Afie Jurvanen is ongrijpbaar. Hij is Bahamas, de band die vanaf 2010 prachtig verzorgde indiepop en -folk maakt. Hij is een Finse Canadees, gitarist, huisvader en sinds kort, kondigt hij zelf aan, ook hardloper. En wat moeten we met de titel van dit zevende studioalbum? My Second Last Album. Volgt hierna nog één album en wordt dat het laatste van Bahamas, of zet Jurvanen ons op het verkeerde been? De cover wekt immers nogal nadrukkelijk de suggestie dat de titel oorspronkelijk ‘second best’ was. Het roept genoeg vragen op. Welke antwoorden horen we in het album?
Eerdere platen van Bahamas hadden duidelijk een thema. Begeleidende films illustreerden dat. Zo was Earthtones een album waarin de natuur centraal staat. We zagen Jurvanen in een idyllische hut aan een rivier tussen het muziek maken door zijn eigen avondmaal vangen en bereiden. In het vorige album stond de country centraal. Sad Hunk, daarvoor, ging over het familieleven. Jurvanen speelde gitaar in de kinderkamer van zijn dochters. Op zijn hoofd stond een pet met daarop de letters ‘DAD’ en hij zong dat hij niet langer cool is. Vergelijkbare ironie vinden we terug in My Second Last Album.
Vanaf het openingsnummer dansen de elektrische gitaar en de bas om elkaar heen. Het is, zoals het hele album, een innerlijke strijd. Jurvanen speelt namelijk beide instrumenten. Op de drums na, door producer Joshua van Tassel, zijn alle instrumenten voor eigen rekening. In “Country for the Town” horen we de worsteling tussen het grootse meeslepende leven of de rust van het platteland. Moet je nog aan alles mee willen doen? Hij zou naar Californië kunnen verhuizen, maar de filmsterren heeft hij al eens de hand geschud. Jurvanen verandert liever iets anders in zijn leven: misschien wel ‘zijn sound’. Dat geluid heeft hier trouwens iets heerlijk ironisch. Het achtergrondkoortje dat ‘wowowow’ zingt, doet dat met een knipoog. Die spot horen we ook bij de opening van “The Bridge”: een fluit die een melodietje speelt dat niet zou misstaan op een plaat voor kleuters. Al snel volgen echter de baslijn en de soulvolle stem van Jurvanen. Zo soulvol klonk Bahamas niet eerder. Aan het woord is de vader die hoopt dat zijn dochters hun eigen weg vinden in het leven.
In “Ready for a New Thing” staat het onderwerp van de zoektocht naar jezelf centraal. ‘I get to thinking, time and time again, that I’m ready for a new thing.’ De gitaar speelt de melodielijn en de bas loopt daar loom omheen. Wie ben ik? Wie wil ik zijn? Halverwege de plaat slaat Bahamas door. Een Whitney Houston-achtige piano-intro introduceert een zoetsappig en melodramatisch lied. De gitaarsolo komt te laat om het nummer te redden. Op andere momenten gaat dat beter. Bij vlagen horen we de gitaarvirtuoos die Jurvanen ook is. Voordat hij Bahamas begon, was hij sessiemuzikant bij gevierde Canadese bands.
Het album heeft een muzikale lichtheid die Bahamas past, maar is ook het verslag van een zoektocht en de berusting die daarop volgt. ‘God has sent my daughters. I change in ways I never know.’ Het is begrijpelijk dat de titel niet My Second Best Album is geworden, want het op een na beste album is het simpelweg niet. Het is weinig verrassend en geeft wel aanzetten tot heerlijke nummers, maar ontbeert toch de virtuositeit die we kennen van eerdere albums. Tegelijk hopen we ook niet dat dit de op een na laatste plaat is, want Bahamas blijft, ook in iets mindere vorm, een heerlijke band.
Bahamas tourt door Europa, speelt op 15 november op het Tough Enough Festival in de Botanique in Brussel en op 23 november in Tivoli in Utrecht.
Instagram / Website / Facebook
Ontdek “Sauna”, ons favoriete nummer van My Second Last Album, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






