
© CPU – Joost Van Hoey (archief)
Elke band heeft wel een verhaal dat haar uniek maakt, al is dat bij Beach House toch nog een gevalletje apart. De een kent ze simpelweg door de fantastische muziek, de ander doordat ze opduikt in heel wat moody Spotify-playlists. En dan is er nog de groep die de Amerikanen leerde kennen door de “Silver Soul”-sample in Kendrick Lamars “Money Trees”, om nog maar te zwijgen over de TikTok-generatie die nu flarden melancholie ontdekt via de sociale mediaplatformen. Shoegaze en indiepop/-rock herleven de laatste tijd meer dan ooit en toch is het des te impressionanter dat een groep als Beach House zo populair is. De drie hebben niet per se een nummer dat we als universele, laat staan toegankelijke, hit zouden kunnen bestempelen, het gros van de gemiddelde muziekliefhebber hoort het in Keulen donderen. En toch is de band intussen uitgegroeid naar eentje die de Ancienne Belgique in een vingerknip kan vullen of zelfs een van de bovenste schavotjes op festivals als Primavera Sound later deze week kan opeisen.
Ter gelegenheid van wat stond Beach House gisterenavond in zo’n tot de nok gevulde AB? Wel, dat is niet echt duidelijk. Recentste album Once Twice Melody heeft zijn derde kaarsje uitgeblazen en, in tegenstelling tot wat fans op voorhand verwachtten, wordt er tijdens deze shows ook geen nieuw materiaal gespeeld. Nee, de Amerikanen wilden eigenlijk een soort sabbatjaar nemen, waarin ze zich gewoon konden amuseren en een setje spelen gevuld met nummers waar ze zelf zin in hadden. Echte deep cuts leverde dat dan misschien niet op, maar er vonden toch een aantal nummers de weg naar de setlist die de afgelopen jaren niet zo vaak het podium zagen. Anderhalf uur dromen met je hoofd tussen de sterren, met hier en daar een zuchtje van verlichting als gevolg.

© CPU – Tom Clabots (archief)
Toen de fonkelende backdrop in eerste instantie plaats moest maken voor de glitterende jurk van voorprogramma Lael Neale, was dat enigszins iets waar we verlangend naar uitkeken. De Sub Pop-labelgenote geniet toch wel van een zekere aandacht dankzij recentste langspeler Altogether Stranger, al maakte ze die albumtitel achteraf gezien iets te nadrukkelijk waar. De set van de Amerikaanse bleef namelijk een dik halfuur lang iets te hard ploeteren in dezelfde donkerte en zo raakte het geheel maar moeilijk van de grond. Af en toe zorgde een tempoversnelling of een vocaal snuifje vernuft voor een opflakkering, maar binnen de grenzen van het geheel verdronk Lael Neale iets te veel in zichzelf (en haar eigen reverb). Het psychedelische nam met andere woorden iets te nadrukkelijk de bovenhand, al deed haar kompaan op elektronica en elektrische gitaar zijn uiterste best om het randje zo ruw mogelijk te houden. Het was echter allemaal veel te statisch om echt indruk te maken en dan kan zo’n opflakkering het verschil helaas niet maken.
Dat dat patroon een omgekeerde beweging kende eenmaal Beach House zelf de bühne betrad, stond eigenlijk al op voorhand in de sterren geschreven. Ironisch genoeg bleef ook dit drietal verknocht aan elk zijn vierkante meter, maar toch gebeurde er nu iets. Badend in het tegenlicht wisselde opener “Levitation” af tussen een rode waas en een witte felheid; en zo gaven de Amerikanen al snel aan dat chaos eigenlijk altijd om de hoek loert. Dat de geluidsmix naarmate de eerste minuten vorderden iets strakker werd, hielp enorm bij de betovering die later volgde. “Lazuli” omarmde de eerste twinkeltjes en zorgde er op die manier voor dat “Dark Spring” kon schitteren onder de prachtige sterrenhemel die het nummer verdient. Beach House is op zich al een fantastische band, maar dankzij de fenomenale doch subtiele lichten, kreeg het geheel kortweg een nieuwe dimensie.

© CPU – Tom Clabots (archief)
De magie in de lucht was met andere woorden bijna voelbaar, en dan volgde met “Silver Soul” meteen een volgende klepper. Het kippenvel kreeg geen kans om weg te ebben, net omdat Beach House er telkens in slaagde een prachtige wereld te scheppen rond dat paar minuten durende nummer; metaalkleurig licht werd vanuit de hemel gemengd met een virtuele discobal. En dat terwijl de drie flirtten met het randje van een zekere vloeibaarheid in hun melancholie. Dat “Once Twice Melody” als een van de bijzonder weinige recente streepjes muziek voor wat meer oranjeroze opklaring zorgde in de voorgaande duisternis, zorgde ervoor dat er meer ruimte was om betoverd te raken door psychedelischere klanken. In “Drunk in LA” gebeurde dat bijvoorbeeld door een iets snedigere gitaar aan het geheel toe te voegen, die je per uithaal nadrukkelijker in de maag raakte. En zo kreeg elk lid geregeld een nadrukkelijkere rol in de schijnwerpers. Dat laatste weliswaar figuurlijk, want Beach House maakte meer gebruik van het donker dan van het licht, en dat maakte het eigenlijk alleen maar intenser.
De gitaarslide van “PPP” bracht ons bij de stroboscopen die van “Black Car” een nog bezwerender en meeslepender geheel maakten. De Ancienne Belgique was intussen, en misschien wel mede door de hitte, in een zekere trance geraakt, en zo zag Beach House zijn kans schoon om zich te voeden met dat verscholen enthousiasme. De opeenvolging van “Master of None” en “Somewhere Tonight” zorgde voor een verlichtende zucht van euforie, waardoor het hypnotiserende van “Lemon Glow” nog net dat tikkeltje meer effect had. Hoe dieper je werd meegezogen in de sound, hoe epischer alles binnenkwam – om het einde van laatstgenoemde toch maar die verdiende credit te geven. En zo golfde de band alsmaar verder richting het einde van de set, die zonder het goed en wel te beseffen al een uur aan de gang was.

© CPU – Tom Clabots (archief)
Dat “Myth” bijgevolg vrij onverwachts al aanbrak als initiële afsluiter, zorgde ervoor dat we een beetje terug met onze voeten op de grond waren beland. En dat was precies waar Beach House ons wilde, zodat we met ons volle bewustzijn konden ervaren hoe de grootsere drums en gitaar zowaar voor een aantal extra dimensies zorgden. Van een manier om je kunnen tentoon te spreiden gesproken! “Space Song” leek in dat opzicht op het eerste gehoor een verplicht nummertje als bisronde, al gebied de waarheid ons toe te geven dat de intro van het meest gestreamde nummer van de band alleen al voor kippenvel zorgde. De Ancienne Belgique besloot zelfs om wat handjes door de lucht te laten zwaaien, als toonbeeld van de trance waar ze zich in bevond. Met “Over and Over” volgde er verrassend genoeg nóg een nummer – niet eens per se een bekend -, en wel eentje uit recentste plaat Once Twice Melody.
Als een coup de foudre maakte het nummer de cirkel rond; het liet de gevulde hartjes nog meer gloeien van euforie, en liet ze met een minutenlange, epische outro zelfs ontploffen. Om maar te zeggen dat Beach House in de Ancienne Belgique eigenlijk gewoon met je deed wat het zelf wilde. De band bloeide, floreerde in de duisternis en toonde zo hoe prachtig en meeslepend melancholie kan zijn. Soms hoor je mensen wel eens zeggen dat ze kleuren kunnen voelen of ervaren; laat dat nu precies zijn hoe gisterenavond aanvoelde, zonder het té zweverig te willen uitdrukken. Beach House bracht verlichting tussen de sterren, en creëerde gaandeweg enkel maar meer magie. Niet permanent op volle kracht, maar altijd met het collectief in het achterhoofd.
Setlist:
Levitation
Lazuli
Dark Spring
Silver Soul
Once Twice Melody
Beyond Love
Drunk in LA
PPP
Black Car
Master of None
Somewhere Tonight
Lemon Glow
On The Sea
Gila
Girl of the Year
Myth
Space Song
Over and Over






