Albums, Recensies

Tuff Guac – Green and Handsome (★★★★): Fertiel gitaargeluid recht uit de sixties

‘Tuff Guac’: waar de naam voor staat hebben we het raden naar, maar een zekerheid is wel dat de sterke man achter het soloproject niemand minder is dan Rafael Valles Hilario. Hij vierde recent de vijfde verjaardag van zijn garagelabel Belly Button Records en speelde al menig gitaarversterker in de prak met verschroeiend luide acts als MOAR en The Jagged Frequency. Wat nu volgt met Tuff Guac is iets dat opvallend anders klinkt dan wat we tot nu toe al van Rafael te horen kregen. Het is uiteraard nog steeds een decibelmachine van formaat, maar dan wel eentje die lawaai maakt dat valt onder de noemer van ‘cowboy garage pop’. Als dat nog niet spontaan een ‘yiha!’ losmaakt, dan volgt dat wel bij het beluisteren van het debuutalbum, want jongens, staan daar een paar hete brokken van nummers op.

De opener van Green and Handsome is het ons ondertussen bekende “Mister Hidden”. Een swinger van een nummer waar het vooral de bas is die die het nummer draagt, samen met de stroperige, galmende partij aan psychedelische vocals. Eigen aan Tuff Guac, en deel van wat dit nummer ook zo opwindend maakt, is de complete omarming van bombastische, piepende en krakende gitaarsolo’s. Het is een beetje zoals aardbeien met slagroom, of vooral hoe een beetje slagroom een anders heel gewoon kommetje aardbeien bombardeert tot een topdessert. Die constante, overtuigende aanwezigheid van gitaarsolo’s zijn de slagroom op de aardbeien. En of dat verslavend werkt, want ook op “Don’t Belong” gaat de gitaar vol aan de bak. Als het begin van het nummer je geen Beatlesvibes geeft, dan weten wij het ook niet meer. Het is misschien niet dé binnenkopper van de plaat, maar een paar goedgeplaatste rhodes-akkoordjes schmücken de boel beslist wat op.

Van The Beatles gesproken, de flashbacks naar “I’m The Walrus” worden wel erg heftig wanneer doorheen de fertiele, juicy sound van “Love Is All You Need” de dromerige ‘ooh’s’ en ‘aah’s’ je om de oren vliegen. Op “Silkscreen” is het dan weer het farfisa-orgel dat het hoge woord voert en je meevoert naar een overdreven gerepeteerd TV-optreden van The Animals, maar dan met een stiekem fuzzpedaal ergens in de setup gepropt, een adem die stinkt naar de alcohol van de dag ervoor en een twee dagen oud ongeschoren baardje. Het swingt en scheurt op de allerbeste manier. Waar het volume echter echt opengedraaid wordt en de gitaartoon volledig wordt opgeblazen, is op “My Body”. Zweten, plakken en hijgen met een verschroeiend staaltje snaargeluid dat zich naar de voorgrond dringt en gewelddadig je oren binnen beukt, als een aardbeving van 8 op schaal van Richter.

Tuff Guac is naar eigen zeggen de meest spontane muziek die Rafael ooit maakte, waarbij de nummers al opnemend in elkaar werden gebokst. Dat opnemen gebeurde bovendien op tape, en het warme, viby geluid dat die manier van opnemen met zich meebrengt komt heel mooi tot zijn recht op het ingetogen, doch extatische “She Took A Man”. Makkelijk een van de betere nummers van de plaat te noemen, zeker wanneer er op het einde nog wat welverdiende slagroom op de aardbeitjes terecht komt. Waar de ontdekkingstocht door de muzikale sixties echter piekt, is op het ongelooflijk groovy “Friskoman”. De volledige puzzel valt in elkaar wanneer ‘Don’t try to walk over water with shoes on your feet’ weergalmt en daarover een allesverslindende muur van gitaargeluid ontspringt. Het hek is van de dam, en de grond davert van de catchy riff waarover zachtjes ‘I’m a Friskoman’ wordt gefluisterd. Deze resoneert tot in je kern, ’t zal wel zijn.

Het album nadert stilaan haar einde, maar niet alvorens “Man Of The Mansion” zijn zegje doet. Voor een fractie van een seconde lijkt het nummer de bescheiden ontkateringsgelegenheid van de plaat te zijn, tot er plots een uppercut volgt wanneer het vel van de versterker uit zijn kast wordt gedreund door alweer een dosis solo-slagroom waar de gemiddelde diabetespatiënt van op spoed belandt. Verder: De trippy titeltrack van het album! “Green and Handsome” zwalpt gezapig van akkoord tot akkoord, sukkelt van het ene visioen in het andere, en sleurt daarbij het rudimentaire “She Took A Man” mee in haar oneindige val. Dat laatste nummer is geniaal in zijn eenvoud, met meeslepende stukken tekst die je a capella kippenvel bezorgen.

Na nog één keer de decibelmeter te laten pieken op “Think About a Tree”, is de eer om de aftocht te blazen weggelegd voor het rauwe “Like The Name of a Thing”, dat er desondanks zijn bescheiden karakter in slaagt je volledig te betoveren met zijn warme gitaargeluid. Sluit je ogen, en je ziet Apollo 11 zich doorheen de atmosfeer beuken, terwijl hier op aarde een hoop bloemenjongens en -meisjes swingen op de tonen van Tuff Guac. Dat is de kracht van dit album, en reden nummer één om de rare bandnaam vooral niet te vergeten.

Facebook

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

22 februari 2020

About Author

Jonas Rombout


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief