Features, Instagram, Interviews, Uitgelicht

Interview Doves: ‘Niemand wacht op een man van middelbare leeftijd die zeurt over het leven’

Na elf jaar is Doves terug. Het drietal nam wat tijd voor zichzelf en enkele soloprojecten om zo vol nieuwe inspiratie aan nieuw werk te beginnen. De reünie begon al in 2017, maar het is pas dit jaar dat we ook nieuwe muziek konden horen van de legendarische Britten. Met The Universal Want is er nu ook een nieuw album, en daarover hadden we een gesprek met drummer Andy Williams. Het ging over de nieuwe creatieve flow, de ontdekking van afrobeat en zijn laatste concert voor de wereldwijde lockdown.

Hoe is het om een album uit te brengen in deze tijden?

Het is vanzelfsprekend heel raar. Normaal gezien zouden we nu op tour zijn en de nieuwe nummers al live aan het spelen zijn. Als ik eerlijk ben, voelt het tamelijk afstandelijk aan. Dat komt vooral omdat we de reacties van de mensen niet kunnen zien. Normaal kan je live in de ogen van de toeschouwers zien wat ze ervan vinden, en nu is dat onmogelijk. Aan de andere kant ben ik er toch heel dankbaar voor dat we nieuwe muziek kunnen uitbrengen en het zo goed wordt ontvangen.

Het nam heel wat tijd in beslag om dit album te maken. Hoe kwam dat?

Bij het maken van Kingdom Of Rust uit 2009 hadden we een bepaalde strijd met onszelf om tot een volledige plaat te komen. Dat kwam vooral doordat we in de tour-album-tour-album-sleur begonnen te geraken. Niet dat het een slecht album is geworden, maar aan het eind van die tour rond de plaat waren we uitgebrand. Daardoor was er heel weinig enthousiasme om direct terug aan iets nieuw te beginnen. We besloten dan ook onze eigen weg te gaan en onze eigen muzikale paden te exploreren.

Voor we het wisten hadden mijn broer en ik een plaat met Black Rivers gemaakt en waren we zes jaar verder. Het is niet dat we niet aan elkaar dachten, maar het kwam er gewoon niet van. In 2017 begonnen we dan te hergroeperen met Jimi (Goodwin) en ik denk dat het vooral kwam doordat we het misten om met ons drie samen te werken. We genoten gewoon van elkaars gezelschap en schreven wat muziek, niet meteen met de bedoeling om er iets groots van te maken. We waren natuurlijk wel tevreden toen bleek dat ons label de nummers goed genoeg vond om uit te brengen.

Hadden jullie soloprojecten een invloed op hoe het nieuwe album ontstond?

Heel zeker. Jez en ik waren al begonnen aan een tweede Black Riversplaat en hadden al wat nummers geschreven. Toen we eens met Jimi afspraken, speelden we enkele nummers voor hem en hij was heel enthousiast. Zeker over twee nummers die dan later “Carousels” en “Cathedrals of the Mind” werden. Hetzelfde verhaal bij Jimi eigenlijk die had het nummer “I Will Not Hide” voor zijn tweede soloplaat had geschreven, waar wij dan weer enthousiast over waren. We begonnen dan ook meteen te discussiëren wat we konden toevoegen, zoals een gitaarsectie op het eind. We schreven de nummers afzonderlijk, maar iedereen voegde er achteraf nog eigen ideeën aan toe. Moesten we die nummers solo uitgebracht hebben, zouden ze volledig anders geklonken hebben. Het werden dan op het eind toch allemaal Dovesnummers.

Jullie inspireerden elkaar meer als het ware.

Ik voel me erg gezegend dat we nooit echt met grote ego’s moesten werken. We zijn alle drie meer bekommerd om het nummer dan om onszelf. De song wint altijd. Binnen Doves wordt er altijd binnen een creatieve en samenwerkende omgeving gewerkt, en dan is het altijd het beste nummer dat eruit komt.

Een van de nieuwe dingen op The Universal Want, is de invloed van afrobeat. Die is vooral te horen op “Carousels”. Hoe ben je daarbij terecht gekomen?

Ik luisterde veel naar BBC Radio 6 en daar was er op zaterdag een programma met Gilles Peterson. Zo kwam ik in aanraking met dat genre en begon ik er over te lezen, meer over op te zoeken, kocht ik wat Fela Kuti albums en ja, dat intrigeerde me wel. Hoe dat dan in dat nummer kwam. Goh, je denkt daar niet veel over na. Jez had een soort van keyboardriff die je in het begin van het nummer kunt horen en dan begin je gewoon te spelen en implementeer je alles waar je naar luistert. Zo is die invloed er gekomen. Maar het is niet dat het enkel dat genre is. We halen onze invloeden echt van overal.

Het klinkt inderdaad iets meer groovy, maar er zitten ook weer wat ballades op de plaat. Hoe vind je de balans daartussen?

We proberen altijd om variatie in de platen te steken. We willen geen tien songs gebaseerd op een groove, maar evengoed geen tien ballades. We proberen nummers altijd heel voorzichtig ergens op het album te plaatsen. Het is misschien een cliché, maar je moet een heuse reis maken doorheen het album. Neem bijvoorbeeld “The Universal Want”. Ik begon met een piano en dan maakte Jez er een soort van elektronisch housenummer van. Het was een verrassing voor mij, en dus moeten we zorgen dat ook de luisteraar die verrassing meemaakt. Het mocht dus niet in het begin van de plaat komen, want je moet er echt klaar voor zijn. En ik denk dat het nu, als voorlaatste nummer, perfect geplaatst is.

Dus er wordt bij jullie echt per song gedacht bij het maken van een album?

Helemaal. We werken één of twee nummers per keer af en dan zien we verder. We zijn geen band die in de studio gaat en er dan uitkomt met een volledige plaat. We verliezen altijd te snel onze concentratie, dus we moeten het op het gemak doen. Het is altijd al zo geweest en ik zou willen dat we sneller konden werken, maar dat zit er helaas niet in. We werken op een methodische manier en het is lastig om dat aan te passen.

Zijn jullie misschien te streng voor jullie zelf?

Dit album was alleszins makkelijker dan ons vorige. Daar waren we echt te streng en hadden we te veel druk van onszelf wegens persoonlijke redenen. Toen hebben we ons echt tot het randje geduwd. De lyrics moesten beter, de synths moesten beter, de gitaren ook,… Zo was het niet plezant om te werken. Voor dit album lag de nadruk vooral op plezier hebben. We moesten vriendelijk zijn voor elkaar en onze muziek en dat was wel een bevrijdend gevoel. We wisten zelfs nog niet of iemand de muziek die we aan het maken waren, zou willen uitbrengen. Indien niemand het wilde, zouden we het toch wel onafhankelijk uitgebracht hebben.

Ik las in een recensie dat het album nodig is in deze tijden. Ga je daar mee akkoord?

Dat is niet aan mij om te zeggen. We namen het album op voor heel deze pandemie. Toch resoneren de nummers om de een of andere reden met deze tijd. Bij het nummer “Prisoners” kan je jezelf als gevangene van deze tijd zien. Hopelijk niet voor te lang.

Het is wel toeval natuurlijk, maar waar kwam de inspiratie voor de lyrics dan?

Bij “Prisoners” en zelfs ook “Cathedrals of the Mind” gaat het vooral over mentale gezondheid. Bij “Prisoners” is het dat gevangen zijn in je eigen gedachten en herhalend gedrag. De hele plaat gaat daar eigenlijk een beetje over, en ook over proberen verder dan dat te geraken, om niet gevangen te zitten in je eigen vel. We vinden het heel belangrijk om muziek te maken waaraan mensen zich kunnen spiegelen.

Jullie zijn altijd wel een band geweest die vooral over persoonlijke zaken zingt. Is daar een specifieke reden voor?

Bij het schrijven proberen we zo eerlijk mogelijk te zijn. Het moet resoneren met onszelf en dan kunnen anderen zich daar hopelijk ook in vinden. Maar het is niet dat we altijd een groot plan hebben om een nummer over mentale gezondheid te schrijven. Het is meer een organisch proces waarbij je moet proberen eerlijk te zijn, zonder daarbij te zeurend over te komen. Niemand zit te wachten op mannen van middelbare leeftijd die wat zitten te zeuren over het leven.

Op de nieuwe plaat zitten er heel wat eighties- en ninetiesinvloeden. Wordt er ook nog geluisterd naar nieuwe muziek die zijn invloed heeft?

Ja, natuurlijk. Ik ben heel erg fan van de band Villagers. Hij is een heel goeie songwriter. Wanneer ik naar zijn werk luister, krijg ik rillingen. Er zit iets in zijn songschrijven en stem waar ik me helemaal in kan vinden. Er is echt heel veel geweldige muziek tegenwoordig en het is jammer dat er zoveel niet de aandacht krijgt die het verdient. Het laatste concert dat ik bijwoonde, was van Thee Oh Sees. Die zijn echt geweldig live. Wat een energie! Dat was vorig jaar sowieso het meest memorabele concert in Manchester.

In de elf jaar dat Doves onder de radar bleef, is er heel wat veranderd in de muziekindustrie. Heb je geprobeerd om je daaraan aan te passen?

Nee, niet echt. Je moet eigenlijk gewoon altijd je eigen pad volgen. Het is een risico als je dingen kunt afstemmen op een bepaalde tijd. Je moet niet blijven hangen en altijd op zoek gaan naar nieuwe zaken waar je enthousiast over kan zijn. Zo’n dingen kan je nooit op een geknutselde manier bereiken, dus we blijven echt ons ding doen.

Zijn er plannen om naar België te komen, eens het weer allemaal kan?

Natuurlijk. Van zodra we weer kunnen touren, zullen we een Europese tour doen in Frankrijk, België en Nederland. Jullie kunnen ons zeker verwachten. We houden van België!

Bedankt en veel succes met de albumrelease!

Facebook / Twitter / Website

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

10 september 2020

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief