Al van bij debuutsingle “Cola” werd duidelijk dat Arlo Parks iets had dat niet veel jonge artiesten in zich hadden. Ze maakte zo’n indruk, dat iedereen elke stap die ze zette nauwlettend in de gaten hield. De bal ging héél snel aan het rollen, alleen… was het een beetje de vraag of de wereld wel klaar was voor haar verhaal. De Britse heeft doorheen de jaren een geheel eigen wereld rond haar persona gebouwd, waar chille beats en haar zachte stem de plak zwaaien. Maar langs de andere kant… wel, laat het ons zo zeggen: ze heeft geen enkel slecht nummer, maar er zijn er in het algemeen ook vrij weinig die boven de rest uitsteken. Haar sterkte is in zekere zin dus tegelijkertijd ook een beetje haar zwakte. Om dus maar te zeggen dat Collapsed In Sunbeams en My Soft Machine verre van slechte platen waren, maar helaas ook nooit de verwachte stempel konden drukken.
En dus is herbronning soms de enige juiste optie. In het geval van Arlo Parks vielen de puzzelstukken de afgelopen jaren iets minder goed; haar relatie met Ashnikko liep op de klippen en ze verhuisde naar New York City. Maar als de puzzel anders valt, komt er soms een nieuw perspectief tevoorschijn. De zangeres richtte zich op het nachtleven, met avonden in clubs met onder meer Kelly Lee Owens achter de draaitafels, en daaruit vloeide geleidelijk aan heel wat inspiratie. En poef, daar was plots Ambiguous Desire.
We zullen maar meteen met de deur in huis vallen: die herbronning heeft Arlo Parks bijzonder veel goeds gedaan. Sterker nog, het levert misschien wel haar beste album tot nu toe op. Of toch het meest samenhangende en vooruitstrevende. Voor het eerst sinds lang geeft de zangeres nog eens het gevoel dat haar muziek ergens naartoe gaat, dat er een positieve evolutie in het verhaal zit en dat het niet allemaal naast elkaar begint te lopen. Dat leerden we al toen ze haar terugkeer vierde met de single “2SIDED“, dat een verademende combinatie van het vertrouwde en het elektronische toegankelijke werd. En op de koop toe stroomde er ook nog eens vloeibare liefde door het geheel. Het moge dus duidelijk zijn dat Arlo Parks in haar derde album meer diepgang heeft gestoken dan op voorafgaand werk. Meer beats, meer dansbaarheid, meer glinstering.
Opener “Blue Disco” klinkt om te beginnen bijvoorbeeld al perfect zoals de titel doet vermoeden: een chille groove neemt vrij snel de bovenhand, tegen het einde maakt een glinsterende gitaar zijn intrede. Arlo Parks klinkt in zekere zin nog altijd hoe ze altijd klonk, maar er zit simpelweg meer schwung in het geheel. Meer leven dus; enerzijds dankzij de beats, maar anderzijds en vooral ook door de vele elektronische subtiliteiten. Waar de Britse het vroeger vooral moest hebben van de vibe, voelen de nummers hier vaak in eerste instantie wat simplistischer aan, maar naarmate je beter luistert, ontdek je toch telkens meer hoekjes en randjes. In “Jetta” drukt een diepe basbeat zijn sample, waarna de instrumentatie even alle remmen loslaat en het geheel zo overloopt in “Get Go“. Het wordt met andere woorden zelfs een beetje hypnotiserend meeslepend. Zeker als ook Sampha zich in de debatten mengt op “Senses” – de toevoeging van wat jazzy r&b werkt wonderwel!
Met “South Seconds” staat er iets verderop Ambiguous Desire nog zo’n specialer nummertje. Bewust een verkleinwoord hier, want de kaap van de twee minuten wordt niet eens gehaald, maar de ietwat hardere gitaar die bij het Phoebe Bridgers-achtige geluid wordt gevoegd maakt wel iets los. En dat is meteen ook een rechtstreeks gevolg van die herbronning. Een nummer als “Heaven” kwam bijvoorbeeld tot stand na een avondje uit, waar de zangeres alle zorgen van haar schouders schudde en zich liet vullen met euforie. Eenzelfde verhaal als in “2SIDED” trouwens, alleen was er daar een andere vrouw in het spel en gaat het nummer over het moment waarop je beseft dat de het geflirt wederzijds is. Arlo Parks gaf zelf ook al aan dat Ambiguous Desire een plaat was die dichter dan ooit bij haar persoonlijkheid lag, en dat voel je dus effectief.
Staan er daarom uitgesproken hits op dit derde album van de zangeres? Nog altijd niet echt. Maar er zit gewoon meer leven in het geheel, en dat kan misschien ook wel voor een nieuw soort energie op het podium zorgen. Een nummer als “Floette” eindigt bijvoorbeeld in een drum-‘n-bass-achtige intensiteit, wat live alleen maar voor een verademing kan zorgen. Dat er met “Luck Of Life” en “What If I Say It?” ook enkele nummers op de plaat staan die iets meer in het het verlengde van het kabbelende verleden liggen, is achteraf gezien ook geen grote verrassing, noch een ramp. Want met Ambiguous Desire heeft Arlo Parks wel gewoon de plaat gemaakt waarvan we hoopten dat ze die ooit eens zou maken. Eentje waarin ze zichzelf blijft, maar toch evolueert en transformeert in een nieuwe artieste. Waarin ze uit haar schulp kruipt, iets wilder buiten de lijntjes durft kleuren en haar horizonten verlegt. En dat allemaal aan de hand van glinsterende beats. Wat voor moois een break-up soms toch teweeg kan brengen.
Arlo Parks staat op dinsdag 3 april in het Koninklijk Circus.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Heaven”, ons favoriete nummer van Ambiguous Desire, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






