AlbumsFeatured albumsRecensies

Arctic Monkeys – The Car (★★★★½): Fonkelend in de mist

Arctic Monkeys heeft een nieuwe plaat en dat zal je geweten hebben. Sommige radiozenders rammen hun muziek de laatste tijd ongeremd door onze strot, een overkill waar zelfs de grootste fan al eens ongemakkelijk van durft te worden. Maar die fans slikken doorgaans graag: geen zaal of stadion kan ruim genoeg zijn, in een mum van tijd zijn hun concerten uitverkocht. Straf voor een band die toch al even niets meer heeft uitgebracht en waarvan een groot deel van hun publiek ernstige bedenkingen had bij het vorige album. Arctic Monkeys is dus groot. Om die status te kunnen bevestigen, heeft de band zijn tijd genomen. Het was even wachten, maar na vier jaar stilte in de studio komt het kwartet uit Sheffield met zijn zevende plaat.

Maar eerst even terug naar het vorige album. Sommigen vonden Tranquility Base Hotel + Casino de grootste sof uit hun oeuvre, maar die twijfelachtige eer is naar onze bescheiden mening weggelegd voor Suck It and See. Al is ‘sof’ nogal sterk uitgedrukt voor hun meest melodische plaat tot dan toe. Opvolger en prijsbeest AM kon gezien worden als een culminatie van al het goede uit hun vorige platen. Logisch dus dat voor Alex Turner en de zijnen hierna een andere weg moest ingeslagen worden; het risico op herhaling was immers heel groot. Hoewel Tranquility Base Hotel + Casino met zijn zachtzetelig seventiesgeluid geen hapklare brok was en vele (gitaar)fans wat spartelend achterliet, zeker zij die er door AM bijgekomen waren en eerder een deel twee hadden verwacht, is deze groeier voor ons ondertussen een favoriet geworden. De gewaagde en geslaagde stijlbreuk getuigde van lef en klasse, maar was voor anderen dan weer reden genoeg om de band ten grave te dragen. Om maar te zeggen, een nieuw album van Arctic Monkeys maakt veel emoties los bij de achterban.

De nostalgici die hoopten op een terugkeer naar de splijtende rock uit de beginjaren, moeten we alvast teleurstellen. De urgente riffs en hooks blijven voorlopig in de diepvries en worden pas ontdooid wanneer er echt behoefte aan is. En die momenten zijn er zeker. Tussen alle filmische grandeur die The Car uitademt, komt de gitaar af en toe zijn plaats opeisen. Zo opent “I Ain’t Quite Where I Think I Am” met een aanstekelijk funky motief, laten enkele welgemikte akkoorden de dreiging nog meer toenemen op het einde van “Sculptures of Anything Goes” of passeert er zelfs een wah-wahgitaar tijdens “Jet Skis on the Moat”. Ook de vettige solo waarmee “Body Paint” afsluit, blijft nog lang aan onze oren plakken. Aan goeie momenten dus geen gebrek; zelfs een betokkelde ‘Grandfather’s guitar’ mag meedoen op titelnummer “The Car”. Het gitaarwerk is echter niet meer dragend, daar hebben Turner en de zijnen deze keer iets anders voor gevonden.

Die filmische sfeer komt er vooral door de alomtegenwoordigheid van strijkers. Zoals vele andere bands die zichzelf serieus nemen, komt er vroeg of laat een moment waarop violen blijkbaar onvermijdelijk zijn. Vaak durft dat al eens tegenvallen, maar hier werkt het wonderwel. Waanden we ons tijdens Tranquility Base Hotel + Casino nog cruisend langs de zonnige Pacific Highway, dan is The Car de soulvolle soundtrack van een mistige avondrit langs de Franse Riviera. Geen blitse cabrio deze keer, maar eerder een gezapige Citroën DS, waarin we ons halfsoezend op de achterbank kunnen vleien. Het is niet zo dat die violen alles gladstrijken, er blijft voortdurend een sluimerende onrust aanwezig. Soms tillen ze de sfeer op, maar een bocht verder zijn ze weer verdwenen en blijven we met een ijl hoofd achter. De strijkers zorgen dus voor een nevel waarin Turner zich even kan verhullen, geven hem de vrijheid om persoonlijke gedachten op te werpen, maar ze ook ongemerkt achter te laten en een andere richting uit te gaan. Er wordt een wereld gecreëerd waarin niets is wat het lijkt, waarin waarheden vluchtig zijn, waarin twee decennia roem met blinkende sier afgeschraapt worden van een meer gelaagde realiteit.

Zijn die violen dan nooit te veel? Nee, eigenlijk niet. Alleen tijdens “Hello You” dreigt de boel even te ontsporen, maar gelukkig blijft de schade beperkt. Niet toevallig is het nogal langdradige “Hello You” een van de mindere liedjes op deze plaat. Maar de voornaamste reden waarom het werkt, is de toch wel vrij indrukwekkende vocale prestatie van Turner, wiens stem steeds tegen de strijkers aanschurkt. ‘Don’t get emotional’, horen we hem aftrappen in de single “There’d Better Be a Mirrorball”, en dat lijkt vooral een waarschuwing voor zichzelf. Hij geeft zich op dit album meer dan ooit bloot, zonder dat hij pakweg Adele-gewijs de tranen van elk woord laat druppen. Zijn falsetto-stem is een constante hier, en waar we op eerdere platen Turner van ironie verdachten wanneer hij die stem gebruikte, komt dat nu helemaal niet in ons op. Hij klinkt waarachtig, onder de zelf gecreëerde imposante sterrenhemel op zoek naar de juiste weg. In elke noot voelen we twijfel en verlangen, ook naar liefde.

Hoewel Turner met zijn stembuigingen soms flirt met het aandoenlijke, waakt hij er steeds over dat de grens met meligheid niet wordt overschreden. Wanneer hij in het ietwat barokke, maar prachtige “Body Paint” toegeeft dat ‘And if you’re thinking of me / I’m probably thinking of you’, komt dat niet zeemzoet over, maar wel stomp-in-de-maag oprecht. Het voormalige broekventje uit Sheffield is duidelijk groot geworden en begint op deze soulvolle manier zowaar stadsgenoot Richard Hawley naar de kroon te steken.

Retrospectief kunnen we stellen dat Tranquility Base Hotel + Casino een overgangsplaat was die de weg plaveide voor dit uitstekend album. De verruiming van hun geluid die toen werd ingezet, gaat verder en leidt hier tot een consistenter geheel. TBH+C heeft het ondankbare werk opgeknapt, The Car profiteert ervan. Of soulzwangere ballades als “Big Ideas” of schuifelende heupwiegers als “Mr Schwartz” ook de afhakers opnieuw zal kunnen overtuigen, durven we niet zeggen. Arctic Monkeys zet de transformatie verder en kijkt daarbij niet achterom, ‘It makes perfect sense.’ Voor zij die niet mee willen, is er ook goed nieuws: er zijn nog een stuk of vijf platen waar ze naar terug kunnen grijpen. Niets verkeerd mee, maar door The Car te negeren, mis je een van de fijnste platen van het jaar.

Arctic Monkeys passeert onder andere langs de Ziggo Dome in Amsterdam en de Accor Arena in Parijs, maar die shows zijn al hopeloos uitverkocht. Op zondag 2 juli komen ze gelukkig naar Rock Werchter, misschien toch in de agenda zetten.

Facebook / Instagram / Twitter / Website

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

Related posts
2022FeaturesInstagramUitgelicht

De 50 beste albums van 2022

Het jaar loopt langzaam maar zeker op z’n eind. Naar goede gewoonte word je dan gebombardeerd door lijstjes met eindejaarsoverzichten en dit…
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Arctic Monkeys komt naar Rock Werchter 2023!

Het is een mooie week voor de fans van Arctic Monkeys, want naast het feit dat aanstaande vrijdag het gloednieuwe The Car…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Arctic Monkeys - "I Ain't Quite Where I Think I Am"

Er zijn weinig bands die de wereld kunnen doen stoppen met draaien, zonder echt iets te doen. Alex Turner en zijn Arctic…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.