Live, Recensies

Penguin Café @ De Roma: Vinnige pinguïns op dreef

In een behoorlijk gevulde Antwerpse Roma zagen we het wonderlijke Penguin Café, een verderzetting van het voormalige, door Simon Jeffes geïnitieerde Penguin Café Orchestra, schitteren. Met eigen ogen en oren stelden we vast hoe het tweede leven, met Simons zoon Arthur als bandleider, de Britse band erg goed beviel.

Het verhaal van deze band is best uniek te noemen. Het voormalige Penguin Café Orchestra werd ooit na een koortsdroom opgericht door de klassiek geschoolde componist/gitarist/arrangeur Simon Jeffes. Hij liet echter in 1997 het leven, waardoor hij zeker in thuisland UK een best grote muzikale erfenis naliet. Er kwamen een aantal tributeshows waarbij ook Simons zoon Arthur betrokken werd, iets dat hem dermate beviel dat zowaar zelfs een doorstart van de oorspronkelijke groep (minus de onvervangbare Simon) mogelijk werd. De naam veranderde naar Penguin Café, het oudere werk zoals onder meer Union Café geraakte door een deal met Erased Tapes label heruitgegeven en er kwam gaandeweg ook nieuw werk, zoals onder meer The Imperfect Sea. Met als meest recente werkstuk Handfuls Of Night, dat slechts een van de talrijke redenen vormde om een van de zeldzame optredens van deze band mee te maken.

Een andere dwingende reden bleek de ondefinieerbare, grenzeloze creativiteit van deze groep. Ook al omdat Penguin Café vrijwel continu invloeden en inspiraties, van ambient, folk, wereld en hedendaags, postmodern klassiek opneemt. Zo weet de band erg delicate, gelaagde muziek te produceren, met een experimentele inslag en een bij uitstek oorstrelende kwaliteit. Dat maakt ook dat de meest uiteenlopende muzikanten van superfan Stef Kamil Carlens over Avicii tot de Japanse elektronicawizard Cornelius (zie ook: de excellente Umbrella ep) erdoor geïnspireerd geraken.

Zo kregen we in de eerste helft van het concert de integrale, deels door Greenpeace gecommissioneerde en door een tijdelijk verblijf in het Arctische gebied Handfuls Of Night cyclus voorgeschoteld. Die maakte duidelijk dat Simon Jeffes vooral het hier en nu wilde aangrijpen en tezelfdertijd de o zo urgente klimaatagenda een extra duwtje in de rug wilde geven. Al met de traag binnendruppelende opener “Wintertrap” werd inzichtelijk dat het muzikale universum van Penguin Café echt geen gelijke kent. Zo voelde de compositie initieel donker en duister aan, met als enige lichtpunt een rondcirkelend pianomotiefje dat een bar, koud en winters landschap met een opkomende en ondergaande zon evoceerde. Tezelfdertijd vormde het een open invitatie voor het publiek om samen met de band de vele muzikale werelden die Penguin Café in zich herbergt verder te exploreren.

View this post on Instagram

#levelevendemuziek #penguincafe #deroma

A post shared by Toon Waroux (@dj_tournesol) on

Penguin Café, dat betekende dromen, dat hield in: reizen, helemaal opgaan en verdwalen in die hoogst bijzondere muziek. Natuurlijk voelde je in de muziek ook dat de groep de fans van het oudere werk zeker niet wilde afstoten, maar vooral ook nieuwe muzikale wegen wilde opzoeken en zieltjes voor zich wilde winnen. Dat werd onder meer duidelijk aan de hand van bezielde en weldadig verrijkte versies van “Chinstrap” (haast een filmtune) en het tussen rijke sfeer en onbeteugelde emotie schipperende “Chapter”, telkens voorzien van context en uitleg door frontman Arthur, duidelijk. Zo zag je een maar liefst zevenkoppig orkest aan het werk dat het oorspronkelijke idee van Simon Jeffes – de eeuwige zoektocht naar progressieve muziek vol tijdloze schoonheid – ook in de eenentwintigste eeuw trouw wilde blijven.

En dus kwam “Adelie” ook voorbij, een moment van reflectie. Het fragiele “The Life Of An Emperor” maakte dan weer inzichtelijk hoe pinguïnspecies deels aan de oorsprong van het nieuwe album lagen. Elders, zoals het met een dwarse cellopartij aangezette “Gentoo Origin”, voelde je hoe er een zekere bezorgdheid over het lot van de pinguïns overheerste. Of neem “At The Top Of The Hill They Stood”, waarbij Simon het beeld schetste van een zicht vanop de bergheuvel over bijeengetroepte pinguïns. Met “Pythagoras At The End Of The Line” werd dan weer nieuw en onbekend muzikaal terrein geclaimd. Het eerste luik van het programma – de integrale Handfuls Of Night – sloot Simon af met een sober, intiem en piano solo gespeeld “Midnight Sun”.

Niet enkel de Handfuls Of Night cyclus kwam aan bod, er was ook – na een korte intermissie, weliswaar – ruimte voor ouder werk. Daarbij viel onder meer het uit A Life afkomstige “Kora Kora” op, waaruit je naast het fantastische pianospel van Simon onder meer ook diens liefde voor Afrikaanse (kora)muziek kon halen. Met het door Avicii gecoverde “Perpetuum Mobile” maakte de groep dan weer een best onverwacht brugje richting dans en techno. Tegen dan was je als luisteraar helemaal verkocht.

View this post on Instagram

#penguincafe !!!

A post shared by Camille Reynders (@creynders) on

Maar het kon niet op deze avond, al zeker niet wanneer de groep ook nog eens een fenomenaal mooi en tot op het bot ontroerend “The Sound Of Someone You Love Who’s Going Away And It Doesn’t Even Matter” uit de hoed toverde. Eerst nog wat op sneltempo gespeeld (de zenuwen wellicht), maar gaandeweg merkte je ook hoe Arthur het de band gunde om wat extra dissonantie op te zoeken, om vervolgens fraai terug te keren naar het pianomotiefje. Enkele oudere tracks (“That, Not That”) werden goed afgewisseld met een paar nieuwere, zoals onder meer “Now Nothing (Rock Music)”, die initieel op de Broadcasting From Home plaat uit 1984 stond, maar de groep hernam het in een gereviseerde versie voor de recentere The Imperfect Sea plaat. Het illustreerde hoe in de door en door eigenzinnige wereld van Penguin Café ideeën vaak komen en gaan en nooit iets echt beschouwd werd als zijnde volledig afgewerkt.

Als toeschouwer geraakte je gaandeweg helemaal bedwelmd. Opvallend: in het tweede luik merkte je hoe zowel publiek (veel enthousiasme bij opgedolven pareltjes zoals onder andere het niet meer uit je hoofd te hameren “Music For A Found Harmonium”) als band steeds beter en meer naar elkaar toegroeiden. Misschien was het op The Imperfect Sea terug te vinden “Wheels Within Wheels” (zowaar een Simian Mobile Disco cover) wel een van dé absolute hoogtepunten in de set. Laagje per laagje opgebouwd, met motiefjes die als eb en vloed kwamen en die samen een dynamiek in gang zetten die je niet direct zou verwachten van een band met een sterk ‘klassiek’ getint profiel.

Een enkeling zou zich misschien gestoord kunnen hebben aan de manier waarop Arthur frequent aangaf hoe hij op het werk van zijn vader leunde. Die kritiek smolt echter als snel smeltende sneeuw voor de zon bij een aandoenlijk mooi en solo gespeeld “Harry Piers”, dat Arthur inleidde door aan te geven dat hij het componeerde om te spelen op de begrafenis van zijn vader Simon. Daarop volgde nog een allesbevrijdend en door en door filmisch “Rescue”. Geen enkel verweer bleek meer mogelijk. Het publiek kreeg een concert van een topband voorgeschoteld, die helaas onze contreien maar zeer zelden aandoet.

17 januari 2020

About Author

Philippe De Cleen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief