Live, Recensies

Sparks @ Ancienne Belgique (AB): Een onvergetelijk feest van klassiekers en nieuw werk

De heren van Sparks zijn helemaal terug van nooit weggeweest. De broers Ron en Russell Mael staan al bijna vijftig jaar lang garant voor de meest tegendraadse en eigenzinnige popmuziek. Op hun album Hippopotamus, dat vorige week verscheen, is dat niet anders. Dat hun werk nog steeds tot de verbeelding spreekt, zagen we niet alleen op de Britse hitlijsten (waar het album op nummer zeven staat), maar ook in de goed gevulde Ancienne Belgique. De fans waren talrijk aanwezig en hun enthousiasme ontluikte zich meteen van zodra de band in streepjeskledij en onder begeleiding van bombastische muziek het podium betrad. Het bleek al snel een voorbode voor wat die avond zou komen.

Het duo mag dan wel 25 albums op zijn naam staan, gisteren legden ze de focus duidelijk op het nieuwe materiaal. De set werd al goed ingezet met de recente single “What The Hell Is It This Time?”, een nummer dat de spanning er wat inhield maar de fans niet vreemd was. Hier en daar zagen we zelfs toeschouwers die een shirt aan hadden met de titel op! Die nieuwe nummers mengden zich perfect in de set. Songs als bijvoorbeeld “Missionary Position”, “Scandinavian Design” en uiteraard “Edith Piaf (Said It Better Than Me)” pasten mooi tussen de klassiekers.

Die klassiekers werden uiteraard net iets meer op extatische reacties verwelkomd. Zo deed het a capella “Propaganda” al vroeg haar intrede en werd “At Home, At Work, At Play” er naadloos aan geknald. Het zorgde meteen voor een hoogtepunt waar Russell al zijn energie kon doen botvieren. Niet alleen leverde hij uitmuntende zang, hij sprong en huppelde ook nog eens heel het podium rond. Als je hem zo enthousiast ziet bewegen, is het soms moeilijk te geloven dat hij 68 jaar is. Het contrast met zijn broer Ron, die statisch en serieus achter zijn keyboard zit, kon niet groter zijn. Maar dat is ook al decennialang het komisch handelsmerk van hun liveshows.

https://www.instagram.com/p/BZHtBolHNZx/

Sparks’ nummers kwamen ook mooi tot hun recht dankzij de formidabele bandleden. Hun energie was niet te stuiten en ze kenden de muziek beter als hun eigen broekzak. Iedereen voegde wel slimme ideeën toe. Zo kreeg “When Do I Get To Sing “My Way”” uit de jaren ’90 een meer hedendaags jasje aangemeten en werd het één van de vele hoogtepunten van het concert. Alles wat de muzikanten speelden was enorm strak, maar met veel expressie. Bij elke gitaarsolo, backing vocal of drum fill sloegen ze de nagel op de kop.

Wat die avond centraal stond, is nog steeds het uitmuntend talent om bizarre en out-of-the-box songs te schrijven. De aanwezige fans waren duidelijk heel wat gewoon, maar we merkten toch ook dikwijls een sfeer van verrassing in de zaal hangen. Zo luisterde het publiek opvallend geboeid naar “Hippopotamus”, de titeltrack van de nieuwe plaat. Het was ons niet volledig duidelijk of de toeschouwers het gewoon een leuk nummer vonden of in verbazing waren van welke absurde zaken Russell in zijn zwembad vond die op Hippopotamus rijmen. Op “Dick Around” sponnen ze dan weer even een kleine symfonie uit die van dramatiek en bombast naar heavy metal reikte. Daarbij moest de frontman zo snel en veel zingen dat hij bijna de pedalen kwijtraakte. Een mooi voorbeeld hoe Sparks altijd weer de grenzen opzoekt.

Wanneer het concert bijna de finale bereikte, vlogen de klassiekers ons om de oren. “Number One Song in Heaven”, een discokolos uit 1979 naar de hand van Giorgio Moroder, werd bijzonder intens gebracht en deed het publiek volledig loskomen. Zelfs de serieuze Ron kon niet stil blijven zitten. In de brug deed hij zijn jasje keurig uit, ging vooraan staan, begon gek te dansen en ging vervolgens uitgeput terug achter zijn keyboard zitten. Heerlijk, die humor van Sparks!

Hun grootste hit “This Town Ain’t Big Enough For Both of Us” kon uiteraard ook niet ontbreken en bracht de fans in extase. Het nummer werd met de grootste vlotheid, maar ook met tonnen energie gebracht. Niet alleen van de zanger, maar ook van de bandleden die duidelijk veel plezier hadden. Ook op “Hospitality on Parade”, een iets minder voor de hand liggende keuze, genoten de muzikanten duidelijk van de leuke backing vocals die ze zongen en het grappige fanfareritme dat de drummer op zijn gigantisch drumstel speelde.

Toen de groep op groot applaus nog eens terugkwam voor een bisronde, opende de frontman met “Dit is van een bandje waar Ron en ik nog in hebben gespeeld” waarop ze “Johnny Delusional” inzetten, een single van FFS (hun project met Franz Ferdinand). “Amateur Hour” uit hun populairste plaat Kimono My House zorgde vervolgens voor de perfecte afsluiter waarbij Sparks en band nog eens alles uit de kast haalden om de avond spetterend af te sluiten. Het enige wat dan nog resteerde was de grote dankbaarheid van de broers dat gepaard ging met een lang afscheid. Russell gaf zijn grote broer de micro waarop hij vertelde hoe Brussel voor hen een tweede thuis is (ze namen hier twee albums op) en hij droeg het concert op aan Marc Moulin. Hij zou zeker en vast trots geweest zijn op zo’n geweldige avond die de heren verzorgden!

Maar zoals Sparks zegt, een foto spreekt nog steeds luider dan woorden:

Setlist:

What The Hell Is It This Time?
Propaganda
At Home, At Work, At Play
Good Morning
When Do I Get To Sing “My Way”
Probably Nothing
Missionary Position
Hippopotamus
Sherlock Holmes
Dick Around
Scandinavian Design
Edith Piaf (Said It Better Than Me)
Never Turn Your Back On Mother Earth
I Wish You Were Fun
My Baby’s Taking Me Home
Number One Song in Heaven
This Town Ain’t Big Enough For Both of Us
Hospitality on Parade

Johnny Delusional
Amateur Hour

17 september 2017

About Author

Jan Kurvers


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief