Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Nicolas Godin: ‘Ik ben en blijf een studioman en geen ster’

Nicolas Godin is de helft van het alom gekende Air. Sinds enkele jaren is de Fransman ook solo aan de slag gegaan en op 24 januari komt zijn volgende album Concrete and Glass uit. Een doordeweekse langspeler is dat allesbehalve, aangezien de muziek gecomponeerd werd naar aanleiding van tentoonstellingen van de meest bekende gebouwen van verschillende architecten. Godin componeerde een eerbetoon voor werken van Richard Neutra, John Lautner, Mies van der Rohe, Claude Parent, Constantin Melnikov, Pierre Koenig en Le Corbusier. Vervolgens liet Godin er onder andere zijn vocoder en gastzangers op los om die arrangementen om te zetten tot nummers geschikt voor een nieuwe langspeler. Om het al even fascinerende resultaat van dit bijzondere ontstaansproces te doorgronden, zaten we eens samen met Nicolas Godin.

Air heeft duidelijk iets tijdloos over zich; de band ontstond in 1995 en heeft vandaag de dag nog steeds niet ingeboet aan impact. Wat vind je daarvan?

Dat is een heel belangrijk element. Al sinds het begin dat ik opneem ben ik me bewust van de vraag of de beslissingen die ik maakte tijdloos zouden blijken of niet. Telkens weer was mijn vrees dat ik iets zou doen dat gedateerd is, dus als je dit denkt, betekent het dat ik de juiste beslissingen heb gemaakt. Het was dus wel degelijk een bezorgdheid.

Kan je een specifiek element in je muziek aanduiden dat het tijdloos maakt?

Eerst voegde ik geen drums toe, omdat ik vond dat het gemakkelijk is om een song te plaatsen in de geschiedenis wanneer je naar de drums luistert. De productie ervan verraadt namelijk of het nummer in kwestie bijvoorbeeld uit de eighties of nineties komt. Na een tijdje werd ik meer zelfzeker en begon ik dan toch drums te verwerken in mijn nummers. Dat startte met de soundtrack voor de film The Virgin Suicides. Die speelde zich af in de jaren zeventig, dus besloot ik mijn grenzen te verleggen en een seventies drum te gebruiken. Daarna volgde 10 000 Hz Legend en Talkie Walkie en ik werd enkel maar meer comfortabel.

Waarom was het precies “Concrete and Glass” dat de titeltrack van het nieuwe album werd?

Ik werd gevraagd door een vriend om muziek te maken voor tentoonstellingen in befaamde huizen over heel de wereld. Mijn favoriete huis bevond zich in Beverly Hills en dat was nu eenmaal gemaakt van beton en glas. De eerste keer dat ik erheen ging, reed ik samen met een vriend, maar de tweede keer was ik op m’n eentje onderweg. Toen verdwaalde ik in de bergen en begon in de auto te zingen: ‘I’m looking for a house / That’s made of concrete and glass’ en dat is de inspiratie geweest voor het nummer. Het draait allemaal om inspiratie…

Het is interessant dat je muziek baseert op architectuur, aangezien zowel muziek als architectuur wiskunde zijn. Is dat waarom het voor jou steek houdt om de twee met elkaar in contact te brengen?

Ik was zelf ook een architect en Jean-Benoît een leerkracht wiskunde, dus Air was sowieso al mathematisch gekleurd. Wanneer ik nummers schrijf, is het een kwestie van balans. Alles moet in evenwicht zijn; indien niet, dan zal het huis instorten. Met een nummer is dat exact hetzelfde. Ik voeg aspecten bij elkaar om een lied op te bouwen: ik heb bijvoorbeeld een melodie nodig, dan een akkoord, een algemene sound en vervolgens nog drums en een zanger. Al die onderdelen worden dan samengevoegd tot een geheel, waarbij ik overigens niet zal dwepen met een weerspiegeling van emoties of iets dergelijks – dat is niet mijn punt. Mijn punt is om te componeren, te creëren en mezelf af te vragen hoe ik dat kan doen. Het gebeurt dus allemaal aan de hand van een wetenschappelijk perspectief.

Je schreef het volgende: ‘Portraying such images through music is not that dissimilar from composing a film soundtrack…’ Kan je dat nog wat meer uitleggen?

Allereerst: in termen van gevoel zorgen beelden ervoor dat je in een sfeer raakt die inspirerend werkt. Wanneer ik toekom in een huis, gaat het niet enkel om dat gebouw. Het zijn de hal, de verlichting, het landschap rondom, de locatie, de materialen, de decoratie enzovoort die allemaal meespelen in het scheppen van een gevoel, waardoor ik muziek wil schrijven die past bij dit precieze geheel.

Daarnaast is muziek ook niets materieel, maar hangt het als het ware in de lucht, waardoor je volgens mij muziek kan hebben voor alles. Wanneer je kijkt naar een schilderij, kan je daar gerust een soundtrack voor maken. Het kan evengoed om een film, beeldhouwwerk, landschap of gebouw gaan. Muziek versterkt de kracht en aantrekkingskracht van dingen. Muziek heeft de capaciteit om mensen ergens mee te verbinden.

Je muziek is enorm delicaat. Het gaat om sfeer scheppen die iets in de luisteraar moet roeren. Hoe weet je tijdens het schrijf- of opnameproces dat dat opslorpende effect van de nummers gegarandeerd is?

Volgens mij gaat het om het gevoel. Als kind speelde ik wel eens verstoppertje en werden er ‘warm of koud’-tips gegeven op basis van je locatie in de ruimte. Ik denk dat ik iets gelijkaardigs doe in de studio. Ik weet niet exact hoe, maar ik voel wanneer ik in de buurt kom van wat ik wil bereiken of er net verder van wegga. Het is een sensatie, waarin je alles moet vergeten, je zintuigen openzetten en plots zal je ervaren dat je doel nadert. Je moet jezelf even vergeten. Het is een soort van meditatie-oefening.

Aangezien de nummers altijd boordevol nauwkeurige lagen en subtiliteiten zitten, veronderstel ik dat er ook een gearfreak in jou schuilt?

Als je een etentje met me hebt, kan de conversatie razendsnel een saaie wending krijgen. (lacht) Mijn vrienden en ik praten veel over materiaal. Zelfs in de minuten voor dit interview was ik nog naarstig aan het zoeken en rondvragen naar een zeldzaam keyboard. Ik ben weliswaar geen verzamelaar. Ik koop enkel wat ik effectief zal gebruiken en nodig heb om mee op te nemen.

Wel zijn al de fundamenten van de geschiedenis van elektronische muziek in mijn bezit, zoals de Minimoog, de Prophet-5, Jupiter-8 enzovoort. Het gaat om zeldzaam en bijzonder kwalitatief materiaal. Net als wanneer je een gitaar koopt uit de sixties, dat klinkt ook doorgaans beter dan een nieuwe. Om een of andere reden zijn de instrumenten die gemaakt zijn in de jaren zestig en zeventig van enorm goede kwaliteit. Tegelijk gebruik ik ook een heleboel moderne technologie. Ik ben zeker niet anti-modern en hou van nieuwe technieken. Kortom, de bron van mijn klank bestaat steeds uit synthesizers van de jaren zeventig, maar de behandeling van die sound gebeurt door computers. The best of both worlds, dus.

Wat betekent dat voor het mixen? Kreeg producer Pierre Rousseau concrete instructies of laat je het daar los? 

Ik wil graag zaken bijleren en aangezien Pierre een jongeman is die weet hoe om te gaan met nieuwe programma’s en computertechnologieën, liet ik hem zijn ding doen. Anders zou ik zo’n mensen natuurlijk niet inschakelen. Ik betaal iemand om zijn job te doen (lacht) en dus wil ik ook dat hij daar echt zijn gang mee gaat. Anderen hun ideeën apprecieer ik enorm, want ik hou van de team effort. Bovendien heb ik in het verleden al exact kunnen doen wat ik wou bereiken, dus nu is het tijd om van alles uit te proberen. Voor al mijn volgende platen geldt dat zeker ook.

Is dat waarom je de verschillende gastzangers de vrijheid gaf om hun eigen toets toe te voegen?

Ja, exact. Ik koos jonge mensen uit in plaats van muzikanten van mijn generatie. Zo leer ik mezelf vernieuwen, maar dan wel zonder mijn legacy te verloochenen. Ergens is het een beetje paradoxaal. Al deze mensen brengen een nieuw energie met zich mee, maar ze hebben ook respect voor wat ik al gecreëerd heb, dus dat is ideaal. Het biedt de mogelijkheid tot vernieuwing, zonder dat mijn stijl eraan gaat.

Concreet schreven de gastzangers hun teksten bijvoorbeeld zelf. Ik weet niet hoe ik dat moet doen; ik ben een muzikant… In Air zocht ik vaak één zin, die dan heel het nummer door herhaald werd, zoals in “Kelly Watch the Stars”. Maar als het om een volledig lied gaat, is het te ingewikkeld voor mij als Franstalige. Daarom schakel ik Engelstaligen in voor de lyrics. Daarenboven helpen ze mij op vlak van originaliteit. Dit project is gebaseerd op architectuur en dat wou ik in zekere zin vergeten. Ik vertelde de zangers en zangeressen de origine van de composities, maar benadrukte dat ze inspiratie moesten zoeken in de melodieën en akkoorden en op basis daarvan teksten te schrijven. Hierdoor hielpen ze me weg te stappen van het originele concept. Het resultaat is dan ook geen architecturaal conceptalbum of iets met te veel pretentie, maar wel een bundeling normale songs.

Op Concrete and Glass zing je ook zelf op vier nummers, telkens met de vocoder. Vanwaar de keuze om voor jouw zanglijnen altijd naar de vocoder te grijpen?

Toen ik mijn carrière begon, gebruikte ik vaak vocoders. Na even begon ik het een trucje te vinden en was ik van mening constant te moeten veranderen in plaats van heel de tijd dezelfde stijl te brengen. Maar, al bij al is het mijn specialiteit. Intussen voel ik me zelfverzekerd genoeg om terug te keren naar de vocoder. Ik ben trouwens niet zo tevreden van mijn stem, dus de vocoder ís mijn stem. Het is de manier waarop ik mezelf uitdruk.

Wat is volgens jou het grootste verschil tussen Air en je soloproject?

Aha, goed punt. (denkt na) Ik hou ervan om samen te werken met anderen en dat was dan ook een troef in Air. Jean-Benoît en ik zijn complementair, want alles dat ik niet kan, doet hij wel en andersom. Voor mijn soloalbums heb ik heel wat mensen nodig om Jean-Benoît te vervangen. De kracht van Air bestond erin dat wij twee konden samenwerken op een manier die volstond, terwijl er een pak meer medewerkers ingeschakeld moeten worden wanneer we afzonderlijk te werk gaan. Dat is alleszins het grootste verschil dat ik merk in de twee processen.

Welke hedendaagse artiesten beluister je graag?

Ik hou van Billie Eilish. Bij veel nieuwe platen dwing ik mezelf om ze goed te vinden, omdat ik gerust open-minded wil zijn in plaats van enkel naar oude albums te blijven luisteren. Hoe dan ook, in mezelf denk ik echter meestal dat de oude exemplaren nog steeds mijn voorkeur uitdragen. Wanneer Eilish’ album uitkwam, vond ik er daarentegen alles in terug waarvan ik hou in muziek: de homestudio productie, de compositie van de songs… Het is een moderne langspeler, maar als oude man voelde ik me niet gefrustreerd. (lacht) Ik haalde er alles uit dat ik nodig heb om voldoening te ervaren.

Daarnaast hou ik van Tame Impala en het nieuwe Kanye West album. Zeker tegen het einde toe zijn er een stuk of vier fantastische nummers te vinden op de West plaat. Als een elektronische muzikant hou ik ook van hiphopalbums, aangezien zij duidelijk bezig zijn met moderne tools. Het verleden zal hen worst wezen; ze gebruiken alle technologische mogelijkheden om hitsingles te maken. Wanneer je in de States naar de radio luistert, is alle hiphop in feite zo avant-garde en tegelijk commercieel; het is speciaal. Deze muzikanten verkennen en experimenteren met de toekomst en daar hou ik van.

Kan je iets meer vertellen over het artwork?

Het eerste artwork dat ik maakte was nogal architecturaal, conceptueel. Heel mooi, maar zowel mijn platenmaatschappij als mijn manager vonden het niets. Wanneer mijn vriendin en ik op vakantie waren in Marokko, botsten we op dit betonnen pad, waar de zon prachtig op scheen. Ik ging erop zitten en mijn vriendin trok de foto met haar iPhone. Toen we teruggekeerd waren en ik bezig was met het artwork, was weer niemand enthousiast. Uiteindelijk kozen we dan de foto getrokken met de iPhone en iedereen vond het in orde. (lacht)

Volgens mij zijn ze tevreden omdat ik erop sta, al vind ik dat normaal gezien maar niets. Ik beschouw mezelf als een albummaker en niet als artiest. Ik hou niet van promofoto’s of video’s maken. Ik wil in de studio zitten om aan knopjes te draaien en op te nemen. In mijn generatie zijn er veel bands met die insteek: Portishead, Massive Attack, The Chemical Brothers of Daft Punk. De platenmaatschappij mag alles dan wel verkopen als product, net als de leden van voornoemde bands ben en blijf ik een studio guy en geen ster zoals David Bowie of Mick Jagger.

 

Artwork Concrete and Glass:

23 januari 2020

About Author

Ann Mulleman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief