Van alle artiesten die de voorbije decennia dansmuziek hebben gemaakt, is Richard Melville Hall (beter bekend onder zijn artiestennaam Moby) toch wel een van de meest bijzondere. Je kan hem gerust een muzikaal genie noemen dat erin slaagt om doorheen zijn carrière genres als postpunk, elektro, blues, pop en dance samen te smelten tot een uniek geluid, met het kassucces Play uit 1999 als onmiskenbare mijlpaal. Die plaat droeg sterk bij aan zijn indrukwekkende totaal van twintig miljoen verkochte albums, al kunnen albums als Everything Is Wrong, 18 en Hotel evengoed klassiekers uit de jaren negentig en tweeduizend genoemd worden.
Zo’n vijfentwintig jaar geleden was Moby’s muziek dan ook niet weg te denken uit soundtracks, televisieseries en zelfs alomtegenwoordige reclamespots. Rond 2010 zocht de muzikant bewust wat meer de achtergrond op: hij liet het tourleven grotendeels achter zich en legde zich voornamelijk toe op ambient. Er volgden wel nog ‘reguliere’ albums, zoals Everything Was Beautiful, and Nothing Hurt (2018), All Visible Objects (2020) en Always Centered at Night (2024), maar die verschenen in alle stilte. Met Future Quiet ligt er opnieuw een nieuwe plaat bij de platenboer. En zoals de titel doet vermoeden, is het er eentje dat bijzonder ingetogen klinkt.
Op de nieuwe plaat borduurt Moby verder op Ambient 23, een lp waarvan de titel ook meteen de lading dekt. Net als op die langspeler wil de artiest een rustige haven bieden in hectische en chaotische tijden, al strikte hij dit keer wel enkele gastmuzikanten en focuste hij meer op echte songs en minder op pure soundscapes. Ook voor hitgevoeligheid draaide hij zijn hand niet om. De eerste vooruitgestuurde single was immers een oude bekende: een herwerking van het magistrale “When It’s Cold I’d Like To Die” uit Everything Is Wrong, met vocalen van Jacob Lusk (Gabriels). Het nummer zorgde eerder al voor kippenvelmomenten in The Sopranos en recenter in verschillende seizoenen van Stranger Things. Dankzij die laatste serie schoten Moby’s streams opnieuw de lucht in: de song is in één klap zijn populairste nummer op Spotify geworden. Een slimme zet dus om met een nieuwe versie jonge fans richting het album te loodsen.
In “This Was Never Meant For Us” neemt de muzikant zelf de zang voor zijn rekening. Zijn praatzang vormt, in combinatie met ingetogen elektronica en subtiele pianoriedels, een breekbaar statement. Het blijkt een sfeervolle opstap naar “Retreat”, een hypnotiserend nummer dat wordt gedragen door een mooie pianolijn en een krakende sample. Een snijdende viool en een kwartet strijkers geven het geheel die typische Moby-signatuur, waardoor het naadloos aansluit bij zijn klassiekers van vijfentwintig jaar geleden. Ook “Mott St 1992” laat je wegdromen op feeërieke elektronica, monumentale strijkers en gloedvolle piano’s, terwijl het verstilde “Estrella Del Mar” vooral indruk maakt dankzij de etherische zang van Elise Serenelle. Met “on air” en “precious mind” bevat Future Quiet bovendien nog twee knappe herwerkingen van nummers die eerder op always centered at night verschenen. Beide kregen extra orkestratie mee, wat de krachtige stemmen van respectievelijk serpentwithfeet en India Carney alleen maar verder doet stralen.
Helaas hebben we met de vorige paragraaf meteen ook de sterkste kant van Future Quiet belicht. Ondanks heel wat luistersessies bleef de rest van de lp niet echt aan ons hart kleven, en dat komt enerzijds door de grotendeels eenzijdige aankleding. Het album leunt sterk op piano en strijkers, met slechts sporadisch wat aanvullende elektronica. Slechts één nummer bevat beats en percussie, en gitaren zijn nergens hoorbaar. Daardoor balanceert een aanzienlijk deel van de plaat tussen emotionele schoonheid en monotone verveling. Vooral de laatste vijf nummers (die qua speelduur zowat de helft van de plaat uitmaken) stellen het geduld op de proef. Het minimalistische “Le Vide” kan zich nog spiegelen aan het werk van bijvoorbeeld Max Richter, maar de pianocomposities “Selene”, “Great Absence” en “Mono No Aware” voelen onderling inwisselbaar en zelfs wat vermoeiend aan. Afsluiter “The Opposite of Fear” redt nog enigszins de meubels dankzij elektronica en soundscapes die knipogen naar de sound van Stranger Things, maar helaas lagen wij tegen die tijd meestal al luid ronkend met ons hoofd op het toetsenbord.
Wat we het meest missen aan Future Quiet is de variatie – of zelfs de gecontroleerde chaos – die eerdere Moby-platen tot klassiekers maakte. Zet Everything Is Wrong even op: hoor de pompende techno van “Feeling So Real”, de vuige rock van “All That I Need Is to Be Loved”, de bitterzoete emotie van “God Moving Over the Face of the Water” en de euforische eurodance van “Everytime You Touch Me”, en je weet precies wat we bedoelen. Ook op Play wist de verre verwant van Herman Melville een spannende mix van dansbaarheid en emotie neer te zetten, met een dynamisch samenspel van gitaren en elektronica. Future Quiet focust nog eens doelbewust op één facet van Moby’s creatieve ziel, maar mist daardoor kracht, diversiteit en spanning.
Moby laat met zijn drieëntwintigste album Future Quiet een wisselvallige indruk na. Enkele knappe composities zorgen voor sfeer en rust, maar de plaat mist variatie en diepgang om echt te beklijven. Het is zo’n plaat die je opzet om bij tot rust te komen langs de kant van een riviertje; je kan je even laten betoveren door de schoonheid, maar na een tijdje heb je het wel gezien en realiseer je je dat het ook maar wat voortkabbelt. Echt slecht wordt het nergens want daarvoor is de artiest simpelweg te bedreven. Maar verder dan degelijke achtergrondmuziek komt deze langspeler meestal niet.
Op 5 juli kan je Moby live aan het werk zien op Rock Werchter, op 11 juli is hij bij onze noorderburen te gast op Bospop.
Website / Facebook / Instagram
Ontdek “Retreat”, ons favoriete nummer van Future Quiet in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






