Stel je eens voor dat je kaarsje uitdooft en dat je richting de oven wordt geduwd om je vlees en geraamte te laten verbranden voor de eeuwigheid. Stel je dan voor dat je in het hiernamaals terechtkomt en je krijgt twee keuzes: ofwel ga je door deur nummer één en wordt alles compleet zwart. Je kan er geen spijt van hebben, want je bent gewoon letterlijk en figuurlijk weg. Ofwel ga je door deur nummer twee en doe je je hele leven opnieuw. De voorwaarde is wel dat je niets kan veranderen en gewoon werkelijk alles opnieuw doet zoals tijdens je geleefde tijd. Je hebt er ook geen weet van dat je er gewoon opnieuw bent en dat je hetzelfde leven al eens hebt geleefd. Je herleeft gewoon hetzelfde leven, maar dus ook met alle schande en schaamte, alle pijn en verdriet, alle fysieke en mentale ongemakken, alle dieptepunten en alle ellende. Kies je dan voor de eerste of voor de tweede deur? Die vraag zouden we graag eens stellen aan Peter Perrett. De Londenaar had bescheiden succes met zijn punkband The Only Ones tijdens de jaren zeventig. Het waren maffe, anarchistische tijden en Perrett laafde zich volledig aan de kelk van heroïne en de bijhorende ontberingen. Elke goot in Londen werd doordrenkt met de lijfgeur van de man en de Brit vond er niet beter op om voor drugbaron te spelen om in zijn verslaving te voorzien. We hebben het hier niet over een straatschuimer die een paar grammen aan de man tracht te brengen, maar over een man die hele kilo’s aan de straatschuimers tracht te verpatsen. Groot verschil in economisch opzet!
De kat met negen levens huwde met zijn eeuwige liefje en muze Xenoulla ‘Zena’ Kakoulli en de twee tortelduiven liggen nog steeds naast elkaar in dezelfde bedstee. We vinden dit oprecht romantisch. De zoons, Jamie and Peter Jr., spelen mee op de verse plaat van vaderlief. Peter Perrett kan je eigenlijk enigszins vergelijken met wijlen Mark. E. Smith van The Fall. Het lijken ietwat bezopen figuren die net niet neergemaaid zijn door de zeis van Pietje De Dood, maar ze kunnen rekenen op heel veel muzikanten die naar hen opkijken. Op The Cleansing spelen zo niemand minder dan Johnny Marr, Carlos O’Connell van Fontaines D.C. en Bobby Gillespie van Primal Scream mee. Veel artiesten willen deels en tijdelijk mee in de huid kruipen van de man die al ettelijke keren bijna ontzield werd. Het nieuwe album telt maar liefst twintig songs dus een track by track recensie is sowieso volledig uit den boze. We nemen je toch graag mee op de derde, dubbele soloplaat van de man die de dood zelve uitlachte in zijn doodskop.
Het begin van een verse lp is steeds van groot belang; het zorgt voor de eerste sfeergeluiden en zijn tevens een eerste wegwijzer aan het pad dat de artiest wil bewandelen. “I Wanna Go With Dignity” is een stevige rocker waarop Perrett meteen zijn nasale stem etaleert. Is het vreemd om nu al te schrijven dat dit voor ons de beste schijf is op deze plaat? Er volgen met “Disinfectant” en “Fountain Of You” direct nog twee songs die reeds als single werden vrijgegeven de voorbije maanden. De toon is hier direct gezet: dit is een doorlopend werk in uitvoering voor en van een mens die zichzelf wil zuiveren, zichzelf wil kastijden als een echte geselbroeder en die wil terugkijken met zwarte humor op de vorige, gruwelijke decennia van zijn leven. Perrett heeft steeds dezelfde lijzige, bijna chagrijnige zangstem en op bepaalde nummers zoals “Secret Taliban Wife” begint dat soms weleens te hinderen. De titel van het nummer toverde wel een glimlach op onze snoet eerlijk gezegd.
Wanneer we nummers als “Solitary Confinement” en “Survival Mode” opzetten, beseffen we dat we niet met een meesterwerk te maken hebben. Het zijn songs die nogal versleten en oubollig klinken voor ze goed en wel de deur uit zijn. Geef ons dan maar “Women Gone Bad”, een kanjer van een new wave-nummer met een fantastisch synthgeluid. Meesterlijk! Titeltrack “The Cleansing” is muzikaal ook geen hoogtepunt, maar de uiterst sarcastische tekst over succes en triomf is wel een zalig geschreven verhaal. Perrett handelt hier even niet meer als het prototype van de middeleeuwse flagellant, maar als een warme minnaar van galgenhumor. De man kan er af en toe nog wel om lachen, goed beseffende dat hij als een paling op ‘brown sugar’ of ‘scag’ door de mazen van het net is gekropen.
“There For You” zou een song kunnen geweest zijn op Darklands van de gebroeders Reid van The Jesus & Mary Chain. Het is bijna griezelig hoe deze compositie lijkt op “Nine Million Rainy Days” van de twee Schotten. Op de vorige albums die artiest na het millennium componeerde, How The West Was Won en Humanworld, stak de totaaltijd rond de veertig minuten waar nu meer dan een uur muziek op de lp is gedropt. Daar wringt nu net het zwartleren puntschoentje; iets te veel starre, stroeve liederen die voor ons eerder op een aparte plaat hadden gekund. We bedoelen dan genre ‘B-Sides’ of ‘Rarities’ of zo. Met de streamingkanalen van tegenwoordig doe je daar als performer eigenlijk gewoon geweldig je goesting mee. En toch snappen we Perrett. The Cleansing is een wederdoop geworden voor de man, of eerder een mea culpa dat hij graag volledig ontspint voor zijn luisteraars.
PP is 72 jaar ondertussen. Hij gooide zijn knapzak over de schouder op zijn zestiende, trouwde met zijn godin Zena op zijn achttiende en vrat en dronk nadien decennia uit de Londense geulen en kanalen. Hij werd punkmuzikant en drugdealer en kreeg twee zoons die gelukkig voor het eerste beroep kozen. De frontman van wijlen The Only Ones heeft zich gereinigd van alle brokstukken door het maken van een plaat. Er zijn talloze slechtere manieren voor een catharsis. We zijn oprecht blij dat er door de aders weer gewoon zuiver bloed stroomt in plaats van derivaten van de papaver somniferum. Peter Perrett is een uniek muzikant met een mooie, maar te lange plaat met enkele hoogtepunten, en dat is meer dan oké.
Op 23 februari treedt Perrett op in Paradiso in Amsterdam.
Facebook / Instagram / Website / X
Ontdek “I Wanna Go With Dignity”, ons favoriete nummer van The Cleansing, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






