Albums, Recensies

Ty Segall – Freedom’s Goblin (★★★★): We say all the nice things

Onbegrijpelijk maar waar, nooit eerder verscheen er een albumreview van Ty Segall bij de beren. Het feit dat de man/halfgod elfendertig projecten (Fuzz, Sic Alps, Broken Bat, GØGGS) heeft en drie keer zoveel andere bands producet helpt waarschijnlijk niet. Maar kijk: voor alles een eerste keer en dan is Freedom’s Goblin meteen een knaller van formaat, waarvan een aantal singles (“Alta”, “My Lady’s On Fire“, “The Main Pretender” en “Meaning”) al wél de revue passeerden. Met 19 songs is dit het langste album dat tot nu toe van de Amerikaan verscheen, en meteen het veelzijdigste.

Heel snel wordt duidelijk dat we op Freedom’s Goblin niet één alter ego te horen krijgen zoals op eerdere platen, maar net alle ‘Tydentities’ die in 2017 de revue passeerden. Het is dan ook een plaat die bedoeld is voor alle vrije geesten (of goblins, whatever). Kots, angst, XTC, trouwe viervoeters, … Alles wat nodig is om de luisteraars te bevrijden zit erin. Alle regels overboord en gewoon muziek maken, moeten Ty en de Freedom Band gedacht hebben. Het resultaat is een mix van popsongs met een hoekje af, van snoeiharde smerige garage rock over dansbare disco en seventies rock ’n roll tot punk en singer-songwriter met haast Neil Young-achtige rustpunten – gelukkig zonder de mondharmonica.

Opener “Fanny Dog” speelden Ty & kornuiten al in kraakwitte outfits bij Conan. Het nummer houdt wat het midden tussen wat er op de rest van de plaat te horen valt. Een vaak propvolle sound, blazers (jawel!) die met de gitaar om de overhand strijden en een verrassend dansbaar ritme daaronder. Wat dat nummer – dat overigens gewoon over z’n hond gaat – nog niet verklapt is dat alle instrumenten – tot de vocals toe – op een bepaald moment tot het uiterste gedreven worden én dat je op deze plaat van de ene verrassing in de andere valt. Het bijna mishandelen van blaasinstrumenten op “The Main Pretender”? De disco die Boney M had gespeeld als ze 24/7 gedrogeerd waren geweest op “Despoiler of Cadaver”? Ty Segall blijft het synoniem voor ‘niet helemaal goed snik’, en daarom houden we zo van hem. Zowel in harde als in zachtere nummers.

Net door die variatie is het moeilijk om het album in z’n volledigheid te bespreken. Er zijn fantastische hardere nummers als het al besproken “Meaning”, maar evengoed heb je “Every 1’s A winner” (Cover van, jawel, Hot Chocolate), met een uppercut van een intro, gestoorde bongo’s en fuzzy gitaren – al wie da ni springt is geen echte goblin – of “She” wat een chaotische wervelwind is die in de daaropvolgende nummers blijft nazinderen. Daarnaast heb je ook schijnbare rustpunten als “Rain”, “Alta”, “My Lady’s on Fire” en “Cry Cry Cry” waarin de gitaristen minder hard op het distortionpedaal duwen en meer ruimte laten voor de blazers. Die laatsten mogen soms zelfs eens de solo’s waarnemen. Kwestie van nog eens wat anders te doen.

Een plaat van 19 nummers die eigenlijk stuk voor stuk mogen blijven staan? ’t Is niet iedereen gegeven. Nummers die op het eerste gehoor niet echt ‘hoefden’, blijven op het einde hangen. Freedom’s Goblin is eigenlijk een heuse roadtrip. Soms lekker doorsjezen, soms een plaspauze en soms in de file staan. En dat is allemaal beter in goed gezelschap. Wij zijn benieuwd of de volgende trip van Ty Segall nog verdere horizonten verkent en zeggen alvast “ja!” tegen meer vrijheid (hip hop Ty Segall? Why not!). In afwachting daarvan hebben we nog één goede raad: beluister de plaat vooral zelf. Bij goedkeuring zien we je op 26 mei in Trix.

Go go goblins!

Beluisteren? Hierzo!

23 januari 2018

About Author

Carlien Coppieters


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief