na plaat na plaat met slechts korte rustpauzes tussendoor. We mogen van geluk spreken dat de nummers vaak met een rustige intro begonnen, zo schoten onze nekspieren niet volledig in de kramp. Toen we even rondkeken, zagen we dat ook de overgrote meerderheid van het publiek wild aan het headbangen was of uitzinnige kreten uitliet. Ook de massa ging, net als de band, als een groep wildemannen tekeer en zo zagen we de eerste en enige crowdsurfer van de dag. Terwijl de bas als donderslag bij heldere hemel weergalmde, surfte de waaghals naar voren vooraleer hij verzwolgen werd door een golf aan zwaaiende armen. Naast het publiek was ook de lichtverantwoordelijke op de afspraak, want telkens opnieuw wist die ons te verrassen met leuke effecten zoals witte draaikolken, magenta cirkels of een rode flits die in cirkels alarm leek te slaan zoals de spot van een vuurtoren. Ondertussen waren we al aan de laatste nummers aangekomen, waaronder “Conduit” dat met een immens krachtvertoon op de bas eindigde. Als afsluiter volgde nog “Mlàdek”, waarop nog eens wild tekeer gegaan werd in het publiek, voor finaal het doel viel over dag één. Wat een band, wat een set, wat een einde.






