Features, Interviews

Interview Julien Chang: ‘Ik wil op mijn eigen oordeel vertrouwen’

Julien Chang uit Baltimore blies ons midden oktober omver met een debuutplaat om u tegen te zeggen. Vooral het feit dat de jongeman Jules helemaal op eigen houtje tot stand bracht, maakte het indrukwekkend. Enkele uren voor zijn show in de Botanique van begin november mochten wij een babbeltje slaan met de vriendelijke Julien. We hadden het onder andere over inspiratiebronnen en de verschillende stappen in het maken van muziek, waardoor we de creatieveling beter leerden kennen en het jonge talent nog meer appreciëren.

Hoe is het allemaal begonnen voor jou?

Mijn moeder stuurde me op pianoles toen ik ongeveer vijf jaar oud was. Echt leuk vond ik die lessen eigenlijk niet, voornamelijk omdat je moest oefenen. Later ondervond ik dan dat je hoort te oefenen om eender welk instrument te beheersen. (lacht)

Piano was dus mijn eerste instrument. Daarna begon ik aan trombone, maar heel recent ben ik gestopt met regelmatig trombone te spelen. Een gitaar nam ik pas op mijn zestiende voor het eerst vast, en dat was tegelijk ook het moment dat ik in de ban raakte van rock ‘n’ roll. Daarvoor luisterde ik voornamelijk naar r&b, folk en klassieke muziek. Mijn moeder luistert graag klassiek en zette dat dus ook vaak op.

Al die invloeden hoor je nog steeds in de muziek die je maakt. Je mengt veel verschillende genres tot iets moois, maar even snel omschrijven wat Julien Changs genre is, is een ander paar mouwen. Hoe zou je dus zelf je muziek beschrijven?

Dat is wel jouw job, hé! (lacht) Goh, toen ik Jules opnam, wist ik niet echt hoe het geheel zou klinken op het einde van de rit, wanneer elk afzonderlijk nummer afgewerkt zou zijn. Die zomer werd ik blootgesteld aan veel nieuwe muzieksoorten. Wanneer ik dan in de studio dook, volgde ik mijn inspiratie eender waar die mij naartoe leidde. Aangezien ik toen iedere week iets anders luisterde, ging ook mijn inspiratie wekelijks een andere richting uit.

Eenmaal ik met een volledige plaat in mijn handen stond, dacht ik wel: ‘Man, dit is moeilijk om te definiëren.’ Maar ik denk dat ik daar vrede mee kan nemen. Het is veel spannender om jezelf niet te laten begrenzen door zo’n zaken. Daarentegen denk ik dat het belangrijk is om steeds te evolueren en veranderen. Stel dat ik maar één hoofdinspiratie zou hebben, zou mijn muziek daar meer en meer een afkooksel van worden. Tijdens het maken van Jules luisterde ik bijvoorbeeld veel naar Talking Heads, Pink Floyd en Stevie Wonder. Daarnaast ontdekte ik in die periode seventies-aandoende afrofunk uit Nigeria en Lagos en dat vond ik eveneens fantastisch. Zelfs klassieke muziek inspireert me vaak. Ik ben dan ook naar een ‘performing arts’ kunstschool gegaan, waar de focus lag op klassieke muziek en jazz.

Inspiratie haal je dus steeds uit muziek die je luistert?

Ah, dat is interessant! Meer recent ervaar ik ook invloed van literatuur. Tijdens de zomer was ik in München voor een buitenlands schoolprogramma. Ik stapte er binnen in het museum van natuurwetenschappen en herinner me dat als een speciale ervaring die zeker zijn sporen heeft nagelaten op mijn nummers. Verrassend genoeg. Leren over stenen, licht en noem maar op. Ik sta dus wel meer en meer open voor andere bronnen naast muziek.

Op voorhand wist je dus niet goed hoe het album als geheel zou klinken, maar hoe zou je nu de rode draad van Jules omschrijven?

Ik was een beetje ongerust dat Jules niet ontvangen zou worden als een samenhangend geheel dat verbonden is van begin tot eind. Wat ik uiteindelijk denk dat het geworden is, is dat elk nummer een van mijn ervaringen representeert. Dus ook al zijn de songs stilistisch vaak anders, als geheel biedt Jules een soort mengsel van verschillende ervaringen. Voor mij is er dus zeker een lijn die steek houdt, en dat is het hopelijk niet enkel in mijn ogen.

Wanneer je je homestudio induikt, heb je dan al precieze ideeën in gedachten van wat je zal creëren?

Het hangt er echt vanaf. Meestal zie ik een beetje wat er gebeurt. In de meeste gevallen heb ik een ruw idee, en in mijn studio zitten, helpt dan om het idee verder uit te werken.

Wat is het eerste dat je meestal bedenkt tijdens het schrijven van nummers?

Meestal start het op piano of gitaar. Harmonieën en akkoordprogressies zijn altijd een goed startpunt voor mij. Uitgaan van een melodie of iets dergelijks vind ik moeilijker. Ik heb liever een harmonisch instrument als basis om daar stap voor stap op voort te bouwen.

Je verzorgt elke stap van het proces zelf: schrijven, opnemen, producen, performen. Heb je iemand waar je ruwe demo’s of ideeën naar stuurt voor een tweede mening of hou je het liever voor jezelf totdat het resultaat er ligt?

Het is meer de tweede optie. Ik toon niet graag mijn vorderingen aan mensen wanneer ik zelf nog in het proces zit. Wanneer het dan volledig klaar is, wil ik het gerust laten horen zoals het is en zoals ik er het meest zelfzeker in sta. Het opnemen van Jules gebeurde dan ook bijna heimelijk. Mijn familie had er niets van gehoord totdat het volledig afgerond was en het plaatje al geperst. Daarnaast hou ik het ook allemaal liefst zo persoonlijk mogelijk en wil ik op mijn eigen oordeel vertrouwen. Op die manier zal ik zeker altijd tevreden zijn over het eindresultaat, in plaats van toch ergens te proberen voldoen aan iemands verwachtingen.

Als er slechts één stap van het hele proces was die je zou kunnen blijven doen, waarvoor zou je dan kiezen?

Opnemen. Ik hou ervan om nummers stap voor stap in elkaar te steken en ze te horen evolueren van begin- tot eindversie.

Heb je een favoriet nummer op Jules?

Ik denk dat dat “Deep Green” is. Het geeft een kick om songs op te nemen die verschillende secties bevatten, in tegenstelling tot een A B A B-vorm. Als je op deze manier opneemt, moet je op het einde van elke sectie nadenken over wat de meest natuurlijke volgende zet is. Misschien hoeft de B-sectie dus niet na de A-sectie te komen. Het is veel plezieriger om zulke vrijheid te hebben, zoals dus het geval was op “Deep Green”.

Is er een droomband of -artiest waarmee je graag eens zou samenwerken?

Er zijn natuurlijk een heleboel voorspelbare antwoorden die ik hier op tafel zou kunnen gooien, maar het is een moeilijke vraag. Er zijn erg veel artiesten waar ik graag mee zou samenwerken, moest ik de kans krijgen, maar dat is niet echt een goed antwoord op de vraag. (denkt na) Ik ontdekte onlangs dat Roger Waters en ik dezelfde verjaardag delen. Misschien kunnen we een soort verjaardagsopnamesessie organiseren en dan een psychedelische rockversie van “Happy Birthday” creëren, of zoiets.

Hoe is het om op te treden met bandleden naast je?

Ze zijn stuk voor stuk getalenteerde muzikanten en ik vertrouw volledig op hun artistieke visies. Ik breng altijd een van mijn opnames naar de repetities, elkeen bestudeert dan zijn deel en vervolgens praten we over hoe we het kunnen en willen omzetten in live-arrangementen. We kunnen goed samenwerken, dus het is super aangenaam om hen op het podium naast me te hebben.

Hoe ging de soundcheck?

Het ging best goed. De zaal (Witloofbar) is erg boomy, waardoor je niet veel elektronische reverb meer nodig hebt. De ruimte doet het allemaal zelf! De eerste keer dat ik hier kwam, was het nog zomer en heb ik ook de tijd genomen om rond te hangen in de tuin. Ja, het is echt een coole concertzaal.

Wat ga je nog allemaal doen in de uren voor de show?

Ik veronderstel dat we met heel de band iets gaan eten en erna een gezellig cafépraatonderonsje houden vooraleer we de planken betreden. Het is niet echt een preshowritueel, maar we brengen wel graag samen tijd door om een beetje te ontspannen. En eigenlijk ook om er zeker van te zijn dat werkpuntjes uit vorige shows besproken worden, zodat alle plooien zeker gladgestreken zijn vooraleer we eraan beginnen.

Facebook Instagram

20 november 2019

About Author

Ann Mulleman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief