De overstap van Bob Dylan van akoestisch naar een meer elektrisch geluid leverde, in chronologische volgorde: fantastische muziek, ruzie, controverse, documentaires, boeken, muziekgeschiedenis en een speelfilm op. In dat licht is dezelfde stap van Keaton Henson niet meer dan een voorzichtig in de Maas geworpen kiezelsteentje. Verstokte Henson-fans zullen desalniettemin toch even moeten slikken. De troubadour die we kennen als vertolker van verstilde, vaak droeve, kale en akoestische singer-songwriterliedjes heeft in zijn schuur niet alleen een verstofte versterker opgedoken, maar ook een distortion-pedaal. Henson goes electric.
Als tiener had Henson, die opgroeide in het Londen van de jaren negentig, een voorliefde voor grunge. Het is in dat opzicht een klein wonder dat het negen studioalbums heeft geduurd voordat hij zelf ook zo ‘luid’ durfde te zijn. De reden was dan ook de tegenovergestelde van die van Dylan. Het was geen innerlijke wens om een stap vooruit te zetten, maar het luidere klonk ineens door in zijn muziek. Hij vond dat vooral spannend en was direct bang om ‘te luid’ te klinken. De vraag is natuurlijk in hoeverre het zijn liedjes beïnvloedt. Is dit een nieuwe Keaton Henson?
Aan het einde van het openingsnummer “Don’t I Just” horen we Henson zeggen: ‘We’ve cleared the air a bit.’ De eerste minuut kan de luisteraar nog in de maling nemen. Fingerstyle. Introspectieve tekst. En dan, direct na de zin ‘don’t I know how to fuck things up,’ vallen de elektrische gitaar en drums in en is Henson ineens de voorman van een heus gitaarbandje. Ook in “Loose Ends”, een waanzinnig lekker nummer dat op repeat kan, en “Operator” gaat het er stevig aan toe. Distortion, fuzz, alles erop en eraan. Het moet bevrijdend zijn om na al die jaren eens echt voluit te kunnen spelen. Bij deze muziek hoeft het denkbeeldige publiek in de al even denkbeeldige zaal (Henson treedt niet graag op) niet stil in aanbidding te luisteren, bang te moeten hoesten en zo de zieleroerselen te verstoren. Dit is muziek om een glas bij te drinken en misschien zelfs, nee, niet te dansen, maar dan toch wel het bovenlijf ritmisch mee te laten bewegen. “Operator” klinkt zelfs als The Offspring. Een lieve troubadour die zó speelt? Inderdaad, en het werkt.
In “Past It” is Henson zijn ouderwetse zelf. Een mooie melodie, tokkelend op de gitaar, zacht gezongen. Pas als halverwege een pulserende beat het lied begint voort te drijven, herkennen we de vernieuwing. “Tell Me So” en “Tourniquet” zijn klassieke Hensonliedjes die tonen wat een goede songwriter hij is. Hij legt zijn lot in de handen van zijn geliefde en zijn stem schiet omhoog en is net zo kwetsbaar als de woorden die hij zingt: ‘I’ll be temporary till you land down / I’m a different man now / I don’t know’.
Keaton Henson voldoet al zijn hele carrière aan het beeld van de getroebleerde kunstenaar. Hij schildert, schrijft gedichten, geeft liever geen interviews en treedt weinig op. Hij is inmiddels, getrouwd en wel, verhuisd naar het platteland. Die rust en regelmaat leveren niet per se een opgewekter man op. In bijna elk lied bezingt hij zijn zwaktes, zijn twijfels en onzekerheden. De albumtitel Parader verwijst naar hoe hij zichzelf ziet, als een poseur, iemand die paradeert en een ander zijn wonden laat zien. Die kwetsbaarheid en persoonlijkheid zijn het thema. In “Performer” zingt hij: ‘I’ll show my scars to you no matter who you are.’
Het antwoord op de vraag of Keaton Henson nu een nieuwe weg is ingeslagen of een nieuw geluid heeft gevonden, moeten we ontkennend beantwoorden. We kunnen ons vrijwel elk nummer ook in een gestripte, akoestische versie voorstellen. Trouwe fans zullen dan ook, in tegenstelling tot sommige Dylanfans destijds, geen afscheid willen nemen. Het luidere, nieuwe werk en de klassieke Hensonliedjes wisselen elkaar af en dat levert een hartstikke lekkere plaat op. De grote winst is deze variatie. Er lijkt geen tour aan te komen. Dat is een doodzonde, want deze plaat schreeuwt erom live gespeeld te worden.
Instagram / Facebook / Website
Ontdek “Loose Ends”, ons favoriete nummer van Parader, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







