Live, Recensies

Low & The Colorist Orchestra @ OLT Rivierenhof : Heerlijk verdwalen in het sprookjesbos

Een van ’s werelds meest tot de verbeelding sprekende indie slowcorebands en een Belgische sensatie die van bijzondere samenwerkingen doodleuk een gewoonte maakt, daar moesten we natuurlijk bij zijn. Low en The Colorist Orchestra ft. Howe Gelb zijn respectievelijk de naam. Beiden traden aan in het zomers zwoele paradijs dat we kennen als het Antwerpse OLT Rivierenhof.

Foto: OLT Rivierenhof – Official

Na erg succesvolle samenwerkingen met Emiliana Torrini, de Japanse Sumie, Cibelle en de Ierse Lisa Hannegan (en eerstdaags Gabriel Rios) rekruteerde The Colorist Orchestra niemand minder dan de deze keer in losse jeans en baseballpetje verschijnende Amerikaanse singer-songwriter Howe Gelb (Giant Sand, OP8…). Met talloze, het landschap tussen folk, jazz en alternatieve americana zoekende albums en een resem zijprojecten beloofde een samenwerking tussen de grillige en wispelturige, zonnebrilbeluste woestijnrocker en het experimentele en innovatiebeluste The Colorist Orchestra niets minder dan een match made in heaven.

Een aparte combinatie, het dient gezegd. Kenmerkend voor The Colorist Orchestra is hoe zij onder meer ouder songmateriaal van de artiest in kwestie (in casu Gelb) herwerkt, volledig uit elkaar haalt en speels tot in de meest verfijnde details naar haar eigen, dromerige en – dat mogen we zeker zeggen – unieke sound zet. Zo kreeg je erg rijke, gelaagde en weldadige arrangementen van deze achtkoppige bende voorgeschoteld.

Bij grillige en onvoorspelbare Howe Gelb, tijdelijk frontman van het hoogst eigenzinnige orkest, merkte je een onmiskenbare cool. Met de opener werd het Rivierenhof even een rokerige barroom. Gelb bezong onder meer herinneringen aan zijn jeugd en bracht met The Colorist Orchestra in zijn rug fijnzinnige cocktailjazz voor zij die eerder al een paar hartaanvallen achter de rug hadden. Wat verderop kwam “Counting On”, een nieuwe song over de vluchtelingenproblematiekn die bewees dat The Colorist ft. Howe Gelb niet enkel ouder werk herinterpreteerde, maar ook nieuw werk aanboorde. Later hoorden we ook o.a. “Dr. Goldman” passeren, nog zo’n nieuwe song. Met diep romantische songs als “Dark In The Park” (een vertelling voor de allerlaatste uurtjes van de dag) hielp de woestijnrocker onder meer het schipperen tussen verlangen, verliefdheid en bittere afwijzing verklanken, terwijl de musici van The Colorist Orchestra zich volop tegoed deden aan een resem (soms zelfgemaakte) instrumenten. Het resultaat bleek niet enkel creatief, maar ook verbluffend mooi, zo stelden we met eigen oren en ogen vast.

Gelb speelde voortreffelijk de charmante rol van gastzanger/frontman, maar naar het einde toe omgordde hij voor enkele songs zijn gitaar en kregen we o.a. “Stranded Pearl” achter de kiezen. Nog later dook hij in het oeuvre van zijn beste maatje Rainer Ptacek. Met het gaandeweg expansiever wordende “The Inner Flame” kregen we zowaar een best machtig hoogtepunt geserveerd, waarna Gelb de coulissen indook en het even aan de band overliet om zichzelf te bewijzen middels een bijzonder gunstig uitgevallen barokke, geïmproviseerde jam. Dankbaar voor de gunsten van het talrijk opgekomen publiek offreerden The Colorist Orchestra ft. Howe Gelb een wat ironisch getiteld “Ruin Everything” en besloten zo een waarlijk uit-ste-kend optreden.

Dan was het de beurt aan Low, een band die met het door BJ Burton geproduceerde Double Negative onbetwist een waar meesterwerk afleverde. De band uit Duluth, Minnesota is vriend aan huis hier in België, hetgeen je ook aan de aanwezigheid van Ayco Duyster op de affiche had kunnen opmerken. Niets dan vriendschap, zoals het eigenlijk ook wel tussen gelijkgestemde zielen hoort. Overigens: Duyster heeft Low (te weten zanger/gitarist Alan Sparhawk, vrouwlief Mimi op percussie en vocals en bassist Steve Garrington) naar ons aanvoelen meer dan terecht altijd een plaats gegeven en door dik en dun gesteund.

Niet eens zo gek, want Low is het type band dat je voor het leven omarmt. Het is alles of niets, geen gulden middenweg mogelijk. Al dient gezegd dat Low het zijn fans niet altijd even gemakkelijk maakt. Zo is Double Negative een verdomd moedige, lastige, avontuurlijke en complexe plaat, die net door zijn woeste en ziedende compromisloosheid diepe indruk maakt. En live gold dat des te meer. Het was ruw, het was rauw, het was bitter en het was zoet tegelijkertijd. Het was soms als een verschroeiend luide uithaal, maar met ruimschoots plek voor detail en veelzeggende nuance (met intieme fluistersongs als “Holy Ghost”). Goed negentig minuten lang betrapte je jezelf erop zowaar Jezus en de duivel tegelijkertijd gezien te hebben. We waren echt totaal verdwaasd en volstrekt niet meer van deze wereld.

Van nature uit leent de muziek van Low zich al tot het donker. In een feeëriek, dan weer licht sprookjesachtige omgeving met al die bomen rondom het amfitheater werd dat nog eens extra duidelijk. Low was al eens eerder te gast in het Rivierenhof, een ervaring die duidelijk sporen naliet, daar frontman Alan Parker er expliciet naar verwees. Blij om hier terug te mogen zijn, zei hij. En tof om nog eens te mogen verdwalen in dit ontzettend mooie park. De bomen voelen overigens nog steeds als dezelfde aan, zo gaf hij het publiek te kennen.

‘I believe, I believe!’ leidde openingsstatement “Always Up” in. Hoewel de groep er duidelijk zin in had, kwam ze initieel wat aarzelend en twijfelend voor de dag, zoals ook op het van de op plaat zo gekende grofkorreligheid ontdane “Quorum” te horen viel. Dat euvel zou echter al best snel verdwijnen. Na een paar songs liet Alan Parker verstaan dat er stilaan genoeg vertrouwen tussen band en publiek heerste, waarna de groep enkele oudere songs openbaarde. Zoals onder andere het op minimalistische leest geschoeide “Holy Ghost”, “Plastic Cup” en het sfeervolle, op een stuiterende beat drijvende “No Comprende”, waarbij op de achtergrond enkele kaarsjes te zien waren. Vervolgens schakelden ze met enige gretigheid terug op het door uitdaging en experiment gekenmerkte nieuw werk. Songs als “Dancing And Blood” (een donkere dreun die uit een Lynchiaans universum weggeplukt leek) bijvoorbeeld liet zeer duidelijk verstaan hoe de groep sterk evolueerde en nieuwere richtingen opzocht.

Als een van de absolute hoogtepunten tekenden een minutenlang gestretcht “Do You Know How To Waltz”, een song die het van grootste gitaarepiek moest hebben. Door ongehoord lang een masterclass ziedende postnoise te houden, verblufte de groep echt alles en iedereen. Jawel, een walsje plegen, dat kon zeker. Maar dan wel op hun manier, zijnde een potente, gruizelige en nog lang nazinderende gitaarfeedbackende noiselaag. Ronduit verbluffend, in echt alle opzichten.

Met “Lazy” bracht de groep een portie guitige shoegaze, terwijl het contrast met het wondermooie, diep ontroerende “When I Go Deaf” niet groter kon zijn. Daartussen geparkeerd kregen we ook “Poor Sucker”, dat aangaf dat in het universum van Low al eens inktzwarte en angstige paranoia en wezenlijke, hulpeloze eenzaamheid, onmacht en ellende voorkwam.

De ommezijde van de medaille bestond uit vriendschap en liefde, zoals uit het op optimisme terende “Always Trying To Make It Work” op te maken viel. Of neem de ijle, onder huid kruipende ambientsferen van “Fly”, met een absolute glansrol voor bassist Steve Garrington. ‘I don’t know and I don’t mind’, zong Mimi Parker je met haar hemelse stem toe. In gedachten vlogen we in alle vrijheid mee en draaiden daarbij een reeks willekeurige cirkeltjes door de ijle lucht.

In deze fase van haar bestaan gearriveerd, gaf Low zeer duidelijk te kennen dat het volop genoot van de zoektocht naar nieuwe sonische avonturen. Het was heel anders dan verwacht en toch, aparte popsongs als de aan Ayco Duyster opgedragen afsluiter “Disarray” in beschouwing nemend, iets dat je echt énkel aan hen zou kunnen toeschrijven. Het was al best laat en zo in het donker vroeg Alan Parker of de maan al tevoorschijn was gekomen. Eentje is geentje en dus kreeg het publiek nog gauw een rariteit in de vorm van een erg overtuigend gezongen “Will The Night” mee.

De schoonheid van Low zat helemaal in de roemruchte weerbarstigheid, in de tussen wanhopige melancholie en bitterzoete romantiek schipperende viering van het hier en nu. Net daarom deed dit optreden zo dubbel en dik deugd. Volledige overgave en intense bezieling dansten in het donkere maanlicht wellustig om elkaar heen. We keken toe hoe Low – een huis van kwaliteit en vertrouwen – helemaal boven zichzelf uitsteeg en het publiek op haar wonderlijke trip meenam. Een meer dan memorabel concert.

5 juli 2019

About Author

Philippe De Cleen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter