Live, Recensies

Dead Man Ray @ Ancienne Belgique (AB): Wederopstand van de Belpop-koningen

Dead Man Ray, dat zijn ondertussen vijf oude venten waarvan de kleur grijs zich onherroepelijk in het haar heeft gevestigd. Zelfs Rudy Trouvé had een stoel nodig om de twee uur durende set te overleven. Weinig 16-jarige meisjes die vandaag de dag nog aan de voeten liggen van Daan Stuyven, Rudy Trouvé, Elko Blijweert, Karel De Backer en Wouter Van Belle. De tijden van debuutalbum Berchem (1998) zijn vervlogen en de jaren hebben hun vat op het vijftal gehad, zelfs op Belpop-iconen van zo’n formaat.

Zeventien jaar hebben we op een teken van leven moeten wachten. En net toen we het niet meer verwachtten, waren ze daar plots. Na al die jaren bewijst Dead Man Ray met Over dat ze hun speelse creativiteit nog lang niet kwijt zijn. Ze knippen en plakken weer een album bij elkaar dat uitkomt in een sterk geheel met veertien huzarenstukjes. Hun songs zijn bricolages vol curiositeiten als antwoordapparaten en neukende paarden. Volgens de heren is het hun beste album. Eén ding is zeker, Dead Man Ray is terug.

Meteen herkenden we Dead Man Ray alsof het terug 1998 was. Daan Stuyven is ondertussen een volleerd frontman en had iets weg van Johnny Cash, maar dan met divakantjes. Deze keer geen dronken Linkerwoofer-toestanden. Stuyven had er zin in en ondanks dat hij al jaren meegaat, schrikken we telkens weer van die croonerstem en dat was in de AB niet anders. Het nieuwe “Monochrome” toonde zich direct met gitaren waar wij ‘u’ tegen zeggen en tempowisselingen die een rode draad vormden door heel de avond.

We verkopen ook platen, want we doen aan pensioensparen”, lachte Stuyven. Naast de gevatte bindteksten, moesten we ook meerdere keren verbaasd omkijken met het rariteitenkabinet dat Dead Man Ray voor de dag legde. Tijdens “The Ladder” toonde Dead Man Ray zich als Queens Of The Stone Age dat samen met Arcade Fire de kabouterdans coverde. “The Waving Song” was dan weer bezaaid met elektronische tierlantijntjes die als glitters hingen op het fraaiste vrouwengezicht. De klanktapijten zijn zo goed dat we zelfs geen Stuyven nodig hebben. Zijn stem is eerder een welgekomen optie.

De uitbraken van Dead Man Ray doen onze oren nog suizen. Hoe zelfs de akoestische gitaar van Stuyven ons eerst poeslief kan aankijken, om erna onze armen open te krabben totdat het begint te zweren. Zo scheurde “Home” ons helemaal aan flarden, terwijl we net daarvoor heel ons lichaam schonken aan Daans stem op de ballade die zich “Sunny Side Down” mag noemen. Net als we ons hart verloren, duwde Dead Man Ray even op onze aorta.

Ook tijdens de eerste bisronde –ja, Dead Man Ray kwam maar liefst twee keer terug- werden we gecharmeerd met “Out”, het nummer dat Daan schreef over het toekomstige vaderschap. Daarna kregen we een draai rond de oren met “Millionaire” om dan in crescendo door te trekken naar “Copy of 78” dat ook de laatste bisronde afsloot. Dead Man Ray liet af en toe zijn tanden zien en die blonken zonder meer.

Dead Man Ray bewees in de AB dat ze na zeventien jaar nog steeds tot de koningen van het Belpop-rijk behoren. Hoe ze er in slaagden met Over weeral een sterk album neer te zetten en tevens ook live weeral het beste van zichzelf te geven, betuigt van klasse, pure klasse.

26 april 2019

About Author

Arno De Meulder


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter