
© CPU – Nathan Dobbelaere
Dat ze in Parijs weten hoe je een festivalline-up opbouwt, hebben de voorbije dagen al bewezen. Elke dag speelde mooi in op elkaar: eerst de focus op indie en vervolgens een dansbare mix van elektronische zomerbeats. Tot slot was gisteren een dag die draaide om twee zaken: stevige rock-’n-roll en een ferm staaltje activisme. Sylvie Kreusch mocht het publiek wakker schudden met een set die haar status als een van de meest eigenzinnige stemmen van ons land bevestigde. Even later was het uitkijken hoe Fat Dog hun energieke chaos naar een Main Stage vertaalden, want als er één band was die podia kon verslinden, dan waren zij het wel.
Later verschoof de aandacht naar massale meezingers die even goed in een stadion zouden hebben gewerkt. Stereophonics brachten hun gekende Britrock naar Parijs, terwijl Fontaines D.C. hun plaats als een van de meest besproken rockbands van het moment nogmaals wilden bevestigen. Hun passage op Rock Werchter eerder dit jaar had al getoond hoe snel de groep was opgeklommen tot een vaste waarde op Europese festivalweides en dat momentum wilden ze langs de Seine verderzetten. Afsluiter Queens of the Stone Age stond intussen voor de opdracht hun eerder wat matte headlineset op Pukkelpop recht te trekken en in topvorm af te sluiten.
Toch was het niet de afsluiter maar vooral Kneecap die de meeste aandacht naar zich toe trok. Vrijdag had de regio Île-de-France aangekondigd de subsidie van 500.000 euro voor Rock en Seine in te trekken, nadat het festival weigerde de groep te schrappen. Een stevig statement van de organisatie en tegelijk een duidelijke boodschap dat muziek en maatschappelijk engagement hand in hand mochten gaan. Toch voelde je dat er een bepaalde spanning rond de dag hing. Zelfs aan de ingang van de pers & VIP was er een opstootje tussen de security en twee mensen omdat ze een T-shirt met de Palestijnse vlag aan hadden. Ze werden uiteindelijk toegelaten, maar het incident zette de toon voor de dag.
Sylvie Kreusch @ Scène Revolut

© Rock en Seine – Olivier Hoffschir
Hoe vaak we haar ook al hebben zien passeren in de voorbije festivalzomer, het voelde haast vanzelfsprekend om opnieuw vooraan te staan. We hebben weinig Belgische artiesten die het verder schoppen dan ons landje (of zelfs de helft ervan), dus we moesten onze Belgische trots wel gaan aanmoedigen. Onder de warme zon verscheen ze in een blinkend, wit pakje, omringd door de ondertussen gekende zilveren ballonnen die meteen een feestelijke gloed over het podium legden. Vanaf opener “Ding Dong” liet ze horen dat haar combinatie van glamour, intensiteit en speelse charme ook hier perfect tot haar recht kwam. Bijna al zwevend (en wij al zwetend) liep Sylvie door haar set. Het eerste hoogtepunt volgde met “Walk Walk”, wanneer ze het podium verliet en recht het publiek in wandelde, een watermeloenparasol in de hand, en daarmee was de eerste verwijzing naar Palestina van de dag een feit.
Bij “Daddy Selling Wine in a Burning House” klonk de refreinregel ‘get your clothes off’ wel erg toepasselijk. Onder de brandende zon leek het alsof het publiek er nog gehoor aan zou geven ook. Kreusch speelde er gretig op in, zonder haar zelfverzekerde elegantie te verliezen. Bij de laatste noten van “Cosmic Trip” gooide ze zilveren ballonnen met haar naam op in het publiek, dit keer voorzien van een kaartje. Wie er eentje ving, kreeg een primeur mee: de datum van haar volgende show in Parijs, later dit jaar. En dat de ballonnen gegeerd waren, werd duidelijk door de dag. Zowat bij elke set die we nog zagen blonk ergens wel ‘Sylvie Kreusch’ op de weide.
Rock en Seine kreeg zo een middagshow die niet enkel onze Belgische trots bevestigde, maar ook een belofte deed voor wat nog zou komen. Hopelijk volgen er nog veel van onze artiesten in haar voetstappen.
Fat Dog @ Grande Scène

© Rock en Seine – Olivier Hoffschir
‘Woooof, woooof!’ Zo werd het publiek op de Grande Scène begroet, en meteen was duidelijk dat Fat Dog hun reputatie van chaotische liveband ook in Saint-Cloud alle eer aandeed. De eerste riffs zetten in als Slavische rock met een beat, doorspekt met newwave-invloeden, en de bassen lieten weinig ruimte voor subtiliteit. Nog voor iemand goed en wel kon wennen aan de geluidsexplosie, sprong de toetsenist-dj het publiek in om te moshen. Het typeerde de energie van deze band: de grens tussen podium en wei vervaagde al bij de start.
Halverwege de set barstte “King of the Slugs” los, de debuuttrack waarmee Fat Dog zichzelf in 2023 op de kaart had gezet. De Grande Scène veranderde in een kolkende massa, met de eerste crowdsurfer van het hele festival – en vermoedelijk niet de laatste. Het publiek brulde de tekst mee, of deed toch goed alsof, terwijl de bandleden elkaar voortdurend uitdaagden om nog een stap verder te gaan. Bij “I’m Mad Dog” was de chaos compleet: de zanger verdween voor lange tijd tussen de menigte en intussen besloot de violist breakdancemoves boven te halen. Het was een soort georganiseerde anarchie waarbij niemand stilstond en iedereen zich zonder nadenken liet meeslepen.
Wat was begonnen met enige afwachtendheid, groeide zo uit tot een van de meest explosieve passages van de festivaldag. “Pray to That” en “Running” dienden als dubbele finale en zetten de Grande Scène letterlijk in beweging. De riffs werden harder, de beats sneller en de respons van het publiek uitzinniger. Soms rekten de nummers zich iets te lang uit en leek het alsof de band zelf moeite had om het momentum vast te houden, maar dat waren details in een show die vooral draaide om energie, interactie en totale overgave. Fat Dog bewees zo dat ze meer zijn dan een hype uit Londen. Hun mix van rauwe intensiteit, onverwachte wendingen en collectieve chaos maakte van Saint-Cloud een bruisende speelplaats. Ze kwamen, ze blaften en ze lieten Rock en Seine hijgend achter.
Last Train @ Scène Revolut

© Rock en Seine – Louis Comar
Halverwege de dag stroomde de Scène Revolut vol voor een band die in Frankrijk al lang geen introductie meer nodig had. Last Train speelde een thuismatch, en dat was te voelen aan de manier waarop de groep werd onthaald. De vier muzikanten uit de Elzas staan bekend om hun intense livereputatie en hebben die dit jaar nog bewezen op Graspop en in de Botanique in Brussel. Hier in Saint-Cloud paste hun stevige, donkere rock perfect in de lijn van de slotdag die grotendeels in het teken stond van gitaren. De band heeft bovendien een bijzondere band met Rock en Seine: jaren geleden hadden ze hier voor het eerst gestaan op de talentstage voor beginnende bands en nu vulden ze moeiteloos één van de grootste podia van het festival.
Vanaf opener “Home” zetten de Fransen hun typische geluid neer: strak, meeslepend en altijd balancerend tussen melancholie en brute kracht. “The Plan” en “Way Out” werden met indrukwekkende precisie gebracht, waarna “On Our Knees” en “Disappointed” het tempo verder opdreven. Het publiek reageerde gretig, moshpits incluis. Net zoals we eerder dit jaar al hadden geschreven na hun show in de Botanique, was het duidelijk dat Last Train zich live volledig smeet en dat gevoel van tour de force riepen ze ook hier opnieuw op. Toen gitarist Julien Peultier dan ook nog eens besloot om een solo te spelen terwijl hij op handen werd gedragen door het publiek, was het dak er helemaal af.
Afsluiters “This Is Me Trying” en “The Big Picture” onderstreepten die groei: grootse, meeslepende songs die de hele weide meesleurden en tegelijk persoonlijk aanvoelden. Last Train bewees nog maar eens dat hun naam synoniem staat voor compromisloze rock die het midden houdt tussen rauwe energie en emotionele intensiteit. Een triomf in eigen land, maar zeker niet de laatste.
Kneecap @ Scène Revolut

© Rock en Seine – Roxane Mo
Het optreden van Kneecap op de Scène Revolut zou er eentje worden waar het festival nog lang aan zou terugdenken. Hun komst naar Rock en Seine was dagenlang voer voor debat: de stad Saint-Cloud en de regio Île-de-France hadden samen meer dan een half miljoen euro aan subsidies teruggetrokken, enkel omdat het festival hen niet van de affiche wilde schrappen. In Hongarije hadden ze zelfs een verbod gekregen om drie jaar lang het land binnen te komen, terwijl shows in Duitsland en Oostenrijk waren geannuleerd. Het contrast kon dus moeilijk groter zijn: hier in Parijs kregen de Noord-Ieren wél een podium en dat maakte hun passage meteen meer dan zomaar een concert.
Op de weide was de steun tastbaar. Palestijnse vlaggen zwaaiden in de lucht, slogans werden luid meegebruld en al van de eerste track voelden de raps aan als strijdkreten. Kneecap rapte in een mix van Iers en Engels, rauw en snedig, en wist die scherpe teksten telkens te verpakken in aanstekelijke beats die het publiek in beweging zetten. Dat die boodschap niet door iedereen werd gesmaakt, bleek toen een kleine groep pro-Israëlactivisten met fluitjes probeerde het optreden te verstoren. Het moment zorgde voor een kort schrikmoment, maar draaide al snel om in een collectieve daad van verzet: het publiek overstemde de fluitjes met gejuich, waardoor de show alleen maar aan kracht won.
Die intensiteit bleef de rest van het optreden overeind. De drie MC’s namen geen genoegen met een klassieke hiphopshow: ze lieten de beats rollen als stuwende motor, sprongen van links naar rechts en hielden het publiek constant onder hoogspanning. Wat bij de eerste nummers nog voorzichtig aftasten was, mondde uit in een kolkende massa die het plein volledig in beweging bracht. Kneecap slaagde erin om de controverse die hen al weken achtervolgde om te zetten in energie, en dat was misschien wel hun grootste kracht: ze maken van elk optreden een politieke daad, maar ook een feest dat niemand onberoerd laat.
Zo werd hun passage op Rock en Seine een van de meest besproken momenten van het hele festival. Niet alleen omdat de muziek strak en meeslepend klonk, maar vooral omdat het optreden zelf een symbool werd. Een symbool voor artistieke vrijheid, voor een festival dat weigerde te plooien onder politieke druk, en voor een band die weigerde zichzelf te censureren. Kneecap bracht geen vrijblijvende set, maar een geladen performance die nog lang zou nazinderen.
Fontaines D.C. @ Grande Scène

© Rock en Seine – Olivier Hoffschir
Met “Here’s the Thing” zette Fontaines D.C. meteen de toon: geen omwegen, geen aarzelingen, maar er recht in. Het plein stond afgeladen vol en al bij “Jackie Down the Line” werd duidelijk dat dit optreden grootser zou zijn dan enkel muziek. De schermen achter de band fungeerden niet als simpel decor, maar als verlengstuk van de songs. Het was het bewijs dat de kleine jongens uit Dublin groot waren geworden… Heel groot.
De Ieren speelden met contrasten: het dreigende “Televised Mind” bracht een broeierige spanning, waarna frontman Grian Chatten zijn stem verhief met de woorden ‘Free Palestine’. Het publiek nam die boodschap over en scandeerde in koor terug, waardoor “It’s Amazing to Be Young” een onverwachte emotionele lading kreeg. Het was een kort moment van bezinning, want met “A Hero’s Death” trok de band de energie meteen weer open en doken de eerste moshpits op in de menigte. Die intensiteit hield stand, al kreeg ze telkens een andere vorm. “Bug” groeide uit tot een verrassend meezingmoment, mede dankzij het viraal gaan op TikTok, terwijl “Nabokov” en “Desire” de duistere kant van de band benadrukten. Chatten droeg “Favourite” op aan Kneecap, een statement dat perfect aansloot bij de politieke ondertoon van de dag. Zelfs toen “In a Modern World” kort moest worden stilgelegd om iemand in het publiek te helpen, zakte de spanning niet weg: zodra de kust veilig was, ging de band onverminderd verder.
De laatste nummers voelden als een zorgvuldig opgebouwde finale. ‘from Dublin to Paris’ was nog nooit zo toepasselijk gezongen in “I Love You”, terwijl op de schermen ‘Free Palestine’ verscheen en een vlag over de massa golfde. Het was een beeld dat bleef hangen: muziek en politiek als één geheel. Met “Starburster” vond de band een ultieme uitbarsting die lang zou blijven nazinderen bij iedereen die erbij was. Stofwolken over de hele weide bewezen dat stilstaan geen optie was en dat dit nummer een dikke kanshebber was om hun onsterfelijke hit te worden. Fontaines D.C. 1 – 0 Rock en Seine.
Queens of the Stone Age @ Grande Scène

© Rock en Seine – Olivier Hoffschir
Dertien jaar na hun laatste passage in Saint-Cloud keerden Queens of the Stone Age terug om Rock en Seine 2025 af te sluiten. Die lange afwezigheid zorgde voor hoge verwachtingen. Voor veel fans was dit hét moment waar ze het hele weekend naar hadden uitgekeken: een van de grootste rockbands van de voorbije decennia die nog eens hun plaats aan de top moest bevestigen. Het plein stond stampvol, telefoons al in de aanslag. Toch verliep de start verrassend stroef. De band trapte af met “Give It Some More”, maar de respons bleef lauw. De energie leek niet meteen van het podium de weide in te stromen en frontman Josh Homme slaagde er aanvankelijk niet in om die vlam in de pan te krijgen. Bij “Burn the Witch” zorgden de groene en paarse lichten voor een kleurrijk spektakel, een echo van de visuals die Fontaines D.C. eerder op de avond hadden gebruikt, maar ook dat nummer miste de vonk die nodig was om een festivalpubliek meteen op sleeptouw te nemen.
Het was een begin dat illustreerde waar de hele set mee zou worstelen: een indrukwekkende setlist op papier die live niet altijd de verwachte intensiteit wist op te roepen. “Time & Place” en “My God Is the Sun” klonken strak en verzorgd, maar bleven net iets te netjes. Pas later in het optreden vond de band momenten van echte connectie. “Negative Space” werd zonder franjes gebracht, terwijl Homme bij “If I Had a Tail” voor het eerst expliciet het publiek toesprak. ‘Tonight is your fucking night. People do what they wanna do in the night’, bulderde hij, maar zijn performance balanceerde tussen charisma en grilligheid, alsof hij moeite had de juiste toon te vinden.
Toch waren er lichtpunten. “I Sat by the Ocean” bracht een intiemer moment, met Homme die zich even kwetsbaar toonde. Het nummer voelde bijna te klein voor een openluchtfestival en had wellicht sterker gewerkt in een donkere zaal, maar die breekbaarheid bood wel contrast. Daarna kantelde de sfeer eindelijk met “Little Sister”. Het was de eerste song waarbij de volledige weide loskwam: er werd gedanst, gejoeld en voor het eerst die avond leek de band écht controle te hebben over de massa.
Dat momentum bleef echter broos. “The Vampyre of Time and Memory” haalde het tempo er weer uit, en “The Blind Can Go Get Fucked” werd overstemd door stroboscopen en gitaarruis, waardoor het geheel chaotisch aanvoelde. Gelukkig volgde met “Sick, Sick, Sick” een nummer dat de show opnieuw richting gaf. De riffs waren fel, de drive onmiskenbaar, en eindelijk werd de energie van een headliner voelbaar. “The Lost Art of Keeping a Secret” en “Carnavoyeur” behielden die intensiteit weliswaar minder overtuigend, maar gaven de set toch een zekere flow richting slot.

© Rock en Seine – Louis Comar
Het meest memorabele moment van de avond kwam niet met een wall of sound, maar juist met een onverwachte breuk. Bij “Make It Wit Chu” droeg Homme het nummer op aan de werknemers van de Parijse catacomben, waar de band eerder dit jaar een liveplaat had opgenomen. Hij wandelde tot aan het uiteinde van de catwalk, zette zijn in-ears af en zong zonder monitors, loepzuiver en met een ontwapenende kwetsbaarheid. Voor een kort moment verdween de bravoure en liet hij zich zien als zanger die puur op stem en présence het publiek stil kan krijgen. Hij trok zelfs de cameraman in het refrein mee, een leuk detail dat het optreden plots menselijk en intiem maakte, bijna alsof de weide werd teruggebracht tot een kleine clubshow.
Daarna schakelde de band weer naar volle kracht. Met “Go With the Flow” werd de Grande Scène eindelijk helemaal in beweging gebracht. Het nummer, intussen een anthem voor meerdere generaties rockliefhebbers, werkte zoals altijd als katalysator: handen de lucht in, hoofden op en neer. Het slotakkoord kwam met een meedogenloos “Song for the Deaf”, een muur van riffs en ritmes die de festivaldag definitief afsloten in pure intensiteit.
En toch bleef er een dubbel gevoel hangen. Queens of the Stone Age bracht onmiskenbaar een stevige rockset, vol klassiekers en verrassende keuzes, maar wist de spanning niet altijd vast te houden. Het optreden kende pieken van kracht en charme, maar ook dalen waarin de band stuurloos klonk. Josh Homme wisselde tussen charismatisch en slordig, en de interactie met het publiek kwam pas laat echt op gang. Als afsluiter van Rock en Seine 2025 leverden ze zeker de nodige decibels en momenten van magie, maar het was een show die vooral herinnerd zal worden om losse details in plaats van een samenhangende triomf.

© Rock en Seine – Roxane Mo
Vijf dagen lang werd Saint-Cloud een laboratorium langs de Seine van geluid en emoties, waar muziek meer deed dan enkel vermaken. Het bracht mensen samen, zette aan tot dans, maar ook tot nadenken. Rock en Seine 2025 liet zien dat een festival zowel een feest kan zijn als een spiegel van de wereld waarin het plaatsvindt. Ah ja, en voor we het vergeten: wie meent dat er geen plaats is voor politieke boodschappen op een podium, vergeet waar muziek altijd al voor heeft gestaan. Dus laten we duidelijk zijn: free Palestine.






