
© CPU – Nathan Dobbelaere
De tweede dag van Rock en Seine begint onder een stralende hemel, met 25 graden en net genoeg bries om die veel te lange kilometer van de ingang naar het hoofdpodium draaglijk te maken. Waar gisteren de toon gezet werd door sterke vrouwelijke stemmen, is het vandaag vooral de variatie die de line-up kleur geeft. Van fijnzinnige gitaren tot grootse hiphopbeats: het programma laveert moeiteloos tussen genres en publieken.
We keken vooral uit naar de herkansing van Mk.gee, die door een geannuleerde vlucht zijn Pukkelpop-debuut moest missen. Ook Vampire Weekend staat hoog op het verlanglijstje, zeker na hun indrukwekkende passage eerder deze zomer. En dan is er nog Kid Cudi, een naam die niet iedereen evenveel enthousiasme ontlokte, maar wel de nieuwsgierigheid wekte. Kortom, dag twee belooft evenveel ontdekkingen als verrassingen.
Zinadelphia @ Scène Horizons

© CPU – Nathan Dobbelaere
Wie de Scène Horizon opzocht in de vroege middagzon, werd verwelkomd door de warme soul van Zinadelphia. De jonge artieste uit Philadelphia heeft dit jaar duidelijk de wind in de zeilen: op 18 mei speelde ze nog een intiem clubconcert in Parijs, vorige week stond ze op Pukkelpop en vandaag trekt ze alweer nieuwsgierige festivalgangers naar zich toe. Met haar filmische uitstraling en een vleug oldschool Hollywoodglamour gecombineerd met moderne soul schept ze een sfeer die tegelijk nostalgisch en fris aanvoelt. Nummers als “The Seamstress” en “Cosmos” kabbelden sierlijk over de wei, terwijl “How Mid Is Your Man?” en “Love Language” net dat speelse randje toevoegden.
Toch viel op dat de set na verloop van tijd wat eentonig werd. De groovy soul en warme stem zorgen voor een aangename vibe, maar misten soms de nodige variatie om het publiek echt vast te houden. Waar de eerste nummers meteen betoverden, zakte de spanningsboog later een beetje weg. Het bleef mooi en verzorgd, maar eerder als een sfeervolle achtergrond op een zonnige namiddag dan een show die je volledig meesleept. Zinadelphia bewees onmiskenbaar talent te hebben, maar moet live nog leren hoe ze dat uur helemaal kan vullen zonder dat de aandacht verslapt.
Mk.gee @ Scène Revolut

© CPU – Nathan Dobbelaere
Het lijkt alsof half Parijs tegelijk naar de Scène Revolut is afgezakt, en met goeie reden. De zon zakt net weg achter de bomen wanneer rook over het podium rolt en Mk.gee de avond met een droog ‘yeah, let’s go’ op gang trekt. Nog voor de eerste akkoorden goed en wel door de boxen knallen, staat de weide al te zingen en te deinen. Wat opvalt: zonder ook maar enige moeite of bombast heeft de Amerikaan de massa meteen bij de keel. Zijn sound balanceert voortdurend tussen contrasten. Gitaarriffs vloeien naadloos over in elektronische drums, de ene keer lofi en intiem, de andere keer groots en dansbaar. Zijn muzikale rechterhand Zack Sekoff bedient de samplers en drumcomputers en grijpt zelf ook naar de gitaar, terwijl hij hier en daar rechtveert als een gorilla met ADHD. ‘How are we feeling, good?’, vraagt Mk.gee nog, maar het blijkt vooral retorisch te zijn. Vooral “Candy” en “I Want” doen de menigte in een collectief ritme meewiegen, alsof het volledige park zich ontpopt tot achtergrondkoor.
De set krijgt een filmisch karakter, met een constante spanning tussen futuristisch en nostalgisch. Het is alsof we door de ruimte vliegen in een oude verroeste Ford Camaro: groezelig en vertrouwd, maar tegelijk onweerstaanbaar vernieuwend. Bij “New Low” vervaagt de grens helemaal en voelt zijn show plots evenveel technoclub als rockconcert. De laatste zonnestralen prikken door de bladeren, de bassen laten de aarde sidderen en in de lucht zweven meegezongen refreinen en de eerste rondvliegende pinten, gegooid door Michael Todd Gorden (want dat is zijn volledige naam) zelf nota bene.
Opvallend hoe weinig woorden Mk.gee nodig heeft. Af en toe een ‘how we feeling?’ of een kleine aanmoediging, maar verder laat hij de muziek het werk doen. En dat volstaat: de fans zingen, dansen en nemen moeiteloos de rol van backing vocals over. Voor wie zich afvroeg hoe hij zijn gemiste Pukkelpop-show, door een te laat gehaalde privéjet, goed zou maken: dit optreden was tegelijk schuldbekentenis en goedmaakactie. Parijs kreeg een strakke, energieke en zinderende set die perfect samenviel met het vallen van de avond.
Vampire Weekend @ Grande Scene

© CPU – Nathan Dobbelaere
Het veld voor de Main Stage oogt een stuk leger dan de dag ervoor. Natuurlijk zijn er meer bands tegelijk aan het spelen nu alle podia open zijn, maar het contrast met de stormloop van gisteren is opvallend. Veel bezoekers druppelen zelfs pas toe terwijl Vampire Weekend al bezig is, alsof de band eerder fungeert als achtergrondmuziek bij de ondergaande zon, dan als een van dé hoofdacts van het moment.
Ezra Koenig start het concert solo voor het doek met “Ice Cream Piano”, maar de opening voelt wat vreemd en afstandelijk op het grote podium. De vrolijke indiedeuntjes van “Classical” en “Connect” zetten wel meteen de toon, al klinkt het geheel aanvankelijk wat slordig en chaotisch. Bij “White Sky” komt er eindelijk schwung in het optreden, mede dankzij een band- of crewlid – we moeten eerlijk zijn, we staan best achteraan op het veld – die wild over het podium danst en het publiek losser krijgt. Het zomerse “Cape Cod Kwassa Kwassa” en “This Life” zorgen voor breed glimlachende gezichten, maar echt overslaan doet de vonk niet. De show balanceert voortdurend tussen lichtvoetig en vrijblijvend, met “Sympathy” en “Gen-X Corps” die eerder lauw worden ontvangen. Bekendere songs als “Diane Young” en “Cousins” brengen opnieuw meer beweging in de massa. Het absolute hoogtepunt volgt bij “A-Punk”: plots verandert de weide in een springend en joelend collectief dat de hele song woord voor woord meebrult. Met “Oxford Comma” en “Harmony Hall” houden de New Yorkers dat momentum nog even vast. Afsluiter “Walcott” rondt het optreden netjes af, al mist het de impact van een echt overweldigend slot.
Vampire Weekend speelt degelijk en met hun gekende lichtvoetige charme, maar slaagt er niet helemaal in een blijvende indruk achter te laten. Onder de warme avondzon klonk het vooral als een luchtig tussendoortje, en misschien was dat voor velen ook precies genoeg.
Khruangbin @ Scène Revolut

© CPU – Chris Stessens (archief)
Terwijl de zon al lang verdwenen was achter de heuvels van Saint-Cloud begon Khruangbin aan een hypnotiserende reis door hun universum van slick grooves en magische klanken. Met een onnodige zonnebril die de duisternis tartte en een cocktail in de hand luisterden we naar muziek die even goed uit een strandbar als uit een film noir had kunnen komen.
De set startte met “A Love International”, een zacht wiegende opener die het publiek meteen in de juiste cadans bracht. “Pon Pón” en “Todavía Viva” borduurden daarop voort, alsof de band de tijd stilzette en een collectieve dagdroom in gang zette. Mark Speer plukte zijn gitaar alsof hij elk geluid voorzichtig uit de lucht viste, terwijl Laura Lee met minimale bewegingen de volledige aandacht naar zich toetrok. Halverwege kwam er meer variatie: het melancholische “Hold Me Up (Thank You)” en het meeslepende “So We Won’t Forget” brachten een persoonlijker toon, waarna “Lady and Man” de eerste glimlachen en danspassen losmaakte. Bij “María también” sloeg de sfeer definitief om: de intro werd onthaald met gejuich en de instrumentale climax voelde als één grote golf die door de weide trok.
Daarna volgde een reeks publieksfavorieten. Bij “Evan Find The Third Room” klonk de weide als een gigantisch koor dat het ‘Yes!’ massaal meeschreeuwde, terwijl “Time (You and I)” uitgroeide tot een zwoele, dansbare jam die nog minuten had mogen doorgaan. Afsluiter “People Everywhere (Still Alive)” deed precies wat de titel beloofde: de band trok de groove breed open en liet de festivalweide achter in een gloeiende roes van dans en euforie. Khruangbin bewees opnieuw dat het geen vuurwerk of grote visuals nodig heeft om te imponeren. Drie muzikanten volstonden om hun eigen wereld neer te zetten en duizenden mensen mee te nemen in een trage, onweerstaanbare flow. Pure magie die nog lang nazinderde.

© Rock en Seine – Olivier Hoffschir
Kid Cudi @ Grande Scene
Kid Cudi bewees in Saint-Cloud dat je niet vaak hoeft op te treden om toch een onvergetelijke festivalheadliner te zijn. Zijn passage was pas het vierde optreden van 2025, na onder meer Sziget vorige week, en die zeldzaamheid gaf dit moment extra gewicht. Oorspronkelijk stond A$AP Rocky als headliner geprogrammeerd, maar hij moest afzeggen omdat zijn vrouw Rihanna op het punt staat te bevallen. Rock en Seine riep Cudi op als vervanger, en vanaf de eerste klanken van “OFTEN, I HAVE THESE DREMZ” liet hij zien dat hij die rol met gemak aankon.
Wat volgde was een set die zijn volledige achttienjarige carrière overspande. Met nummers als “REVOFEV” en “Neverland” riep hij herinneringen op aan zijn vroege dagen, terwijl “Tequila Shots” en “She Knows This” de brug sloegen naar zijn recentere werk. Het publiek leek aanvankelijk nog wat af te wachten, maar bij “Day ‘n’ Nite”, de wereldhit die zijn carrière katapulteerde, ontplofte de weide. Duizenden stemmen zongen woord voor woord mee, alsof het een generatielied was dat achttien jaar later niets van zijn magie had verloren. In het middenstuk schakelde Cudi bewust een versnelling lager. “Solo Dolo (Nightmare)”, “Sky Might Fall” en “GHOST!” brachten een donkerder, meer introspectief beeld van de zanger naar boven. Hij liet zien dat zijn muziek niet alleen drijft op explosieve beats, maar ook op kwetsbaarheid en melancholie. De flow bleef strak, de setlist was slim opgebouwd en met zijn oeverloos charisma hield hij moeiteloos de aandacht vast.
Naar het einde toe trok hij het tempo opnieuw op en veranderde het terrein in een groot feest. “Memories”, zijn hit met David Guetta, bracht de handen massaal in de lucht, terwijl de remix van “Pursuit of Happiness” in de versie van Steve Aoki zorgde voor een uitzinnige climax. Cudi rende, lachte en liet zich overspoelen door het enthousiasme van duizenden festivalgangers die duidelijk voor dit moment waren blijven hangen. Met “FOREVER” en “SUPERBOY” gaf hij de finale extra kracht, alsof hij nog eens wilde onderstrepen dat zijn plaats als headliner meer dan terecht is.
Kid Cudi’s passage op Rock en Seine voelde als een zeldzame gebeurtenis: een artiest die niet vaak op tour is, maar telkens catharsis brengt wanneer hij verschijnt. Het was luid, emotioneel en uitbundig, en bovenal het perfecte slot van een zonovergoten dag in Saint-Cloud.
Onze recensie van de eerste festivaldag lees je hier.





