Albums, Recensies

Noémie Wolfs – Lonely Boy’s Paradise (★★★★): Euforische koortsdroom

Een groot deel van muziekluisterend België zal bij het horen van de naam Noémie Wolfs nog de link leggen met Hooverphonic, maar dat is al lang verleden tijd. Tegenwoordig zijn hun wegen gescheiden en heeft Noémie solo haar weg gevonden. Ze tekende een platencontract bij Universal en dat zorgde voor een frisse wind in haar carrière. In 2016 verscheen haar debuutplaat Hunt Youmaar ook die behoort alweer tot een ander tijdperk. Even verdween ze naar de achtergrond, om dan eind vorig jaar nog sterker uit de schaduw te stappen. Samen met haar vriend en Balthazarlid Simon Casier en producer Yong Yello, die onder andere ook achter de knoppen van Glints zit, begon ze aan een nieuw hoofdstuk. Het bleek een gouden trio te zijn, want de nummers die album twee inluidden, waren stuk voor stuk pareltjes.

Toen haar comebacksingle “On The Run” het levenslicht zag, werd al duidelijk dat Noémie een heel andere weg zou inslaan, want het klonk meteen een pak speelser en alternatiever dan haar vorige werk. De single werd dan ook al snel vergeleken met enkele grote namen zoals Lana Del Rey en – hoe kan het ook anders – Balthazar. Van laatstgenoemde is het vooral de geliefde bas die een prominente rol speelt op Lonely Boy’s Paradise, want net als op Fever geeft die een zwoel effect aan de nummers, alsof je in een funky koortsdroom beland bent. Als klap op de vuurpijl is er dan nog Noémie, die er – samen met een heleboel extra tierlantijntjes – een euforische doch catchy touch aan geeft. Kijk bijvoorbeeld maar naar die andere single: “Wake Me Up“. Een leuke baslijn draagt het nummer op haar schouders, maar dankzij de vele exotische elementen en het makkelijk te onthouden refrein wordt het lied naar een hoger niveau getild. Donker en licht tasten elkaars grenzen af en dat zorgt voor een leuk spektakel voor het oor.

Het is een terugkerend concept, maar het slaat telkens opnieuw aan. Op “All Night” stijgt de temperatuur opnieuw en dit keer niet alleen door de baslijn. Er komen wat elektronische effectjes aan te pas, maar het is vooral het getokkel op de akoestische gitaar dat zorgt voor de zomerse, catchy vibe die door het nummer hangt. Noémie’s stem klinkt intrigerend en neemt je dan ook moeiteloos mee op deze trip. Ook “So Easy” is zo’n nummertje waarin je meegezogen wordt. Toch krijgt het lied tegen het einde een verrassende wending, wanneer er een hoop dromerige effecten tegenaan worden gegooid, alsof je in een roes ontwaakt. Dat Lonely Boy’s Paradise bijzonder zwoel klinkt, is nu wel duidelijk. Kan het nóg zwoeler? Ja, met name op “Fed Up”. Met een paar stemsamples krijgt het hele nummer een Oosterse touch, waardoor we soms wel eens durven denken aan Sylvie Kreusch en dan moet het hoogtepunt van de plaat nog komen.

De titeltrack “Lonely Boy’s Paradise” is er eentje om op alle mogelijke manieren kippenvel van te krijgen; is het niet van de koorts, dan is het van het emotionele aspect. Het nummer begint heel mysterieus en onheilspellend dankzij de donkere drums en zware strijkers, maar kent een magistrale opbouw. De reverb op Noémie’s stem past perfect binnen de sfeer en hoe meer het nummer vordert, hoe prominenter de rol van de strijkers wordt. Op het zwaartepunt krijgt alles dankzij de violen een licht kantje, waarna de muzikale hel losbarst en alles melancholisch door elkaar loopt. Het is niet de enige keer dat we zo’n muzikaal hoogstandje te horen krijgen, want op “Notorious” krijgen we iets soortgelijks te horen, alleen veel zwoeler. Het terugkerende fluitje zorgt voor een herkenbare sound, maar het is ook hier het instrumentale deel dat het meeste indruk maakt.

Het leuke aan Lonely Boy’s Paradise is dat je wordt meegenomen op een zwoele trip en als het ware helemaal ondergedompeld wordt in de leefwereld van de plaat. De keerzijde van de medaille is natuurlijk wel dat dit voor weinig variatie zorgt, maar als elk nummer een klein meesterwerkje is, maakt dat niet zo heel veel uit. “Dirty Games” is bijvoorbeeld nog zo’n nummer dat een hitje kan worden. Het klinkt wat zachter dan de rest, maar het is vooral het refrein dat goed blijft hangen. Dat komt misschien wel doordat er wat versterkende blazers aan toegevoegd werden. Dat gebeurt wel vaker, zo ook op “Love Song”, waar opnieuw gespeeld wordt met licht en donker en op “It Means Nothing To Me”, dat dankzij de piano een jazzy invloed krijgt. Stuk voor stuk sterke nummers, waar weinig tot niks op aangemerkt kan worden.

Afsluiten doet Noémie met “The Other Side”. Het nummer heeft iets nostalgisch en is dankzij de oeh’s een oorworm in wording. Alles loopt dan ook mooi uit elkaar en de zee neemt het over van de muziek, waarmee de plaat ook meteen op z’n einde loopt. Op Lonely Boy’s Paradise krijgen we heel wat sterke nummers onder onze neus geschoven, die ongetwijfeld een grote groep mensen zullen aanspreken dankzij de verschillende invloeden die te horen zijn. Noémie is een nieuwe weg ingeslagen, maar dat doet ze met veel succes. De nummers passen allemaal perfect binnen hetzelfde genre, maar verschillen net dat tikkeltje genoeg van elkaar om er ook op zichzelf te kunnen staan. Op verschillende try-outs konden we afgelopen maanden al zien dat de plaat ook live als een huis staat en misschien zelfs nog beter tot z’n recht komt op het podium. Daarom kijken wij reikhalzend uit naar 7 maart, want dan stelt Noémie haar tweede plaat voor in de Ancienne Belgique, maar we hopen ze ook talrijk tijdens de festivalzomer aan het werk te zien.

Facebook / Instagram / Twitter

Ontdek meer muziek op onze Spotify.

20 februari 2020

About Author

Lucas Palmans


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief