Interviews, Uitgelicht

Interview Spinvis: ‘De dood ademt in mijn nek; tijd voor de essentie van mijn werk’

© Foto: Marc Driessen

“Soms breekt er een hart, soms blaft er een hond”. En godzijdank brengt Erik de Jong soms een nieuw album uit. Al zo’n twintig jaar betovert de Nederlander, die we ook Spinvis mogen noemen, de Lage Landen met zijn poëtische, eigenzinnige muziek. Gedurende de lockdown legde hij de laatste hand aan 7.6.9.6., de opvolger van Trein vuur dageraad uit 2017. Wij spraken hem van scherm tot scherm en waren geboeid door de verhalen achter zijn nummers en de wijsheden die hij ons zo graag toezingt.

Je nieuwe album heet 7.6.9.6.. Dat omschrijf je zelf als een cijfercombinatie zonder gevoelswaarde. Ben je zeker dat we hier niets achter hoeven te zoeken?

Een titel geeft vaak al heel veel verwachting. Stel dat ik de plaat bijvoorbeeld De herfstzon zou noemen, dan weet je ongeveer al hoe je het moet gaan luisteren. Ik waakte er dan ook over om jou niet met bepaalde oren te laten luisteren, dus wilde ik een titel zonder betekenis. Dat valt eigenlijk nog niet mee om te bedenken. Eerst dacht ik eraan om zelf een klank of woord te verzinnen, maar zelfs dat heeft vaak al een bepaald gevoel in zich. Toen kwam ik bij een cijfercombinatie van vier cijfers. Dat vond ik goed. Zeven-zes-negen-zes: het heeft al een melodietje. Ik probeerde echt zo’n titel te verzinnen waardoor ik de eerste ben die een gevoelswaarde toekent aan die combinatie. Logischerwijs ga je toch nadenken over wat het betekent. Het is een kleurencode; een bepaald soort azuurblauw. Het is natuurlijk de postcode van een plaats, een datum, een pincode. Maar dat is het allemaal niét!

Je hebt ook een boek gemaakt met driehonderd collages, samenraapsels van dingen die je bent tegengekomen. Zijn er in die collages links te vinden naar nummers op je album?

Jazeker, alleen maar. Of nee, niet alleen maar, maar heel veel. Het is namelijk allemaal in dezelfde periode ontstaan. De wereld waarin we toen opeens allemaal leefden, dat zit er ook allemaal in. Het was echter niet meteen al het plan om zo’n boek te gaan uitgeven, hoor. Ik vind het gewoon leuk om te doen, heel simpel, net zoals ik altijd zelf mijn artwork heb gemaakt. Het ging best hard; ik maakte er al snel vijf per dag. Op een gegeven moment had ik er driehonderd gemaakt en dacht ik: ‘Laat ik dit dan maar bij die plaat uitgeven’. Het hoort bij elkaar aangezien het tegelijkertijd gemaakt is.

Wat opvalt, is dat het nummer “De dag dat Richard Krajicek Wimbledon won” niet verschenen is op je album. Hoe komt dat?

Ik kreeg het er niet mooi op. Je maakt een playlist, en dan laat je alle mogelijke volgordes de revue passeren. Het eerste nummer is belangrijk, en het laatste. Op een gegeven moment had ik echt een mooie volgorde, zoals-ie nu is geworden en “Krajicek” kreeg ik er echter niet in. Elke keer viel die buiten de boot, omdat hij anders klinkt en anders gemixt is. Toen zei iemand van ‘nou, dan breng je ‘m toch gewoon los uit’. Weet je, een album is tegenwoordig nog slechts een idee. Op Spotify bijvoorbeeld staan al die liedjes toch als losse tracks. Het idee van een album als één geheel is niet meer heel erg van nu, vrees ik. Dat vind ik wel jammer, hoor.

Je hecht dus veel belang aan de volgorde van een album?

Ja, dat zeker. Daarnaast heb ik zelf de volgende ervaring: als je een album koopt, zijn de nummers die je in eerste instantie minder aanspreken, later de nummers die je het meest waardeert, net omdat ze langer tijd nodig hebben om zichzelf te kunnen laten zien. Heel veel nummers krijgen die kans niet meer, omdat mensen te snel overslaan. Iemand heeft het uitgerekend: je hebt gemiddeld twintig seconden de tijd om iemand te bekoren. Als dat niet lukt binnen die tijd, is het te laat. Daarom proberen ze nu bij heel veel nummers zoveel mogelijk in die eerste twintig seconden te stoppen. Of de rest van die drie à vier minuten nog boeiend zijn, maakt eigenlijk weinig uit. Ze hebben je al binnen. Da’s heel cynisch, maar zo begint het wel te werken.

Er zijn een paar nummers waar ik het graag over zou hebben. Neem nu “Paon”: dat klinkt als een triest nummer waar heel wat rouw in lijkt te zitten.

Ja, “Paon” betekent ‘pauw’ in het Frans. We hadden – je hoort het al, hadden – een hele goeie vriend die altijd meeging en gitaar speelde in de band. Juul De Paauw – hij noemde zich Paon – was zijn naam. Bijzondere kerel, héél bijzondere man die heel mooi kon schrijven. Hij had ook heel warrige, maar wel heel bijzondere gedachten. Weet je, dit beroep is vooral in auto’s zitten, heel veel ’s nachts door Nederland en België rijden, en dan luister je naar muziek en praat je met elkaar. Juul werd plots ziek en is overleden; het is dus een hommage aan een vriend, maar ook aan de eindeloze autoritten die dit beroep met zich meebrengen.

“Verzonnen man” lijkt mij een autobiografisch nummer: muziek maken op je zolderkamer, het amusement met het green screen tijdens de maanden in isolatie. Klopt dit?

Jazeker, natuurlijk. Daar komt het liedje uit voort. Als ik eenmaal bezig ben, probeer ik het altijd wel te onttrekken aan het hele persoonlijke verhaal; het moet ook wel over iets anders kunnen gaan. Maar ik stel me zo’n mannetje voor die op straat loopt, die heeft zichzelf hélemaal bedacht, weet je wel! Een heel vrolijk figuur, en onkwetsbaar, want alles om hem heen is bedacht. Als je wat dieper wil; we bedenken onszelf ook, natuurlijk. Zoals jij over jezelf denkt, da’s ook maar een versie van jezelf: je bestaat uit je geheugen, je bestaat uit je herinneringen … Je hebt gewoon een versie van jezelf gemaakt en je kan met weinig moeite een hele andere versie van jezelf maken door andere herinneringen erbij te halen. Dus de verzonnen man zijn we ook zelf, maar dit is in extremo een man die zichzelf helemaal verzint. Bovendien vind ik “Verzonnen man” een hele leuke titel vanwege zijn eenvoudigheid.

“Stuntman” lijkt over nepheid te gaan.

Het lijkt heel erg op “Verzonnen Man”: een beetje hetzelfde thema, over wat echt is en wat niet echt. De stuntman is altijd iemand anders. Hij blijft zelf ook anoniem, want hij moet altijd iemand anders zijn. Als je dat als een model voor het liedje ziet, kun je daar allemaal beelden bij verzinnen: wat is een stuntman? Je bent niet echt. Hij komt er ook achter dat de muren niet echt zijn, dat wat de mensen zeggen niet echt is. Alles is gescript; de liefde is niet echt. Ze lachen maar wat. Het is een decor, het is niet echt. Ook wel een beetje een griezelige situatie waar hij in zit.

Dan is er ook nog “Hollywood”, een ietwat mysterieuzer nummer. Is het, gezien je voorliefde voor film, ergens op gebaseerd?

Het is bedoeld als een heel klassieke vorm. Bob Dylan heeft ook van dat soort liedjes; hij beschrijft dan iemand met wie het helemaal verkeerd is gelopen, een hele oude folktraditie. Toen ik dat liedje had gemaakt – bijna een folkliedje qua akkoorden en structuur, met het koor dat antwoord geeft op de liedzang – vond ik dat beschrijvende verhaal passen in die liedvorm. We weten niets: hij is neergeschoten, het was iets met een vrouw die ervandoor is, zijn geld is weg. We zien hem waarschijnlijk in de laatste minuten van zijn leven, want overal is bloed. En dat is het. Maar dat is ook goed, want dat kan toch ook genoeg zijn?

Vind je het trouwens niet lastig als mensen vragen waarover je nummers gaan?

Nee, zolang het maar niet dé waarheid wordt. Ik kan wel zeggen waar het voor mij over gaat, maar ik wil heel graag dat het voor jou over iets anders kan gaan. Dat vind ik wel heel waardevol. Ik moet ook wel wat uitkijken dat ik niet precies uitleg waar het over gaat, want misschien heb jij een heel andere versie in je hoofd. Dat moet ik niet stukmaken.

Het is ook opvallend dat in heel veel nummers banaliteiten hand in hand gaan met grote thema’s, alsof je beide even interessant vindt.

Alledaagse zaken zijn veel betere dragers van de grote woorden. We weten allebei waar we het over hebben, maar door het niet te benoemen wordt het nog waardevoller.

Soms passeren er wel ‘tegelspreuken’ zoals ‘Alles heeft een reden’ of ‘Verliezen is goed; het geeft je meer dan winnen ooit doet’.

Ja, die laatste is echt zo’n vriend die wat nepheid gebruikt om die jongen maar een beetje een hart onder de riem te steken. En ‘Alles heeft een reden’… Dat gaat over dat meisje in de keuken dat danst.

“Picasso”.

“Picasso”, ja. Mysterieus iemand. Ze is alleen en ze bidt voor de mensen op haar werk, dus is wel goed van hart. Eenzaam als de maan, maar geen slachtoffer van de situatie zoals ik het zie. ‘Alles heeft een reden’ geldt als troost voor haarzelf.

In een persbericht vertelde je dat sommige nummers al talloze jaren meegaan. Welk nummer is daar zo’n voorbeeld van?

Wel, “Picasso” bijvoorbeeld. Ik had de tekst nog niet helemaal af en was nog niet tevreden, maar de akkoorden en de melodie had ik misschien wel al vijftien jaar. Voor de buitenwereld maak je een album en lijken het allemaal losse objecten, maar voor mij is dat één lange stroom. Om de zoveel jaar snij ik dat af en maak ik een plaat, maar in wezen is het één lange stroom. Soms is iets nog niet af. Nu zijn er ook weer liedjes die nog niet klaar zijn, maar die wel op de volgende komen.

Je bent dus al bezig aan je volgende album?

Meteen. Ik heb nu heel erg het gevoel dat dat een instrumentale plaat gaat zijn. De tekst eens helemaal weglaten en kijken wat er dan gebeurt.

Het laatste nummer geldt dan wat als een opstapje?

Ja. Ik had ideeën voor de tekst, maar ik heb die doorstreept. Die pianomuziek die het is geworden, is helemaal niet geschikt om op te zingen. “Nogensinde” is een Deens woord voor ‘ooit’, alles wat er nog kan gaan gebeuren. Dat heeft twee betekenissen. Ooit is tof, want het gaat gebeuren, maar je kan ook zeggen: ‘ooit kan ik nog gaan reizen, maar het is er niet van gekomen’, wat ook iets van teleurstelling impliceert. Dat vind ik mooi.

Bij de rodeloperconcerten kreeg je dertig keer iemand voor je op anderhalve meter, waar je à la minute een persoonlijk nummer voor bracht. Hoe was dat voor je?

Heel intensief, emotioneel, onverwacht. Ik ben niet per se altijd op zoek naar de emotie of de traan, maar dat gebeurde dus wel. Het was bijna sektarisch. Ik kijk naar jou, jij kijkt naar mij. Ik vraag hoe je graag zou willen heten. Ik weet dan dus niet of jouw antwoord je echte naam is, maar dat maakt niets uit. Dan probeer ik een liedje uit te kiezen en groet ik je. Dat klinkt heel simpel, maar was heel erg spannend en heel geconcentreerd, één op één.

Op basis waarvan kies je dat nummer?

Ja, dat is heel erg moeilijk. Wat ik belangrijk vond, is dat ik geen setlist had van nummers die ik afwerk. Ik had mezelf verplicht om naar jou te kijken en dan te kiezen. Geen idee waarom ik het een of het ander koos.

Dan was er ook Into The Great Wide Open, op het strand van Vlieland. Jullie leken één te worden met de natuur.

Wat je niet ziet op die film, is hoe hard het waaide. Wind is heel vermoeiend en maakt het moeilijk om je goed te concentreren. Toen we klaar waren, had ik geen idee of het wel goed was. Uiteindelijk was het veel beter dan ik dacht. Ik grijp heel vaak terug op woorden; de zee, de wolken, de maan, meeuwen. Allemaal universeel sterke woorden. Ik probeer dat te vermijden, maar het dient zich vaak aan en dan is het zo. De zee is natuurlijk ook iets buitengewoons en het onveranderlijke. Alles om je heen verandert. Kijk maar om je heen: alles in deze kamer is bedacht door iemand. Er is niets dat niet ooit een idee was in iemands hoofd voordat het bestond. Behalve als je op het strand bent, want niemand heeft de zee bedacht. Voordat wij er waren – miljoenen jaren geleden – was het precies dezelfde zee. Dat heeft iets… Het onveranderlijke is er gelukkig ook.

In hoeverre ben je zelf veranderd tegenover de beginjaren van Spinvis?

Da’s een heel goede vraag, want dat is heel moeilijk om zelf te bepalen. Dat is een weegschaal die zichzelf moet wegen. Ik denk eigenlijk dat je dagelijks verandert, maar dat merk je helemaal niet. Er zijn mensen die zeggen dat ze zestig zijn, maar vanbinnen twintig en dat is gewoon niet waar. Misschien wil je dat zo en denk je dat het zo is. Toen ik twintig was, was ik een heel ander iemand. Dat weet ik wel zeker. Wat ook een misverstand is, is dat je helemaal niet per se beter wordt in wat je doet naarmate je ouder wordt. Je wint dingen, maar je verliest ook. Dat is ook zo in mijn werk. Ik weet helemaal niet wat het is om ‘beter’ te worden; ik weet alleen dat ik verander.

Het is dus nooit je bedoeling om beter te worden?

Nee. Het enige wat je kan doen, is je innerlijke kompas zo goed mogelijk raadplegen en zo goed mogelijk beantwoorden aan wie je op dat moment bent en daar iets mee maken. Maar vragen als ‘beter’ of ‘slechter’, dat zijn betekenisloze termen aan het worden.

Wat zijn dan voor jou manieren om naar dat innerlijk kompas te luisteren?

Gewoon tijd, dat was nu wel een voordeel. Er is veel meer tijd om weer weg te leggen, drie weken met iets anders bezig te zijn en dan te luisteren naar wat je nu eigenlijk gemaakt hebt. Is het wel integer, is het wel echt, of heb ik toch beslissingen genomen om andere redenen dan integere? En da’s een valkuil, hoor; je bent nooit zuiver, je hebt altijd motieven, maar dat geeft niet. Dat is altijd wel interessant, in hoeverre dat je aan die binnenstem kunt beantwoorden.

Is er dan ook een buitenstem?

Precies. Dat kan een strijd zijn.

In welke mate ben je gevoelig aan kritiek van buitenaf?

Ik ben geen autonoom kunstenaar. Popmuziek is sowieso niet per se een kunstvorm; het is ook amusement, entertainment en dat vind ik er juist ook leuk aan. Ik vind het ook leuk als mensen bijvoorbeeld meezingen, dat ik een liedje zing en dat mensen plezier hebben. Het heeft wel degelijk ook een functie in die zin, en ik wil daar ook wel aan beantwoorden. Bovendien moet het ook aangenaam klinken en op de radio kunnen; daar ben ik ook wel mee bezig. Maar daarom hou ik ook van popmuziek. Het zijn dus best ingewikkelde gedachtes ook allemaal.

Welk nummer van de plaat zie je dan zelf als het meest radiovriendelijk?

Weet je, ik denk bij alles wat ik maak: ‘Oh, dit is een wereldhit!’, dus wat radiovriendelijk is, dat weet ik echt niet. Het is ook niet dat ik dat met die oren ga maken, maar het is wel bijvoorbeeld, als ik eerlijk ben – en ik ben eerlijk – dat het vaak in de structuur van het liedje zit. Je hebt drie minuten, wat ik ook een mooie eenheid vind, en dan heb je bijvoorbeeld in “Picasso” de afwisseling couplet-refrein-couplet-refrein. Die laatste minuut van Picasso was één lange synthesizersolo, wat ik heel cool vind. Dan luister ik daarnaar en vind dat interessant, maar moet het natuurlijk ook wel een goed liedje blijven. Dus dan heb ik maar gewoon het refrein herhaald, op zich vrij klassiek, en toen ik dat gedaan had, dacht ik ‘dit is popmuziek; dit is goed’. Het is heel dualistisch. Je kunt heel stoer zeggen dat je daar immuun voor bent, maar iemand die dat zegt geloof ik niet.

Je hebt al Bob Dylan genoemd. Zijn er nog andere artiesten die je geïnspireerd hebben tot deze nummers?

Er zijn zeker mensen die ik buitengewoon bewonder. Door de jaren heen Damon Albarn, Gorillaz dus, en alle andere projecten die hij doet. Ik vind Gorillaz fantastisch; ik ben een superfan. Live vond ik het evenwel een rare en ingewikkelde show waarbij ik niet wist waar ik naar moest kijken, maar de productie, de melodieën en de tekst vind ik subliem. Dat geldt ook voor David Byrne van Talking Heads; er is een video van Talking Heads in Rome, een liveconcert uit 1980, en dat is denk ik wel het beste gefilmde concert ooit. Vind ik on-voor-stel-baar; het hoogtepunt van de popmuziek!

Enkele jaren geleden schreef je filmmuziek voor Vele hemels boven de zevende. Is dat iets wat naar meer smaakte?

Ja, maar aangezien ik het eeuwige leven niet meer heb en nog wel drie of vier goeie platen wil maken, moet ik al die samenwerkingen nu stoppen. Ik moet nu tot de kern van m’n werk komen – als die al bestaat – maar ik moet me nu dus concentreren op wat ik eigenlijk wil en doe: muziek en liedjes maken. De verschillende verzoeken die ik kreeg voor filmmuziek, heb ik om die reden laten lopen. Ik vind het heel interessant om met mensen samen te werken, maar nu moet het klaar zijn. De dood ademt in mijn nek, dus moet ik nu doen wat belangrijk is.

Klinkt beangstigend.

Tragisch, hé. Je wordt je er wel bewust van. Wacht maar tot je zestig bent, dan zal je ’t allemaal wel meemaken. ‘Dit is mijn laatste huid’ zing ik op een bepaald moment en zo voelt het ook. Dat is niet zo vreselijk allemaal, maar wel hoe het is.

Heb je daar schrik voor?

Voor aftakeling wel, ja. Als je gezond bent, is je lichaam er helemaal niet. Je bent er niet mee bezig, tot het opeens niet meer lukt. Nu voel ik me nog goed, maar je moet ervan uit gaan dat dat nu zo’n beetje de aanvang gaat nemen en daar heb ik geen zin in.

Een vraag die je stelt in “Je begrijpt het bijna” wil ik ten slotte graag naar je terugkaatsen: wat is geluk? 

Geluk is een goed idee krijgen. Dat is toveren, want dan is er eerst niks en het volgende moment wel. Dat kan heel groot of klein worden, mislukken – het kan allemaal. Het moment dat het idee er is vind ik ontzettend gelukzalig. Dat heeft niets met succes te maken. Veel verder daarvoor spelen zich nog allerlei dingen af. Het allereerste ding, het zaadje, het idee; dat is geluk. Dat voel je meteen. Dat is euforie, en da’s fantastisch. Ik word er een beetje zenuwachtig van altijd. Het voelt als een diamant, en dan vraag je je af wat je daarmee moet en of je dat idee wel waard bent. In de klassieke wereld hadden ze ’t over een ‘genius’. Een soort geest die naast je leeft en zo nu en dan door je heen komt en jou het idee geeft. Ik vind dat een hele mooie metafoor. Soms vraag je je echt af waarom je dat idee kreeg, en waarom je niet altijd zo’n idee krijgt. Je kunt het niet sturen of beheersen; het komt je toe. Dan lijkt het net alsof het van buiten komt gewaaid. De geest is een mysterie…

Op 13 oktober stelt Spinvis 7.6.9.6. live voor in de AB. Dat is meteen ook de aftrap voor zijn tournee door België en Nederland.

Facebook / Website

1 oktober 2020

About Author

Ellen Vanneste Containing multitudes.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief