Albums, Recensies

Dijf Sanders – Java (★★★★): Met de jeep door het oerwoud

Dijf Sanders is een vreemde eend. Wie hem al eens live bezig zag, of reeds een album beluisterde, kan dit wel beamen. Nu staat hij er weer met een nieuw album, Java. We moeten het niet ver gaan zoeken (letterlijk dan misschien juist wél), het album representeert effectief het welbekende Indonesische eiland.

Dijf doet in zijn muziek vooral hetgeen waar hij zin in heeft. Dit kan klinken als iets tussen jazz, rock en elektronica, maar misschien ook helemaal niet. Java klinkt werelds, traditioneel en met een grote brok cultuur. Hier vinden we geen rock in terug, maar werd wel nu en dan een elektronische twist gegeven aan de Indonesische geluiden. De kans is klein dat een nummer uit Java binnenkort op de radio te horen zal zijn. Terecht, want stiekeme pareltjes van Sanders horen echt niet thuis tussen de eenheidsworst die tegenwoordig grijsgedraaid wordt op menig radiozender.

Traditioneel slagwerk en gezangen worden bijgestaan door een saxofoon waardoor bepaalde nummers lekker jazzy klinken. Vooral “Bandung” is hier een mooi voorbeeld van. Dit op-en-top Belgisch instrument lijkt wat vreemd in zo’n ver land, maar de combinatie mag er echt wel zijn. Zeker omdat het hier enorm exotisch klinkt. Bezwerend bijna. Sexy zelfs. De sax is in bepaalde nummers prominent aanwezig en wij vinden dat dus duidelijk helemaal niet erg!

Wetende dat Dijf Sanders ook instrumentenbouwer is (muzikale duizendpoot, jawel!), zou het ons niet verbazen dat een groot aandeel van de vele klanken op Java afkomstig zijn van zelf ineen geknutselde instrumenten.

Het moet gezegd, deze muziek is niet toegankelijk voor iedereen. Maar dit konden we wel verwachten van Dijf, na zijn vorige Moonlit Planetarium. We kunnen ons voorstellen (en hebben reeds aan den lijve ondervonden) dat bepaalde muziekliefhebbers horendol worden van deze muziek. Smaken verschillen, en Java is daar een perfect voorbeeld van. Wie de opening, “Akim” al niets vindt, stopt beter met luisteren. Het wordt alleen maar specialer wanneer in “Kasten” ook traditioneel gezongen wordt. Uiterst dansbaar, mag zeker gezegd worden, maar misschien best niet in het openbaar.

In de intro “Calunpung” komt daar al een heus gospelkoortje bij. De rest van het nummer amuseert Sanders zich met wat slagwerk dat klinkt als een xylofoon. Het klinkt als een avontuurlijke wandeling in de Indonesische jungle, maar toch chill.

Nog steeds fan? De rest van de plaat wordt er zeker niet minder experimenteel/raar/speciaal op. Leuke drumpatronen en traditionele zangers en koren begeleiden de exploratieve luisteraar verder het oerwoud in. Pauzeren doen we met het bezwerende “Cibeusi”, terwijl we genieten van een kop bajigur (warme indonesische drank) en de nachtgeluiden in de jungle. De tocht wordt verdergezet en bij zonsopgang bereiken we de eindbestemming in het woud, onder begeleiding van “Teguh”. Van een uitstekende cool down gesproken!

Een aanrader voor wereldburgers, ontdekkingsreizigers, avonturiers, en dit dan vooral op muzikaal vlak. De gemiddelde radioluisteraar zal hoogstwaarschijnlijk wat minder plezier vinden in Java. Ondanks het feit dat deze plaat door zijn explosie aan experimentaliteit dus wat minder toegankelijk is voor het grote publiek, vinden wij wel dat Dijf Sanders zeer trots mag zijn op zijn werk!

!

10 december 2017

About Author

Birgit Coucke


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief