Een vijftal jaar geleden verscheen Jadu Heart plots op heel wat radars. Het duo uit Londen en Huddersfield maakte namelijk twee best wel indrukwekkende platen, waarop het schitterde in de duisternis. Dat mag je gerust letterlijk nemen, want qua sound fluctueert de band ergens tussen Radiohead, Maribou State en DOPE LEMON – dromerig met een ruw randje. Bij de Britten ligt de focus echter iets meer op het elektronische, waardoor Diva-Sachy Jeffrey en Alex Headford het op een subtiele manier ook een tikkeltje dansbaar houden. Een echt grote doorbraak volgde er, ondanks nog enkele degelijke platen, nooit. Zeg echter nooit nooit, want hoewel de naam misschien nergens echt serieuze belletjes laat rinkelen, is het aantal streams niet per se meer bescheiden te noemen, zeker sinds Jadu Heart met Fontaines D.C. mee mocht op Amerikaanse tour. Er zijn met andere woorden wederom stappen gezet in het bestaan van de band, waardoor het eens te spannend was om ze ook in eigen land aan het werk te zien.
Een weliswaar verkleinde en niet uitverkochte Orangerie van de Botanique was daarvoor het decor, waar TV eerst afwachtte tot er meer dan een twintigtal mensen binnengesijpeld waren. Moeilijke omstandigheden dus, voor een band waarvan het enorm moeilijk was om iet of wat info over te vinden online – zeker toen er bij opkomst wat onhandig werd gezocht naar een setlist. Een zoektocht later ontdekten we dat het ging om het muzikale project van een jonge Brit (en twee aanvullende muzikanten) die recent zijn debuut-ep Polar uitbracht. Zo onbehoorlijk en onhandig het er allemaal uitzag, zo innemend bleek de muziek uiteindelijk te zijn. De combinatie van dromerige postpunk en postrock kende uitspattingen die je trommelvliezen aan flarden scheurden, en ook een streep experimentele metal of EDM passeerde zo nu en dan. TV schoot van testbeeld naar sneeuw en terug, maar was misschien net daarom iets te zwaar en te ontoegankelijk. We zullen het dus daarop steken, dat het halve dozijn nummers niet echt aansloeg in de Botanique. Want al bij al was TV wel gewoon een coole band die eigenzinnig bleef zalven en slaan. Het bescheiden applaus(je) mocht zeker wat gemeender.
Het was uiteindelijk gelukkig gezellig druk geworden in de Botanique toen Jadu Heart er rond negenen aan begon. Zoals vaker in de Brusselse concertzaal geen grote productie, want het was de Britten vooral te doen om de muziek en de emotie die daarin schuil gaat. Zeker in het begin was dat echter allemaal een beetje moeilijk, want met name de bas en de diepere klanken kwamen niet echt binnen. Wat wel opviel, was dat er achter het duo ook een live viool aanwezig was, alsook een drummer die de hele avond zou fungeren als bezige bij. Het extra laagje drama in “You’re Dead” of het ruwere randje aan “I Shimmer” kwamen bijvoorbeeld evenzeer van hun hand, als van die van Jeffrey en Headford. Vooral die laatste leek, ondanks het feit dat de al twee maanden durende tour op z’n eind liep, nog altijd enorm op te gaan in zijn gitaarspel.
En echt gek was dat eigenlijk niet, want Jadu Heart zorgde ervoor dat je je kon verliezen in de muziek. Niet te veel poespas, maar vooral nummers op een innemende wijze laten openbreken in een schurende, glinsterende chaos. In “Metal Violets” was het bijvoorbeeld indrukwekkend om al die elektronica te horen versmelten met de viool, “I’m a Kid” haalde voor het eerst op de avond de groove naar boven. Gsm’s in de lucht en de drummer (overigens ook deel van TV) naar de voorgrond om de gitaar om te gorden. “AUX” bleek daarin slechts een opstapje naar de buik van de set, waarin het vooral wegdromen geblazen was. “Pink & Blue” da’s autotune op een bedje van zachte riffs, bij het Beach House-achtige “Post Romance” werden er dan weer enkele traantjes weggepinkt. Het echte hoogtepunt van dat gedeelte was echter tweeluik “Burning Hour” / “Mild to Moderate Pain”, waarin Jadu Heart ook nog eens diepgaande emotie in de opbouw en chaos wist te leggen. Alsof je al schurend met de sterren helemaal werd opgeslorpt in het geheel.
Alles erna voelde daarom vooral aan als een extraatje, met “Heaven” dat z’n naam helemaal waarmaakte en “Cocoon” dat prachtig open meanderde. De drummer had intussen al achteraan het podium de elektronica ter handen genomen en in het midden wat gitaar gespeeld, en mocht voor het slotsalvo ook nog eens vooraan plaatsnemen om “Another Life” in te luiden. En zo kwam ook de rest van de band steeds losser, want voor “U” kwam ook Jeffrey veel nadrukkelijker naar de voorgrond; afsluiter “Walk the Line” zette de zaal zelfs voorzichtig in beweging. Dat laatste was overigens nog altijd een onrechtstreeks gevolg van het feit dat het geluid niet helemaal overkwam zoals gehoopt, al maakte Jadu Heart dat wel gewoon goed door zijn nummers op enorm coole wijze te laten exploderen als een discobal in een pikdonkere ruimte. Het echt grote publiek zullen de Britten misschien nooit bereiken, maar in intiemere settings als een (verkleinde) Orangerie, kan het wel mooi schitteren.
Setlist:
You’re Dead
I Shimmer
Dead, Again
Metal Violets
I’m a Kid
Littleboy
AUX
Pink & Blue
Post Romance
Burning Hour
Mild to Moderate Pain
Heaven
Cocoon
Another Life
8 x 8 Endless / U
Walk the Line







