Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Steven Van Zandt: “De enige reden om nu nog rockmuziek te maken, is uit passie”

Foto: Björn Olsson

Wie Steven Van Zandt zegt, denkt doorgaans meteen aan de gitarist van de E Street Band van Bruce Springsteen, of aan de Italiaanse gangster die hij neerzette in The Sopranos. De tentakels van creatieve duizendpoot Little Steven reiken echter nog veel verder. Zo verschijnt op 3 mei een nieuw album van Little Steven and the Disciples of Soul, het soloproject van Van Zandt dat al sinds de jaren 70 actief is. Ergens tussendoor leert hij ook de Amerikaanse jeugd alles over de geschiedenis van de rockmuziek. Kortom, meer dan genoeg materiaal voor een boeiende babbel.

We moeten het natuurlijk hebben over je nieuwe album, Summer of Sorcery. Wat voor getover mogen we verwachten?

Het heeft te maken met de verwondering van het leven. De bedoeling was eigenlijk om, voor de eerste keer in mijn leven, een gefictionaliseerd album te maken. Om die eerste zomer van bewustzijn, de eerste keer dat je verliefd wordt op iemand of op het leven –om dat eens onder de loep te nemen. Wat betekent dat nu exact? Het is een soort tovenarij, iets mystiek en natuurlijk dat gewoon gebeurt.

Dat concept hebben we geprobeerd vast te leggen in verschillende vormen. Elk lied is bijna een soort kleine film. Daarnaast is de plaat ook gebaseerd op wat er nu aan het gebeuren is in de wereld: we scheiden ons af van elkaar, bouwen muren en trekken ons terug uit allerlei samenwerkingen. Neem nu de tragedie van de Brexit. Voor het eerst tijdens mijn leven heb ik het gevoel dat we als planeet de verkeerde richting uitgaan. Deze plaat is dus ook een soort oproep om de eenheid terug te vinden. Liefde is eigenlijk de sorcery die we in het algemeen bedoelen.

Heeft muziek nog steeds die kracht om mensen samen te brengen? In de sixties was dat idee heel sterk.

Tijdens festivals gebeurt het in ieder geval, tot op het punt dat festivals tegenwoordig eigenlijk de hele business zijn. Vroeger waren dat soort evenementen eerder uitzonderlijk. Platen verkopen ook niet meer, en de gedeelde massa-ervaring van een nieuwe hit die uitkwam bestaat niet meer, maar zijn vervangen door de grote hordes op een festival. Nu goed, de mensen komen tenminste buiten en staren misschien even niet naar hun gsm. Maar mensen samenbrengen lukt nog steeds.

Misschien niet op dezelfde manier als in de jaren tachtig, toen “Sun City” een hele generatie bewust maakte van het apartheidsregime.

Dat zou tegenwoordig waarschijnlijk niet meer lukken, maar toch blijft muziek een heel effectieve manier om van mens tot mens met elkaar te communiceren. Het is nu gewoon moeilijker om je tot iedereen tegelijk te richten, alles is veel te gefragmenteerd daarvoor. Ik blijf wel geloven in de kracht van kunst. We bevinden ons niet in een tijdperk van grootse kunsten, maar dat maakt de kunstvorm zelf er niet minder waardevol op. Ik kom uit een soort renaissanceperiode waarin de beste kunst ook het meest commercieel interessant was. Dat gaan we wellicht niet snel opnieuw meemaken.

Toch lijkt er veel mis te gaan vandaag de dag, waar misschien wel muziek over gemaakt moet worden. Moet dat de ambitie zijn van jonge artiesten vandaag?

Het is sowieso de moeite waard om erover te praten. De nieuwe generatie die klaar staat, geeft me in elk geval veel hoop. Ze lijken van nature heel ecologisch ingesteld en onbevooroordeeld. Ze hebben geen nood aan indoctrinatie en lijken goed te kunnen onderscheiden tussen juist en fout. Dat vind ik fascinerend. Het volgende grote onderwerp lijkt me het klimaat en misschien kan muziek ook daar zijn rol in gaan spelen.

Is rockmuziek dan nog steeds het vehikel bij uitstek?

Goede vraag. Rockmuziek is opnieuw meer een underground cult tegenwoordig, maar live zijn we nog steeds as big as it gets. Niemand is groter dan de Rolling Stones of de E Street Band. Ik denk dat het respect voor rock nog steeds erg groot is, ook al ligt de verkoop tegenwoordig meer bij hip hop en popmuziek.

Toen ik CBGB (een club in New York die belangrijk was in de geschiedenis van de punk, red.) probeerde te redden met een soort benefietconcert, kwamen de eerste twee telefoontjes die ik kreeg van Public Enemy en van Wu-Tang Clan. En dat terwijl er nooit een hip hop act had opgetreden in die club! Dat was toen een grote verrassing voor mij.

Je bent sowieso heel betrokken bij het in leven houden van de traditie van rock & roll. Zo ben je ook de trekker van het Teach Rock-project. Wat houdt dat precies in?

Kort gezegd hebben we over de laatste tien jaar een groot muziekcurriculum in elkaar gebokst, dat leraren gratis kunnen gebruiken in hun lessen. Daarnaast reserveren we tijdens onze tour ook vijfhonderd tickets voor leraren. Op die manier willen we hen bedanken voor hun werk. Dat direct contact is heel belangrijk. Leraren in de Verenigde Staten hebben ook meestal de tijd en het geld niet om uit te gaan.

Vanwaar die noodzaak? Wordt rockmuziek anders vergeten?

Na de No Child Left Behind Act in 2001 waren in essentie alle kunstvakken geschrapt uit het aanbod. Dat was een onbedoeld neveneffect, maar de regering toen had ook niet de intentie om die fout te herstellen. Instrumenten spelen op school zou niet mogelijk zijn, dus zei ik tegen de leraren: ‘Laten we dan muziekgeschiedenis geven.’ Zo blijft kunst toch in het DNA van het onderwijs.

Daarnaast moet je ook inspelen op de nieuwe manier waarop kinderen leren. Het idee is nu dat we op kinderen afstappen en vragen wie hun favoriete artiest is. Als dat pakweg Jay-Z is, dan gaan we graven in het verleden naar zijn invloeden. Dan kom je uiteindelijk uit bij figuren als Run DMC en James Brown en geef je ook de context mee van die tijd –waarom de nummers geschreven werden. Zo kan je kinderen enorm betrekken en hun aandacht vasthouden.

Dat is zeker nodig in Amerika. De helft van de studenten zijn dropouts en maken hun studies niet af. Een groot deel van die helft eindigt in de gevangenis. Die nummers zijn insane. Als wij één vak kunnen aanbieden waarvoor ze naar school blijven komen, dan hebben we al veel gedaan.

Daarnaast heb je ook je eigen radioprogramma. Ben je nog steeds even enthousiast als je nieuwe muziek ontdekt?

Absoluut. Rockmuziek bestaat nu bijna zeventig jaar, draait nog steeds rond dezelfde twaalf noten en een zestal akkoorden. Maar daarmee blijven maar fantastische nummers gemaakt worden. Meestal gaat het ook om nieuwe bands, die jong zijn en toch nog steeds traditionele rock & roll maken, ook als is er geen logische reden om het te doen. Bij ons wachtte er nog een pot of gold aan het einde van de regenboog, maar nu is dat niet het geval. Er is amper een kans dat je je brood kan verdienen met rockmuziek. De enige reden om het te doen, is uit passie. Maar over de jaren hebben we meer dan duizend groepen geïntroduceerd via ons programma, en elk van hen heeft een pracht van een plaat gemaakt. Voor een underground cult is rock best een gezonde cult. (lacht)

Televisie daarentegen is allesbehalve een cult. Die business wordt enkel maar groter.

Dat is zeker waar. Ik heb het eigenlijk tweemaal zien gebeuren. Indertijd met The Soprano’s, wat op veel manieren een innovatieve serie was en eigenlijk de weg heeft geplaveid voor betaalzenders. En dan nu, twintig jaar later, heb ik met Lilyhammer de eerste internationale show op Netflix, wat toen nog een grote onbekende was. Het is ook het eerste succes van zijn soort dat niet geherproduceerd is voor Amerika, maar nog steeds de echte Noorse acteurs behoudt. Netflix heeft zich veel sneller uitgebreid dan ik had kunnen verwachten. Dit jaar alleen al maken ze zelf veertig shows.

Lilyhammer was op zich ook wel een risico voor Netflix, shows met ondertitels doen het meestal niet erg goed in Amerika.

Ja, exact! Maar de bazen wilden een serie die zo authentiek mogelijk was. Zelf kon ik ook niet weerstaan aan het avontuur om mee te spelen in een buitenlandse televisieshow. Het was een prachtige kans, ook al vroegen ze me dan om opnieuw een gangster te spelen. Ik dacht: ‘Dat heb ik al gedaan!’ Het was een experiment. Netflix had toen ook net House of Cards gekocht. Uiteindelijk was het goeie timing. De juiste show op het juiste moment.

Je strijkt binnenkort ook neer in Brussel met de Disciples of Soul. Heb je goede herinneringen aan onze hoofdstad?

Ik kom altijd graag op de Grote Markt. Mocht ik mezelf in vijf kunnen splitsen, zou ik ook graag als politicus eens aanschuiven in het Europees parlement. Niemand zou deze hippie gitarist daar natuurlijk binnenlaten, maar ik ben oprecht heel goed in conflictresolutie. Ik vind de hele Brexit ook gewoon een tragedie voor iedereen die betrokken is. Praat gewoon met elkaar, en dan vind je wel een consensus. Ik ben er zeker van dat het op te lossen valt! Het is heel frustrerend, hopelijk vinden ze opnieuw die eenheid terug.

Misschien moeten ze daarvoor eens je nieuwste plaat opleggen.

Ja, misschien wel! Er is op dit punt nog wel wat sorcery nodig om er uit te raken. (lacht)

Op 3 mei verschijnt ‘Summer of Sorcery’, het nieuwe album van Little Steven and the Disciples of Soul. Op 7 juni is de band live te zien in de Ancienne Belgique.

2 mei 2019

About Author

Tom Dinneweth


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter