Aan stadionhymnes heeft Kings of Leon nooit gebrek gehad. Wie ooit een festivalweide “Sex On Fire” hoorde brullen of bij “Use Somebody” een aansteker de lucht in stak, weet hoe groot het viertal uit Nashville kan klinken. Op O My Beloved, de tiende langspeler van de familie Followill, blijven die toeters en bellen netjes in de kast. Wie hoopte om het viertal vorig jaar aan het werk te zien op Rock Werchter, kreeg het nieuws te horen dat Caleb Followill zich ernstig geblesseerd had en forfait moest geven. Het nieuws wat er nu effectief gebeurde, sijpelde maar zachtjes aan binnen. De frontman brak zijn voet tijdens een potje tikkertje met zijn kinderen, kon zich moeilijk verplaatsen en nam dan maar een akoestische gitaar op schoot. Wat daaruit voortkwam, ligt dichter bij de liedjes die hij met broer Nathan schreef nog voor er van een band sprake was. Zo levert een tijdje verplichte rust toch nog iets creatiefs op.
Voor het eerst zat er ook niemand anders achter de knoppen. Waar de heren eerder een beroep deden op externe producers als Ethan Johns en Markus Dravs, producete het kwartet deze plaat volledig zelf. Elektrischere nummers die al klaarlagen, sneuvelden onderweg. Wat overbleef, draait rond gezin, vaderschap, jeugd en dankbaarheid. ‘Ik dacht: zou het niet mooi zijn om een album te maken dat terugkijkt op alles wat we gedaan hebben en waardeert hoe we hier gekomen zijn’, zegt Caleb. Je hoort ook duidelijk dat hij een tijdje met Zach Bryan op de baan zat. Wie hun gezamenlijke “Bowery” kent, hoort die lijn hier doorgetrokken, met een stevige geut americana erover gegoten. Een countryplaat gaan we het niet noemen, want de typische Kings of Leon-signatuur blijft overeind, maar O My Beloved is toch de meest organische plaat die ze in een hele lange tijd op de wereld loslieten.
Caleb zijn stem blijft nog steeds het kompas dat de weg aangeeft. “Intro” zet ons in een wagen, met verkeer op de achtergrond, terwijl Caleb als een straatmuzikant begint te tokkelen en zacht ‘o my beloved’ prevelt. Single “My Whole World” zet meteen de toon: een teder, akoestisch familiedagboek, lichtjaren verwijderd van de hits van weleer. Het echte talent schuilt nog elders. Op “Blue Jeans and Diamonds” zingt Caleb zoals op “Notion”, met een rijke instrumentatie die gestaag opbouwt en een sombere, licht cynische blik op verlovingen en huwelijksrituelen werpt. En dan is er “Pretty Thing”, een pareltje dat het haast alleen met zang en akoestische gitaar moet doen. Een slidegitaar hier, wat subtiele strijkers daar, maar alles drijft op die zanglijn. Zo klein hoorden we Kings of Leon zelden.
Neef Matthew Followill tekent voor de elektrische gitaarlijnen die de akoestische basis inkleuren. Op “Cold Blue Dawn” trekt hij het spectrum iets verder open met warme klanken. Hij voegt er een streepje elektrische gitaar en een bluesy ondertoon aan toe, terwijl de tekst je onderdompelt in een wereld over eenzaamheid en de prijs van rockroem. We spreken zelden over video’s, maar voor deze video liet The Weather Channel, zeg maar het KMI van Amerika, de tekst woord voor woord uitschrijven met echte satellietbeelden van NASA. De gitaarsolo’s zijn overigens subtiel aanwezig. In “Feel The Love” klinkt de solo zelfs een tikkeltje onafgewerkt, maar dat geeft de song net wat meer diepgang. Ook op “Warm Company” spint hij lang uit. Net “Make It Count”, drijvender dan de rest en met een scherpe gitaarsolo, overtuigt ons het minst.
De ritmesectie kiest heel het album voor dienstbaarheid. Bassist Jared Followill en drummer Nathan Followill spelen terughoudend, maar in “Cold Blue Dawn” valt de mooie wisselwerking tussen gitaar en bas op. Op “KOYSAR”, kort voor ‘kick off your shoes and run’, draagt een rijke baslijn een zorgeloos kampvuurdeuntje vol jeugdherinneringen, zonder luide gitaren maar met viool en piano. Zorgeloos was zelden zo letterlijk.
Niks klinkt afgelikt op deze plaat, elk liedje staat voor iets, en die echtheid is een pluim die de heren op hun eigen hoed mogen prikken. Toch sluipt er gaandeweg wat eentonigheid in. “Forever Endeavor” bouwt traag op en is op zich geen slechte compositie, maar het verrast op geen enkel moment. In heel dit laidback gedoe dwaalt onze aandacht weleens af. Een plotse versnelling, iets dat ons rechtop doet zitten: het ontbreekt. Bovendien rijst de vraag hoe dit op een festivalweide moet klinken, want grote meezingers zijn niet te bespeuren. Belgische fans bleven overigens al op hun honger zitten toen de band zijn passage op Rock Werchter 2025 annuleerde, acht jaar na de laatste doortocht in 2017. Misschien hoeft dat ook niet. Kings of Leon maakte immers een plaat voor wanneer de dagen korten en de zetel lonkt. Goeie liedjes staan er genoeg op. Alleen de aansteker mag deze keer in de schuif blijven liggen.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Blue Jeans and Diamonds”, ons favoriete nummer van O My Beloved, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







