Albums, Recensies

Jehnny Beth – TO LOVE IS TO LIVE (★★★★½): Ook wreed savage zonder haar band

Wie hijgt daar heet in onze nek en blaast tegelijk koude rillingen over onze rug? Het is Jehnny Beth. Ze werkte samen met Julian Casablancas, Gorillaz en Trentemøller, besteeg het podium met LCD Soundsystem, The XX en Primal Scream en deelt al jaren lief en leed met Johnny Hostile, met wie ze sinds 2006 het muzikale duo John & Jehn vormt. Toch ken je haar wellicht het best als de charismatische frontvrouw van het brutale Britse vrouwencombo Savages. Die band laste eind 2016 een pauze van onbepaalde duur in. Tijd die Beth ondermeer gebruikte om te werken aan TO LOVE IS TO LIVE, haar eerste soloplaat. Het werd een diepzwarte en muzikaal zeer grillige blik in de zielenroerselen van de Française. Française, zeg je? Eh ben oui, Beth is zo Frans als stokbrood en heet eigenlijk Camille Berthomier. In 2006 ruilde ze Parijs voor Londen, samen met haar levensgezel Nicolas Congé (aka de hierboven reeds vermelde Johnny Hostile).

De albumrelease was gepland voor 8 mei, maar Beth stond erop om die uit te stellen naar 12 juni. Niet omdat het album nog niet af was, wel omdat ze niet wilde voorbijgaan aan de noodlijdende platenwinkels die wegens Corona hun verkoop zagen kelderen. Het album moest en zou tegelijk digitaal en fysiek verkrijgbaar zijn. Dat zegt veel over haar integriteit, als mens en als bijzonder veelzijdige artieste. Gewapend met de ten huize Berthomier sterk aangemoedigde piano- en zanglessen, en een toneelopleiding aan het conservatorium van Poitiers, vult ze haar dagen met musiceren, acteren en presenteren. Daarnaast vindt ze ook nog tijd om te schrijven. Binnenkort publiceert ze haar eerste boek Crimes Against Love Memories (C.A.L.M.), een verzameling van erotische kortverhalen.

Hoe zeer dat onze aandacht ook wekt; we zijn hier niet om over zinnenprikkelende literatuur te schrijven. Wel over dat eerste soloalbum. Dat is gelukkig minstens even zinnenprikkelend. Beth gunt ons zelfs enkele thematische raakvlakken met haar kortverhalen, onder meer in “We Will Sin Together”, een vijftig tinten donkergrijs kleurende song. Ze haalt er de stem van Romy Madley Croft van The XX bij als extra verleidingsfactor, en omsluiert het engelachtige gezang met een onheilspellende soundscape.

Waar Savages het hield bij gitaar en bas om de rauwe klanken te bereiden, trekt Beth solo ook een blik elektronica open. En het deksel van haar piano. Die pianolessen moeten toch een keer van pas komen. “I Am” besluipt ons met ongemakkelijke ambient, dreigende strijkers en enkele verraderlijk eenvoudige pianotoetsen. Ook in “Innocence” beroert ze opnieuw het ivoor bij een teder gezongen refrein, maar in de strofes blaft ze boven een overstuurde kickdrum. De song vat het gevoel van isolatie in een stad vol mensen: ‘Is it living in the city / That turned my heart so cold’. Naar buiten en naar binnen kijken tegelijk.

Het album laveert tussen rauwe realiteit en zoete zonde en stapelt onderweg de hoogtepunten op. Het sensuele “Flower” fluistert onze nekhaartjes overeind. “Heroin” is dan weer een adrenalineshot toegediend met verslavende baslijn, opzwepende percussie en bevreemdende blazers. Het uit industriële woede opgetrokken “I’m The Man” klinkt sinds het laatste seizoen van Peaky Blinders bekend in de oren, maar blaast ons opnieuw omver. Acteur Cillian Murphy leent overigens zijn stem aan een interlude voor de song. De razende industrial schakelt nog een versnelling hoger in “How Could You”. Doorheen de bijtende bleeps en bits en de razernij van Joe Talbot van IDLES ontwaren we daarin vooral de invloed van producer Atticus Ross. Ross is de (film)componist die vaak samenwerkt met Trent Reznor. Hij was medeproducer voor dit album, en je hoort zijn nagels.

Andere producers van dienst zijn Flood (die geen introductie behoeft) en levenspartner Johnny Hostile. Voor mindere artiesten zouden dat misschien twee producers te veel zijn, want wie bepaalt de richting? Maar dit is Jehnny Beth, en zij bepaalt duidelijk waar het naartoe gaat. Zonder de teugels te laten vieren, slingert ze ons van het ene muzikale landschap naar het andere. Van zacht glooiend pianogefluister à la “The French Countryside” naar staalharde, grootstedelijke industrial. Daarover zegt Beth zelf dat ze van het album een mix wilde maken van licht en donker, van hard en zacht. Over zelfbeklag, borderline seksualiteit en de kleine menselijke kantjes. Daar is ze dan met grote onderscheiding in geslaagd.

Met Savages verwijderde Beth al vakkundig de ‘girl’ uit girlband, en ook solo voegt ze zich qua rauwheid en oprechtheid nu bij de Patti Smiths en PJ Harveys van deze wereld. Die laatste mag ze overigens een vriendin noemen. Met haar debuutalbum bewijst ze dat achter de bekende frontvrouw een erg veelzijdige artieste schuilgaat. Die zich graag bedient van een uitgebreid instrumentarium en kleurenpalet, uitgebreider dan dat van de band waar ze bekendheid mee verwierf. Als een meesteres van de clair-obscur beteugelt ze liefde, duisternis en razernij. Jehnny Beth heeft Savages duidelijk niet nodig om savage te zijn. Wij zijn er alleszins wild van.

Facebook / Instagram

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

12 juni 2020

About Author

Tom Berth


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief