Hoe we geslapen hadden na de eerste dag van Roadburn? Leuk dat je het vraagt. Na een dag vol hoogtepunten tolde ons hoofd nog enkele uren stevig na, maar vreemd genoeg sliepen we als een luipaard dat net een marathon had gelopen. De maakten onze uurtjes meer dan ruimschoots en waren gisteren aan de start van de dag zo fris als een hoentje. Gelukkig maar, want gisteren op dag twee stond alweer een programma klaar dat maar weinig genade kende. En dat begon al vroeg.
We waren namelijk al rond de klok van half één op het terrein, precies op tijd om voor Yellow Eyes aan te schuiven. De Amerikanen mochten de vroege, veelal in het zwart geklede vogels een halfuur later in The Engine Room ontvangen en deden dat niet bepaald met een zacht wekdeuntje. Nee, we kregen meteen een bak black metal op ons smoelwerk waar geen enkel streepje licht doorheen kwam. Dat begon al met het krachtige “Brush the Frozen Horse”, een van de sterkste tracks op het vorig jaar verschenen Confusion Gate. Ook daarna bleef de groep uit datzelfde duistere vaatje tappen, want met onder meer de titeltrack ervan en “The Thought of Death” kreeg ons nog maar net wakker geschudde gehoor weinig ademruimte. We waren maar wat blij met onze degelijke nachtrust, want hier indommelen was simpelweg volledig onmogelijk.
Een deurtje verder mocht Teardrinker aantreden. Nadat de groep rond Kim Hoorweg vorig jaar nog als secret show op het laatste moment werd aangekondigd, kreeg ze dit jaar een pak meer ruimte om zich te laten gelden. Met I Hope This Hurts bracht ze een speciaal voor het festival gemaakt stuk dat bolstond van maatschappijkritiek op alles wat al te lang scheef zit. Er was niet voor niets een triggerwarning bij het betreden van de zaal. Alles werd gebracht met een geluidsniveau op standje twaalf en Hoorweg bracht feiten die geen ruimte lieten voor twijfel, maar helaas zo schrijnend dat je ze haast niet kon geloven. Op een bepaald moment bracht Hoorweg ook een gedicht met de titel “My Body is a Machine” en het scheelde niet veel of de groep kon onze tranen drinken. Wat een mooi stuk, net als de rest van de show.
Wat ook mooi was, was de combinatie van het Gentse Wiegedood en het Brusselse saxofoonkwartet BL!NDMAN op het hoofdpodium. Dat laatste trok met zijn blaaswerk nadrukkelijk de kar en gaf de show een jazzerig randje, terwijl Wiegedood daar zijn eigen geluid omheen weefde. Wel in een uitgeklede vorm, want lang niet overal bracht de groep de verwoestende intensiteit die we normaal van ze gewend zijn. Pas bij “FN SCAR 16” kwam die meedogenloosheid echt naar boven en hoorden we eindelijk de band waar we misschien net iets te lang op hadden zitten wachten. Mooi bleef het hoe dan ook, want het samenspel tussen beide acts was om door een ringetje te halen.
Roadburn is doorspekt met albumshows. Dan kan je denken ‘nou, en?’, maar we hebben het hier niet over platen van het niveau MAKSIM, Metejoor of FabioW. Die zouden we naar aller waarschijnlijkheid maar beter overslaan. Bij albumshows van zowel Agriculture en Slow Crush doen we dat liever niet. De spits mocht de eerstgenoemde afbijten, daar het op de Main Stage The Spiritual Sound bracht. De plaat kreeg bij The Guardian de volle score van vijf sterren en in Tilburg werd al snel duidelijk dat geen overdreven gezwets was. Na enkele minuten in het donker te hebben gewacht, begonnen de Amerikanen er aan en was het al snel baden in een bad van snoeiharde riffs. Met een felle lichtshow op de achtergrond, trok de groep met nummers als “The Garden” en “Flea” al snel alle registers open, om vervolgens gestaag richting “The Reply” te werken. De Amerikanen lieten met de plaat onder de armen geen spaander heel van de grote Main Stage en lieten The Spiritual Sound razen zoals die hoort te razen. Vijf sterren van The Guardian was helemaal terecht, maar live kreeg het nog een sterretje erbij.
Eigenlijk had dit duo aan albumshows een trio moeten zijn, maar helaas paste Heaven In Her Arms met haar White Halo niet helemaal in onze doordachte planning. We konden nu eenmaal niet overal tegelijkertijd zijn op Roadburn en Slow Crush was allesbehalve een troostprijs. De Belgisch-Britse shoegaze-act speelde Aurora in zijn geheel van opener “Glow” tot en met de gelijknamige afsluiter met de precisie van een Zwitsers uurwerk. Isa Hollidays stem zweefde als vanouds boven een muur van gitaren, terwijl de band daaronder een geluidstapijt legde dat maar doorging.
Jammer genoeg voor de band wou het geluid niet helemaal meewerken. Het normaal zo dromerige geluid klonk met momenten wat modderig uit de boxen en soms vloog het zelfs een milliseconde helemaal uit. Het pijnlijkste moment kwam uitgerekend tijdens “Aurora” zelf, het emotionele sluitstuk van de plaat. De uitval duurde ditmaal merkelijk langer dan een milliseconde en je zag Holliday zelfs een vluchtige blik opzij geven om te kijken wat er fout ging, maar al snel zette ze gewoon verder, steevast en zonder een spier te vertrekken. Dat is pas een performer.
We hadden nog meer dingen volledig uitgekiend in onze planning. We zouden een kwartiertje Street Sex in de Hall of Fame kijken om een beeld van de groep te krijgen en dan vlug richting 013 om Cult of Luna nogmaals aan het werk te zien. Twee keer Cult of Luna in een weekend is toch wel beter dan eenmaal, niet waar? Helaas liep het toch wat anders. Street Sex, waar hetzelfde duo als Street Sects achter schuilt, begon een kleine tien minuten later aan de set dan het boekje aangaf en daardoor waren we genoodzaakt om al tijdens het tweede nummer de deur achter ons dicht te trekken. Wat we van de act in die enkele minuten opvingen klonk als synthpop, maar dan aan de donkere kant van het spectrum. Een beetje zoals Depeche Mode, maar dan een pakje smeriger.
Afijn, volgende keer beter, en zo stonden we nog geen vijf minuten later aan de andere kant van het terrein voor de aftrap van Cult of Luna. Waar we op dag één de eerste jaren hoorden, was het gisterenavond tijd om werk van de latere albums uit de kast te trekken, met “Cold Burn” aan kop. Toch was het niet allemaal maar oud plaatwerk, want met “In the Shadow of Your Shadow” bracht het zelfs een onuitgebracht nummer mee dat de zaal even hard op zijn kop zette als een oude klassieker. De Zweden lieten er geen gras over groeien en met “I: The Weapon” en “Nightwalkers” werd de zaal verder het geweld van de late Cult of Luna ingetrokken, waarbij frontman Persson zich ontpopte tot een imposant silhouet in de rook en flitsende lampen. De muur van een mens liet zijn stem als een sloophamer neerkomen op de kolossale geluidsmassa die de rest van de groep op trok. Cult of Luna stond aan en dat voelde je in iedere vezel van je lijf.
Het had het helemaal afgemaakt als er ook nog wat werk van succesplaat Mariner werd gebracht, maar het pas tien jaar oud geworden album met Julie Christmas kwam geen enkele keer voorbij. Aan de andere kant ook best begrijpelijk, want de set stond nu eveneens als een huis. Met het inleidende “Disharmonia” werd op het einde het recente Vertikal-tijdperk nog eens aangeboord, dat naadloos overvloeide in het half hypnotiserende “In Awe Of” en uiteindelijk uitmondde in “Blood Upon Stone” als de grote, allesverpletterende klapper waarmee de tweede show werd afgesloten. Als een echte beer scheurde frontman Persson zijn keel erbij open, maar toen de muziek wegstierf en de lichten weer aangingen, viel die dreigende gedaante plots helemaal van hem af. Voor ons stond plots geen brullende kolos meer, maar een toch wel licht zichtbaar geraakte man die doorhad wat hij samen met zijn groep daarvoor had neergezet.
Dag twee zette zo de sterke lijn van dag één volledig door en kende opnieuw vrij weinig zwakke plekken. Hopelijk zal dat vandaag op dag drie ook zo zijn, al weten we door shows van onder meer SLIFT en de langverwachte passage van Oathbreaker nu al dat er weer heel wat moois op ons wacht.






