LiveRecensies

Avatar @ Ancienne Belgique (AB): Vreemd vogelen

© CPU – Joost Van Hoey

We kunnen wel met zekerheid zeggen dat ons Belgenlandje op het gebied van gevogelte niet het meest spannende land is. Zo nu en dan duikt er een verdwaalde flamingo of stormvogel op, maar veel vaker moeten we het hier doen met duiven, meeuwen en ander stadspluimvee dat weinig tot de verbeelding spreekt. Nee, wie vreemd wil vogelen, moet al snel een trip naar Timboektoe of nog verder boeken. Of gewoon gisteren naar de Ancienne Belgique afzakken, want daar stond met Avatar een allesbehalve gewoon parkietje op de planken.

Waar het hoofdprogramma al moeiteloos onder de noemer ‘vreemde vogels’ viel, deden de voorprogramma’s daar nog een schep bovenop. Om te beginnen bij Witch Club Satan, dat de avond mocht openen. Waar Avatar al een weekje op pad is, was het voor het Noorse drietal gisteren pas de eerste halte en die frisheid was duidelijk voelbaar. Bij hun opkomst, inclusief gehaakte gewaden en hoorns, leek het alsof ze eerder uit een bezweringsritueel dan uit een tourbus waren gestapt, waarna het rituele, razende “Hysteria” meteen werd ingezet.

De vorige keer dat we de band aan het werk zagen paradeerde bassist Victoria nog met een bolle buik over het podium, maar door de geboorte van haar tweeling moest ze deze passage aan zich voorbij laten gaan. Haar plaats werd ingenomen door Hedda, maar een echt verschil was er amper hoorbaar. Hedda kwam namelijk even hekserig voor de dag als de andere leden en met haar half angstaanjagende blik maakte ze meteen duidelijk dat je met haar ook niet moet sollen. Gelukkig deden we dat niet en volgden we gehoorzaam het ritueel, dat halverwege met “Mother Sea” nog een schreeuwsessie meekreeg. Het was geroep dat je normaal enkel ’s nachts in een donker bos hoort, maar hierbij was het het startschot van het ware hellevuur dat volgde. De hoorns gingen af, de gewaden gingen uit en met “I Was Made By Fire”, “Black Metal is Krig” en afsluiter “Solace Sisters” voelden we de drietand van Satan doorheen onze trommelvliezen priemen.

© CPU – Joost Van Hoey

Het tweede voorprogramma was Alien Weaponry, eveneens een bonte paradijsvogel. Al snel werd duidelijk waarom we ze die stempel gaven, want nog voor de eerste noot gespeeld werd, werden we door de leden getrakteerd op een echte haka. Het drietal is duidelijk trots op zijn Māori-roots en dat werd niet alleen in dans maar ook in woord onderstreept, want praktisch de hele set werd in de taal van hun volk gebracht. Klein beetje een gimmick uiteraard, maar Alien Weaponry kon het zich permitteren omdat de songs ook zonder dat culturele sausje overeind blijven. De riffs waren strak, de drums zaten er kort op en het samenspel tussen de gebroeders De Jong en Tūranga Morgan-Edmonds liep als een goed geoliede machine. Een minpunt was, hoewel ze er niets aan konden doen, de korte set. Avatar had twee uur nodig, waardoor de groep alles in dertig minuten moest proppen. Het voelde daardoor wat gehaast en nog voor we er volledig in zaten, werd met “Kai Tangata” al de afsluiter ingezet.

Spijtig uiteraard, al kregen we snel door dat Avatar wel degelijk die twee uur nodig had. De hoofdact had namelijk een show die tot de nok gevuld zat. Dat begon eigenlijk al tijdens het ombouwen, waar uit de boxen plots oude, krakende grammofoonmuziek klonk die langzaamaan veranderde in een woeste storm. We zaten op zee en het geluid van de kletterende golven was in de volledige AB hoorbaar. Dat er een sfeertje hing was bijna een understatement, want nog voor de band ook maar een gezicht had laten zien, zat de hele zaal al midden in het optreden. Toen het drumstel in twee splitste, de groep met een lantaarn het podium op werd gerold en met “Captain Goat” die theatrale entree werd ingezet, ontplofte de zaal dan ook volledig. Het startschot was gegeven, maar alles leek er op te wijzen dat Avatar een niet al te moeilijke wedstrijd voor de boeg had.

© CPU – Joost Van Hoey

In de bijna twee uur die na “Captain Goat” volgde, gebeurde er veel. Nadat Avatar het publiek wat deed opwarmen met “Silence in the Age of Apes” en het meezingbare “The Eagle Has Landed”, vroeg zanger Johannes Eckerström, die gisterenavond eveneens showman van dienst was, of het publiek niet wat sneller wilde. Een domme vraag voor een zaal met metalheads natuurlijk, want vrijwel meteen steeg er een luid gejuich op dat duidelijk maakte dat het gaspedaal gerust nog wat dieper mocht worden ingedrukt. “In the Airwaves” was het gevolg van die reactie en net als tijdens Alcatraz afgelopen jaar wist de groep met het nummer een ware mokerslag uit te delen. Het stevigste werk uit heel het Avatar-arsenaal en voor even liet de grijnzende demon zijn clownsmasker vallen en liet het zijn ware aard zien. Een nietsontziende versie van Eckerström nam het over en die brulde erop los, terwijl de rest van zijn team het muzikaal strak en stevig hielden.

Bekomen van de klap kon eigenlijk niet, want de groep had alweer het volgende klaar staan. De circusjas ging bij Eckerström aan en met de macabere meebruller “Bloody Angel” werd de zaal opnieuw strak in de hand genomen, waarna “Death and Glitz” de boel liet swingen op een smerige glamriff die recht op de heupen mikte. Doorheen de show zagen we al dat de groep behoorlijk wat robotjes had rondrijden die allemaal attributen het podium op dreven, maar tijdens “Death and Glitz” werd dat pas echt absurd. Toen de band secondenlang bevroor als in een soort mannequin challenge, kwam er op de rug van een van de robotjes een man met een cimbaal op zijn hoofd het podium opgereden. De drummer tikte het metaal één keer aan en alsof iemand op de play-knop drukte, schoot de groep weer in gang met de tracks “Blod” en “The Dirt I’m Buried In”.

Wat ons ook opviel, was hoe vaak de groep volledig van het podium verdween. Het podium was tussen de nummers door vaker leeg dan vol, maar na “The Dirt I’m Buried In” had het een reden. De groep stelde zich namelijk bij terugkomst met vijf strak op een rij helemaal vooraan op en vanuit daar bracht het zwaargewicht “Colossus”, om vervolgens weer in normale opstelling “Torn Apart” te brengen.

© CPU – Joost Van Hoey

We hadden er inmiddels al meer dan een uur opzitten en echt vervelen deed Avatar ons nooit; er gebeurde altijd wel iets op dat podium. Zo kwam er ineens vanuit het niets een piano tevoorschijn, nam Eckerström plaats en begon hij wat met de zaal te praten over hoe fijn hij het wel niet vond in Brussel. Hij meldde dat hij spruitjes ophad als avondeten en wij mochten van hem raden uit welke stad die kwamen, waarna hij de voorprogramma’s deed bedanken en aan “Howling at the Waves” begon. Het nummer startte klein en al snel kreeg hij bijval van de rest van de groep, waardoor het uitgroeide tot een mooi breekbaar moment in een set die verder bestond uit mokerslagen en bombastische momenten.

Opnieuw ging het vijftal af en ditmaal kregen we op een lege bühne eerst de plechtige aankondiging van “Glory to Our King” over de boxen, waarna de groep terugkeerde om met “Legend of the King” gitarist Jonas Jarlsby als mythische vorst te kronen in een bombastisch eerbetoon. ‘Koning’ Jarlsby had daar de grootste hand in, want vanaf zijn grote troon liet hij dingen uit zijn apparaat komen die je normaal enkel in een gitaarsolo van een half uur hoort.

Na het koninklijke intermezzo trok Avatar de teugels weer strak met een verschroeiende sprint richting finale. “Let It Burn” en “Tonight We Must Be Warriors” passeerde de revue, waarna in de bisronde geen spaander heel bleef met “Smells Like a Freakshow”. De track was door zijn absurde energie, opzwepende refrein en carnavaleske chaos de perfecte voorbode op wat komen ging. Dat bleek afsluiter “Hail the Apocalypse”, waarin de band nog één keer alle registers opentrok en de AB in een apocalyptisch inferno veranderde. Eckerström, inmiddels volledig bezweet en uitgeput, gaf nog één laatste brul om de show volledig in het slot te gooien. Daarmee kwam het einde aan een optreden die zich met recht mastodontisch mag noemen en was het ook gedaan met vreemde vogels spotten, want eenmaal weer buiten moesten we het weer doen met het standaard stadspluimvee.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

563 posts

About author
Ik drink mijn cola zonder ice
Articles
Related posts
LiveRecensies

Suede @ Ancienne Belgique (AB): Rowdy crowdy

Het blijft behoorlijk straf welke evolutie een band als Suede heeft doorgemaakt in de afgelopen decennia. Na opwindende beginjaren in de jaren…
LiveRecensies

Tyler Childers @ Ancienne Belgique (AB): De kracht van country

Je zou al snel vergeten dat Tyler Childers nog steeds maar vierendertig lentes jong is. De Amerikaanse countryzanger heeft namelijk al zeven…
InstagramLiveRecensies

Sigrid @ Ancienne Belgique (AB Ballroom): Gewoon Sigrid

Het lijkt nog niet zo gek lang geleden, maar Sigrid debuteerde zowaar in 2017 met “Don’t Kill My Vibe”. Een bescheiden tiener…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *