Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Arno: ‘Gisteren is dood, vandaag leef ik’

Er zijn zo van die figuren die de realiteit overstijgen. Misschien omdat hij zichzelf bestempelt als een surrealist? We weten het niet, maar één ding is zeker en dat is dat Arno alive and kicking is en dat zullen we geweten hebben. Met zijn nieuwe plaat Santeboutique klinkt de man nog even fris als de vers gewassen onderbroeken van ons bomma en daar mochten wij deze legend zomaar over aanspreken. We ontmoetten deze joviale Europese cowboy ergens in Brussel en daar hoort natuurlijk een wijntje bij of wat had u anders gedachten.

Enkele maanden geleden ben je 70 jaar geworden. Een “normale” mens was al lang op pensioen, maar Arno niet. Hoe voelt dat nu om als 70-plusser door het leven te gaan?

Ik voel me alleszinds geen 70 jaar en heb er geen flauw idee van hoe dat zou moeten voelen. Ik ben trouwens niet iemand die kan stilzitten en als ik dat zou moeten doen, wel dan word ik zot. Optreden en muziek maken, zijn nu eenmaal mijn leven en het is daaruit dat ik mijn adrenaline blijf halen. Het is in feite die kick van het optreden waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. Als ik een goed optreden heb gespeeld, dan krijg ik het gevoel dat mijn lichaam en geest één zijn. Je kan het wat vergelijken met klaarkomen, maar dan op een andere manier natuurlijk. Ik doe trouwens ook geen sport. Naast de 500km liggen zie ik mijn sport meer in het optreden zelf. Na een optreden ben ik trouwens de eerste die zijn t-shirt en trainingsbroek aantrekt om in zijn bed te kruipen op de tourbus. ‘Pepe dodo’ zeggen ze dan. Ik sta ondertussen al meer dan vjftig jaar op een podium, dus waarom zou ik iets anders willen.

Je nieuwste plaat heet Santeboutique en klinkt erg opnieuw erg verfrissend. Kijk je met die plaat terug op je verleden of ligt de focus meer op je toekomst? 

De plaat is geschreven in het heden en daarom moet je Santeboutique bekijken in de tijd waarin we nu leven. Net als iedereen ben ik dagelijks geconfronteerd met de wereld waarin we leven, dus kan ik er onmogelijk blind voor zijn. Mijn inspiratie voor de plaat komt vooral van de mensen zelf, de dingen die ze doen en de gevolgen die dat met zich meedraagt. Denk bijvoorbeeld maar aan oorlogen of de klimaatverandering. Momenteel zitten we in een periode waarin de wereld aan het kantelen is richting het extremisme. Het conservatisme heeft momenteel een ongekende erectie, die je kan meten met de Eiffeltoren. Je hebt aan de ene kant de opkomende beweging van rechts, maar langs de andere kant kan je dat even goed zeggen van links. Dat maakt me eerlijk gezegd wel bang. Het eerste nummer op de plaat “They Are Coming” gaat daar trouwens ook over. Zitten we nu terug in de jaren 30? Ik wil niet te cliché klinken, maar het heeft er alleszinds de symptomen van mee.

Je zegt dat je plaat vooral over het heden gaat, maar toch heeft het nummer “Court Circuit Dans Mon Esprit” mij een nostalgisch gevoel. Hoe verklaar je dat? 

Dat nummer gaat over een vorm van depressie en de oorzaak daarvan kan je ondermeer zoeken in de drank. Het is geschreven met het gevoel van een kater en te zijn gevallen in een zwart gat. Ik heb er trouwens ook een video voor gemaakt, die je binnenkort wel ergens zal kunnen bekijken.

Alcohol lijkt iets te zijn dat regelmatig terugkomt in u nummers. Op de plaat is er zelf plaats voor een nummer als “Lady Alcohol”. Is alcohol een bondgenoot of eerder vijand voor jou?>

Als ik overdrijf dan is dat duidelijk een duivel voor mij. Een glaasje wijn bij het eten kan wel, maar eens je een bepaalde grens hebt bereikt, is dat eigenlijk nooit goed. Ik ben ook meer een sociale drinker, die drinkt uit gezelligheid. Zelf zou ik mijn gebruik niet als een verslaving benoemen, maar het scheelde misschien niet veel. Vorige week heb ik bijvoorbeeld een week niet gedronken en ik had daar geen problemen mee. “Lady Alcohol” heb ik gemaakt om mij eens goed uit te leven.

In welke mate heeft lady alcohol een plaats gekregen als je op tour bent met je band? 

Optreden en dronken zijn dat gaat bij mij niet samen. Ik vind dat ook niet ok, dat is gewoon fake. Zoals ik al zei zoek ik die adrenaline en de kick op van het optreden en lukt totaal niet met alcohol erbij. Ik geloof dat ik in mijn carrière vier keer dronken heb opgetreden en dat waren de slechtste optredens die ik heb gedaan in mijn leven. Muzikanten mogen van mij drinken, maar dan liefst na het optreden.

Waarom gaf je je plaat de naam Santeboutique? Het klinkt alvast typisch Arno, maar de term doet niet meteen een belletje rinkelen. 

In Brussel gebruiken ze dat woord niet echt, want het is oorspronkelijk afkomstig van West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Santeboutique slaat in feite op alles wat er gebeurt en het zootje die dat teweeg brengt. Je vindt het bijvoorbeeld terug in de Brexit, maar ik zou nog tal van andere voorbeelden kunnen opsommen. De mensen maken er een echt circus van en het is vooral dat zootje die mij inspiratie gaf om nummers te maken.

Het woord Santeboutique heeft een groot je m’en fout gehalte en het is ontegensprekelijk een deel van je imago. Ben je bewust bezig met dat imago?

Nee, totaal niet. Als ik me daar teveel op zou focussen, dan zou het teveel op werken beginnen lijken en dat wil ik niet. Ik ben altijd mezelf gebleven en ga mij nooit anders voordoen dan ik in werkelijkheid ben. In feite ben ik een chanteur de charme raté, wat zoveel wil zeggen als een mislukte charme zanger van wiens kapper allang zijn best niet meer doet. Als ik nu bijvoorbeeld op TV ben en ik moet naar het toilet, dan doe ik dat ook gewoon. Fake zijn zit niet in mij. Ik vind wel dat je altijd respect moet tonen voor de mensen die tijd investeren in jou. Mijn Franse platenfirma en PIAS investeren in mij en dus vind ik het maar normaal dat ik iets terug doe. Je kan niet op alles ‘fuck it’ zeggen, want sommige dingen moet je gewoon doen.

Schreef je het nummer “Naturel” met die insteek van niet fake te zijn?

De titel verklapt natuurlijk wel al veel over het onderwerp, maar als ik het op mij betrek dan betekent naturel zijn dat ik eigenlijk een onnozelaar ben. Maar wel eentje die altijd naturel is gebleven. Ik zal niet ontkennen dat er veel kosten aan mij zijn en daar moet ik mee leven natuurlijk, maar langs de andere kant moet je je eens voorstellen dat je perfect zou zijn. Dat moet ook niet gemakkelijk zijn.

Je bent op de plaat natuurlijk te horen als zanger, maar speelde je zelf ook instrumenten in op de plaat? 

Ik speel gitaar en piano, maar daar moet je je niet teveel bij voorstellen. Wat ik speel, klinkt heel slecht. Ik kan wel goed mondharmonica spelen en daar werd ik vroeger ook voor gevraagd in studio’s. Ik moet zeggen dat ik zeer goeie muzikanten heb in mijn band en ik zie ze allemaal heel graag. Het zijn gasten die ook gewoon veel beter kunnen spelen dan ik. Onze bassist Mirko Banovic is een hele goeie. Hij speelt trouwens ook nog bij Arsenal, daarnaast heb je ook Bruno Fevery die een tijdje deel uitmaakte van Kyuss Lives! Echt een hele goeie gitarist.

“Les Saucisses de Maurice” was een titel die mij meteen in het oog sprong en me deed lachen. Wat kan je mij vertellen over zijn worst?

Je moet weten dat ik vrij veel droom en het verhaal van dat nummer heb ik dus eigenlijk uit een droom gehaald. Aanvankelijk was het de bedoeling om er een kortfilm van te maken, maar het werd uiteindelijk een nummer. Het gaat over een vegetarisch koppel, waarvan de vrouw verliefd wordt op een slager die bekend geworden is met zijn worsten. Die kerel waarop ze verliefd wordt heet natuurlijk Maurice.

De manier waarop je dit verteld klinkt haast absurd. Is die bizarre kronkel de kern van Arno? 

Mijn dromen zijn een belangrijke bron van inspiratie. “Les Saucisses de Maurice” is dus geen alleenstaand geval. Als Belgen zijn we trouwens gekend om ons surrealisme. In de schilderkunst is Magritte daar misschien het bekendste voorbeeld van, maar ik ben zelf ook een surrealist. Dat is in veel zaken zo bij mij. Mijn platenfirma wou bijvoorbeeld dat ik mijn plaat opnam in Amerika, maar dat wilde ik absoluut niet. Ik wilde de plaat in België opnemen en laten mixen in Bristol bij John Parish, die gekend is van PJ Harvey, Eels en Tracy Chapman. Ik heb nog platen opgenomen in Nashville, maar Santeboutique moest voor mij gewoon hier opgenomen worden, hoe absurd dat ook mag klinken.

Vorig jaar werkte je samen met Alice On The Roof aan het nummer “Le Téléphone Pleure”. Een combinatie die ik niet meteen verwacht had. Hoe kwam dat tot stand?

Ik heb veel respect voor Alice, omdat het ook iemand is die zichzelf heeft uitgevonden. Zoals Alice bestaan er ook geen twee. In die zin is het een unieke artieste, waarin ik mezelf ook voor een deel herken. Er is daar een hoek af. Toen Alice mij vroeg om aan een nummer te werken, stemde ik dan ook toe. Ik heb dat nummer uiteindelijk ook nog geproducet.

In het boek Oostende & Compagnie worden tal van bekende figuren besproken die in Oostende hebben geleefd, waaronder uzelf, maar ook Einstein, Marvin Gaye en Permeke. Wat maakte Oostende zo’n bijzondere plek? 

Vroeger kon je Oostende een beetje vergelijken als een vrijstaat. Er heerste een sfeer van vrijheid, die je nergens anders kon vinden. In die tijd was gay zijn iets waarover niet gesproken mocht worden, terwijl er in Oostende een gevoel heerste dat alles er mogelijk was. Daardoor kwamen al die bekende figuren ook naar Oostende. Daarnaast had je in de jaren dertig de opkomst van het nazisme. Vele joden en intellectuelen wilden naar Londen, maar moesten vaak eerst langs Oostende passeren om de boot te nemen. Velen keken hun ogen uit in Oostende en bleven er gewoon. Oostende was heel rijk aan cultuur. Je had schilders als Ensor en Spilliaert, maar ook Hugo Claus heeft een belangrijke link met de stad. Hij schreef er zijn eerste boek. Ik werkte samen aan dat boek met Claude Blondeel.

Wat schuilt er achter het nummer “Oostende Bonsoir”?

Dat nummer heb ik vrij spontaan geschreven met een vriendin. We waren uit geweest en ik sprak over het Oostende van vroeger en dat ik er een nummer over wou maken. Oostende heeft iets speciaals als je ‘s avonds langs de dijk wandelt. Vooral in de winter is dat een bepaalde sfeer van kleuren en stilte, maar het is geen echte stilte, want je hoort de zee. Daarnaast heb je in Oostende ook een speciaal soort licht, die door onder meer Ensor en Spilliaert omschreven werd als appelblauwzeegroen. Dat licht heb je alleen maar in Oostende, omdat het licht weerkaatst op de zandbanken die in zee liggen. Als de zon ondergaat in Oostende zie je trouwens vier schilderijen passeren van Spilliaert. In de winter heerst er daar ook een bepaald soort melancholie, ook al omdat er van toeristen geen sprake is. Dat geeft mij een gevoel van nostalgie. Oostende is momenteel ook helemaal anders dan nu, die stad leeft 24 uur per dag. Je had de marinebasis, de visserij, de boot die naar Dover vaarde en terug. Die stad was een ‘melting pot’ die van alles had en dat bestaat er nu niet meer. Als Engelse bands in Europa kwamen spelen, dan stopten ze meestal in Oostende. Ik heb er bijvoorbeeld nog The Animals en The Moody Blues gezien. Marvin Gaye woonde in ook Oostende. Hij was een vriend van mij. Ik weet nog dat ik eten klaar maakte voor hem en dat we jointjes gingen roken op het strand.

Wat mogen de mensen in de toekomst nog verwachten van Arno?

Dat weet ik niet, want morgen bestaat niet voor mij. Gisteren is dood en vandaag leef ik.

11 september 2019

About Author

Jasper Laureyssens


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief