Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Róisín Murphy: ‘Ik heb veel te zeggen en weinig tijd’

© CPU – Ymke Dirikx

Róisín Murphy was ooit het gezicht van Moloko, een elektronicaduo dat ze vormde met producer Mark Brydon. Met hem scoorde ze hits als “Sing it Back“, “Time Is Now” en “Forever More“, maar ondertussen duurt haar solocarrière al een stuk langer. Onder meer “Overpowered“, “You Know Me Better” en recentelijk “Something More” verwierven de Ierse ook aardig wat aandacht. Die laatste verscheen in de aanloop naar haar nieuwste album, dat begin oktober verschijnt. Naar aanleiding van Róisín Machine stelden wij via de telefoon een reeks vragen aan de vrouw achter de machine. We hadden het niet alleen over de nieuwe plaat, maar ook over haar lange carrière, bekendheid en kleren.

Wanneer besefte je dat je muzikante wou worden?

Het was geen inzicht waarmee ik plots wakker werd, maar een gevoel dat zich langzaamaan ontwikkelde. Toen Mark Brydon en ik begonnen met Moloko had ik nog niet het gevoel dat ik een muzikante was, aangezien ik gewoon stomme zaken zei op een beat. Er ontstond een dialoog over wat we wilden doen, hoe we het wilden doen en vooral of we het wilden doen. Ik had wel een idee over muziek, maar ik voelde me geen muzikante. In het begin hadden we vooral conceptuele ideeën en zelfs tot aan het einde van Moloko (in 2003, nvdr) vroeg ik me af of ik een muzikant was. Pas toen ik een eerste soloalbum maakte met Matthew Herbert voelde ik mezelf een muzikante.

Pas toen ik een eerste soloalbum maakte voelde ik mezelf een muzikante

Heb je dan spijt dat je niet sneller een soloalbum hebt gemaakt?

Van dat soort dingen heb ik geen spijt. Het is gegaan hoe het is gegaan en ik kan het toch niet meer veranderen. Het ene album volgt het andere op en ze vertellen allemaal een ander verhaal. Hoe langer ik ermee bezig ben, hoe meer ik het grote plaatje zie over de albums heen.

Hoe zou je je muziek opschrijven aan iemand die Róisín Murphy niet kent?

Het is moeilijk om mijn muziek te omschrijven, want elk project is helemaal anders dan het vorige. Elke keer werk ik met een andere producer en zo ontstaat elke keer een nieuw muzikaal tijdperk, waardoor het ook elke keer een uitdaging is. Voor Róisín Machine werkte ik samen met Richard Barratt (ook actief als Parrot, nvdr) en daardoor klinkt het al helemaal anders dan het volgende album. Ondertussen is er alweer bijna een langspeler afgewerkt waarvoor ik samenwerkte met dj Cones. De volgende Róisínplaat wordt iets helemaal anders dan die die binnenkort uitkomt.

Wanneer mensen je naam horen, denken ze vaak nog steeds eerst aan Moloko. Hoe voel je je daarbij?

Ik denk dat dat vooral het geval is in België. Daar was Moloko echt een grote en bekende band, terwijl ik nu in het Verenigde Koninkrijk bekend aan het worden ben. Dat is wat irritant. Zelfs vandaag vroegen al mensen om een foto toen ik mijn kind aan de schoolpoort afzette of een koffie zat te drinken. Ik vind het niet enorm fijn, maar ik word nu bekend als Róisín Murphy.

Ik genoot ervan om niet bekend te zijn, ondanks dat ik een fantastische carrière heb gehad. Ik kon mijn inspiratie halen uit alledaagse dingen zoals bouwvakkers of architectuur. Ik was vrij om overal heen te gaan als ik dat wou, terwijl er zo nu en dan iemand naar me toe kwam die mijn muziek weet te appreciëren. Het is voor mij moeilijk om aangesproken te worden gewoon omdat ik bekend ben en niet voor mijn werk.

Je draait ondertussen al even mee in de muziekindustrie. Wat zijn de grootste veranderingen die je hebt meegemaakt?

Nu hebben we veel makkelijker toegang tot alles, doordat we gewoon even iets kunnen opzoeken op het internet. In 1994 had je geen idee wat er in andere landen gezegd werd over je muziek zonder een brief te versturen, wat veel tijd en zelfs geld in beslag nam, terwijl ik dat nu gewoon zelf opzoek. Wat me daarbij het meest helpt – en er niet was toen ik begon – zijn dingen als e-mail en spellingcorrectie. Voor iemand met zware dyslexie, zoals ik, is dat echt heel nuttig en kan je zo je ideeën meteen laten weten aan iemand zonder dat je moet samen komen om te vergaderen.

Vroeger werd er ook heel veel geld gepompt in nutteloze zaken. Bij momenten stonden er de hele tijd auto’s te wachten aan de opnamestudio tot we klaar waren met opnemen. Dat gaat niet alleen voor mij op, maar ook voor veel andere mensen. Nu wordt geld gespendeerd aan de dingen die je hoort en ziet.

Op technisch vlak is er dus uiteraard enorm veel veranderd, maar toch ben ik vrij consistent geweest. Ondanks dat ik vaak van label ben veranderd heb ik me altijd gefocust op albums, en daar telkens mee rondgetrokken en opgetreden. Doorheen de tijd had ik niet alleen meer controle, maar voelde ik ook meer druk. Wanneer ik zeg dat ik iets kan, moet ik het ook doen lukken.

Ik heb nog steeds niet alles gezegd dat ik te zeggen heb

Waardoor is Róisín Machine geïnspireerd?

Róisín Machine is een album dat zich liet inspireren door disco en er is om op te dansen. In de jaren tachtig, voordat genres als house de kop opstaken, zou men dit een dancealbum genoemd hebben. Het heeft zeker iets weg van dat decennium en ook de manier waarop het gemixt is ligt in die lijn. De nummers zijn aan elkaar gemixt zodat je het in één keer ervaren als je dat wilt, maar je kan ook van track naar track springen. De albumversies zijn bovendien lichtjes anders dan de versies die eerder werden uitgegeven.

Het concept van Róisín Machine was vanaf het begin – en dat is al van toen Overpowered (2007) afgewerkt was – dat het een Sheffieldgevoel moet meegeven. Koude industrie die gecombineerd wordt met euforie is waar dit album om draait.

Zoals je zei gaan de nummers vloeiend in elkaar over, wat vrij ongebruikelijk is. Vanwaar die keuze? 

Lang geleden was Richard Barratt een dj en dat zit nog altijd in hem. Als hij zijn ogen sluit bevindt hij zich nog steeds in een club en mixt hij nummers aan elkaar. Het album zelf is maar één aspect van het volledige verhaal. Barratt maakt ook remixes van de singles die we de Crooked Mixes noemen. Zij horen ook bij het verhaal en zijn er ook om te ontdekt te worden. Eens een lied is uitgebracht kan je nog altijd in een andere richting ermee uitgaan om het in een club of je woonkamer te spelen. Zo zie je dat een album nooit compleet is.

Aan het begin van het album wordt er ‘I feel my story is still untold’ gezegd. Wat bedoel je daarmee?

Met zo’n uitspraak toon ik aan dat creatief gezien mijn verhaal niet verteld is. Voor andere mensen kan het zijn dat zij niets meer te zeggen hebben, maar ik heb dat wel nog. Daarom ben ik een machine, en hoe langer de machine draait, hoe sneller hij draait. De tijd tikt en ik heb nog steeds niet alles gezegd dat ik te zeggen heb!

“Simulation”, het openingslied, is een soort van mantra en het is wel duidelijk waarover het gaat, ondanks dat het een vrij ongewoon nummer is. Het is het eerste dat we gemaakt hebben voor dit album. Ik was er toen, tien jaar geleden, super fier op en nog steeds ben ik dat. Ik hou van hoe het verandert en euforisch wordt. Het is sexy.

Ik wil veel dingen proberen en heb niet veel tijd daarvoor

Een ander stukje tekst dat ons opviel is ‘Never had a broken heart / Am I incapable of love?’, uit “Incapable”, uiteraard. Hoe kwam deze tekst tot stand?

Er zit zeker een portie humor in dat lied, maar het gaat ook over hoe ik me toen voelde. Ik schreef het een jaar of drie voor ik verliefd werd op mijn geweldige Italiaanse muziekproducer (Sebastiano Properzi) en ik voelde me een beetje brutaal die dag. Ik had het gevoel dat ik ermee weg kwam dat te schrijven! (lacht) Op dat moment had ik mijn dochter al en mijn vorige partner had me vrij snel verlaten eens ze geboren was. Dat was wel wat angstaanjagend.

De tekst van dit lied omvat ook iets groters dat specifiek is voor dit album. Doorheen het album komen er thema’s terug en ik val soms in herhaling, dat geef ik toe, maar dat is niet slecht. Grappig genoeg vond Barratt een disconummer over niet in staat zijn tot liefhebben geen goed idee, maar toen hij de mix toch had afgewerkt en het aansloeg, waren we tevreden. Door dat lied konden we bij een label tekenen een aantal maanden geleden en dan hebben we het album kunnen afwerken.

Vorig jaar speelde je op de Lokerse Feesten en daar had je heel wat kledingstukken mee. Wat probeer je te bereiken met die continue outfitwissels? 

Ik heb gewoon veel waarmee ik graag pronk. (lacht) Ik geef toe dat het soms wat uit de hand loopt. Wanneer ik op het podium sta, of iets anders doe, en ik weet dat er een mogelijkheid is tot falen, dan weet ik dat ik goed bezig ben. Wanneer het aanvoelt alsof je gewoon ergens doorheen wandelt, dan is het niet meer goed.

Ik kan veel dingen doen met die kledingstukken. Ik kan veel van die dingen op verschillende manier aantrekken of ermee bewegen, en ik kan zelfs in het publiek springen als ik dat wil. Ik wil veel dingen proberen en heb niet veel tijd daarvoor. Een terugkerend iets in ons gesprek.

Róisín Machine stond gepland voor 25 september, maar werd recentelijk met een weekje uitgesteld. Op 2 oktober verschijnt dus het vijfde soloalbum van Róisín Murphy

Facebook / Instagram / Website

29 september 2020

About Author

Robbe Rooms Ik ben te herkennen aan mijn gele jas.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief