Albums, Recensies

Mark Lanegan Band – Somebody’s Knocking (★★★): Lanegans liefde voor (eighties) elektronica blijft groot

Op zijn elfde album Somebody’s Knocking stoeit donkere brombeer Mark Lanegan met elektronica. Die liefde is niet echt nieuw, zeker niet als je ‘s mans carrière er even bijneemt. Eerder gaf hij al te kennen dat hij wel te porren is voor een portie donkere disco te zijner tijd (o.a. “Ode To Sad Disco”). Alleen: op dat basisidee bouwt hij op zijn nieuwste, maar slechts deels geslaagde album Somebody’s Knocking voort. Meer zelfs: hij stoeit en dolt volop met alle mogelijkheden die de hedendaagse technologie hem kan bieden. Op geheel eigen manier neemt hij afscheid van het blues-/rockgeluid van het nog steeds monumentale Bubblegum en verruilt hij dat voor een heel uitgesproken en creatieve verwerking van zijn liefde voor eighties elektronica.

Inspiratiebronnen: Depeche Mode, New Order en vele andere oudere en nieuwe(re) artiesten die aan de slag gaan met elektronica. Zo laat hij zich op dit in elf dagen opgenomen album verleiden tot een samenwerking met Martin Jenkins en Rob Marshall (met wie Lanegan op Gargoyle al samenwerkte). Het maakt van Somebody’s Knocking een bijzondere, sterk door de muziek van zijn jeugdjaren gekenmerkte, bijt in de door de jaren heen stevig aangedikte catalogus.

Soms levert die nieuwe samenwerking geslaagde passages op, zeker gezien het veeleer donkere stemtimbre van Lanegan, die zoals weleens vaker voor een erg duistere en onheilspellende vibe zorgt. Dan weer voel je aan dat de zoektocht naar nieuwe muzikale paden soms waarlijk enige wenkbrauwfronsende momenten oplevert (jazeker, “Letter Never Sent” klinkt als veel speelplezier bij Lanegan & co, maar echt memorabel is de song helaas niet) Daarbij leest het aangeboden songmateriaal niet echt als een ode, maar nog vaker louter als een volstrekt doelloze kopieerdrift.

Centerpiece van het album blijkt “Penthouse High” te zijn, een fletse song die zowaar nadeel ondervindt van Lanegans’ stem en wat ons betreft veel beter bewaard bleef als instrumental. Daar staat tegenover dat sommige nummers waar het tempo al eens wat lager ligt, zoals “Paper Hat”, dan weer veel beter uit de verf komen. Ook een op een vast ritme gestoeld “War Horse” doet dat. Daartegenover staat dan wel weer dat “Night Flight To Kabul” een heerlijk eind weggroovet en dat “Stitch” een best aardige poging tot rocken is.

Je hoort ook Lanegans’ zucht naar gruizelige, donkere psychedelica, zoals onder meer in het singlewaardige “Radio Silence”. Elders merk je goedbedoeld popsentiment (“She Loved You”, dat dankzij die Beatles-achtige echo’s wat richting Twilight Singers knipoogt). En ja, hij zingt dan al eens engelachtig, zoals tijdens het zich traag voortslepende, hymnische “Two Bells Ringing At Once”, toch kan dat niet verhullen dat hij met Somebody’s Knocking een tussendoortje met slechts een handvol écht bijtende nummers brengt.

Conclusie? Tsja. Lanegan, dezer dagen van een setje gouden voortanden voorzien, blijft een groot, van relativering vergeven talent. Met dit album bewijst hij niet op hetzelfde geluid te blijven teren, maar net de uitdaging aan te gaan om te blijven zoeken en experimenteren. Dat vergt lef. Hulde daarvoor.

17 oktober 2019

About Author

Philippe De Cleen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief