Features, Interviews

Interview Girl Band: ‘Je verzekeren tegen een depressie gaat niet’

Het zal ondertussen een kleine maand geleden zijn dat we door de Ieren van Girl Band, bijna letterlijk, van onze stoel werden geblazen. Hun tweede plaat genaamd The Talkies combineert uitdagende, muzikale creativiteit met het brute geweld van een moord door middel van een bot mes. Het klimaat verkeert voor een keer in uitstekende staat, want bejubelde bands als LIFE, shame en IDLES effenden op het Britse eiland het pad voor de hardere schreeuw en ruwere gitaar. Op een steenworp van de werf rondom het Brusselse Beursplein zaten we samen met zanger Dara Kiely en gitarist Alan Duggan.

Terwijl stratenmakers zich druk maakten omdat we hun vers geëffende betonlaag verpestten, baanden we ons een weg naar binnen in Café Le Coq. Onopvallend, zittend in de uiterst verre hoek van het café, treffen we het tweetal aan terwijl ze genieten van een grote pils. 

Dag heren, gisteren deelden jullie via sociale media mee dat het Adam (drummer) zijn verjaardag was. Hoe vieren jullie een verjaardag wanneer je van huis bent? 

Alan: Goh, we hebben vooral gerepeteerd gisteren, maar ik heb hem wel wat M&M’s en koekjes gegeven. Hij was er erg gelukkig mee, dus ja, dat zal het wel wat zijn.

Alsook, welkom terug in Brussel, maar laten we even terugkeren naar jullie eerste stappen in de muziekwereld. Wie heeft er jullie geïnspireerd om muzikant te worden?

Alan: Voor mij persoonlijk, toen ik een kind van vijf of zes jaar oud was, keek ik vooral op naar mijn broers die zelf in een band DNA speelden. Wel een disclaimer, niet de New Yorkse band DNA, die zijn écht verschrikkelijk (lacht). Ze repeteerden bij ons thuis en door hen te zien repeteren wilde ik ook erg graag gitaar leren spelen, zelf muziek schrijven,…”

Dara: Bij mij is het een wat gelijkaardig verhaal: mijn tien jaar oudere broer speelde ook in een band. Hij schreef zelf zijn teksten, speelde evenzeer gitaar… Ik werd er wat in meegesleurd. Mijn vader was in de seventies ook een muzikant, dus het zit wel wat in onze omgeving.

Jullie brengen jullie muziek tegenwoordig uit bij het beroemde Rough Trade Records, waar tal van grote namen getekend staan. Hoe is die deal tot stand gekomen?

Alan: In het begin brachten we ons materiaal uit op een indielabel uit Dublin, genaamd Any Other City Records. Iemand van dat label co-managet onze band ook nog steeds. Plots kregen we wat aandacht vanuit de Britse pers en speelden we ook op The Great Escape (een ontdekkingsfestival in Brighton waar onder andere ook Portland eerder dit jaar speelde, nvdr). De mensen van Rough Trade Records zijn ons daar komen bekijken, en ze waren ook wat later aanwezig op onze show in Londen. Ze vonden beide shows echt wijs en niet veel later volgde er een concreet voorstel. Het is trouwens best surreëel dat Rough Trade ons erbij wilde. Er zijn zoveel bands op dat label die voor ieder van ons enorm invloedrijk waren.

Op veertienjarige leeftijd waren The Smiths gigantisch, een paar jaar later was The Strokes aan het doorbreken en wanneer we bijna de twintig aantikten, werden we enorme fans van The Fall. Het is dan ook enorm gek dat een label ons erbij wou dat zoveel muziek uitbracht die we zelf leuk vonden.

De band heeft de afgelopen jaren een hoop shows wegens gezondheidsredenen geannuleerd of uitgesteld. In recente interviews werd duidelijk dat sommige bandleden lange tijd te kampen hadden met mentale demonen. Tijdens deze interviews maakten ze ook duidelijk niet te diep op de materie te willen ingaan. Toen we kenbaar maakten hiervan op de hoogte te zijn, viel de dankbaarheid voor het begrip van beide heren hun gezicht af te lezen. Wel wilden ze graag op de vragen ingaan over het stigma dat momenteel nog heerst rond het thema en waar zij denken dat er nog dingen kunnen worden gedaan om andere artiesten hiervoor te behoeden. 

Alan: Het stigma verdwijnt ondertussen wel wat, doordat er veel meer over wordt gepraat.

Dara: Twintig jaar geleden zou dit niet gekund hebben, nu richten mensen zelfs organisaties op om andere mensen hiermee te helpen.

Alan: Al denk ik dat er nog veel kan gebeuren om het nog beter te maken. Onderwijs is zeker vanuit een industrieel oogpunt heel belangrijk. Wat bijvoorbeeld heel snel kan gebeuren, is dat jonge, gedreven managers en beginnende platenlabels willen dat je veel muziek schrijft, continu repeteert en daarenboven ook de halve wereld rondtoert. Dat is allemaal enorm intens. Zo kwam er recent in een rechtzaak naar boven dat Kanye West technisch gezien nooit op pensioen kan gaan, wat echt gestoord is. Wat je nu vaak ziet is dat onervaren, enthousiaste managers die kansen voor hun bands toegeworpen krijgen nog heel vaak geen neen zullen durven zeggen.

Wanneer je niet ziet of aanvoelt dat iemand van je band aan het worstelen is met zijn mentale gezondheid – wat ook heel moeilijk is, want heel veel mensen weten het niet van zichzelf – dan… loopt het ooit wel eens fout. Dan gebeurt het dat je voor tweehonderd dagen op tour vertrekt met een wandelende tijdbom. Het is belangrijk dat we veel beter leren om signalen op te vangen omtrent mentale problemen, maar die ook durven te signaleren. Wat ook belangrijk is, is dat organisaties zich ook gaan inzetten voor de mensen achter de muzikanten, want ook deze mensen hebben dezelfde gestoorde levensstijl als de muzikanten. Promotoren, geluidstechniekers, tourmanagers…: deze mensen werken evenmin 9-to-5. Er is iets aan het bewegen, maar het mag gerust nog meer zijn.

Dara: Bands kunnen zich tegenwoordig voor alles verzekeren: reisverzekeringen, diefstal… maar je verzekeren tegen een depressie gaat niet. Het is ook erg contradictorisch dat wanneer je mensen vertelt dat ze uitzonderlijke muzikanten zijn, dat ze daar dan op een erg rare, hyperonrealistische manier mee om moeten gaan. Je wordt als het ware in een rollercoaster gedwongen waar je zelf niet meteen de impact van kan inschatten. 

Ik veronderstel dat dit dan ook de hoofdzakelijke reden is dat jullie slechts elf shows spelen ter promotie van The Talkies?

Alan: Inderdaad, we managen in wezen zelf onze band, dus we wilden de shows op zich beperkt en speciaal houden. We kijken er in ieder geval heel erg hard naar uit. Eigenlijk willen we vooral veel meer muziek schrijven dan gigantische tournees spelen. De shows die nu voor de deur staan zijn de shows die ons persoonlijk voldoening en een meerwaarde bieden, we vinden het niet veel zin hebben er twintig andere bij te boeken, omdat het theoretisch eventueel kan.

Is The Talkies voor jullie, tabula rasa-gewijs, een nieuwe start als band, of eerder een volgende fase in jullie bestaan? 

Alan: De plaat is een stap vooruit, dat is althans wat we hoopten. Het klinkt in ieder geval zeker anders dan de eerste plaat. Er zit een betere dynamiek in.

Het lijkt me ook een ietwat meer uitgebalanceerde plaat, want er staan een behoorlijk aantal rustigere nummers op?

Dara: Fijn dat je dat zegt, want dat was inderdaad ook de bedoeling. Voor onze eerste plaat kwamen we op een punt dat we al een behoorlijk aantal nummers hadden opgenomen en toen dachten: ‘Die tracks samen, dat klopt wel als een album. Deze tracks passen samen, ja, laten we dat maar doen.’ Wanneer je dan, zoals nu, vanaf nul begint, heb je een volledig nieuwe creatieve uitdaging om aan te gaan. Want een volledige plaat te schrijven, is een grotere uitdaging dan uit twintig songs die je al hebt liggen er de tien beste uitnemen. Voor deze plaat hadden we een ruw idee van wat we wilden doen en hebben daar aan vastgehouden.

In een ander interview lazen we dat jullie ieder afzonderlijk gewerkt hebben aan de plaat, hoe moeten we ons dat praktisch voorstellen?

Alan: Goh, niet noodzakelijk. Het eerste album hebben we met ons vier in één ruimte geschreven, van begin tot einde. We begonnen gewoon te spelen en zo kwamen onze nummers tot stand. Met dit album gebeurde het schrijfproces eerder fragmentarisch. Soms waren ik en Alan (drummer) aan het werken aan iets of soms met z’n drieën, om zo het skelet van de ideeën te vormen. Het was echter pas wanneer we er allemaal samen aan werkten dat die ideeën ook zin begonnen te krijgen en we ook opnieuw als Girl Band begonnen te klinken.

Dara: Soms schreef ik thuis, op mijn orgel, wel eens een melodie, maar dat nam ik nooit terug mee naar de repetitieruimte met het idee van: ‘Check dit eens.’ Het waren dan eerder suggesties in de lijn van: ‘Deze melodie zou misschien wel eens kunnen passen bij deze baslijn.’

Jullie hebben de plaat ook op een speciale plek opgenomen, meer bepaald in een afgelegen huis waar jullie, in alle ruimtes, op talloze manieren tal van takes hebben opgenomen. Hoe zijn jullie daar beland?

Alan: Daniel, onze bassist, werkt voor Electric Picnic Festival als stagemanager. De mensen die eigenaar zijn van de Salty Dog Stage zijn ook eigenaar van dat huis. Die hebben ons een plezier gedaan en we hebben het voor een prikje kunnen huren en ombouwen tot tal van verschillende opnameruimtes gedurende twee tot drie weken.

Dara: Het huis heeft wel wat mystiek in zich. Het is een grandioze plek en best wel tof om zoveel ruimte te hebben in vergelijking met traditionele opnamestudio’s. Wij hadden echt een ‘cabin feeling’, terwijl je in andere studio’s meestal nergens heen kunt, en je tot frustraties toe je zit te vervelen.

Zijn jullie tijdens het opnameproces tegen de limieten van jullie eigen creativiteit opgebotst? 

Dara: Er was “Aibophobia” en, wel… ga jij het uitleggen, Alan, want ehm, het is nogal moeilijk en technisch…

Alan: Zeker dat ik m’n ding mag doen? (lacht)

Dara: Ga ervoor!

Alan: Op de plaat staan verschillende transitietracks, bestaande uit een A-akkoord dat we op verschillende manieren op de plaat hebben verwerkt. Maar het specifieke idee van deze track is … wel, ken je Twin Peaks? Er is een bekende scène waarin de stem van de acteur heel erg vreemd klinkt. Ze hebben hiervoor zijn tekst normaal opgenomen, daarna hebben ze die opname achterstevoren afgespeeld en moest de acteur voor die specifieke scène zijn tekst achterstevoren vanbuiten leren. Vervolgens hebben ze dat opnieuw opgenomen en andermaal omgekeerd. Resultaat: het klinkt als normale woorden, maar toch heel bevreemdend en raar. Het leek ons cool om hetzelfde te doen op een nummer. Dara had de melodie al geschreven, dus wij leerden hoe we de track achterstevoren moesten spelen, hierna draaiden de boel opnieuw om, maar wanneer we dat probeerden met de vocals…

Dara: Wel ja, ik heb een ding met palindromen (aibophobia betekent zoveel als de vrees voor palindromen). Ik dacht, als ik een palindroom achterstevoren afspeel zou het ongeveer hetzelfde moeten klinken, maar dat deed het niet. Helemaal niet. Dus we hebben echt enkele uren zitten teksten omkeren maar ‘bwauh bwauh bwauh’ klonk eerder als ‘bweh bweh bweh’, wat we ook probeerden. We hebben zelfs de tekst fonetisch beginnen omkeren, maar dat was vooral grappig om te doen, zonder een goed resultaat. We hebben dan maar wat met de effecten zitten draaien en keren in de plaats. Er is een track van de Ojays waar we inspiratie uit hebben geput. Het begin van het nummer heeft zo’n ‘reversed reverb effect’. Dat geluid hebben we dan nagestreefd, wat best uitdagend was.

In je teksten gebruik je heel wat speciale taalkunstjes. Zo gebruik je bijvoorbeeld geen voornaamwoorden over gans de plaat. Vanwaar komt die voorliefde voor linguïstische spielerei? 

Dara: Ik heb altijd een hekel gehad aan makkelijke teksten: ‘Forever and a day, I love you…’ Ik heb altijd gewild om herhaling van iets wat al bestond te vermijden en weg te blijven van wat past bij de mondaine levensstijl. Het idee om geen voornaamwoorden te gebruiken, kwam bij me op terwijl ik m’n allereerste meditatie deed. Ik heb me erover ingelezen en er is een quote van Buddha die me ertoe heeft aangezet om de wereld op een meer abstracte manier te gaan bekijken. En door geen voornaamwoorden te gebruiken, kon ik dat nastreven. Het was wel heel erg moeilijk, ik zal het waarschijnlijk geen tweede keer doen, haha.

Alan: Ik ken je al lang, Dara, en je bent altijd goed geweest met ‘puns’ en alles wat taalgerelateerd is. Ik denk dat niet veel mensen dat kunnen.

Dara: (schijnbaar verrast door het compliment) Oh, wauw, bedankt, Alan.

We zullen eerlijk zijn, we hebben op een bepaald moment Urban Dictionary moeten raadplegen om bepaalde zaken te vertalen uit de lyrics.

(beide heren lachen ietwat verrast)

Zo zijn er bijvoorbeeld de lijnen ‘Jayzus, Jezus’.

(beide heren lachen nog wat harder)

Geen idee waar jullie het verschil maken, maar volgens Urban Dictionary is een jayzus ‘een coole versie van Jezus’ of de ‘manier waarop zwarte vrouwen Jezus uitspreken’.

Dara: Amai, dat hadden we niet echt verwacht, het is voor ons gewoon de Ierse tongval waarmee mensen Jezus uitspreken.

Alan: We hebben in ieder geval niet geprobeerd om ons de zwarte cultuur toe te eigenen.

Alsnog, welke persoon, al dan niet nog levend, zien jullie als een hedendaagse, coole versie van Jezus? Is dat bijvoorbeeld Nick Cave, of iemand anders… 

Alan: Ja! Wij zagen hem een jaar geleden en hoe hij over het publiek uittorende, dat had inderdaad erg veel Jezus vibes, maar goh, wie zou Nick Cave kunnen verslaan…

Dara: Leonard Cohen was best geweldig, hij zou een goeie Jezus zijn.

Heb je zelf een bepaalde favoriet op de plaat?

Beide in koor: “Aibophobia”

Dara: Wel ja, dat is nu een van die tracks die we niet live zullen kunnen spelen door de effecten enzo. Al vind ik “Going Norway” bijvoorbeeld ook wel heel erg leuk om te spelen.

Alan: Het soundscapey deel van “Prefab Castle” was ook heel erg spannend om voor het eerst uit te proberen, misschien is dat iets om in de toekomst meer mee te doen… En oh, het einde van die track! Wel leuk om te vertellen: het einde van de track was van begin af aan altijd al snel, maar toen we na even stoppen met het te spelen er weer mee aan de slag gingen, deden we dat trager dan aanvankelijk. Toen we uiteindelijk deze track zouden opnemen en ik nog eens de demo’s had beluisterd, kwam ik tot de vaststelling dat het echt heel wat trager was geworden. Wanneer ik het de drummer vertelde, zijn we het opnieuw sneller gaan spelen, maar toen vond de bassist dat we het te snel speelden. We hebben uiteindelijk een muntje opgeworpen, waardoor het uiteindelijk de snelle variant is geworden. Ik hou van dat nummer, want ik ben gewonnen. (lacht) 

Aangezien jullie zelfsturend zijn, wat zijn jullie verwachtingen of doelen met dit album, carrièregewijs? 

Alan: Creatief gezien trekken we ons geen moer aan van de industrie. Ik denk dat je heel slechte kunst zult maken wanneer je beide met elkaar vervlecht. Sommige mensen kunnen dat, wat cool is, maar voor ons… Het is niet dat we met onze muziek heel wat meer radio airplay moeten verwachten. Ik denk je pas echt ‘fucked bent’ wanneer je te veel gaat overdenken wat je zou moeten doen. Je moet gewoon je ding doen en dat is een van de redenen waarom we ook bij Rough Trade hebben getekend. Zij gaven ons de vrijheid om te doen wat we willen. Wij hebben hen gewoon een afgewerkt product gegeven, en ze hebben helemaal geen invloed gehad op ons productieproces. Pas wanneer je zelf tevreden bent met het opnameresultaat, is de volgende stap: ‘Wat kunnen we nu met deze plaat aanvangen?’

Jullie worden als ‘noise’ band gecatalogiseerd. Is dit een term die mensen die onbekend zijn met het genre afschrikt? 

Dara: Ik voel me alleszins niet aangevallen door de term ‘noise’.

Alan: Het ergste wat ze ons ooit hebben genoemd, is neo-grunge. Dat doet pijn, maar we zijn al alles genoemd, tot zelfs post-crankwave. Noiserock is tof, misschien dat mensen die enorm hard in het noisegenre verweven zitten ons geen noiserockband zullen vinden, maar alles tussen noiserock en post-rock zit eigenlijk wel goed voor ons qua benaming.

Wat is eigenlijk het mooiste compliment dat iemand je kan geven over jullie muziek?

Alan: Ik denk dat het fantastisch is wanneer andere artiesten je muziek fijn vinden, of jou als een persoonlijke invloed zien. Dat maakt je heel erg trots. Je voelt dan echt dat je iets bijdraagt aan de muziekwereld.

Heb je weet van artiesten die jullie als een persoonlijke invloed zien?

Dara: De jongens van Fontaines D.C. bijvoorbeeld. Het zal dan ook heel erg cool zijn om met hen hier binnenkort in Brussel te kunnen spelen.

Alan: Ze zijn ondertussen goede vrienden van ons geworden. Het is ergens wel grappig, want we kennen hen al voor ze zo sterk zijn gegroeid. Ik herinner me dat ze op een festival in Dublin speelden en ik een korte meeting met Carlos en hun manager had om hen wat advies te geven over het industrie-aspect van het festival. Het is pas later dat je interviews van hen leest en ontdekt dat ze daarin heel erg toffe dingen over ons hebben gezegd.

Dara: Tom Coll, de drummer, droeg toen zelfs een Girl Band T-shirt en kocht onze plaat.

Alan: Ha, heel erg cool dat we zo een invloed hebben gehad op een band die zo goed klinkt, het ondertussen ook nog eens fantastisch doet en nog steeds aan het groeien is. Dat is klasse; we hadden nooit verwacht dat het zou gebeuren, maar ze verdienen het.

Wat is het idee achter jullie artwork? Het lijkt simpel, maar wat zit er meer achter?

Alan: We hebben voor het artwork samengewerkt met een Franse kerel die, toen hij in Berlijn woonde, een poster voor wat Duitse shows van ons had gemaakt. We waren toen helemaal weg van zijn werk. Wanneer we dan een paar jaar later terug in Duitsland waren, zagen we opnieuw posters waarvan we zeker waren dat het zijn werk was. Hij heeft echt een stijl die erbovenuit steekt. Doordat we echt wilden dat dit album een consistent geheel werd, wilden we dan ook niet dat het artwork voor elke single enorm zou gaan verschillen. Met het feit dat zijn stijl voor ons heel erg vertrouwd aanvoelt, leek het ons een goed idee om hem te vragen het artwork voor de singles en de plaat te doen.

Dara: Hij werkt zo snel, en is echt een vat vol ideeën. Hij heeft ook de tourposters en merchandise gedaan. Onze single “Shouderblades”, de cover daarvan is blauw, de achterkant is rood. Terwijl van de daaropvolgende single, daarvan was de cover rood en de achterkant zwart… We vinden het cool dat het echt een collectie is geworden. Want eigenlijk horen ze allemaal bij elkaar als één geheel.

Als je niet in een band zat, wat zou je nu dan doen?

Dara: Ik heb het afgelopen jaar een cursus gevolgd in de mentale gezondheidszorg, dus ik zou waarschijnlijk in een daghospitaal werken met mensen die herstellen van een mentaal trauma.

Alan: Ik heb geen idee, want muziek heeft mijn volledige levenspad gemaakt tot wat het nu is. Het is hoe ik mijn vrouw heb leren kennen, ik geef muziekbusiness les in het hoger onderwijs…

Dara: Je zit in twee bands, je managet twee bands…

Alan: Ja, het is alles wat ik doe, dus ik heb geen idee.

In november spelen jullie in Brussel, hoe zullen jullie de creativiteit uit de opnames vertalen naar een concert? 

Dara: We zullen een handvol nummers uit eerder werk spelen en een handvol nummers uit deze plaat. We hebben ze alleszins allemaal al gerepeteerd.

Alan: We hebben alles van de nieuwe plaat live opgenomen. Er zijn onderdelen op The Talkies die we wat in dat huis ineen hebben geknutseld, maar het meeste is gewoon come as it is opgenomen; dat is niet zo moeilijk om live te repliceren. Daarnaast hebben we nu bijvoorbeeld voor het eerste een lichttechnieker met ons mee. We denken nu wat meer na over dat soort dingen.

Dara: De tracks die we zullen spelen, zullen de tracks zijn die we ook eenvoudig live kunnen spelen.

De vorige keer dat we jullie aan het werk zagen, Dara, zagen we de aderen in je hals gevaarlijk pulseren. Tast je tijdens een show je eigen fysieke grenzen af? 

Dara: Ik doe effectief warm-ups voor de show en slaap de rest van de dag. Hoogstens ga ik een broodje halen om te eten. (gelach) Het is waar hoor! Na een paar shows kan m’n stem best wel shit worden, omdat ik dan echt moet duwen op mijn stem. Deze aankomende tour wordt hopelijk wat meer gebalanceerd, waardoor ik mijn stem zal kunnen behouden.

Bedankt heren, en tot de volgende keer!

Girl Band zal op donderdag 7 november samen met onder andere Fontaines D.C. de Botanique afbreken. Alle kaartjes voor dit optreden zijn helaas al de deur uit.

3 november 2019

About Author

Tijs Delacroix Heeft OENGER, is Cultuurmanager vermomd als loonslaaf.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief