Albums, Recensies

Wilco – Ode to Joy (★★★½): Catchy, folky, maar soms wat te braaf

Een nieuw album van Wilco, het lijkt een van de weinige absolute zekerheden in het leven. De Amerikaanse rockband rond Jeff Tweedy brengt al meer dan twintig jaar lang met een vrij vaste regelmaat albums uit. Hun elfde album Ode to Joy verschijnt drie jaar na hun grotendeels akoestische album Schmilco. Op Ode to Joy durft de band wat meer experimenteren dan op hun vorige twee, zonder echt uit hun comfortzone te stappen. Op zich is daar niets mis mee natuurlijk.

“Bright Leaves” opent met een steady drumbeat van Glenn Kotche. De open atmosfeer en zachte stem van Tweedy zorgen voor een melancholische maar zoete start. De folky gitaar die Tweedy speelt doorheen het nummer wordt ook een vaste waarde in alle andere nummers.

Op “Quiet Amplifier” krijgen we de experimentele kant van Wilco even te zien. De zachte folkgitaren worden gemixt en vervormd tot een desoriënterende soundscape. Ook op “We Were Lucky” horen we een gelijkaardige soundscape die gevormd wordt door de gitaar van Nels Cline. Zijn gedeconstrueerde solo bouwt op halfweg in het nummer. Naar het einde toe komt het nummer tot een ontploffende conclusie tussen Kotche’s drums en Cline’s gitaar. Qua soundexploratie is dit een van de uitschieters op het album.

De meeste andere nummers volgen eerder het klassieke Wilcostramien. “White Wooden Cross” is bijvoorbeeld een melancholisch folknummer, zoals Wilco er tientallen heeft. Het samenspel tussen gitaar en piano komt sterk tot zijn recht en de teksten van Jeff Tweedy vervolledigen de zeemzoete muziek. Leadsingle “Love is Everywhere (Beware)” heeft een gelijkaardige structuur. Zoals de titel suggereert gaat dit nummer over Tweedy’s opvatting dat liefde overal aanwezig is. Hij vertelt zelf dat het nummer als een reminder dient omdat hij zich niet altijd bewust is van de liefde rondom hem. Een tekst die perfect aansluit bij de muziek.

Sommige nummers komen jammer genoeg minder tot hun recht. “Citizens” blijft steken in zijn opbouw en komt nooit echt uit op een climax en “One and a Half Stars” had wat meer mogen variëren. “Hold Me Anyway” lijkt hetzelfde lot te ondergaan als deze twee nummers, maar de verrassend vrolijke gitaar van Nels Cline in de bridge maakt het een van de meest aanstekelijke nummers die Wilco heeft uitgebracht in de afgelopen tien jaar.

Wilco slaagt er zoals gewoonlijk in om een consistent en mooi album af te leveren. Hoewel er ook zoals gewoonlijk wat dipjes in de plaat te vinden zijn, mogen we toch wel zeggen dat Ode to Joy een vooruitgang is op de laatste twee langspelers van Wilco en soms zelfs kan opboksen tegen de kwaliteit van het fantastische The Whole Love uit 2011. Op vlak van nieuwe muziek heeft Wilco hun gloriejaren, de periode van Yankee Hotel Foxtrot, Summerteeth en A Ghost Is Born, weliswaar nog niet weten te heroveren.

Ode To Joy verscheen op 4 oktober via dBpm Records.

18 oktober 2019

About Author

Martijn Minne


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter