Live, Recensies

Sigur Rós @ Vorst Nationaal: Om oren en ogen bij af te likken

Buiten Vorst waren mensen veelal tevergeefs nog op zoek naar tickets voor ‘An Evening With Sigur Ros’. Was je er wel op tijd bij, kon je jezelf bij de bevoorrechte toeschouwers van een magistrale show rekenen. Shows moeten we eigenlijk zeggen, want Sigur Rós speelde twee sets met een dik kwartier pauze tussenin. En hoe! We werden verwend met twee sets van hoofdzakelijk oudere nummers aangevuld met enkele nieuwe songs. En vooral ook een lichtshow en ongelofelijke visuals, die het geheel naar onvergetelijke hoogten tilden.

Sinds 2013 gaan ze met z’n drieën verder na het stoppen van toetsenist Kjartan Sveinsson. Maar ook als trio blijven ze nieuw materiaal schrijven. Ze begonnen set één meteen met het nieuwe “À”, dat ons als luisteraar de kans gaf om geleidelijk en vooral niet te bruusk in de sfeer van hun droomwereld binnen te treden. Op een scherm achter de band gleden donkere onweerswolken voorbij, of waren het rotsen die over elkaar rolden? “Ekki Múkk” liet vervolgens kreetjes van herkenning opstijgen. Het werd muisstil in Vorst wanneer de strijkstok van Jonsí voor het eerst echt zichtbaar werd. Beklijvend liep het nummer op zijn einde met de eenzame pianotoetsen en het kraken van een plaat in de achtergrond. Jonsí’s engelenstem en de ingetogen instrumentatie hadden ons meteen bij ons nek/kippenvel.

Het bleef echter niet lang bij die zaligmakende sfeer. “Glósóli” zwol op tot een vlijmscherpe climax. Ijslandse natuur werd getoond en de grote aantallen spots, staven en andere lichtapparatuur werden (zo leek het toen toch) voor het eerst op volle kracht ingezet. Jonsí liet zijn gitaar ontaarden in een scheurende noise die drie geluidsmuren omverblies.  En alles wat nog recht stond werd vervolgens verpulverd in een allesverwoestend “E-bow”. Een gitaarsound die Vorst Nationaal en omstreken doorsneed als een pakje lauwe boter, liet geen spaander heel van wat zich durfde te verzetten.

De dynamiek in set één ging daarna verder op en neer. We werden van het kastje naar de muur gesmeten, maar niet voordat Sigur Ros eerst wat honing in onze warme melk kwam gieten. En niet zonder dat we nadien een smeuïge moelleux op een zilveren schoteltje gepresenteerd kregen. De Ijslanders vormden nu eens verzachtende balsem en betoverende eenvoud. Zo ook in “Dauðalagið” en “Fljótavík” met hun enig mooie kern van pianospel. Of wanneer Jonsí zo’n hoge noot lang bleef aanhouden, zoals enkel hij dat kan. Maar de ervaren band was ook genadeloos hard, met gitaren als schuurpapier en drumwerk als geweerschoten.

Fantastisch ook hoe Sigur Rós door te spelen met hun uitgebreide lichtenarsenaal (waarvan onze mond steeds wat meer openviel), erin slaagde om ons als luisteraar te doen vergeten dat we in een eigenlijk niet zo gezellige zaal stonden. Gele staaflampen met een bijhorende groene gloed gaven de impressie van een nachtelijk woud bij volle maan. Roodtinten speelden met het idee van een feestje dat op zijn einde liep, op zo’n zomeravond waar je zonder trui of jas in slaap zou kunnen vallen. Want een aangename en warme sfeer creëren, dat kunnen ze als de beste. Of ook nog een mistig bos waar de dauw nog in de lucht hangt te verdampen vergezeld van wel duizend vuurvliegjes. Allesbehalve een gigantische en onpersoonlijke muziekarena.

Een teder “Varða” mocht als derde nieuwe nummer op de setlist de eerste helft afsluiten. Bassist Georg Hólm en drummer Orri Páll Dýrason wisselden van plaats tijdens dit kalmerende en rustgevende nummer. Ze gaven hun frontman een schouderklopje in het passeren, alsof ze wilden zeggen ‘we zijn godverdikke goed bezig’. Niets dan verrukte gezichten in het publiek toen de lichten weer aangingen na dit pakkende eerste slotnummer. Het voelde bijna natuurlijk aan om na deze song een pauze in te lassen, en wie door zijn voorraad was kon opnieuw zakdoekjes gaan hamsteren.

De tweede set was een stuk korter dan de eerste, maar daarom zeker niet minder. Sigur Ros begon opnieuw met een ongekend nummer. In een andere instrumentatie zonder drum en gitaar kreeg “Óveður” achter de compactere bandopstelling projecties van het hoofd van de frontman, doorspietst met tientallen zwarte prikkers. Waar voor de pauze licht een belangrijke rol opeiste, werd in deel twee vooral getoverd met indrukwekkende visuals. De ene na de andere track stonden we vol bewondering en verbazing te turen naar parels van creaties.  Er werd gespeeld met wat leek op een aantal bestuurbare matten die proppensvol electronica staken. Nu eens voor de band, daarna verticaal naar de hemel opstijgend maar ook eens pal boven de band. De gelaagdheid in die matten, met een gigantisch scherm volledig achteraan, verzorgde de muziek van adembenemende taferelen.

View this post on Instagram

Bleiten. #sigurros

A post shared by Tijl Van de Casteele (@tijl_vdc) on

Een geometrische rode wereld ging over in water, lava, vuur en een zandstorm door mekaar. Rotsen dreven door het water en ontelbare kleine lichtjes maakten van Vorst opnieuw een tempel van warmte en genegenheid. Als je daar dan aan toevoegt dat nummers als “Ný Batterí” en “Vaka” (in een nieuw jasje via wat effecten) gespeeld werden gedurende die visuals, hoeven we je niet meer te vertellen dat het geheel een wonderbaarlijke ervaring was. Vooral “Sæglópur” bracht explosies van vreugde en feestelijkheid teweeg. Een echte publiekslieveling, die Vorst in extase bracht. En na het horen van “Festival”, dat na een oorverdovende stilte uitgroeide tot een vulkaanuitbarsting van euforie, moet iedereen die aanwezig was zich ongelofelijk opgewonden en uitgelaten gevoeld hebben. Wij voelden ons alvast alsof we terug naar huis konden sprinten.

Van het dankwoordje in het Ijslands net voor het slotakkoord van de show, hebben we enkel het woord ‘Brussels’ verstaan. En toch wisten we perfect wat Jonsí bedoelde, net zoals we de hele show moeiteloos mee werden gezogen in het verhaal van Sigur Ros. Alle koppen stonden in dezelfde richting, met een aangenaam en respectvol publiek dat stiltes zo goed als steeds respecteerde. Met “Popplagið” nam de band Vorst nog eenmaal op sleeptouw.  Bassist Georg Hólm was in zijn nopjes en stuwde het nummer naar een katharsis van jewelste. In een epileptische ervaring werden we door elkaar geslingerd in een stroboscopische katapult. Een stormachtig applaus deed Sigur Rós ten slotte een aantal keer terugkomen voor een grootse buiging.

Wij werden omvergeblazen door een prachtig audiovisueel spektakelstuk, en gingen meer dan verzadigd naar huis. Sigur Ros legt de lat voor dit concertseizoen ontzettend hoog, met een prestatie om u tegen te zeggen. Takk beste kanjers. Takk.

View this post on Instagram

takk brussels! #SRbrussels photo @clopin

A post shared by sigur rós (@sigurros) on

 

2 oktober 2017

About Author

Frederic Beeuwsaert


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter