Albums, Recensies

Albumreviews: Beire Kort #14

Iedere week worden we om de oren geslagen met nieuwe albums. Omdat het moeilijk is om elke plaat zijn eigen review te geven, hebben we een nieuw concept uitgedokterd. Het is simpel: we houden het ‘beire kort’, maar geven het album toch zijn verdiende review. Deze keer hebben we het over albums van Kel Assouf, Millencolin, Tourist, Xiu Xiu, Bombataz, Black Rain, Tiny Ruins, Pi Ja Ma, Rival Sons, Tender, Calva Louise, Blood Youth, Pom Poko, Highasakite, Lil Halima, AJ Tracey, SWMRS, Alice et Moi, Thom Yorke, Spellling en Tedeschi Trucks Band.

Kel Assouf – Black Tenere (★★★★★)

Kel Assouf is een naar Brussel uitgeweken project rond Anana Harouna. De man komt origineel uit Niger en brengt samen met Sofyann Ben Youssef (bekend van Ammar 808) en Olivier Penu zijn derde album uit onder de naam Kel Assouf. Geproducet door Youssef, gaat Kel Assouf op zoek naar de origine van de touareg rock. Harouna voelt zich een Belg wanneer hij in Brussel is, maar zijn roots verloochent hij duidelijk niet. Het resultaat zijn negen nummers pure pracht waarin zowel riffs uit de tijd van Led Zeppelin het voortouw nemen alsook de Afrikaanse invloeden frequent aanwezig zijn. Een harde rockplaat, maar toch net dansbaar genoeg om hem aan het werk te zien op de rootsfestivals dat deze planeet rijk is. Met Black Tenere brengt de band negen nummers die uitblinken in zijn uniciteit. Uitschieter van jewelste is “Tenere”. En hoewel we niets begrijpen van wat er gezongen wordt, zijn we toch meegezogen in het eerlijke verhaal dat de band vertelt. Nu al één van de beste Belgische platen van dit jaar. 

Millencolin – SOS (★★★½)

Millencolin produceert al jaar en dag kwalitatieve punkrock, en dat is in 2019 niet anders. SOS dendert naar goede gewoonte voort op het tempo dat in het wetboek der punkrock staat uitgeschreven, en omvat heel wat catchy hooks en refreinen die dienen om door een main stage op pakweg Groezrock te worden meegebruld. Daarnaast krijgen we op vlak van inhoud weer een kritisch overzicht van al wat de maatschappij anno 2019 bezighoudt. Single “Nothing” heeft heel wat potentieel om uit te groeien tot een anthem, maar daar hebben punkrocknummers doorgaans enkele jaren voor nodig. SOS is met andere woorden een album dat de oude knallers in een setlist niet onderuit zal halen, en waaruit de heren dus gerust enkele songs mogen selecteren.

Tourist – Everyday (★★★½)

Drie jaar na zijn debuut U probeert Tourist (niet te verwarren met dat Antwerps geneuzel) zijn alledaagse leven te vatten in 40 minuten chillwave en ambient. Verwacht geen pompende beats of dramatische synths, nee, het leven van Tourist is blijkbaar heel gewoontjes. De hele plaat lang schippert hij tussen rustgevende ambient met knisperende electro en meeslepende synths die zich langzaam op gang trekken. Zowat alle nummers op Everyday zijn vakkundig aan elkaar geplakt zodat het album op een lange trip lijkt, eentje waarin het zachte briesje door het openstaande raam steevast voor verfrissing zorgt. “Awake” en “Someone Else” zijn niet meer dan de opbouw naar hun respectievelijke tegenpolen “Emily” en “Love Theme”. Daardoor klinkt Everyday veel meer als een coherent geheel dan de losse verzameling van singles die zijn debuutalbum was. De beste manier om Tourist’s nieuwe te is dan ook helemaal in één stuk, liever op een zonnige zondagochtend dan donderdagavond in de club.

Xiu Xiu – Girl With A Basket of Fruit (★★★★)

De nieuwe plaat van Xiu Xiu, het project van Jamie Stewart, is met voorsprong het gruwelijkste en meest angstaanjagende brokje muziek dat dit jaar al verscheen. Een weerzinwekkend meesterwerk dat niet alleen je hersenen prikkelt maar ook je geduld enorm test. Want hoewel Girl With A Basket of Fruit amper 36 minuten duurt, is het toch een plaat waarvoor je moet gaan zitten en gebruikt de band elke seconde om nieuwe dingen op je af te vuren. Dreigende teksten die vol dramatiek gedebiteerd worden zoals op“Ice Cream Truck” lijken soms meer op een toneelstuk uit een nachtmerrie. “Mary Turner Mary Turner” doet weer het relaas van een aartsdonkere bladzijde uit de Amerkaanse geschiedenis waar de hoogzwangere Mary Turner werd gelyncht, levend in brand gestoken en open gesneden door een ‘angry mob’. Nee voor gezelligheid moet je niet bij Xiu XIu zijn. De band doet al jaren ongestoord zijn ding en heeft anno 2019 nog niet aan kracht en eigenzinnigheid ingeboet. Is het allemaal kommer en kwel? Nee, “The Wrong Thing” en “Normal Love” brengen een streepje hoop en liefde in de gitzwarte plaat. Door het schril contrast met pakweg de onsamenhangende krankzinnigheid van “Amargi Ve Moo” komen zowel de broze passages als de beenharde des te sterker binnen. Girl With A Basket Of Fruit is een beleving die je bij je nekvel grijpt, of je het nu graag hebt of niet.

Bombataz – ¡Kapao! (★★★★)

Bombataz is nog maar eens een goudklompje uit de Brusselse muziekscène. Het Belgisch viertal maakt een mix van jazz, elektro en funk overgoten met spitsvondige teksten. Zo doen ze het in het Nederlands op “Sal type” waar de tekst zo uit een nummer van De Jeugd van Tegenwoordig zou kunnen komen, in het Engels op “Frankenstein” en zelfs Spaans op “Rodeo”. Als je hiervan nog niet onder de indruk bent, in “Belly Button” gebruiken ze het geluid van een pingpong balletje om een nummer rond te maken. Deze nummers werden dan nog eens samen met een smiley met honderdenéén betekenissen “;-)” gebundeld in hun debuut-EP. Het enige minpuntje van hun album is dat het maar 17 minuten duurt. Volgende keer mag het nog ietsje langer en die vijfde ster is ook binnen.

Black Rain – Computer Soul (★★★½)

In het gure New York van eind jaren ’80 stampte Stuart Argabright zijn project Black Rain uit de grond. Aangezien de groep voornamelijk rond industrial werkte, situeerde ze zich al snel in de undergroundscene van de stad. Toch blijven ze tot op vandaag sporadisch met mondjesmaat muziek uitgeven. Op Computer Soul, hun laatste ep die op Blackest Ever Black verschijnt, is hun geluid diepgeworteld in hun industrial achtergrond, maar weten ze ook de koppeling te maken met het heden. De stevige hoekige beats, agressieve geluiden en de golf van ambient zijn voorzien van een potige productie die enkel in de huidige eeuw zo impactrijk kon geklonken hebben. Computer Soul is dan ook een ep die zowel de liefhebbers van de grauwe jaren ’80 als de fans van experimentele elektronische muziek zal kunnen plezieren.

Tiny Ruins – Olympic Girls (★★★½)

Muziek brengen die fragiel, gevoelig en kostbaar klinkt, is geen evidentie, maar wel iets waar Tiny Ruins al verschillende albums lang in slaagt. De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter heeft met Olympic Girls haar helderste en meest luchtige tot nu toe uitgebracht. Centraal staan Hollie Fullbrook’s warme, ademende stem, levendig getokkel en een piekfijne productie. Dat laatste zorgt ervoor dat het geluid van het album een tikkeltje minder karakter heeft dan haar vorige platen, maar gelukkig maakt de oprechtheid van deze artieste dit meer dan goed. Tiny Ruins schrijft dan ook al tien jaar songs waar je jezelf in kan verliezen, en dat is op het aangename Olympic Girls niet anders.

Pi Ja Ma – Nice to Meet U (★★★)

Pauline de Tarragon is in Frankrijk flink aan populariteit aan het winnen als Pi Ja Ma. De muzikante heeft met Nice to Meet U een fantasierijke wereld gecreëerd waar ze op speelse wijze invloeden en ideeën samenbrengt in frisse indiepop. Dat levert een aantal heel mooie hoogtepunten op zoals het zonnige “Ponytail” en het introverte “Family”, maar hetgeen wat daar tussenzit weet niet altijd even hard te boeien. Dat is niet zo erg als het klinkt, want zelfs op de mindere songs horen we dat Pi Ja Ma veel paden verkent en toffe ideeën heeft. Er staat dus zonder twijfel nog meer goeds van deze artieste op ons te wachten.

Rival Sons – Feral Roots (★★★★)

Aanvankelijk lijkt Feral Roots een plaat lang de zelfde laan ingestuurd te worden als een aantal van zijn vijf voorgangers. Met “Do Your Worst”, “Sugar On The Bone” en “Back In The Woods” bevat de aanvang alles wat de band typeert: snedige en rauwe bluesriffs door Jay Buchanan voorzien van impressionante vocalen met veel oooh’s en woaah’s (wat een klok van een stem blijft dat toch). Maar daarna wordt duidelijk dat de Amerikanen op zoek gingen naar verrijking en variatie in hun sound, iets wat ze altijd al probeerden, zij het dan vooral binnen de grenzen van hun genre. Maar zie: qua dynamiek zijn zowel “Feral Roots” als het Zeppelin aandoende “Look Away” ongelofelijk interessant. Verder grooven “Imperial Joy” en “Stood By Me” er duchtig op los en krijgen we afsluiter “Shooting Stars” zelfs een heus gospelkoor te horen. En zoals steeds is er ook voldoende plaats voor een portie bluesballad. De plaat vraagt wat tijd om te groeien maar valt in de categorie ‘uitstekend’ te catalogeren.

Tender – Fear Of Falling Asleep (★★★½)

Angst om in slaap te vallen, het is een gewaagde titel om je album te geven. Mensen zouden namelijk al van bij het begin angstig kunnen staan tegenover hetgeen Tender belooft, maar in slaap vallen doen we allerminst. Het album is namelijk een consistente verzameling van sterke indie pop songs met een zwoele, zachte invloed. Het beste past de muziek van Tender op de avond wanner je samen met je vriend(in) liefdevolle zaken met elkaar uithaalt. Het is namelijk van die muziek waarop sensueel doen geen uitzondering is. Nachtelijke escapades en aanstekelijke melancholie verleiden je nog voor je maar één stukje naakt hebt gezien. Hoogtepunten zijn onder meer het door synths doordrenkte “No Devotion” of het iets energiekere “Slow Love” dat uitblinkt dankzij zijn zwoele baslijn. Voor sexy muziek moet je bij Tender zijn, in slaap voelen doe je enkel na een uitgebreide climax.

Calva Louise – Rhinoceros (★★★★)

Zonder al te veel fransjes kraakt Calva Louise de code van een potige, energieke en vooral aanstekelijke rockplaat. Weinig vernieuwend, maar wel allemaal heel goed gebracht, ook dat is belangrijk. Dertig minuten, meer is er niet nodig om eens furieus uit de hoek te komen. Maar in die dertig minuten knalt de band wel alles aan gort wat kapot te maken valt. Zo is er frontvrouw Jess Allanic die nergens voor terugdeinst, maar ook de hevige riffs of het snelle tempo houden dit allemaal samen. Zo is “Outrageous” een nummer dat meteen blijft hangen, hoor je op “Cruel Girl” een echte punkinvloed en is “I’m Gonna Do Well” een echte meezinger. Calva Louise brengt vanalles, maar de nadruk ligt op power. Een plaat die bij velen zal blijven hangen.

Blood Youth – Starve (★★★)

Blood Youth is een jonge metalcoreband uit Engeland, die sinds 2014 zonder veel zwier en zwaai zware metalen smelt. Een kleine week geleden kregen we een opvolger voor Beyond Repair (2017), en daar zijn we behoorlijk tevreden over. Starve bevat enkele rake nummers die naast knallen ook ruimte voorzien om iets fijner werk aan de sound toe te voegen. Meest geslaagde voorbeelden hiervan zijn “Starve” en “Keep You Alive”, maar ook de rest van het album mag er zijn. Blood Youth bewijst dat bands als Deftones en Bullet For My Valentine anno 2019 nog relevant zijn, maar we missen toch wat variatie in het album.

Pom Poko – Birthday (★★★)

Een verjaardag zoals die van Pom Poko, we kunnen het ons zo al voorstellen. Veel ballonnen, veel confetti, grootse versiering en vooral heel veel fun. Dat is ook wat de band uitstraalt met het debuutalbum, en dan kunnen we niet anders dan genieten. Het is een soort van Japanse kitsch, maar dan door een Zweedse band gebracht. De plaat gaat dan ook heel energiek en strak van start, maar zoals ieder debuut heeft het zijn schoonheidsfoutjes. De overdreven strakke mathrock houdt niet altijd aan en zo zakt het album in het midden ook terug met onder meer “Honey”. Gelukkig zijn er dan wel weer nummers als “My Blood” en “Crazy Energy Night” die het tempo hoog houden. Op zoek naar evenwicht dus, we houden de band alvast in de gaten.

Highasakite – Uranium Heart (★★★½)

De Noorse band Highasakite is in hun thuisland één van de grootste bands van het moment en verkoopt er arena’s uit. In de rest van de wereld moeten ze het (onterecht) stellen met een kleiner publiek, dat al dan niet al helemaal overtuigd is van hun kunnen. Hun vierde album Uranium Heart is weer een mooie symbiose van pop, electro en indie met een elegant karakter. Nummers als “Out Of Order” en “Egomaniac” zijn dankzij hun eigenzinnig, maar toch toegankelijk karakter echte monumenten. Een fantastisch album met de nodige drama, maar ook rustige momenten die ervoor zorgen dat het album een geschenk is voor de eeuwigheid. Tijdloos.

Lil Halima – for the dark days (★★★★)

Lil Halima heeft een artiestennaam die evenwel van een ondermaatse Amerikaanse auto-tune rapper zou kunnen zijn, maar onder het alias verbergt zich een talentvolle Noors-Keniaanse zangeres die momenteel op de rand van haar doorbraak zit. Haar muziek ligt ergens tussen Jorja Smith, Billie Eilish en James Blake, maar weet zich toch op de juiste manier te onderscheiden. Op het ene klinkt ze iets meer poppy, dan weer iets fragieler. Drie nummers en een korte (onnodige) intro zijn al een mooi introductie naar het geen we van haar binnenkort mogen verwachten. Sterkhouder van de ep is vooral “Hold Me”, waarmee ze door kleine plottwistjes weet te begeesteren.

AJ Tracey – AJ Tracey (★★★★)

Britse grime blijft het maar goed doen. Dat bewijst naar alleen Stormzy, die deze zomer zelfs Glastonbury mag headlinen, maar ook zijn collega AJ Tracey. AJ bracht begin februari namelijk een sterk gehypte plaat uit die dan ook nog eens goed in de smaak wist te vallen. Het debuut van de Londenaar bevat heel wat verrassingen zoals daar zijnde “Ladbroke Grove”, waarop een sample van Jorja Smith’s “Wandering Romance” in zit verwerkt en maar moeilijk uit je hoofd te slaan is. Nummers als “Rina” zorgen voor een zomerse vibe, “Horror Flick” brengt pompende beats met zich mee en ook “Jackpot” mag zich een voltreffer noemen. De plaat is goed opgebouwd en weet op geen enkel moment te vervelen en dat maakt van AJ Tracey nu al één van de grimeplaten van dit jaar.

SWMRS – Berkeleys’s On Fire (★★★)

Met hun debuutalbum Drive North in 2016 kwam SWMRS voor het eerst piepen. Met hun ruwe punksound en energieke liveshows op zowel Pukkelpop als in Ancienne Belgique bouwde het viertal stukje bij beetje hun fanbase uit. Drie jaar later is het tijd voor de band om zichzelf te bevestigen met een nieuw album: Berkeley’s On Fire. Met de eerste twee singles “Berkeley’s On Fire” en “April In Houston” werd al snel duidelijk dat de band het deze keer net iets minder ruw zou aanpakken. De sound klink (bewust?) een pak gepolijster en ook de distortion-knop kreeg een flinke draai naar links. Maar pas met derde single “Trashbag Baby” wordt het echt duidelijk welke richting SWMRS uit zal gaan: een energieke sound die schommelt tussen poppunk en indierock, en stevig genoeg klinkt om de oude fans te bekoren maar toegankelijk genoeg is om gemakkelijk nieuwe fans te sprokkelen.

Alice et Moi – Frénésie (★★★½)

Een jongedame uit Parijs zong naar eigen zeggen onophoudelijk Vanessa Paradis voor de spiegel toen ze klein was. Twee jaar geleden zette Alice et Moi met haar debuut-ep de eerste stappen om uit te groeien tot de vernieuwde, eigengemaakte versie van haar idool. Ze maakt electropop van de bovenste plank en met heel wat hit-potentieel, wat ons betreft! Haar nieuwe ep Frénésie bevat vijf dromerige songs, die naar prima synthpop smaken en hier en daar afgekruid worden met een snuifje hiphop grooves. De magische formule bestaat uit een overvloed aan synths, een verleidelijke stem en vooral veel melodieën die vanaf de eerste seconde blijven hangen. Het enige struikelblok is dat de nummers nogal op elkaar lijken. Haar debuut-ep bevatte meer variatie en was daardoor nog indrukwekkender. Desalniettemin, ‘nous sommes all about Alice et Moi’!

Thom Yorke – Suspiria: Unreleased Material (★½)

Vorig jaar bracht Radiohead-frontman Thom Yorke zijn soundtrack uit voor Luca Guadagnino’s remake van de cultfilm Suspiria. Ook zonder de context van de horrorfilm, viel het werk van Yorke bijzonder goed in de smaak. De combinatie van begeesterende songs en beangstigende soundscapes zorgde ervoor dat dit album tot zijn meest interessante solowerk behoorde. Toen we hoorden dat Thom Yorke nog onuitgegeven materiaal zou vrijgeven, waren we nieuwsgierig naar wat de muzikant nog meer te bieden. De blijdschap was helaas van korte duur, want de ep met Unreleased Material is een lege doos. Het bevat een aantal staaltjes richtingloos geneuzel die klinken als een testje voor het échte werk. Een kleine uitzondering hierop is “A Conversation With Just Your Eyes” waar we Thom Yorke zachtjes horen mompelen over een aantal schelle pianonoten en spooky effecten, al is ook dat nummer mijlenver beneden het niveau van de officiële soundtrack. Van een ep met bonusmateriaal verwachten we uiteraard niet dat het het origineel overtreft, maar wel dat het waard is om het daglicht te zien.

Spellling – Mazy Fly (★★★½)

Met Mazy Fly heeft Spellling, het project rond de Californische Chrystia Cabral, een meeslepende plaat vol contrasten gecreëerd. Gewapend met een beklijvende stem en etherische synths zoekt Cabral de schoonheid op in wat een futuristische soundtrack van een wereld in verval zou kunnen zijn. Mazy Fly staat dan ook boordevol subtiele popsongs die een eigenaardig en duister randje bevatten. De vreemde cocktail van zwoele soul, springerige minimal synth en gitzwarte ambient kan in het begin best wel bitter smaken, maar naarmate je laat leiden in de spannende en uitdagende wereld van Spellling, is het moeilijk om nog te ontsnappen.

Tedeschi Trucks Band – Signs (★★★)

Kwantiteit druist niet altijd in tegen kwaliteit, soms gaan de twee hand in hand. Zo ook bij Tedeschi Trucks Band. De band omspant niet alleen immens veel genres – rock, soul, blues en bij momenten jazz en funk – maar ook nog eens immens veel bandleden. De kopstukken van de band Susan Tedeschi en Derek Trucks worden bijgestaan door immens veel muzikaal talent voor hun vierde studio-album Signs. Zo zijn er drie stemhebbenden, een dubbeltje drummers, keys, koperblazers en de glibberige bottleneck slides van Derek. Zelfs te midden van het optimisme van de band wordt deze plaat vooral overschaduwd door de soul-hebbende stem van Susan. Voor fans van bluesrock, americana en soul.

27 februari 2019

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter