
© Vitor Jabour Cosse
Nostalgie doet vreemde dingen met een mens. De een telt ongeduldig af naar de eerste reünieconcerten van een niet-naderbepaalde meisjesgroep in semi-originele bezetting, de ander zingt binnen een dik jaar mee met de beste Junior Eurosong-hits, maar voor zij die zich tijdens hun tienerjaren eerder in de schemering van het licht opstelden, werd het optreden van Turnover gisterenavond de ideale kans om collectief onverwerkte jeugdtrauma’s te verwerken. De groep bracht tien jaar geleden met Peripheral Vision – bijna tot op de dag, 4 september 2015! – ongetwijfeld een van de meest iconische emoplaten ooit uit. Het album bereikte ondertussen een ware cultstatus in de donkerdere indierockmiddens. Tien jaar later besloten de Amerikanen uit Virginia om voor de eerste keer met de plaat integraal op tour te gaan, met een stop in de Club van het Koninklijk Circus op de agenda.
De opener van dienst was Glixen, een jonge shoegazegroep uit Arizona. De band vuurde levendig haar muur van geluid op het publiek af, maar jammer genoeg kaatste de zaal dat enthousiasme niet honderd procent terug. Dat de groep bij momenten nogal onzelfverzekerd en giechelend overkwam in haar bindteksten, kwam het geheel niet ten goede en de herhaaldelijke geluidsproblemen gooiden nog wat meer roet in het eten. Toch deden de bandleden hun uiterste best om vooral muzikaal te overtuigen. Nummers als “medicine bow” en “Splendor” werden zo toch hoogtepunten in de set, maar de muziek klonk net iets te veel hetzelfde om van een memorabele supportset te kunnen spreken.
De promotor die de show organiseerde, had al bij de verkoop laten weten dat Turnover een ‘vroege’ set zou spelen, maar toen deze week op de timetable viel te lezen dat het optreden al afgelopen zou zijn om kwart voor acht, konden we niet anders dan de zeurpieten in de commentaren deels gelijk geven. Niets aan te doen dat er na achten op het gelijkvloers een optreden van Metallica In Symphony zou plaatsvinden. Niet dat dat de boel ontregelde, want bij de start van eerste nummer “Cutting My Fingers Off” was de kelder al goed gevuld. Weldra bekleedde die typische droomachtige sound van weleer de kamer en doorprikte de zeemzoete stem van frontman Austin Getz onze spanning als een speld in een brandblaar. Daarin schuilt ook meteen de kracht van Peripheral Vision: open en bloot gepresenteerde trauma in een jasje van stroperigere indie-anthems.
Wie de plaat voor de eerste keer oplegt, kan zich bemerken dat songs als “New Scream” en “Diazepam” gewoon toffe meewiegertjes zijn, maar vergis je niet: als je, net zoals zovelen bij die nummers deden, lyrics analyseert als ‘I’ve been dying to feel alive’ en ‘I swear to God that I don’t think I can go another day’ weet je dat je vertrokken bent voor een avond vol therapeutische doorbraakmomenten. De groep klonk bovendien zo fris als maar kon en bood een platform aan zij die geen blijf wisten met zichzelf. De zaal zong bovendien mee met lijfliederen die zonder twijfel deel uitmaken van Joachim Liebens’ inspiratiebundel, waaronder het o zo confronterende maar helende “Take My Head”, het meest happy sombere deuntje sinds “There Is A Light That Never Goes Out”. ‘Waarom is alles zo afgelikt? Ik wil mij slécht voelen!’
Dat de bandleden sinds hun iconische release gegroeid zijn bleek vooral uit hun podiumprésence. Zanger Getz bedankte het aanwezige publiek zeker vier afzonderlijke keren en liet zelfs zijn appreciatie blijken voor het voorprogramma. Het blijft een heuse verdienste dat de heren erin geslaagd zijn om een plaat te maken die met zoveel gebroken zielen resoneert en daarin stelde de beste man zich heel nederig op. Nog spannender is de gedachte dat je er als songschrijver in slaagt om je donkere gedachten in zulke aanstekelijke vormen te gieten. Bij heerlijk strak uitgevoerde nummers zoals “Humming en “Dizzy On The Comedown” spookte de gedachte meermaals door ons hoofd wat die kerel toch allemaal moet meegemaakt hebben. En zo zat het bewustzijn van iedere aanwezige in zijn eigen koker, zachtjes meewiegend op de tonen van hun kwetsbare verleden.
Toch bleek na “Intrapersonal”, het laatste nummer van de plaat, de perfectie zoals steeds weer een gegeven dat moeilijk na te streven valt. De groep zette enkele nieuwe liedjes in die duidelijk wel de ziel en inspiratie hadden van hun hoogdagen, maar in vergelijking slechts afdrukken waren van diezelfde nummers. “New One” klonk misschien wel fijn en ook op “Super Natural” deed de band zijn uiterste best, maar echt blijven plakken deden die nummers niet. Het is misschien dat het contrast met Peripheral Vision zo groot was, of omdat de golf van herkenbaarheid stilletjes aan uit de kamer wegebde, maar de spanningsboog had duidelijk reeds zijn kritieke punt bereikt. Nostalgie is dan ook een gevoel dat je best op een sokkel zet en in dat opzicht was de passage van Turnover in de kelder van het Koninklijk Circus een geslaagd bezoek.
Instagram / Website / Bandcamp
Setlist:
Cutting My Fingers Off
New Scream
Humming
Hello Euphoria
Dizzy On The Comedown
Diazepam
Like Slow Disappearing
Take My Head
Threshold
I Would Hate You If I Could
Intrapersonal
New Too
New One
Humblest Pleasure
Tears of Change
Super Natural
Most Of The Time






