
© Jason Al-Taan
Van het grote New York naar de kleine Witloof Bar, da’s een grote stap voor de mensheid en zo ook voor Porches, een van de tig projecten van zanger Aaron Maine, die na zijn passage op Les Nuits Botanique in 2018, een aantal jaren uit ons land wegbleef. Jongste telg Shirt moest echter aan de wereld getoond worden, en wij gingen de spruit bezichtigen en vooral – beluisteren. Maine nam de draad op waar hij hem in 2018 had laten bengelen: de Botanique!
Voor voorprogramma MAY liep de zaal toch al voor een moedig kwartje vol, terwijl haar muziek wel uit een ander register stamt dan dat van de hoofdact. Poppy wachtmuziek met een hoekje af; een hiphop-huis met elektronische muren en meubels van gefluisterde spoken word. Tegen de koele wijnkelderwanden van de Witloof Bar liep haar muziek soms wel wat verloren – “SUMMER” had niet de zinderende zomerigheid die je wel op plaat terugvindt, en ook haar act had, zo oog in oog met het publiek, iets te weinig om het lijf.
Geflankeerd door drummer en gitarist kwam Porches de stenen keet onder de botanische tuinen doen daveren, en dat was maar de helft van zijn huishouden. Gewoonlijk – zo ook op plaat – speelt de band nog versterkt door bas en keyboard. Opener “Bread Believer” toonde direct dat die zuinige bezetting best een goede keuze was. Zonder stemeffecten en mét denderende drums bleek de song veel beklijvender dan zijn studioversie. Spoiler: dat zou ons inziens voor elk nummer gelden in hun goedgevulde setlist.
Waar de vaakst genoemde woorden rond Porches ‘synthesizers’ en ‘pop’ zijn, kwamen die termen niet voor ons geestesoog tijdens de meestal best rechtoe-rechtane rock die de band serveerde. Integendeel, we dachten door de repetitieve songstructuren, het rake gitaarwerk van man op links Dan English, en Maine’s stem vaak aan Car Seat Headrest en Foxygen (“Okay”) of The Strokes (“Lunch”). En die look staat hen wel – en resoneert met de eerste, iets zachtere, maar ook meer pure nummers van het project (zoals “Headsgiving” en “The Cosmos” van debuutplaat Slow Dance in the Cosmos).
Pop of punk – aan de kunst om goede nummers te maken en die dan nog aan te kleden met poignante teksten, mankeert het here Maine niet. “Rag” zeurt en scheurt binnen zijn taaie melodie; het Kanye West-esque “Shirt Expansion Pack” uit de bisronde blijft hangen door het gekke mantra en de brullende gitaren. Ook dat nummer werd zo veel beter door de stemvervormer een toontje lager, en de drums een toontje hoger te laten zingen. Ongetwijfeld waren er fans tussen de aanwezigen die hun shot pop misten – desondanks werd er niemand betrapt op ontgoocheld gefrons en kletsen de pinten vrolijk buiten hun glazen.
Porches liet de helft van z’n band en z’n machinerie thuis, maar kreeg veel terug voor die beslissing. Waar de Witloof Bar MAY in haar onderbroek zette, gaf de plek aan Maine en co het cachet dat ook op platen te vinden is, zij het af en toe verstopt onder een (te) dikke laag stemvervorming. De setting zal daar wel bij geholpen hebben, maar hun snerende drums en motorbotten ook. In het beste geval klonken ze als prille Nirvana (“Sally”), in het slechtste geval als Coldplay on crack – en ook dat kan slechter. We hopen Porches volgende keer te treffen zoals we hen vanavond ook vonden: meer drum, minder ornamentele effecten, meer bakstenen, minder elektronica.






