FeaturesInterviewsUitgelicht

Interview Mauro Pawlowksi: ‘Mensen vergeten het vaak, maar je kan je echt alles permitteren’

© CPU – Ymke Dirikx

Muzikale honderdpoot Mauro Pawlowski liet altijd al weinig van die poten rusten. Bekijk maar eens een keertje de lijst met aan hem verbonden projecten en je beseft meteen dat hij niet veel meer te bewijzen heeft. Nu de zomer op zijn einde loopt speelde Mauro niet alleen enkele verrassingsoptredens bij dEUS, maar brengt hij ook een langverwachte soloplaat uit. Eternal Sunday Drive werd een popplaat vol liefdesliedjes. Hoe dit nieuwe werk past in het uitgebreide palmares van de Limburgse Antwerpenaar kwam hij ons graag even uitleggen.

Hoe kijk je met zo’n palmares uit naar je release? Is het het zoveelste project of werk je hier nog steeds naartoe?

(denkt na) Toch wel. Mensen hebben daar heel hard aan gewerkt. Er is een hoop geld verkwist. Ik kijk er naar uit, het is heel bijzonder. Ik ben daar niet cynisch over, helemaal niet. Ik maak geen muziek voor mezelf. Deels wel natuurlijk, maar vooral wordt het publiekelijk en dat vind ik fijn. Ik word eraan herinnerd dat ik een publieke figuur ben door mijn werk. Ik lees de recensies altijd, vind ze interessant en leer er ook uit. Ze moeten niet altijd positief zijn. Het is interessant, niet spannend, maar wel fijn hoe mensen het opnemen, wat ze ervan vinden. Dan gaat dat mijn leven in een bepaalde richting brengen of dwingen. Zo blijft het plezant. Ik ga naar buiten, ik heb iets gemaakt en dat gaat op een manier al dan niet gewilde invloed hebben. Dat is wat ik doe.

Je zei dat je dit project voornamelijk voor je publiek onderneemt. Hoe kijk je naar het muziekmaakproces ten opzichte van het liveproces?

Ik maak het niet voor mezelf, maar wel degelijk voor een publiek. Ik zou anders niet weten waarom ik mezelf zou uitsloven. Anders zou ik gewoon thuis boeken lezen of wandelen of zo. Ik moest die plaat niet maken, want er zijn andere platen die ook heel goed zijn en daar kan ik mee leven. Er is zoveel goede muziek. Ik moet niet noodzakelijk voor mezelf daar iets bij doen. Er is genoeg muziek totdat ik honderd jaar ben. Maar ik ben muzikant, dus ik maak platen en probeer dat zo degelijk mogelijk te doen voor andere mensen.

Ik heb geen hoge theorieën. Als muzikant zijnde heb je geen saai leven en dat is fijn. Jep, dat is voor mij al genoeg om het te doen. Fijne mensen en moeilijke mensen tegenkomen, je reist wat, je maakt situaties mee die je anders niet zou meemaken. Dat alleen al is de reden waarom ik muzikant ben, niet om de wereld te veranderen of zo. Maar heb ik iets te zeggen met mijn muziek? Ja, ik denk dat wel. Je moet de mensen niet lastigvallen met bullshit. Het mag abstract zijn, of onzin of gekke dingen, maar het moet iets te bieden hebben. Het is gemeen om te denken: ‘Het is gemaakt, het maakt niet uit.’ Het moet wel iets overbrengen, een gevoel, zodat mensen er hopelijk iets aan hebben.

Op welke manier heb je het gevoel dat je met dit album iets te zeggen hebt?

Ik dacht: ‘Ik ga een popplaat maken.’ (lacht) Iemand van vijftig jaar die een popplaat maakt. Ik heb niet die druk om echt succesvol te worden. Dat is iets voor twintigers. Het is al lang geleden dat je in België iemand van mijn generatie had die besliste om gewoon een popplaat met liefdesliedjes op te maken. Ik had daar goesting in. Ik heb weinig plannen, hoor. Er is het minieme plan van een popplaat, een goede band en een goede producer. Meer weet ik niet. Dan begin ik eraan en we zien wel.

Zit er buiten een planneloosheid ook een je-m’en-fous-gehalte in? 

Ongetwijfeld.

Dat dingen toch plots een heel andere kant kunnen opgaan of toch plots kunnnen stoppen, gewoon omdat je je dat kan permitteren?

Het is exact wat je zegt. Ik zou willen dat ik op die manier je vraag kon beantwoorden. Alles kan elk moment in elkaar zakken, of ontploffen, of groeien, of krimpen. Dat vind ik essentieel. Het moet onvoorspelbaar blijven, ook naar mezelf toe en naar het publiek toe. Het is een kwestie van gewoon doen. Eigenlijk kan je je als artiest alles permitteren. Mensen vergeten dat vaak, maar je kan je echt alles permitteren. Je kan je als een klootzak gedragen, je kan mensen gek maken van vreugde of het tegenovergestelde. Dat kan en ik doe dat ook. Ik snap niet wat anderen met hun tijd doen, maar je kan alles wat je wil doen. Zo simpel is het. Ik snap het probleem eigenlijk niet, snap je? 

Je doet dan ook heel veel verschillende dingen. Je brengt nu deze plaat uit, maar je zingt ook in het Nederlands, je deejayt met in de kringloopwinkel gevonden cassettes, je bent piemelzwaaiende frontman van een noiserockband. Hoe maak je de balans tussen deze totaal verschillende dingen? Heb je er alter ego’s voor nodig, of is het dezelfde Mauro?

Dat is dezelfde ik. Altijd. Ik amuseer me erbij door een alter ego te geven, omdat ik een beetje van mezelf wil weggaan. Soms doe ik echt een plaksnor aan en vermom ik me als een kind op carnaval. Dan lijkt het alsof ik iemand anders ben. Of ik nu deze plaat maak, of ik in Het Bos met cassettes ga draaien, voor mij is dat even belangrijk. ‘Dit neem je wel serieuzer als het andere!’, hoor ik dan. Neen, helemaal niet. Ik neem het allemaal serieus.

Hoe ga je om met alles even serieus nemen als dingen voor buitenstaanders minder serieus lijken?

Ooh, daar moet je je niets van aantrekken. Dat is hetzelfde. Het onserieus nemen kan veel betekenissen hebben. Niet je best doen en het maar laten waaien, bijvoorbeeld. Dat is niet ernstig, maar de andere ‘niet ernstig’ is humor. Dat is een van de hoogste dingen. De Grieken zeiden dat al. ‘Niet ernstig’ is dus twee betekenissen. Of meerdere. 

Hoort dan niet iedereen bij de ernstigen als ze het ernstig bedoelen? 

Neen, er is heel veel bullshit. Voor mensen die niet heel veel te vertellen hebben. Figuurlijk, hé. Ik bedoel niet met woorden, maar wat ze doen. Er zijn veel waardeloze uitingen. De grootste hoop is gewoon waardeloos. Dat is zo. Dat neem ik niet ernstig. 

En als ze het zelf ernstig nemen?

Dan nemen ze het misschien niet ernstig genoeg? Of misschien is er een misverstand. Ik weet daar alles van. Ik geloof in intuïtie en gevoel. Als iemand zich als een artiest voorstelt, moet die iets te bieden hebben, een soort van communicatie naar de andere mens toe. Je moet iets laten voelen. Als je dat niet hebt, neem ik het niet ernstig. Dat kan in alle genres en op alle manieren zijn, maar je moet iets overbrengen zodat het geen tijdverlies is. Dat noem ik de slechte ‘niet ernstig’, in plaats van de goede ‘niet ernstig’. Het is een plicht als artiest om een degelijk iets te doen waar iemand anders iets aan heeft. Hoe en wat is voor iedereen anders natuurlijk. 

Je speelt in verschillende talen, namelijk Nederlands en Engels. Hoe maak je die keuze wat Engels en wat Nederlands is?

Goede vraag. Ik wou met Maurits Pauwels iets Nederlandstaligs maken. Met deze plaat, bijvoorbeeld, wist ik dan weer dat ik hem in het Engels ging doen. Een popplaat met goede Engelse teksten. Ik had daar goesting in. Je begint er aan en dan moet je het ook wel afmaken. Je beslist dat gewoon.

Live doe je wel de twee talen door elkaar.

Als ik solo speel wel. Met Night of the Pawlowski Syndrome doe ik dat door elkaar.

Waarom?

Ik heb veel materiaal. Dan neem ik heel mijn familie mee, alle vermommingen, een snor hier, een zonnebril daar, een cape daar. Sommigen van hen zijn Nederlandstalig. Dan denk ik dat ik mijn publiek een plezier doe door vanalles te doen. Een Vlaamse schlager gevolgd door pseudo-Engels. Soms maakt het niet uit, weet je wel? 

Af en toe het vieze Limburgse accent.

Ja, minne man hé, ik doe vanalles. Dat ben ik, hé mensen. Ik weet het niet beter. (lacht) Ik ben ook al door mensen bekogeld. Elke artiest moet zeker een keer een vijandig publiek meegemaakt hebben, vind ik. Ik herinner mij een benefiet in de Vooruit. Ik had het fout begrepen. Ze zeiden: ‘Kom af en doe wat je wil.’ Ik had net een project met breakcore en wat free jazz. Ik kwam binnen en Axelle Red was voor me en Milow na me en ik dat ik het misschien fout begreep. (lacht uitbundig en met zekere trots) Tijdens een benefietoptreden ben ik bekogeld met van alles. Dan denk ik: ‘Welke stappen in mijn leven heb ik gezet om tijdens een goedbedoelde benefiet bekogeld en uitgejoeld te worden?’ Het is niet de eerste of laatste keer dat dat gebeurde. Het is zeker nog gebeurd. Je moet het open en interessant houden.

Het is dan ook weer leuk op een manier dat je die foute inschatting kan maken en alsnog zelf plezier kan hebben. Mensen vonden het toen misschien niet leuk, maar dat maakt niet echt uit.

De helft vond het wel goed en de andere niet. Ik vind altijd dat je dat gevaar bij je moet houden. Ik vind zeker niet dat je zeker moet zijn van wat er gaat gebeuren. Met deze plaat ook. Mensen zeggen dat het goed moet klinken, dat het een goede show moet zijn. Dan denk ik: ‘Ja, ik weet het niet of dat moet.’ Er gaan nog verrassingen komen. Het kan nog altijd raar uitdraaien. Niet alles in de hand hebben vind ik fijn. Ik ben geen controlefreak. Dat lijkt me verschrikkelijk.

Doe je soms het tegenovergestelde? Compleet onvoorbereid zijn, gewoon omdat het kan?

Ja, toch wel. Voor de laatste Pawlowski Syndrome had ik vanalles meegepakt, maar ik had niet echt goed alles op voorhand staan zodat het vlot ging. Dingen waren kapot, niks werkte. Is dat belangrijk? Dat is dan deel van de performance. Iets gaat kapot, ik ben iets belangrijks vergeten, maar dan is dat deel van de performance. Ik koester de mislukking en ik deel de mislukking met het publiek. Dat vind ik interessant.

De titeltrack op Eternal Sunday Drive is instrumentaal en bijna ambient. Waarom de keuze om de titeltrack het enige rustpunt in het album te maken?

Dat was intuïtief. Ik maakte dat. Ik dacht dat een instrumentaal nummer wel chique zou zijn. Dan kwam dat uit op dit, wat ik nu heb, een beetje een abstract instrumentaaltje. Eternal Sunday Drive had iets psychedelisch, esoterisch: ik zocht een muziek die daarbij past. Ik wou een instrumentale titeltrack. Dat was het en dat is het.

Is er een link tussen de titel en de muziek?

Niet noodzakelijk. Eternal Sunday Drive, zondagsrijden voor de eeuwigheid. Twee bejaarden of zo. Het is esoterisch, een new age-achtige sfeer, sektarisch, het paradijs, het kneuterige van de zondagsrijder. Dat is mijn universum. Zondagsrijders in de eeuwigheid en dan liefdesliedjes. Dat ben ik. Wat komt dat instrumentaaltje daar eigenlijk in godsnaam doen? Dat ben ik. Anders was het een gewone liefdesliedjesplaat. Niemand protesteerde, niemand vroeg: ‘Waarom verprutst ge het?’ Iedereen was van: ‘Ah ja, da’s gij, da’s nu is typsich gij, se.’ Ik weet niet of dat een compliment of een belediging was. Beide tegelijk, waarschijnlijk.

Ik ben heel grote fan van dat nummer. 

Aah, merci man. Misschien moet ik zo een hele plaat maken. Je brengt me op ideeën. Ik ga zo een ganse plaat maken, ik meen het. Nu zit je erbij hoe ik werk. Paf, één klein dingetje, een ingeving en dan maak ik er iets van. Het gaat gebeuren.

Ik kijk ernaar uit. Het eeuwige zondagsrijden: is dat iets wat je aanspreekt?

Enerzijds lijkt het me fantastisch. Anderzijds is het pure horror denk ik, als het verplicht is. ‘Ik wil niet meer, maar ik moet verplicht tot in de eeuwigheid zondagsrijder zijn.’ Aan de andere kant, zondagsrijden is toch plezant, een beetje cruisen door de dorpen van de Kempen.

Wat doe je op een gemiddelde zondag?

Dan ga ik meestal naar mijn moeder, ofwel gaan we wandelen of zo in een park ergens waar een speeltuin is voor de kinderen. Het is echt bejaardenfun. Daar houd ik van. Dat vind ik chique aan bejaarden. Om 10 uur ’s ochtends gaan ze een dikke zware trappist drinken op de Groenplaats met een attitude van: ‘Wie maakt mij iets uit nog. Fuck off, ik ben oud, wa gaat ge tegen mij zeggen?’ Dat is die Eternal Sunday Drive, de bejaardenrevolutie.

Trappist drinken als een bejaarde is de Eternal Sunday Drive.

Voilà. En ik heb er nu ook een nieuwe plaat bij. Merci!

Dit vind je misschien ook leuk:
LiveRecensies

Mauro Pawlowski presents Eternal Sunday Drive @ AB Club: Intiem en tegelijk groots

Na twintig jaar schuifelen tussen de Belpop-succesverhalen, brengt Mauro Pawlowski een album onder eigen naam uit. Zijn carrière begon als frontman van…
AlbumsFeatured albumsRecensies

Mauro Pawlowski - Eternal Sunday Drive (★★★): Belpop tussen oud en nieuw

Sommige artiesten zijn evenzeer publiek figuur als artiest. Zo werd onze favoriete Limburger Mauro Pawlowski hét boegbeeld van het muzikale alleskunnen. Schommelend…
LiveRecensies

Stadsmuzikantenfestival Tongeren: Muziek overwint regen

Nu de festivalzomer alsnog een mooi einde lijkt te krijgen, kon ook het Stadsmuzikantenfestival in Tongeren niet achterblijven. Zoals altijd presenteerde de…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.