Features, Instagram, Uitgelicht

De 50 beste albums van 2019

10. Billie Eilish — WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO?

Oké, toegegeven: ondertussen zijn “bad guy”, “bury a friend” en “when the party’s over” compleet grijsgedraaid. En correct: haar muziek valt vooral in goede aarde bij overenthousiaste tienermeisjes, welke een zegen en een vloek zijn voor de muziekindustrie. Dat neemt echter niet weg – nee, het bevestigt zelfs – hoe belangrijk Billie Eilish het voorbije jaar is geweest. Met amper zeventien jaar op de teller dropte de Amerikaanse een album dat de aarde liet schudden. Geen glitter en glamour of sexy outfits, zoals je zou verwachten van een nieuw tieneridool. Nee, Billie zingt in oversized truien over depressie, angst en liefde op een ongeëvenaard fragiele, maar toch agressieve en macabere manier. Geen wonder dat ze de top tien van deze lijst mag aftrappen. Het feit dat WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? is grijsgedraaid, wil alleen maar zeggen dat we hongerig blijven snakken naar nieuwe muziek. Zijn we diep vanbinnen namelijk niet allemaal overenthousiaste tienermeisjes?

9. Bon Iver — I,I

Het mysterie dat rond elke albumrelease van Bon Iver hangt, is telkens weer opnieuw ongelooflijk spannend. Op i,i zorgt Justin Vernon weer voor adembenemende muzikale collages die op het eerste zicht te abstract zijn om bij elkaar te passen, maar dat uiteindelijk toch door een fabuleuze symbiose perfect doen. De lijm van de collage is wederom Justins stem, die weer dagen door je hoofd blijft spoken eens je het album opzet en zich in het meest knusse plekje van je hart nestelt. Justin Vernon heeft zich op i,i opnieuw heruitgevonden zonder zichzelf in chaos te verliezen. Een album dat op elk vlak de nodige dosis perfectie kent en waarop Bon Iver zichzelf opnieuw tot de koning der samples kroont.

8. Lana Del Rey — Norman Fucking Rockwell!

Lana Del Rey werd al wel vaker de prinses van de psychedelische droompop genoemd, maar met haar laatste klepper Norman Fucking Rockwell! kroonde ze zichzelf tot koningin. Dit album is veel rustiger en meer ingetogen dan eerder werk, waardoor het een mate van kwetsbaarheid en puurheid vertoont. De typische Del Rey-melancholie wordt begeleid door instrumenten zoals piano, gitaar en drums die ons in een zweverige sfeer onderdompelen. Geen overdreven producties, een rauwe stem en ijzersterke nummers: dat is Norman Fucking Rockwell! We durven te stellen dat dit misschien wel het beste album is van de koningin van de melancholie.

7. Nick Cave & the Bad Seeds — Ghosteen

Compleet onverwacht kondigde Nick Cave eind september aan dat hij samen met zijn Bad Seeds een nieuw dubbelalbum zou uitbrengen in oktober. Ghosteen is een onderdeel van een heel lange en persoonlijke lijdensweg die Cave al enkele jaren aflegt. De dood van zijn zoon Arthur in 2016 had een sterke invloed op hun vorige album, Skeleton Tree, en is ook deze keer het onbenoemde thema dat de nummers verbindt tot een van de meest melancholische albums van het jaar. Een rockalbum is het dus helemaal niet geworden. De erg minimalistische nummers berusten vaak enkel op analoge synthesizers, piano en Caves bezwerende stem. De kracht en schoonheid van Ghosteen zitten verscholen in de helende en emotioneel verwoestende poëzie die Cave op een profetische wijze brengt. Ghosteen is een album dat de aandacht volledig opeist en de luisteraar meeneemt doorheen het diepste van Nick Caves gekwelde geest. Muzikale hoogtepunten zijn te vinden bij de titeltrack “Ghosteen”, “Bright Horses” en bij het verhaal van Kisa Gotami in “Hollywood”.

6. black midi — Schlagenheim

In het voorjaar verschenen een paar obscure singles van een wel zeer alternatief Brits punkbandje dat zich black midi noemde. Rare vocals, schalkse gitaardeuntjes en een uiterst krankzinnige drummer. De gecontroleerde chaosmuziek sloeg in alternatieve kringen direct aan. In juni was het geanticipeerde debuutalbum van de band dan ook een feit: negen eclectische meesterwerkjes met elk hun eigen (licht verwrongen) karakter. Op de opener “953” zet black midi hun handelsmerk van onvoorspelbare wendingen direct in de verf; ze gaan van chaotische snelheid naar duistere kalmte in een handomdraai. Net zoals de meeste nummers die we verder op Schlagenheim horen, ontaardt “953” in een manische lawaaitunnel van drumgekletter en feedback. We krijgen op het korte maar krachtige “Near DT, MI” de onstuimige vocals van bassist Cameron Picton te horen. Het is echter de horrorshow “bmbmbm” waarin black midi de grootste akeligheid weet te bereiken. Frontman Geordie Greep scandeert zo goed als het hele nummer lang de zin ‘she moves with a purpose‘, en die zal nooit meer hetzelfde klinken. Volgend jaar komt black midi al met een vervolg op Schlagenheim; wij wachten alvast in spanning.

5. Tyler, the Creator — IGOR

De voormalige Odd Future-frontman heeft zichzelf heruitgevonden met Flower Boy, waarop hij de rauwe en chaotische sound achterwege liet voor lieve popsongs met persoonlijke teksten. Dit jaar dook Tyler nog dieper in zijn ziel met IGOR, een album over hartzeer dat het verhaal van een driehoeksverhouding volgt. Eerst bezingt hij de liefde aan een andere man op “EARFQUAKE” en “I THINK”, maar wanneer er een andere vrouw in het verhaal komt (“NEW MAGIC WAND”), verandert Tyler in een IGOR-achtig personage, en gaat hij tot het uiterste om haar te elimineren en de man zo voor zich te winnen. Ondanks dat Tyler bekendstaat als rapper en zijn Grammy-nominatie voor beste rapalbum, is IGOR een heerlijke mengelmoes van pop en neosoul. Het succes van Flower Boy leek moeilijk te evenaren, maar met IGOR heeft Tyler toch zijn meest complete werk gemaakt.

4. King Gizzard & the Lizard Wizard — Infest the Rats’ Nest

In april bracht King Gizzard & the Lizard Wizard een vrolijk blues- en boogiealbum uit met de titel Fishing for Fishies. Als reactie daarop gooiden de Australiërs het roer 180 graden om. Ruige thrashmetal geïnspireerd door de eerste platen van Anthrax, Exodus en Metallica zou het nieuwe thema worden. De boodschap tegen klimaatverandering en milieuvervuiling is echter wel een rode draad gebleven doorheen de twee albums. In de negen vurige nummers neemt King Gizzard ons mee op een interplanetaire trip, van een verwoeste aarde op “Planet B” tot in de hete vuren van verdoemenis op “Hell”. Onderweg worden er diverse stops gemaakt met onder andere de groovy meezinger “Mars for the Rich” en snelheidsduivel “Venusian 2”. De agressieve attitude en krakende gitaartonen heeft King Gizzard & the Lizard Wizard heel zorgvuldig overgenomen van hun bronmateriaal. De karakteristieke delaysqueals die we horen op “Self-Immolate”, dubbele drums en beruchte oneven maatsoorten zijn ook allemaal veelvuldig aanwezig op Infest The Rats’ Nest. Ze kwamen weer eens onverwachts uit de hoek, met een stevige thrashmetaldreun dan nog wel.

3. FKA twigs — Magdalene

FKA twigs scoort met Magdalene een welverdiende derde plaats. De Britse artieste toverde persoonlijk verdriet en de bijhorende heling om in een ingenieus meesterwerk dat werkelijk alle genres overstijgt. Bombastische bassen en scherpe synths weerspiegelen op dramatische wijze het geluid van twigs’ gebroken hart. Zo reiken emoties als verdriet en woede elkaar de hand om te resulteren in een beklijvende ode aan het gestigmatiseerde bijbelpersonage Maria Magdalena. Kwetsbaarheid en autonomie ontspruiten dusdanig in futuristische elektro, die de ene keer vraagt om gebalde vuisten en de andere keer om tranen. Magdalene bevindt zich op die manier op een kruispunt tussen experimentele popmuziek en onomstotelijke abstractie. Telkens opnieuw haperen de gefragmenteerde klanken na in onze aders, terwijl we worden bezworen door de fenomenale sopraanstem van FKA twigs. Hoogtepunten zijn ongetwijfeld het wondermooie “cellophane”, het ijzersterke “mary magdalene” en het duistere “home with you”.

2. Fontaines D.C. — Dogrel

‘Dublin in the rain is mine / A pregnant city with a catholic mind’, declameert Fontaines D.C.-frontman Grian Chatten in openingsnummer “Big”. Meer dan die eerste zinnen hadden hij en zijn vier handlangers niet nodig om onze aandacht te wekken. De postpunk die ons de laatste jaren bereikt van over het kanaal zien we liever komen dan een regenvlaag. De Britten van IDLES en Shame bliezen ons de voorbije jaren al weg met hun albums, en dit jaar maken de Ieren van The Murder Capital en Fontaines D.C. het mooie weer, of liever het slechte weer. Al klinkt Fontaines D.C. op Dogrel net iets minder somber dan die andere bands. Meer The Fall dan Joy Division, meer Mark E. Smith dan Ian Curtis.

De melancholie en de melodieuze ‘hooky’ bas zijn er soms wel, zoals in “Television Screens”, maar wat Dogrel zo uitzonderlijk sterk en pakkend maakt, is vooral de kwaliteit van de nummers en de teksten. Van het strafste overzeese songmateriaal dat we hebben gehoord sinds de Britpopgolf van de jaren negentig, maar dan met de attitude en de sound van de twee voorgaande decennia. De haat-liefdeverhouding met hun thuisstad Dublin, verpakt in poëtische nummers en punky gitaren: het is zeker niet “Too Real” voor ons. Dogrel is een debuutalbum waar we maar geen genoeg van krijgen. Een terechte nummer twee.

1. Michael Kiwanuka — Kiwanuka

Michael Kiwanuka liet in 2019 voor het eerst terug van zich horen toen hij met Tom Misch het funky nummertje “Money” uitbracht. Een leuke zomerhit, maar niemand had toen gedacht dat Michael op een veel groter ei zat te broeden. Op de eerste dag van november liet de Brit zijn derde album op de wereld los, simpelweg Kiwanuka getiteld. Dat hij een getalenteerde singer-songwriter is met een unieke stem, daar moest hij zijn publiek niet meer van overtuigen. Wat met Kiwanuka wel nieuw op de tafel werd gelegd, is identiteit, muzikale ontplooiing en zelfvertrouwen. Michael Kiwanuka graaft als Oegandese Brit zowel in zijn eigen roots als in de iconische Amerikaanse klassiekers van de soulmuziek.

Samen met producer Danger Mouse zet hij een sound neer die ontegensprekelijk vintage te noemen is. De bas, de drums en vooral de gitaren komen uit een tijd waarin ze nog bespeeld werden door grootheden als Nile Rodgers, Curtis Mayfield en zelfs Jimi Hendrix. “Hero”, het kroonjuweel van Kiwanuka, is een simpel protestnummer dat perfect uit de monitors van Woodstock hadden kunnen klinken vijftig jaar geleden. Michael Kiwanuka leent ook niet alleen maar oude trucs van soullegendes. “You Ain’t the Problem” en “Rolling” zijn heerlijke mixen van afrobeat en funk overgoten met een unieke Kiwanukasaus. Om het een volledige luisterervaring te maken, laat Michael Kiwanuka het album samenhangen met korte interludes en teasers naar nummers. Hoewel sommige van die tussenstukken vrij overbodig zijn, bieden ze korte momenten om de ijzersterke nummers te laten bezinken. Kiwanuka sluit af op een emotionele noot. Eerst het kippenvelmoment bij de ontlading van “Solid Ground” en daarna draagt de zachte smooth soul van “Light” je naar een hogere sfeer. Met een nu al iconische plaat sluit Michael Kiwanuka deze lijst, 2019, en het muzikale decennium af in stijl.

18 december 2019

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief