AlbumsRecensies

Saya Gray – 19 MASTERS (★★★★): Met voeten op het plafond en zo wandelen op nieuwe grond

Saya Gray is een Canadees-Japanse muzikante uit Toronto die in de industrie vooral gekend staat om haar bevlogen baswerk. Zo speelde ze al bij allerlei popsterren: van Willow tot Liam Payne tot Daniel Caesar, noem ze maar op. Vanaf haar dertien jaar trad ze zo in de voetsporen van haar vader, Charlie Gray, die trompet speelde bij onder meer Aretha Franklin, Tony Bennet en Ella Fitzgerald. Toch haperde er wat… Waar was haar eigen insteek? Was ze een muzikant of gewoon een bassiste? Meer en meer begon Saya haar eigen toevoegingen niet te kunnen ontwijken in de stukken die ze speelde. Op de vele tours nam ze dan ook allerlei voice memo’s op op haar telefoon met riffs of teksten die ze op het moment bedacht maar nergens kwijt kon. Memo’s om na jaren te gieten in haar eerste eigen project en dat project is nu hier.

Het album 19 MASTERS is wat de titel aangeeft: negentien gemasterde tracks. Toch is het ook veel meer dan dat: veel tracks zijn kort, lopen in elkaar door of over en maken zo een soort doorlopend verhaal. Op deze manier is het misschien eerder één groot werk dat je enkel als dat ene, grote werk kan gaan luisteren. Aan één stuk door, zonder pauzes en zonder rust. Dit koortsachtig kabbelen komt onder andere door de werkmethode van de muzikante. Wanneer ze de studio in kruipt lijkt ze naar eigen zeggen in een soort droomstaat te verkeren, waarin ze improviseert en haar geest het werk laat doen. Na een goed uur kan ze dan buiten huppelen met een nummer. Die nummers klinken eclectisch, soms van de hak op de tak en vooral enorm boeiend. We reizen met haar mee, alsof je op wandel bent met je eigen gedachten, van hier naar daar naar overal. Dit werkt dan ook: door dat wazige krijg je een heel gevoelige mix, bijna een stroom van stormende melodieën, die altijd weer op het juiste moment samen komen in één grote uitmonding.

Dit hoor je het best op “EMPATHY 4 BETHANY”, misschien wel het hoogtepunt van het album. Eerst horen we een licht, vrolijk gitaarmelodietje, waarop al snel wat rustige vocals volgen. Vervolgens komt het refrein, waar alles hetzelfde lijkt te blijven, maar dan plots vervoegd wordt door nog meer gitaar, een herhalende basnoot, vervolgens distortion, om dan weer gewoon terug te keren naar het eerste, simpele deuntje. We zijn weer bij het begin en de storm is gaan liggen. In deze golvende zee dobberen we nu plots ook met de kalme warmte van een trompet, verzorgd door haar vader, en pianoakkoorden.

Die storm was echter nog niet weg! Alles valt weer binnen, zonder dat je het goed doorhebt, tot het je brengt tot een absoluut hoogtepunt. Saya overstroomt je hier met een meer dan unieke en meer dan emotioneel rakende samenkomst. Ze lijkt het uit te schreeuwen over haar steeds wilder herhalend refrein: ‘Honestly, we’ll get too close, I’ll go ghost, you’ll have my clothes in hopes you remember.’ In die tekst vinden we een sentiment van escapisme en weglopen, een element dat in al haar nummers lijkt terug te komen. Dat sentiment lijkt Saya tijdens dit album vooral over te hebben.

Naast een muzikale onderdompeling heb je ook nog een lyrisch, bijna allegorisch bad te goed. Namelijk één bomvol woordspelingen. Zo hoorden we bijvoorbeeld net in ‘EMPATHY 4 BETHANY’ teksten als ‘I wanna run but I’ve run out of places to run to,’ ‘Break before bending and bend before breaking the foreplay,’ maar ook ‘Looking for Lucas’ in opener “FOUND A FLOORBOARD UNDER THE SOIL!” of ‘Told my temper that tampons tamper with temptation,’ in “SAVING GRACE”. Alliteraties en dergelijke woordspelletjes komen steeds terug waardoor je zinnen krijgt waarin precies niets gezegd wordt maar vooral woorden zonder meer worden uitgesproken. Het zijn opeenvolgingen of misschien wel opeenstapelingen van woorden die eerder textuurgewijs of door hun klank aan elkaar gelinkt kunnen worden dan dat ze een zekere betekenis met zich meedragen. Die woorden staan dan nog eens in zinnen die volledig bestaan uit alliteraties en dergelijke stijlfiguren. Je luistert bijna naar een literair spelletje van plagerige écriture automatique. De droomstaat waarin ze verkeert tijdens het maken zorgt dus niet enkel voor een muzikale tsunami, maar ook voor een tekstuele draaikolk.

De melancholie die we eerder al konden voelen, komt enkel nog dusdanig overweldigend terug in de andere twee topnummers van de plaat, namelijk “TOOO LOUD!” en “LITTLE PALM”. Dat eerste nummer wordt opgevolgd door een heel korte track, “GREEN APPLES (EVERY NIGHT I RIDE NIGHT MARES)”, die inzet met Radiohead-esque strumming. De twee nummers lopen moeiteloos in elkaar over, iets wat wel vaker lijkt te gebeuren op dit album, of het nu gebeurt aan de hand van een herhalende, steeds meer distorte gitaarloop of door aanstekelijk gedrum. Het nummer mag dan kort zijn, het weet meer dan korte metten te maken met zijn lange concurrentie. Niets ontbreekt: Er is een opbouw, een climax, een rustpunt dat dan weer snel wordt doorbroken door de optocht van slagwerk. Het lijkt alsof we op een hogesnelheidstrein een heel land aan ons voorbij zien vliegen. Zo veel informatie weet Saya in een minuut te steken. Op die manier snellen we allerlei nummers voorbij, steeds weer een achtbaan die alle kanten afdraait, op en neer en nog een keer.

In sommige nummers slaat ze echter toch wel eens de bal mis. Deze vallen plots volledig uit de toon en zorgen daardoor niet voor een doorloop in de sfeer of muzikaliteit van het album. Dit soort breuken komen vaak opdagen wanneer een nummer net niet afgewerkt genoeg is om ermee door te kunnen. Het lijkt soms alsof ze bepaalde nummers als een draft zag en die toch op het album plaatste. Zo heb je bijvoorbeeld het lied “N’SUFFICIENT FUNDS (THIS SONG SOUNDS LIKE MY WINTER)” dat eerder als single werd gereleased, maar daarna van de streamingdiensten werd gehaald. Toen was het nummer langer en completer, maar nu wordt het afgehakt en is het eigenlijk niet zo goed gemasterd waardoor het uit de toon valt. Misschien is het dan maar een geluk dat dit soort nummers snel genoeg passeren en we al weer vergeten wat er net gebeurde wanneer we bij de volgende liedjes aankomen.

Gelukkig is er in al die snelheid ook tijd voor rust en die komt het vaakst in langere nummers voor. Zo heb je “TOOO LOUD”, waar op het einde een bel rinkelt en een gedicht wordt voorgelezen. ‘Place your knees on the ceiling and the ceiling will turn into the floor,’ leest Saya. Deze zin staat misschien wel symbool voor de verandering die ze met dit album teweeg heeft gebracht. Bij haar persoonlijke insteek gaat ze namelijk een nieuwe, eigen richting uit met haar muziek. Saya wandelt na al die jaren weg van haar vastgeroeste positie als bassiste in teken van andere muzikanten. Maar ook op vlak van de algemene muziekindustrie. Haar muziek is voelbaar, uniek, wild en impulsief, niet geboend, rechtlijnig of even neurotisch afgewerkt en geknipt als de gemiddelde popplaat. Deze nummers zijn op hun eigen manier vervormd en verfrommeld, lelijk en net daardoor mooi. Het is rauw en het voelt voor het eerst in lange tijd ook echt. Net daarom raden we dit album met ons hele lijf aan.

Ontdek nog meer nieuwe muziek op onze Spotify.

84 posts

About author
Streep™
Articles
Related posts
Nieuwe singlesOntdekkingen van "Den Beir"

Nieuwe single Saya Gray - "IF THERE'S NO SEAT IN THE SKY (WILL YOU FORGIVE ME???)"

De kans dat je al eerder van Saya Gray hebt gehoord, is niet bijzonder groot, maar wellicht heb je haar wel al…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.