
Make the banjo great again! Het was de leuze die Marcus Mumford een vijftiental jaar geleden uitriep toen hij samen met zijn drie kompanen rond een vijvertje zat in Zuidwest-Londen. Of zo gaat het verhaal in ons hoofd, met behulp van een beetje fantasie. Mumford & Sons werd boven het doopvont gehouden en maakte die gedachte jarenlang met verve waar. De Britten scoorden zowaar wereldhits en zagen arena’s vollopen om er uit de hand gelopen kampvuurfeestjes te vieren. Debuutplaat Sigh No More zal altijd een speciaal plekje in ons hart hebben, terwijl bij opvolger Babel al duidelijk werd dat de heren zich meer wilden focussen op een toegankelijker geluid en dus een breder publiek. Maar wie zijn wij om een bende jongens die een succesformule volgt tegen te houden? Opnieuw een aantal toffe nummers trouwens op die plaat, maar het was wel het begin van een kentering. Mumford & Sons liet alsmaar meer elektronica toe in zijn muziek, met het weinig potten brekende Delta als voorlopig recentste wapenfeit.
En dat deed de muzikale voelsprieten van de mannen klaarblijkelijk tintelen. Er moest iets veranderen en dus duwde de band eventjes op pauze. Bezieler Marcus schreef zijn jeugdtrauma’s van zich af in een solo-uitstap (self-titled), terwijl banjospeler Winston Marshall op sociale media hintte dat hij sympathie had voor extreemrechtse gedachten. Zijn stapje terug werd uiteindelijk een definitief afscheid, om zo Mumford & Sons opnieuw te kunnen laten floreren. En daar is het nu tijd voor, want het drietal is helemaal klaar voor een nieuw hoofdstuk, waarin het – opmerkelijk genoeg – de banjo weer helemaal lijkt te omarmen. RUSHMERE werd aangekondigd als de terugkeer naar het geluid van de begindagen, dus dat was op zich al veelbelovend. En oh ja, die vijver uit de eerste alinea, die laat zich Rushmere noemen: schoon, hè.
Nu goed, na het beluisteren van RUSHMERE zijn er een paar conclusies die dat idyllische verhaaltje meteen wat grauwer laten klinken – we blijven natuurlijk in Londen. Er zijn nummers die geschreven zijn met die prachtige periode in het achterhoofd: een mooi parkje in de nazomer, de geur van vochtig gras en hier en daar een eendje. Perfect voor een plezant samenzijn met vrienden. De titeltrack en leadsingle deden vermoeden dat dat het pad was dat de heren zouden bewandelen voor deze plaat. Dat van aanstekelijke banjolijnen, emotionele uithalen, meezingbare refreinen – allemaal verpakt met een euforische strik errond. Wat blijkt? Slinkse misleiding! Tweede single “Malibu” stelde de verwachtingen al wat bij door ook die andere, nog altijd bestaande kant van Mumford & Sons te tonen: die van het akoestische getokkel, de schuchtere zang en uiteindelijk wel een stroomversnelling met een goudgeel randje. Oké, ook daar helemaal niets mis mee, want Marcus Mumford heeft altijd al de capaciteiten gehad om je alles wijs te maken met die diepe stem van hem. En dat werkt óók.
Die vijver is – je voelt ons al komen – niet meer zo zomers, om niet te zeggen dat-ie ondertussen lijkt te zijn veranderd in een gezapige sloot. Mumford & Sons verdrinkt in de loop van RUSHMERE namelijk voortdurend in zichzelf. De band spettert wat in het rond, grijpt de ene keer halsstarrig naar het ene, om enkele minuten later zich wild vast te klampen aan het ander en – spoiler – het levert nooit echt dat geluid van weleer op, waar de Britten zo graag naar wilden terugkeren. “Caroline” viel bij haar geboorte blijkbaar in een bad van geforceerde poppy randjes en doet zo zelfs denken aan de country van Billie Ray Cyrus (niet bedoeld als compliment dit), terwijl “Truth” nogal ongevoelig mikt op een bombastisch geluid, haast een versie van Muse met banjo’s. Je ziet de afgesleten Dr. Martens voor je ogen wild op het podium stampen. Te veel cliché, te weinig diepgang.
En dat gevoel keert op de plaat wel vaker terug. “Monochrome” werd bijvoorbeeld een soort emotionelere ballad, inclusief gezellige banjo en verloren gelopen pianotoets, maar voelt plakkerig aan. Mumford & Sons blinkt in dit soort situaties vaak uit door te raken met Marcus’ diepe stem, maar doordat die hier zo weinig overtuiging uitoefent, kunnen we de band niet geloven. Afsluiter “Carry On” zou je binnen dezelfde grote lijnen kunnen klasseren: een poging tot hartverwarmende euforie, maar uiteindelijk niet meer dan een gezellig, voortkabbelend nummertje. Een deuk in een pakje boter, om het met een mooi Nederlands spreekwoord te zeggen. Van alles, maar tegelijkertijd ook helemaal niets, en zo krijg je bij RUSHMERE permanent het gevoel dat de plaat een samenraapsel van halfslachtige ideeën is. Een “Blood on the Page” bijvoorbeeld. Afgezien van de totaal onnodige, in een hoekje geduwde bijrol van feature Madison Cunningham: wat was hiervan precies de bedoeling, jongens? Mysterieus en duister klinken of toch dat gouden, vrolijke randje?
Een paar keer lukt het Mumford & Sons om de sloot die RUSHMERE intussen is geworden de schijn te geven die de pittoreske vijver ooit had. “Where It Belongs” werd een door minimalistisch getokkel gedragen nummer, dat het vooral moet hebben van de echo en samenzang tussen de leden. Mooi, maar uiteindelijk ook niet baanbrekend. Eenzelfde verhaal geldt voor “Anchor”, dat te netjes binnen de lijntjes kleurt. De enige keer, afgezien van de singles, dat de Britten wel nog relatief kunnen overtuigen, is op “Surrender”. De intrigerende opbouw hint naar meer, de uitbarsting valt als het zover is dan weer gewoon mee. Maar hey, als de rest van de plaat smaakt naar karton, dan moet je blij zijn met een zure hostie.
De grote terugkeer van Mumford & Sons is er met andere woorden eentje geworden die de lijn gewoon doortrekt, maar dan opnieuw met banjo’s. Marcus Mumford en zijn band zullen áltijd wel in staat zijn om hier en daar een hitje af te leveren om hun livesets mee te kruiden, maar we mogen nu toch wel met zekerheid beginnen stellen dat het drietal de hoogdagen van begin jaren ’10 nooit meer zal halen. Teren op oud materiaal is dus de boodschap, en er dan een successingle tussen proberen te wriemelen. Begrijp ons niet verkeerd, dat lukt de groep intussen ook al jaren, zoals recentelijk nog als afsluiter van een festivaldag op Rock Werchter, waar “Delta” en “The Wolf” zowaar hoogtepuntjes in de set waren. Een terugkeer naar de heruitvinding van het warme water is deze RUSHMERE helaas allerminst.
Mumford & Sons staat op donderdag 13 november in een intussen uitverkocht Sportpaleis.
Facebook / Instagram / website
Ontdek “Rushmere”, ons favoriete nummer van RUSHMERE in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






