Albums, Recensies

Inna De Yard – Inna De Yard (★★★): In de buitenhof

En daar duikt Inna De Yard weer op. Na het wat onverwachte succes dat The Soul Of Jamaica te beurt viel, bedacht de groep bestaande uit Ken Boothe, Cedric Myton (The Congos), Winston McAnnuf en Kiddus I dat het voor een nieuwe release een goed idee zou zijn om hun meest bekende tracks opnieuw op te nemen. Die zal dienen als soundtrack bij de door Peter Webber gefilmde documentaire over de band, die geïntroduceerd wordt op het eerstvolgende filmfestival van Cannes.

Voor de gelegenheid werd ook een samenwerking met zowel de oudere (The Viceroys) als de jongere garde (Var, Kush, Derajah) voorzien. Daarnaast maakt ook een legende als Horace Andy zijn opwachting, die bij velen helaas enkel bekend is omwille van zijn inbreng bij Massive Attack, evenals Judy Mowatt, die destijds backings verzorgde bij Bob Marley. Allemaal namen die bijdragen aan een gezellig, maar helaas iets te gezapig album dat –nomen est omen– ook in hun tuin werd opgenomen.

In de open lucht dus, kwestie van de welig tierende rookpluimen volledig de vrije loop te laten. Op basis van de muziek durven we aan te nemen dat het gezelschap zich ongetwijfeld kostelijk geamuseerd heeft tijdens de opnames. Inna De Yard brengt immers leuke, goed in het oor liggende reggae, die voorzien is van zwoele, Jamaïcaanse vibes. Ook nu nog, zovele jaren na de hoogdagen waarin de band een wat legendarische status verwierf.

Zo krijg je met deze release een opfrissing van Inna De Yard classics, maar ook een aantal andere pareltjes werden opgediept. Misschien wel typerend is het door Horace Andy gezongen “Ain’t No Sunshine”, dat bekend werd door soulster Bill Withers en hier de Inna De Yard behandeling krijgt. Zo ook horen we het door Edith Piaf gepende “If You Love Me”, “Everything I Own” van Bread en het bitterzoete “Speak Softly Love” van Andy Williams in een nieuw jasje. Op die manier wordt inzichtelijk dat het warmbloedige Inna De Yard inspiratie put uit heel erg verschillende bronnen.

Tezelfdertijd kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat er niet echt sprake is van veel overtuigingskracht, hoewel het hier een leuk en soms zelfs aanstekelijk reggae-album betreft. De tot heupwiegen aanzettende tracks doen helaas niets meer dan dat. Her en der wordt voorzichtig geprobeerd om een vuurtje te stoken, zoals onder meer met McAnuffs’ “Malcolm X” of met Cedric Mytons’ “Rebellion In Heaven”. Al is het een maat voor niets wanneer clichés (“Speak Softly Love”, “Be Careful” en het afsluitende, op intimiteit uit zijnde “Live Good”) worden bovengehaald. Jammere zaak, al blijft het natuurlijk wel erg mooi dat Inna De Yard dit album opdraagt aan de tijdens de opnames overleden trombonist Nambo Robinson en aan de oprichter van The Viceroys, Wesley Tanglin.

2 mei 2019

About Author

Philippe De Cleen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter